Pistoia: Museo Civico

Het Palazzo Comunale.

Direct naast de Duomo van Pistoia staat het mooie Palazzo Comunale, ook bekend als het Palazzo degli Anziani. De bouw van dit stadspaleis begon in 1295 en het diende, zoals de alternatieve naam van het gebouw ook aangeeft, als onderkomen voor de Anziani, de Ouderen. Ook de magistraat met de prestigieuze titel Gonfaloniere (letterlijk: vandaaldrager) di Giustizia had hier zijn zetel. Hij was onder meer belast met het handhaven van de openbare orde. In de tweede helft van de veertiende eeuw werd een tweede verdieping aan het palazzo toegevoegd en kreeg het gebouw zijn huidige uiterlijk. Thans vinden we er niet alleen het stadhuis, maar tevens het Museo Civico d’arte antica. We bezochten het museum in de zomer van 2020 en hadden geluk: omdat het augustus was, was de toegang gratis.

De verzameling van het Museo Civico werd grotendeels eind negentiende eeuw samengesteld. Een uitzondering vormt de zogenaamde Collezione Puccini. Deze collectie behoorde toe aan een adellijke familie uit Pistoia en bestaat uit werken die tussen de veertiende en negentiende eeuw werden gemaakt. Deze werken werden door zeker acht generaties uit de familie Puccini bij elkaar verzameld. In 1862 werd de collectie geveild, waarbij het de bedoeling was dat de opbrengsten naar een lokaal weeshuis zouden gaan. Helaas werden alleen enkele topstukken verkocht, zodat het weeshuis met een nagenoeg volledige kunstcollectie opgescheept kwam te zitten. 56 stukken uit de collectie kwamen in 1914 in handen van de gemeente Pistoia. Deze stukken uit de Collezione Puccini zijn altijd bij elkaar gehouden. Ze zijn te zien in een apart gedeelte van het Museo Civico. Het museum opende in 1922 zijn deuren voor het publiek en zal dus binnenkort zijn honderdjarig bestaan vieren.

Franciscus ontvangt de stigmata, toegeschreven aan Nicola Pisano.

Middeleeuwse kunst

Altaarstuk met Sint Franciscus.

Het Museo Civico bezit een aantal mooie middeleeuwse beeldhouwwerken en schilderstukken. Uit het klooster van de kerk van San Francesco komt een fraai reliëf dat wordt toegeschreven aan Nicola Pisano (ca. 1220-1284). Het stelt de heilige Franciscus voor die de stigmata ontvangt van een engel die, te beoordelen naar zijn zes vleugels, een serafijn voorstelt. Die stigmata zijn vervolgens goed te zien op een paneelschildering die uit dezelfde kerk komt. Franciscus is in het midden ten voeten uit geschilderd. De acht kleinere schilderingen rondom de heilige stellen gebeurtenissen uit diens leven voor, waaronder wederom het ontvangen van de stigmata. De naam van de schilder of schilders is helaas niet bekend, maar het museum suggereert met veel slagen om de arm en een vraagteken dat Coppo di Marcovaldo (ca. 1225-1276) misschien bij het schilderen ervan betrokken was. De paneelschildering wordt op ca. 1260-1270 gedateerd, en Coppo maakte in 1274 een crucifix voor de Duomo van Pistoia, dus het is niet ondenkbaar dat hij ook in de San Francesco in dezelfde stad actief was.

Uit het begin van de veertiende eeuw dateren een Bewening van Christus van Lippo di Benivieni en een Madonna met Kind en vier heiligen van de mysterieuze Maestro del 1310. In deze werken is de rigide en platte Byzantijnse stijl al losgelaten, maar qua schildertechniek blijven de paneelschilderingen toch achter bij het genie van een Giotto. De Bewening moet tussen omstreeks 1300 en 1310 geschilderd zijn. Over het leven van de maker van het werk is helaas weinig bekend. Dat geldt ook voor het leven van de Maestro del 1310, die zo wordt genoemd omdat een aan hem toegeschreven werk in Avignon in Frankrijk het jaar 1310 noemt. In Pistoia vinden we enkele fresco’s van hem in de kerk van San Giovanni Fuorcivitas. Zijn altaarstuk in het Museo Civico toont ons een Madonna met Kind die wordt geflankeerd door een onbekende apostel en Johannes de Doper aan de linkerkant en Maria Magdalena en Bernardus van Clairvaux aan de rechterkant. Qua datering van de schildering wordt aan 1300-1324 gedacht.

Bewening van Christus – Lippo di Benivieni

Madonna met Kind en heiligen – Maestro del 1310.

Voor een werk uit de vijftiende eeuw verwijs ik naar een paneelschildering van Mariotto di Nardo (gestorven in 1424). Zijn Annunciatie is elegant en kleurrijk, waarbij vooral de aartsengel Gabriel erg knap geschilderd is. Mariotto deed wellicht extra zijn best omdat de knielende man in rood en blauw ook Gabriel heette, Gabriello Panciatichi om precies te zijn. Hij was een telg uit een adellijke familie uit Pistoia en had in 1414 een klooster van Franciscaner broeders gesticht. De paneelschildering komt daarvandaan. De twee heiligen aan weerszijden van de Annunciatie, Sint Nicolaas en Sint Julianus, werden niet door Mariotto di Nardo geschilderd, maar door Rossello di Jacopo Franchi (ca. 1376/77-1456).

