Praetorium Agrippinae (Valkenburg)

‘Pretoriu Agrippine’ op de Kaart van Peutinger. Straatversiering te Valkenburg.

In de eerste eeuw voor onze jaartelling woonden in wat nu de provincie Zuid-Holland is slechts weinig mensen. Volgens schattingen kunnen het er hooguit 9.000 zijn geweest. Het gebied was moerassig en slecht beschermd tegen overstroming door de zee. De inwoners van het gebied behoorden tot de stam van de Cananefaten. Ze leefden van landbouw en veeteelt, van visserij en jacht.

Alles werd anders toen in ca. 12 BCE een nieuw volk in deze contreien neerstreek: de Romeinen. De Romeinse aanwezigheid – of zo men wil: bezetting – had een grote invloed op het leven in deze streken. De handel nam toe en voorwerpen van elders uit de Romeinse wereld kwamen naar de kust van Holland. De bevolking verdrievoudigde tot ongeveer 27.000 mensen rond het jaar 150. Langs de Romeinse grens of limes – sinds het jaar 47 de Oude Rijn – waren zo’n 20 forten of castella verrezen en daarnaast diverse kleinere wachtposten. Deze dienden niet alleen als verdedigingswerken, maar vormden ook de contactpunten voor de handel met Germanen die niet onder Romeins gezag vielen. Een van die castella was Praetorium Agrippinae. Deze nederzetting wordt genoemd op de bekende Kaart van Peutinger (Tabula Peutingeriana), waarvan het origineel uit de derde of vierde eeuw dateert. En hoewel we altijd wat slagen om de arm moeten houden, is er een redelijke mate van zekerheid dat met Praetorium Agrippinae het huidige Valkenburg bedoeld is, overigens niet te verwarren met Valkenburg in Limburg.

Een scheenbeschermer van een centurion (Torenmuseum Valkenburg).

Castellum en vicus

In Valkenburg hebben in de twintigste eeuw uitgebreide opgravingen plaatsgevonden, die veel informatie over het castellum hebben opgeleverd. Deze opgravingen stonden tussen 1941 en 1953 onder leiding van de archeoloog Albert van Giffen (1884-1973). Later, in de jaren 70 en 80, zijn ook opgravingen gedaan ten zuidoosten van het castellum, waar de uitstrekte vicus van Praetorium Agrippinae lag. De aanwezigheid van een Romeins legerkamp trok economische activiteit aan. De vicus was dan ook de wijk waar ambachtslieden (denk aan smeden en zadelmakers) en handelaren neerstreken. Ook woonden hier veteranen en de gezinnen van de soldaten. Het Nederlandse woord ‘wijk’ is zelfs afgeleid van het Latijnse vicus.

Op basis van de archeologische gegevens kunnen we over de geschiedenis van Praetorium Agrippinae met een redelijke mate van zekerheid het volgende vaststellen. Het eerste castellum (van de in totaal zeven) werd gesticht in het jaar 39 of het jaar 40. De stichting kan verband hebben gehouden met de door keizer Caligula (37-41) geplande invasie van Brittannië. Het is zelfs mogelijk dat de keizer persoonlijk aanwezig was bij de bouw. In Valkenburg is namelijk het deksel van een wijnvat gevonden met daarop het stempel C CAE AUG GER, wat staat voor C[aius] [Julius] Cae[sar] Aug[ustus] Ger[manicus], de naam waaronder Caligula officieel door het leven ging (zijn koosnaam ‘Caligula’ betekent ‘soldatenlaarsje’). In Valkenburg moet dus wijn afkomstig van de keizerlijke wijngaarden gedronken zijn. Voor de aanwezigheid van de keizer is het deksel zeker een aanwijzing, maar geen hard bewijs. De naam Praetorium Agrippinae heeft echter zonder twijfel een connectie met Caligula: het kamp is genoemd naar zijn moeder Vipsania Agrippina (ca. 14 BCE-33 CE) of zuster Julia Agrippina (15-59).

Het eerste castellum was van hout. Het kende vijf opvolgers die eveneens (overwegend) van hout waren. Het zevende en laatste castellum dateert van ca. 180 en was overwegend in tufsteen gebouwd. Deze versterking maakte deel uit van een groter project waarin alle forten aan de Rijngrens werden versterkt met stenen muren, torens en poorten. De benodigde tufsteen werd vanuit het huidige Duitsland aangevoerd. Tijdens de zogenaamde Crisis van de Derde Eeuw, die van 235 tot 284 duurde, is het fort verlaten. Dat gold ook voor de overige forten aan de Rijn. De terugtrekking van de troepen betekende echter niet dat de Rijn niet meer als grens van het Romeinse Rijk gold. Dat zou nog tot kort na 400 het geval blijven. Het Romeinse leger ruilde echter de verdediging van de grens in voor verdediging in de diepte. Het castellum van Praetorium Agrippinae zal ergens tussen 240 en 275 verlaten zijn. De vicus – die rond het jaar 70 ontstaan is – verdween eveneens. Praetorium Agrippinae fungeerde nog wel bijna de gehele vierde eeuw als versterkte graansopslagplaats.

