Pistoia: Ospedale del Ceppo

Het Ospedale del Ceppo.

Doorgaans is er iets goed mis als je tijdens je vakantie een ziekenhuis moet bezoeken. Het Ospedale del Ceppo in Pistoia is echter tegenwoordig een museum. Volgens de overlevering werd het in 1277 gesticht en pas in 2013 werd het buiten gebruik gesteld nadat het nieuwe Ospedale San Jacopo aan de rand van de stad was geopend. De naam van het oude ziekenhuis wordt doorgaans op twee manieren verklaard. Volgens de ene verklaring zou het Ospedale del Ceppo zijn gesticht op de plek waar een boomstronk (ceppo) op wonderbaarlijke wijze tot bloei was gekomen. De bloeiende boomstronk is als symbool van het ziekenhuis ook in een van de medaillons of tondi aan de gevel te zien. De tweede verklaring is wellicht iets aannemelijker: de ceppo was de uitgeholde boomstronk die diende als collectebox voor de aalmoezen waarmee de activiteiten van het ziekenhuis werden gefinancierd.

Het Ospedale del Ceppo werd aanvankelijk beheerd door de Compagnia di Santa Maria dei Poveri. Door de jaren werd het flink uitgebreid. In de periode 1451-1456 werkte de beroemde architect Michelozzo (1396-1472) aan het complex. Er is geen direct bewijs dat hij ook verantwoordelijk was voor de fraaie loggia, maar het kan ook niet uitgesloten worden dat hij deze wel degelijk ontworpen heeft (mijn reisgids is er in elk geval van overtuigd). Een belangrijk jaar in de geschiedenis van het ziekenhuis was 1501. Toen nam het Florentijnse Hospitaal van Santa Maria Nuova het complex in Pistoia over. De autoriteiten in Pistoia hadden de Compagnia di Santa Maria dei Poveri er eerder al uitgezet. Op enig moment werd Leonardo Buonafede (ca. 1450-1545), een kartuizer monnik, als nieuwe directeur van het Ospedale de Ceppo aangesteld. Hij gaf de opdracht voor de prachtige decoraties in geglazuurde terracotta die de gevel van het ziekenhuis sieren. Erg bescheiden was Leonardo Buonafede niet, want hij is op veel van de decoraties zelf afgebeeld.

Kroning van de Maagd – Benedetto Buglioni.

Externe decoraties

Annunciatie – Giovanni della Robbia.

Er waren maar twee families in Toscane die de techniek van het glazuren van terracotta tot in de puntjes beheersten en uiteraard deden zij er alles aan om hun familiegeheim goed te bewaren. Allereerst was er de familie Della Robbia, van wie Luca (ca. 1400-1482), zijn neef Andrea (1435-1525) en diens zoon Giovanni (1469-1529) de bekendste vertegenwoordigers zijn. De Della Robbia’s probeerden het door Luca ontwikkelde procedé geheim te houden, maar het kwam uiteindelijk toch in handen van een rivaliserende familie, de Buglioni’s. Volgens de kunsthistoricus Giorgio Vasari was dit een typisch geval van cherchez la femme: een vrouw die omgang met Andrea della Robbia had, zou het geheim hebben doorgespeeld aan Benedetto Buglioni (ca. 1460-1521). Benedetto en zijn neef Santi Buglioni (1494-1576) werden vervolgens ook beroemd vanwege hun creaties in geglazuurde terracotta.

De eerste terracottaversiering die aan de buitenkant van het Ospedale de Ceppo werd aangebracht was de Kroning van de Maagd die in de lunette boven de ingang links van de loggia te zien is. Deze werd in 1511-1512 gemaakt door Benedetto Buglioni. Benedetto maakte in 1515 ook het medaillon aan de gevel waarop het wapen van het ziekenhuis staat, de al genoemde bloeiende boomstronk. De meeste medaillons werden echter vanaf 1525 gemaakt door Giovanni della Robbia. De middelste drie tonen gebeurtenissen uit het leven van de Maagd, namelijk – van links naar rechts – de Annunciatie, de Tenhemelopneming en de Visitatie. In het laatste medaillon is het wapen van de familie De’ Medici te zien, de familie die over Florence heerste. Ook de twee halve medaillons aan de uiteinden van de gevel zijn van Giovanni della Robbia.

