Venetië: San Pietro di Castello

San Pietro di Castello.

De kerk van San Pietro di Castello is de voormalige kathedraal van Venetië. Dat was het gebouw tot 1807, toen de veel bekendere basiliek van San Marco deze positie overnam. De San Pietro vinden we tamelijk ver uit het centrum, op het voormalige eiland Olivolo, net ten oosten van het Arsenaal van Venetië. De kerk is heel groot, maar zeker niet de mooiste van Venetië. Integendeel, het gebouw staat tamelijk onelegant met zijn kont naar de lagune, de gevel ziet er nogal onhandig uit en de klokkentoren staat scheef. Binnen zijn gelukkig genoeg interessante kunstwerken te zien, terwijl ook de geschiedenis van de kerk buitengewoon boeiend is. Ik moet wel toegeven dat ik op weg naar de San Pietro enigszins verdwaald raakte. Omdat de kerk op een voormalig eiland staat, dat maar met twee bruggen aan de rest van de wijk Castello vastzit, is het tamelijk essentieel steeds de juiste afslag te nemen. Dat deed ik niet, en het resultaat was de nodige vertraging. Wie bang is te verdwalen kan ook de vaporetto nemen. Nummers 4.1 en 5.1 stoppen bij een halte achter de kerk.

Vroege geschiedenis

San Pietro di Castello behoort tot de acht kerken die door Sint Magnus van Oderzo (ca. 580-670) zouden zijn gesticht. Deze bisschop wijdde de kerk aan Sergius en Bacchus, twee Syrische soldaten in het Romeinse leger die in de vroege vierde eeuw de marteldood zouden zijn gestorven. Hoewel de verhalen over Sint Magnus doorgaans niet heel betrouwbaar zijn (zie bijvoorbeeld Venetië: Santi Apostoli), is historisch zeker dat de kerk in een van de oudste buurten van Venetië staat. Hier vestigden de Venetianen zich voor het eerst toen ze naar de Rialto-archipel trokken en hier was hun eerste commerciële en religieuze centrum.

Achteraanzicht van de kerk.

Rond 775 werd door de Patriarch van Grado (zie Grado: Santa Eufemia en het Schisma van de Drie Hoofdstukken) het bisdom Olivolo ingesteld, vernoemd naar het gelijknamige eiland. De kerk van Sergius en Bacchus verwierf daarmee de status van kathedraal, zij het dat dit strikt genomen niet de kathedraal van Venetië, maar die van Olivolo was. Op enig moment werd de kathedraal aan Sint Petrus, de eerste onder de discipelen van Christus gewijd. Die wijding was in elk geval in de loop van de negende eeuw een feit. In de elfde eeuw werd de naam van het bisdom gewijzigd. De bisschoppen van Olivolo waren voortaan de bisschoppen van Castello. De eerste bisschop van Castello was Enrico Contarini (1074-1108), de zoon van doge Domenico Contarini (1041-1071). De instelling van de wijk (sestiere) Castello dateert van 1171.

De kerk gezien vanaf de klokkentoren van de San Marco.

Latere geschiedenis

In 1120 werd de San Pietro di Castello door een brand verwoest en vervolgens herbouwd. In 1451 werden zowel het Patriarchaat van Grado als het bisdom Castello opgeheven en werd het Patriarchaat van Venetië ingesteld. In feite was hier sprake van een formaliteit. De patriarchen van Grado hadden immers al vanaf het begin van de twaalfde eeuw vanuit Venetië hun gezag uitgeoefend. Velen van hen waren bovendien zelf Venetianen. De eerste patriarch van Venetië was Lorenzo Giustinian (1451-1456), die in 1524 zalig werd verklaard en in 1690 heilig. Vanaf 1451 mag de San Pietro di Castello dus officieel de kathedraal van Venetië worden genoemd. Deze kathedraal diende natuurlijk verfraaid te worden. Allereerst bouwde de architect Mauro Codussi (ca. 1440-1504) tussen 1482 en 1490 de vrijstaande klokkentoren. Deze is aan de buitenzijde bekleed met witte Istrische steen. Anders dan de klokkentoren van de San Marco en die van San Giorgio Maggiore kan hij helaas niet beklommen worden.

De kerk met de klokkentoren van Mauro Codussi.

De kathedraal werd tussen 1508 en 1511 gerenoveerd. In 1558 kreeg de beroemde architect Andrea Palladio (1508-1580) van patriarch Vincenzo Diedo de opdracht een nieuwe gevel voor het gebouw te ontwerpen. Hoewel Palladio het gevraagde ontwerp leverde, kwam de uitvoering ervan niet van de grond, mede door de dood van de patriarch in 1559. Pas enkele decennia later (ca. 1594-1598) werd een nieuwe gevel toegevoegd door de architect Francesco Smeraldi, bijgenaamd Il Fracà. Deze niet zo bekende architect was actief tussen ca. 1592 en 1631. Hij had eerder met Palladio samengewerkt en baseerde zich ook op de ontwerpen van zijn voorganger, maar het resultaat is toch door een kenner “a rather unsuccessful pastiche of Palladio” genoemd.[1] De gevel werd voltooid door Giovanni Girolamo Grapiglia (actief tussen 1572 en 1621), die ook het interieur van de kathedraal onder handen nam. In de loop van de zeventiende eeuw werden er nog diverse wijzigingen aan dit interieur aangebracht.

