Pistoia: De Duomo

De kathedraal van San Zeno, de Duomo van Pistoia.

De kathedraal van Pistoia is een mooi gebouw in Romaanse stijl waarvan de geschiedenis teruggaat tot de tiende eeuw. Het huidige gebouw dateert hoofdzakelijk van de twaalfde eeuw, want na een brand in 1108 moest de kathedraal herbouwd worden. In de daaropvolgende eeuwen werden er nog vele wijzigingen aan de Duomo doorgevoerd. Zo werden de zijbeuken in 1274-1275 voorzien van kruisgewelven en werd de Romaanse gevel van het gebouw tussen 1379 en 1449 voorzien van drie loggia’s ter decoraties van het bovenste gedeelte. Ook de portiek van het onderste gedeelte dateert van die tijd. In de zeventiende eeuw werd het middenschip van kruisgewelven voorzien, maar die zijn in de periode 1952-1966 weer verwijderd. De houten dakconstructie is daardoor weer goed te zien. De apsis achterin dateert van de periode 1598-1614 en is voorzien van decoraties in de stijl van die tijd, dat wil zeggen de Vroege Barok.

De Duomo is gewijd aan Sint Zeno van Verona, een heilige uit de vierde eeuw die een aantal jaren bisschop van de genoemde stad zou zijn geweest. Een beeld van deze Zeno uit 1336 siert de linkerzijde van het driehoekige fronton van de gevel. Het beeld is van de hand van Jacopo di Mazzeo, een beeldhouwer over wie verder niet veel bekend is. Aan de rechterkant van het fronton staat een beeld van Jakobus de Meerdere, de beschermheilige van Pistoia. Dit beeld werd gemaakt door Andrea Vaccà en dateert van 1721. Ook Vaccà geldt niet als een grootheid. Hij werd omstreeks 1660-1665 geboren in Carrara en stierf na 1745. De Jakobus die hij vervaardigde, was de apostel die de zoon van Zebedeüs en de broer van Johannes was. In het jaar 42 of 44 werd hij door koning Herodes Agrippa gearresteerd en terechtgesteld. Zijn overblijfselen zouden per schip naar Santiago de Compostela in Spanje zijn overgebracht, en de plek waar ze zouden zijn begraven is al eeuwenlang een bekend bedevaartsoord. Meer over Jakobus hieronder.

Zijaanzicht van de Duomo.

Bezienswaardigheden – exterieur

Lunette van Andrea della Robbia.

De mooie gevel van de kathedraal kenmerkt zich door het afwisselend gebruik van wit en groen marmer. Het is een combinatie die je veel ziet in Pistoia, meer in het algemeen in Toscane en zeker in Pisa en Florence, steden in wier schaduw Pistoia eigenlijk altijd heeft gestaan. Aan de gevel valt verder een prachtige lunette, uitgevoerd in blauwwitte geglazuurde terracotta op. Het reliëf stelt de Kroning van de Maagd voor. We zien de Madonna met het Kind en vier engelen, omringd door elf putti. De lunette is een werk van Andrea della Robbia (1435-1525) uit 1504-1505. Andrea kwam uit een beroemde familie van beeldhouwers. Zijn oom (een jongere broer van zijn vader) was de bekende Luca della Robbia en een van zijn zonen was Giovanni della Robbia.

Verder is de klokkentoren van de Duomo uitermate interessant, want deze kan beklommen worden. Dat kost wel geld en moet wel onder begeleiding van een gids, maar het is beslist de moeite waard. De klokkentoren is 67 meter hoog en biedt een mooi uitzicht over de stad. Vrijwel alle interessante kerken van Pistoia zijn uitstekend te zien: het Baptisterium, de San Bartolomeo, de San Francesco, de Madonna dell’Umiltà met haar imposante koepel en ook de vlak bij de Duomo gelegen San Giovanni Fuorcivitas. De klokkentoren dateert van de twaalfde eeuw, maar het onderste gedeelte ervan is ouder en dateert mogelijk van de tijd van de Longobarden, dus van de periode 568-774. Dit onderste gedeelte is dan ook vooral stevig en nauwelijks versierd. Het bovenste gedeelte bestaat uit drie loggia’s boven elkaar, waar we weer de combinatie van wit en groen marmer tegenkomen. Daarboven bevinden zich dan de klokkenkamer en een torenspits die vanwege de vele aardbevingen in het gebied nogal eens vervangen moest worden.

Bezienswaardigheden – interieur

Interieur van de Duomo.