Annunciatie en heiligen – Mariotto di Nardo en Rossello di Jacopo Franchi.

Sacra Conversazione – Bernardino Detti.

Latere kunst

De collectie wordt voortgezet met werken uit de late vijftiende en vroege zestiende eeuw van schilders als Lorenzo di Credi (ca. 1459-1537), Bernardino del Signoraccio (ca. 1460-1540) en Bernardino Detti (1498-1572). Alle drie schilderden ze een zogenaamde Sacra Conversazione, een wat anachronistische term voor een Madonna met Kind en heiligen die niet, zoals bijvoorbeeld bij het hierboven genoemde werk van de Maestro del 1310, netjes op een rijtje staan.

Het werk van Detti wordt de Madonna della Pergola genoemd. Hij schilderde het in 1523, toen hij rond de 25 jaar oud was. De Madonna is hier als de Madonna dell’Umiltà afgebeeld, dat wil zeggen dat ze heel nederig met het Christuskind op de grond zit. De heiligen om haar heen zijn Bartholomeus (met mes), Jakobus de Meerdere (met pelgrimsstaf) en de jonge Johannes de Doper (met de tekst ECCE AGNVS DEI). Achter de Madonna zit een meisje met een fruitmand. Het is niet geheel duidelijk wie ze voor moet stellen, maar Discover Pistoia poneert de theorie dat ze is vereeuwigd omdat ze is overleden (de fruitmand zou daarop wijzen). Kinderen staan centraal op het altaarstuk: het kindje Jezus, de jonge Johannes, het meisje met de fruitmand en verder op de achtergrond nog twee kinderen en een voorstelling van het Salomonsoordeel.

Oordeel van koning Midas – Empoli.

Van de werken uit de zeventiende en achttiende eeuw, die zich op de tweede verdieping bevinden, vond ik een paneelschildering van Jacopo Chimenti, ook bekend als Empoli (1551-1640) het hoogtepunt. Het schilderij stelt het oordeel van koning Midas voor. In een muziekwedstrijd tussen de herdersgod Pan en de god van de kunsten Apollo heeft de scheidsrechter Tmolos de laatstgenoemde tot winnaar uitgeroepen. Koning Midas is het daar duidelijk niet mee eens: hij wijst naar Pan, en krijgt als straf van Apollo ezelsoren. Wie het verschil tussen vrolijke deuntjes en echte muziek niet kan horen is maar een ezel, zo is kennelijk de gedachte. Het schilderij werd in 1624 gemaakt en hing oorspronkelijk in het Casino Mediceo di San Marco in Florence.

De hierboven al genoemde Collezione Puccini vond ik persoonlijk niet heel bijzonder. Anders gezegd, ik kon wel begrijpen waarom daaruit bij de veiling van meer dan 150 jaar geleden vrijwel niets verkocht werd. Het mijns inziens beste werk van de collectie wordt toegeschreven aan Mattia Preti (1613-1699), een navolger van Caravaggio. Preti was tevens Hospitaalridder en bracht de laatste decennia van zijn leven door op Malta, waar de Ridders hun hoofdkwartier hadden. Het schilderij in het Museo Civico stelt het verhaal van Susanna en de twee oudsten voor, afkomstig uit de Toevoegingen aan het Bijbelboek Daniël. De toeschrijving aan Preti vloeit mogelijk voort uit het feit dat een ander schilderij met dit thema zeker van hem is. Of het werk in Pistoia echt van zijn hand is, mogen de experts beslissen, maar het museum lijkt er vrij zeker van te zijn.

Susanna en de twee oudsten – Mattia Preti (?)

Paus Clemens IX.

Ten slotte noem ik een schilderij waarvan de maker niet bekend is en dat zeker geen artistiek hoogtepunt genoemd mag worden: een portret van Paus Clemens IX (1667-1669). De reden om het portret desondanks te noemen is het feit dat deze paus afkomstig was uit Pistoia. Hij was een telg van de adellijke familie Rospigliosi.

Paus Clemens leefde volgens het Latijnse motto “Aliis non sibi Clemens” – “clement tegenover anderen, niet tegenover zichzelf” –, wat natuurlijk een woordspeling op zijn eigen naam was. Als paus maakte hij nog mee hoe de Turken in 1669 de stad Candia (het huidige Heraklion) op Kreta veroverden na een beleg van 21 jaar. Niet lang daarna kwam Clemens te overlijden. Zijn graftombe staat in de kerk van Santa Maria Maggiore in Rome. De grafmonumenten van zijn ouders vindt men daarentegen in de kerk van San Domenico in Pistoia. Het portret in het Museo Civico is een kopie van een schilderij van Carlo Maratta (1625-1713).

Deze bijdrage is gebaseerd op de informatieborden in het Museo Civico en op mijn reisgids van Dorling Kindersley over Florence en Toscane.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.