Tenhemelopneming – Giovanni della Robbia.

Het hoogtepunt van de gevel is natuurlijk het doorlopende fries van geglazuurde terracotta waarop de zeven werken van barmhartigheid en vijf van de zeven kardinale deugden te zien zijn. Er is kennelijk wat verwarring over de maker van het fries. Volgens mijn reisgids was dat wederom Giovanni della Robbia, maar dat is pertinent onjuist. Zes van de zeven werken van barmhartigheid werden tussen 1526 en 1528 gemaakt door Santi Buglioni, het zevende en laatste werk is van de hand van Filippo di Lorenzo Paladini uit Pistoia (gestorven in 1608). Hij maakt de voorstelling van het laven van de dorstigen pas in de periode 1583-1586, meer dan vijftig jaar later. Wie de voorstelling bestudeert, zal direct concluderen dat Paladini de techniek van het glazuren veel minder goed beheerste dan de Della Robbia’s en Buglioni’s.

De zeven werken van barmhartigheid

De eerste voorstelling gaat over het kleden van de naakten. Deze ziet men gemakkelijk over het hoofd, want ze bevindt zich niet aan de voorzijde van de loggia, maar om de hoek. Meteen in de eerste voorstelling maakt de directeur of spedalingo Leonardo Buonafede zijn opwachting. In de volgende voorstelling, de zorg voor de pelgrims, wast hij de voeten van Johannes de Doper, de schutspatroon van Florence. Links van Leonardo is nog een figuur met een aureool afgebeeld. Het is Jakobus de Meerdere, de schutspatroon van Pistoia. De voorstelling symboliseert aldus het samengaan van het Ospedale di Santa Maria Nuova te Florence en het Ospedale del Ceppo te Pistoia. Echte ziekenhuisactiviteiten zien we in de derde voorstelling, waar links aan een pols wordt gevoeld en urine wordt bekeken. Rechts vindt een operatie aan het hoofd van een zieke plaats.

Het verzorgen van de pelgrims – Santi Buglioni.

Het verzorgen van de zieken – Santi Buglioni.

In de vierde voorstelling worden de gevangenen bezocht. Een gevangene, vastgeketend aan de vloer, valt direct op door zijn aureool met een kruis erin. Het is Jezus Christus in hoogsteigen persoon. In het midden houdt een andere man Leonardo Buonafede vast. Het is zijn naamgenoot Leonardus van Noblat, gestorven in 559. Leonardus geldt als de beschermheilige van gevangenen. Weer een voorstelling verder worden de doden begraven. Links wordt een in een lijkwade gewikkelde dode daadwerkelijk ter aarde besteld, rechts staan een priester en zijn misdienaren bij het lichaam van een gestorvene. Leonardo Buonafede lijkt in gesprek te zijn met diens weduwe. In de zesde voorstelling over het voeden van de hongerigen leidt hij een haveloze arme man naar zijn plaats aan tafel. Daar zitten al drie mannen te eten en hun dis lijkt te bestaan uit brood, soep en kip. Rechts wordt brood uitgedeeld. Het is een aangrijpende scène: een klein jongetje trekt aan het gewaad van de in het zwart geklede man om zijn aandacht te trekken en de man helemaal rechts is duidelijk blind.

Het bezoeken van de gevangenen – Santi Buglioni.

Het begraven van de doden – Santi Buglioni.

Het voeden van de hongerigen – Santi Buglioni.

De laatste voorstelling gaat over het laven van de dorstigen. Het staat vast dat Santi Buglioni een eerdere versie van dit werk van barmhartigheid maakte. Daarvan zijn in 1934 namelijk resten teruggevonden. Waarom de eerste versie niet voldeed, is niet geheel duidelijk. Mogelijk was het proces van het glazuren mislukt of was dit deel van het fries beschadigd geraakt. Als gezegd maakte Filippo di Lorenzo Paladini in de periode 1583-1586 een nieuwe versie. Leonardo Buonafede was toen al overleden, dus nu staat een van zijn opvolgers centraal: de bebaarde man in het wit. Waar de andere zes voorstellingen helder en fris overkomen, is de laatste voorstelling een beetje smoezelig. Met het overlijden van Giovanni della Robbia en Santi Buglioni ging de techniek van het glazuren helaas verloren. Daarbij kan natuurlijk ook hebben meegespeeld dat geglazuurde terracotta simpelweg niet meer in de mode was.