De Duomo heeft de vorm van een klassieke Romeinse basilica, met een middenschip en zijbeuken. Alleen de rechter zijbeuk heeft ook nog zijkapellen, waarvan de Cappella del Crocefisso met het zilveren altaar van Jakobus de beroemdste is. Daarover later meer. We lopen eerst door het middenschip met zijn kale muren richting de apsis, waarin aan de achterwand een Wederopstanding hangt van de hand van Cristofano Allori (1577-1621), de zoon van de wellicht wat bekendere Alessandro Allori. Het gewelf van het koor is beschilderd met fresco’s van Domenico Cresti, ook bekend als Il Passignano (1559-1638). Verder staan in de apsis beelden uit 1603 van Sint Zeno en Sint Jakobus. Deze worden toegeschreven aan de school van de Vlaamse beeldhouwer Jean Boulogne, beter bekend als Giambologna (1529-1608).

Op weg naar de apsis zijn we dan al langs een preekstoel uit ca. 1560 gekomen die mogelijk werd ontworpen door schilder, architect en kunsthistoricus Giorgio Vasari (1511-1574). De preekstoel staat ongeveer halverwege het middenschip aan de rechterkant. Links van de trap die naar het koor leidt, staat een grote houten crucifix uit 1274 die met zekerheid wordt toegeschreven aan Coppo di Marcovaldo (ca. 1225-1276) en zijn zoon Salerno. Coppo’s bekendste werk – als het inderdaad van hem is – is het grote mozaïek van Christus de Rechter in het Baptisterium van Florence. Uiteraard heeft op het crucifix in Pistoia de gekruisigde Christus een centrale positie, maar er is nog meer te zien. Op zes panelen aan weerszijden van zijn lichaam zijn zes voorstellingen uit zijn leven afgebeeld: zijn gevangenneming en de Judaskus, Christus voor het Sanhedrin, de geseling, de graflegging, de kruisafneming en het lege graf. Op een zuil in het koor is een fresco van zoon Salerno di Coppo afgebeeld. Het stelt de Madonna met het Kind voor. De stijl van zowel dit fresco als het fresco van vader Coppo is nog duidelijk Byzantijns.

Crucifix van Coppo di Marcovaldo / fresco van diens zoon Salerno.

Grafmonument voor Cino da Pistoia – Agostino di Giovanni.

In de Duomo van Pistoia vinden we enkele fraaie grafmonumenten, waarvan ik er in deze bijdrage twee wil noemen. Het oudste monument is de graftombe van de dichter en jurist Cino da Pistoia (1270-1336), te vinden in de rechter zijbeuk. Cino heette eigenlijk Guittoncino di ser Francesco dei Sigibuldi, en met zo’n ingewikkelde naam begrijpt men waarom de kortere roepnaam ‘Cino’ al snel populair werd. De dichter Dante was een goede vriend van hem en een van zijn beroemdste studenten was de jurist Bartolus. Cino’s graftombe uit 1337-1339 is een werk van Agostino di Giovanni (ca. 1285-1347), de beeldhouwer van wie we eerder werk in Arezzo hebben gezien. Het monument (volgens veel bronnen overigens een cenotaaf) bestaat uit meerdere onderdelen. Onderin zien we Cino afgebeeld op een reliëf. Hij geeft van achter een lessenaar college aan rechtenstudenten. Daarboven is hij nogmaals te zien, nu in de vorm van het grote beeld in het midden. De vier andere beelden zullen wederom studenten voorstellen. Op de kap van het monument zien we dan nog een Madonna met Kind, twee heiligen en een knielende figuur. De heiligen zijn ongetwijfeld Zeno en Jakobus, en de knielende figuur moet voor de derde maal Cino zijn.

Het tweede grafmonument dat genoemd moet worden is dat van kardinaal Niccolò Forteguerri (1419-1473). De kardinaal, die overigens een deel van zijn sporen op het slagveld verdiende, was in Pistoia geboren. Hij stierf echter in Viterbo en werd begraven in zijn titelkerk in Rome, de Santa Cecilia in Trastevere. Het monument in de kathedraal van Pistoia (zie hieronder) is dan ook een cenotaaf. Voor de bouw ervan werd aanvankelijk Andrea del Verrocchio (1435-1488) ingehuurd, de leermeester van onder meer Leonardo da Vinci. Toen Verrocchio in 1488 stierf, was de cenotaaf nog niet klaar en moest het werk worden overgenomen door de Florentijnse beeldhouwer Lorenzo Lotti, beter bekend als Lorenzetto (1490-1541). Dat beweert althans de al genoemde Giorgio Vasari in zijn Levens. Lorenzetto kan pas jaren na de dood van Verrocchio aan de slag zijn gegaan, want in 1488 was hij nog niet eens geboren. Dankzij Vasari weten we dat de drie figuren die de buste van de overledene omringen de drie theologische deugden zijn, dus geloof, hoop en liefde. In de mandorla zien we een God de Vader. Vasari’s bewering dat Lorenzetto het monument voltooide, is overigens niet geheel juist. De buste van de kardinaal, de huilende jongetjes en de omlijsting werden pas in 1753 toegevoegd.