‘Poort’ van Valkenburg, kunstwerk van Herman Bartelds.

Het castellum besloeg een terrein van 150 bij 170 meter. Het kamp werd beschermd door een aarden wal met houten palissade en een driedubbele gracht. Het zevende castellum was, zoals reeds vermeld, van steen. Binnenin het kamp bevonden zich diverse gebouwen, waaronder barakken, stallen, opslagplaatsen, het militaire hoofdkwartier en de woning van de commandant en zijn gezin (het praetorium). Het kamp bood plaats aan een cohort soldaten, dus maximaal 480 man. In de praktijk zullen het er doorgaans minder zijn geweest. Belangrijker: het betrof hier formeel geen Romeinse soldaten, maar hulptroepen of auxilia. Deze manschappen werden conform verdragsverplichtingen aan het Romeinse leger geleverd door onderworpen volkeren. Na 25 jaar trouwe dienst verwierven ze het burgerrecht. De kampcommandant was een prefect die wel reeds het Romeins burgerrecht bezat. Vaak ging het om een prefect uit de ridderstand (equites) of om een ervaren centurion die promotie maakte.

De eerste bewoners van het oorspronkelijke castellum waren manschappen van een zogenaamd cohors equitata, een ‘bereden cohort’. De benaming betekende niet dat alle soldaten te paard vochten. Integendeel, het ging om een gemengd cohort van zo’n 320 Gallische infanteristen (= twee manipels) en 60 Gallische ruiters (= twee turmae of eskadrons[1]). Het cohort stond bekend als het Cohors III Gallorum equitata. Al een paar jaar later, rond het jaar 42. werden de Galliërs vervangen door een halve ala van zo’n 250 ruiters. De aanwezigheid van vier maal zoveel paarden noodzaakte tot een verbouwing. In het jaar 47 werd het castellum door brand verwoest, waarschijnlijk na een aanval door Germaanse troepen. De opvolger ging vervolgens verloren tijdens de zogenaamde Bataafse Opstand van 69, waarbij de Cananefaten zich bij de Bataven aansloten. Ook dit castellum werd herbouwd en daarna nog eens verbouwd. De nieuwe bewoners waren Thaciërs van het Cohors IV Thracum equitata, wederom een mix van infanteristen en ruiters.[2] Een overweging om hier Thraciërs te legeren kan zijn geweest dat die betrouwbaarder werden geacht dan troepen uit de regio zelf. Zo rond het jaar 120 werd het militaire hoofdkwartier in steen herbouwd en in ca. 175-180 kwam de zevende versie van het castellum gereed, vrijwel geheel in steen gebouwd.

Replica van een Romeinse weg.

Wie vandaag de dag Valkenburg bezoekt, moet zich realiseren dat de loop van de Rijn nu anders is. De rivier stroomde bijvoorbeeld dwars door de huidige Hoofdstraat. Aan de rivier stonden vermoedelijk pakhuizen en andere havengebouwen. Ook stond hier enige tijd een klein fort, met plaats voor ongeveer 80 manschappen (een centuria), en een toren. Nu loopt hier de provinciale weg N206. Aan de Voorschoterweg langs de huidige Rijn herinnert sinds 2012 een door Herman Bartelds vervaardigd kunstwerk aan Romeins Valkenburg (zie de afbeelding hierboven). Het werk stelt een Romeinse poort voor met daarnaast drie Romeinse werpspiesen of pila. Langs de provinciale weg is een tweede monument te vinden: een reconstructie van een Romeinse weg die hier ooit heeft gelopen. Een eerste weg werd vermoedelijk al kort na het jaar 39 aangelegd, een tweede in 124. De Romeinse weg was zo’n 4,5 meter breed. Bij het wegmonument staan betonnen cipressen en een kopie van een Romeinse mijlpaal die de keizers Marcus Aurelius (161-180) en Lucius Verus (161-169) vermeldt.

Wie meer wil weten over Praetorium Agrippinae kan het plaatselijke Torenmuseum bezoeken. Dit is gevestigd in de toren van de Protestantse Kerk aan het Castellumplein. Let er wel op dat dit museum alleen op zaterdag van 13:30 tot 16:30 uur geopend is.

Deze bijdrage is voornamelijk gebaseerd op informatie uit het Torenmuseum.

Notes

[1] Het Torenmuseum heeft een schaal met de inscriptie TVRMA IVLI, ‘eskadron van Julius’.

[2] Het Torenmuseum zou een dakpan moeten hebben met de tekst CHOIIIITR (Vierde Cohort van de Thraciërs), maar deze bleek verdwenen toen ik het museum bezocht.

2 Comments:

  1. Pingback: Matilo (Leiden) – – Corvinus –

  2. Pingback: Praetorium Agrippinae (Valkenburg) – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.