Het laven van de dorstigen – Filippo di Lorenzo Paladini.

Chirurgische instrumenten.

Van de kardinale deugden zijn Voorzichtigheid, Geloof, Naastenliefde, Hoop en Rechtvaardigheid afgebeeld. Dit waren kennelijk de deugden waarvoor het door Leonardo Buonafede geleide ziekenhuis stond. De vijf deugden zijn op de afbeeldingen hierboven te zien. Moed en Matigheid ontbreken.

Museum

Hoewel de decoraties aan de buitenkant de hoogtepunten van het Ospedale del Ceppo zijn, is er binnen ook genoeg te doen en te leren. Wij bezochten het voormalige ziekenhuis in augustus 2020 en hadden de mazzel dat de toegang toen gratis was. De enige voorwaarde die gesteld werd, was dat we in verband met het coronavirus mondkapjes en plastic handschoenen moesten dragen, het laatste met het oog op de vele touchscreens in het museum.

In de eerste twee ruimtes kunnen bezoekers meer te weten komen over de geschiedenis van het ziekenhuis en over de externe decoraties. De verschillende voorstellingen worden zeer gedetailleerd uitgelegd en dat was bij het schrijven van deze bijdrage bijzonder behulpzaam. Ook is in dit gedeelte van het museum veel informatie over de techniek van het glazuren van terracotta te vinden en worden de familiestambomen van de Della Robbia’s en Buglioni’s toegelicht.

Ziekenzaal.

Apparaat om geboortes te simuleren.

Via een gang komt de bezoeker vervolgens in een grote ruimte waarin een ziekenzaal is nagebootst. De bedden die hier staan, blijken bij nadere inspectie vitrines te zijn waarin verschillende medische instrumenten zijn tentoongesteld. Denk aan verschillende scalpels, tangen, scharen, klemmen en spuiten. Het is duidelijk dat in Pistoia serieus de geneeskunde werd beoefend. Hoewel het ziekenhuis zelf al in de Middeleeuwen werd gesticht duurde het nog tot de zeventiende eeuw voordat er ook een medische faculteit werd opgericht voor de opleiding van artsen en chirurgen. In 1666 werden de eerste leerstoelen ingesteld. De faculteit was een groot succes, en in 1778 werd het Ospedale de Ceppo losgemaakt van het Ospedale di Santa Maria Nuova in Florence. Zes jaar later werd het samengevoegd met een ander ziekenhuis in Pistoia, het Ospedale di San Gregorio. De faculteit in Pistoia beleefde toen echt haar bloeitijd, waarbij vooral haar specialisatie in obstetrie opviel. Onderdeel van de tentoonstelling is een apparaat om geboortes te simuleren. Het apparaat werd in 1913 uitgeleend en stond vervolgens tot 2019 in Londen. In het laatstgenoemde jaar werd het teruggegeven.

De medische faculteit van Pistoia werd in 1844 opgeheven. Het aantal studenten was toen al drastisch teruggelopen. In bijna 180 jaar had de faculteit diverse grote namen voortgebracht, over wie we in het museum meer te weten kunnen komen. Onder hen waren de chirurg Sebastiano Marcacci (1618-na 1690) en de anatomist Filippo Pacini (1812-1883). De laatstgenoemde isoleerde in 1854 de cholerabacterie.

Bronnen: reisgids van Dorling Kindersley over Florence en Toscane en de zeer informatieve touchscreens in het museum.

2 Comments:

  1. Han de Neeling

    Mooi artkel. Prachtige kleuren op de geglazuurde voorstellingen. Kwam die glazuurtechniek uit het Midden Oosten? Interessant te lezen dat Filippo Pacini de eerste was die Vibrio cholera heeft beschreven.

  2. Men veronderstelt inderdaad dat het glazuren an sich uit het Midden-Oosten kwam. Via het Moorse Spanje kwam het ook in Italië terecht. Zo is het woord ‘majolica’ afgeleid van het eiland Mallorca en ‘faience’ van de Italiaanse stad Faenza. De hier beschreven specifieke techniek van het glazuren van terracotta is uitgevonden door Luca della Robbia en als familiegeheim doorgegeven, al kwam de kennis zoals beschreven ook in handen van de Buglioni’s.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.