Monument voor kardinaal Niccolò Forteguerri – Verrocchio en Lorenzetto.

Een beroemde paneelschildering die in de Duomo wordt bewaard is de Madonna di Piazza, een werk waarop de Madonna met het Kind en de heiligen Johannes de Doper en Donatus van Fiesole zijn afgebeeld. De paneelschildering werd gemaakt voor Donato de’ Medici, die tussen 1436 en 1474 bisschop van Pistoia was. Het was wederom Verrocchio die voor het vervaardigen van het schilderij was ingehuurd, maar zijn leerling Lorenzo di Credi (ca. 1459-1537) schijnt het meeste werk te hebben verricht. De theorie dat de Madonna di Piazza door Leonardo da Vinci werd geschilderd is grotendeels onjuist. Hij schilderde hooguit een stukje van de predella, dat zich nu in het Louvre in Parijs bevindt. De Madonna di Piazza bevindt zich in de Cappella di San Donato van de Duomo, maar ik heb het sterke vermoeden dat die gesloten wordt gehouden voor het publiek. Ik heb de schildering in elk geval niet kunnen vinden. Bij een volgend bezoek aan Pistoia zal ik een nieuwe poging wagen.

Als schrale troost voor het ontbreken van een afbeelding van de Madonna di Piazza in deze bijdrage bespreek ik nog kort de middeleeuwse schilderingen die zich op de muur van de rechter zijbeuk, bij de trap naar de kapel rechts van het koor bevinden. Het gaat om fresco’s en een paneelschildering. De fresco’s werden geschilderd door de lokale meester Giovanni di Bartolomeo Cristiani (ca. 1340-1398). Het werk is gesigneerd en noemt het jaar 1388. In de lunette zien we Christus met de elf overgebleven discipelen (Judas is afwezig). De ongelovige Thomas bevoelt de wond van de lans in zijn zijde, terwijl Petrus en een andere discipel de doorboorde voeten van de Messias inspecteren. Onder de lunette zijn nog twee heiligen afgebeeld. Onder de ene is met moeite S. LEONARDVS te lezen, de andere is een bisschop zonder bijschrift. Tussen de heiligen is aan de muur een paneelschildering uit 1424 van een onbekende meester bevestigd. Rechts op de schildering is Jakobus de Meerdere afgebeeld, met pelgrimsstaf. En daarmee komen we bij het hoogtepunt van de kathedraal, de Cappella del Crocefisso met haar zilveren altaar.

Fresco’s en paneelschildering (links) en koor (rechts).

Zilveren altaar van San Jacopo

Zilveren altaar van San Jacopo.

Voor de geschiedenis van Jakobus de Meerdere als patroonheilige van Pistoia en zijn verering in de kathedraal moeten we terug naar de periode 1133-1153, toen een zekere Atto bisschop van de stad was. Volgens de overlevering was hij afkomstig uit de stad Beja in Portugal. Hoewel daar tegenwoordig wel aan getwijfeld wordt en hij volgens sommige geleerden gewoon een Toscaan was, zou een Portugese afkomst en dus een connectie met het Iberisch schiereiland wel verklaren hoe Atto er in 1145 in slaagde om relikwieën van Jakobus vanuit Santiago de Compostela naar Pistoia te krijgen.

Voor de relikwieën werd een speciale kapel gebouwd, maar die is in 1785 in opdracht van bisschop Scipione de’ Ricci (1780-1791) weer afgebroken. Het zilveren altaar van San Jacopo (zie hieronder) verhuisde toen naar een andere kapel en staat sinds 1953 in de Cappella del Crocefisso. Na zijn dood werd Atto aanvankelijk begraven in de kerk van San Giovanni in Corte. Deze kerk stond tegenover de Duomo op de plek waar we nu het Baptisterium van Pistoia vinden. In 1337 werd zijn lichaam opgegraven en naar de Duomo overgebracht. Zijn urn staat thans in de aan Sint Rochus gewijde kapel, terwijl we tegen de binnengevel een grafmonument uit de veertiende eeuw aantreffen. Een afbeelding ziet u hier. In 1605 werd de bisschop heilig verklaard.