De kerk op het eiland Olivolo.

Bezienswaardigheden

In de voormalige kathedraal vinden we nog enkele kunstwerken die dateren van voor de grote verbouwingen van de zestiende en zeventiende eeuw. Aan de binnengevel is bijvoorbeeld het vijftiende-eeuwse grafmonument bevestigd van een zekere Filippo Correr, die in 1417 overleed. Hij was de broer van Paus Gregorius XII, die oorspronkelijk Angelo Correr heette. Gregorius was paus tijdens het Groot Westers Schisma (1378-1417). Terwijl hijzelf vanuit Rome regeerde, zetelde er ook een paus in Avignon en vanaf 1409 ook een in Pisa. Paus Gregorius XII zal dus veel hoofdpijn hebben gehad tijdens zijn pontificaat. Hij trad in 1415 vrijwillig af om het schisma te beëindigen. In de Duomo van de stad Recanati in de Marche is zijn sarcofaag nog te vinden, maar die verkeert in aanzienlijk slechtere staat dan het monument voor zijn broer Filippo Correr in Venetië.

In de kerk hangen twee werken van de Venetiaanse schilder Marco Basaiti (ca. 1470-1530). Het eerste werk, dat hangt aan de binnengevel, is eigenlijk niet van hem, maar een kopie uit de late negentiende eeuw van een schilderij van Basaiti dat Sint Joris en de draak voorstelt. Interessanter is een schilderij dat we vinden boven een altaar aan de rechterzijde, geplaatst in een mooie en veelkleurige aedicula in de stijl van de Barok. Op het schilderij zien we Petrus als paus. Hij draagt de tiara op zijn hoofd, heeft de sleutels van de hemel in zijn linkerhand en geeft met zijn rechterhand zijn zegen. De heiligen die hem flankeren zijn Andreas en Nicolaas (links) en Jakobus de Meerdere en Antonius-Abt (rechts). Naast het altaar staat de zogenaamde bisschopszetel (cathedra) of troon van Petrus. In werkelijkheid heeft de zetel niets met Petrus te maken. De rugleuning is een grafsteen uit de dertiende eeuw met Arabische teksten in het Koefisch. De teksten zijn verzen uit de Koran, soera’s 3 en 23. De grafsteen is ongetwijfeld ergens tijdens een rooftocht buitgemaakt (in Pisa vinden we soortgelijke voorbeelden).

Erg mooi is het hoogaltaar uit 1649, ontworpen door Baldassare Longhena (1598-1682). Het beeldhouwwerk werd verzorgd door verschillende kunstenaars, van wie Francesco Cavrioli (ca. 1600-1670) en Giusto Le Court (1627-1679) waarschijnlijk het bekendst zijn, althans voor mij. Boven op het altaar staat de al genoemde Lorenzo Giustinian, die op het moment van voltooiing van het altaar nog slechts zalig was en pas ruim veertig jaar na voltooiing ervan heilig werd verklaard. Verantwoordelijk daarvoor was de Venetiaanse paus Alexander VIII (1689-1691). Het lichaam van Lorenzo Giustinian rust in een kist op het altaar, gedragen door engelen en putti. De vier heiligenbeelden op het altaar stellen Petrus en Johannes de Doper (links) en Marcus en Paulus (rechts) voor. We komen Lorenzo Giustiniani nog een keer tegen op het fresco in de schelp van de apsis, geschilderd door Girolamo Pellegrini (ca. 1624-1700). Ook het gewelf van het koor werd door deze schilder verfraaid.

Hoogaltaar, ontworpen door Baldassare Longhena.

Frescoes van Girolamo Pellegrini.

Ten slotte noem ik de Cappella Vendramin, de enige echte kapel in de kerk. Deze bevindt zich aan de linkerzijde en werd net als het hoogaltaar ontworpen door Longhena. De uitvoering van het werk was echter in handen van Michele Fabris (1644-1684), ook wel Michele Ungaro genoemd, ‘de Hongaar’. Hij was geboren in Bratislava, dat tegenwoordig in Slowakije ligt. Fabris was verantwoordelijk voor veel van het beeldhouwwerk in de kapel, waaronder het reliëf van Paus Paulus V die de kardinaalshoed uitreikt aan Francesco Vendramin, patriarch van Venetië tussen 1608 en 1619. Hij werd na zijn dood in deze kapel begraven. Het altaarstuk in de kapel is van de hand van Luca Giordano (1634-1705).

Bronnen: Capitool reisgids Venetië & Veneto (2012), p. 120-121, Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), p. 428, John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 18 en p. 77, en The Churches of Venice: Castello

Noot

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ (2012), p. 18, noot 1.

One Comment:

  1. Pingback:Venetië: San Marco – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.