Jakobus de Meerdere – Giglio Pisano.

De Cappella del Crocefisso kan alleen tegen betaling en onder begeleiding van een gids betreden worden. Een bezoek aan de kapel is echter absoluut de moeite waard en de gids is doorgaans tweetalig (Italiaans en Engels). In ons geval nam hij ook nog uitgebreid de tijd, tot kennelijk ongenoegen van de Italiaanssprekende toeristen, die al die tijd de kapel niet konden verlaten. In deze kapel staat dus het zilveren altaar van San Jacopo, waaraan tussen 1287 en 1456 werd gewerkt door een keur aan zilversmeden. Het is in zekere zin te vergelijken met het zilveren altaar van Johannes de Doper in Florence, al werd aan het altaar van San Jacopo veel eerder begonnen en waren de betrokken smeden minder beroemd dan die in Florence.

Het zilveren altaar bestaat uit een doksaal (altaarscherm) en drie frontalen, die de voorkant en zijkanten ervan bedekken. In een artikel op het Italiaanse Wikipedia is een uitgebreid overzicht te vinden van de verschillende beelden en voorstellingen die op doksaal en frontalen te zien zijn. Daar wordt ook aangegeven welke zilversmid voor welke delen verantwoordelijk was. Ik beperk me in deze bijdrage tot enkele hoogtepunten. Daartoe moet zeker het grote vergulde beeld van Jakobus gerekend worden, tussen 1349 en 1353 gemaakt door Giglio Pisano. De apostel draagt een pelgrimshoed, pelgrimstas en pelgrimsstaf, en rondom hem zijn de naar hem genoemde Sint-Jakobsschelpen te zien.

Op de drie frontalen zien we verhalen uit het Oude en het Nieuwe Testament en in het bijzonder ook voorstellingen uit het leven van Jakobus. Zo zien we zowel op de voorkant als op de linker zijkant zijn martelaarschap en de bekering van een zekere Josia, een man die eerder tegen Jakobus getuigd had, maar diep onder de indruk van de moed van de apostel vervolgens toch voor het christendom koos. De genoemde zijkant, gemaakt tussen 1361 en 1371 en geheel toegeschreven aan Leonardo di ser Giovanni, is vooral zo fraai vanwege de blauwe ruiten die te zien zijn in de voorstelling waar Jakobus voor koning Herodes Agrippa wordt gebracht. Op de laatste voorstelling aan deze kant wordt het ontzielde lichaam van de apostel naar Galicië op het Iberisch schiereiland overgebracht. Daar zou het begraven zijn. Honderden jaren later werd het teruggevonden in een veld (campus), waarbij de plek werd aangegeven door het licht van een ster (stella). Zo zou de naam Compostela zijn ontstaan. Linguïsten gruwen waarschijnlijk van dit soort door vroomheid ingegeven gegoochel met taal, maar het is een mooi verhaal en het verklaart ook de aanwezigheid van vele sterren op het altaar.

Voorstellingen uit het leven van Jakobus de Meerdere – Leonardo di ser Giovanni.

Jeremia – Filippo Brunelleschi.

De bekendste zilversmid die aan het zilveren altaar meewerkte, was zonder twijfel Filippo Brunelleschi (1377-1446). Later zou hij eeuwige roem verwerven als de architect van de koepel van de Duomo van Florence, maar in 1400-1401 was hij nog een jongeman met weinig werken op zijn naam. Voor het altaar maakte hij de beelden van de profeten Jeremia en Jesaja die aan de zijkant van het doksaal te vinden zijn. Ook de beelden van Johannes de Evangelist en Sint Augustinus daarboven worden aan hem toegeschreven. Brunelleschi moge nog jong zijn geweest toen hij de beelden in kwestie maakte, zijn talent is al evident.

Bronnen: reisgids van Dorling Kindersley over Florence en Toscane, het Italiaanse Wikipedia en twee andere Italiaanse websites.

5 Comments:

  1. Pingback:Pistoia: Het Baptisterium – – Corvinus –

  2. Pingback:Pistoia: San Giovanni Fuorcivitas – – Corvinus –

  3. Pingback:Pistoia: San Francesco – – Corvinus –

  4. Pingback:Pistoia: Sant’Andrea – – Corvinus –

  5. Pingback:Pistoia: Cappella del Tau – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.