Arezzo: De Duomo

De Duomo van Arezzo.

Mijn eerste bezoek aan Arezzo was in 2009 en liep uit op een compleet fiasco. Mijn vriend was van zijn fiets gevallen en we brachten vervolgens de hele dag in het ziekenhuis door. Het enige andere gebouw in de stad dat ik die dag zag, was het station. Zeven jaar later kreeg ik gelukkig een nieuwe kans om Arezzo te ontdekken. Een van de monumenten die ik bezocht was de Duomo, of Cattedrale dei Santi Pietro e Donato. Men vindt deze kathedraal op een heuvel in het noordelijke gedeelte van het stadscentrum, naast een prachtig groen park met een monument voor een van Arezzo’s beroemdste burgers, de dichter Francesco Petrarca (1304-1374).

Geschiedenis

De eerste kathedraal van Arezzo, gewijd aan de Heilige Stefanus en Maria, was gebouwd op een heuvel met de naam Colle del Pionta. Ik moet deze heuvel in 2009 hebben gezien, want ze ligt dicht bij het ziekenhuis, ten zuidwesten van het station en enigszins buiten het stadscentrum. Volgens de overlevering stierf hier Sint Donatus van Arezzo in 362 de marteldood, tijdens de regering van keizer Julianus de Apostaat. Donatus wordt aangemerkt als een bisschop van Arezzo en werd later de schutspatroon van de stad.

Interieur van de Duomo.

In 1203 gaf Paus Innocentius III (1198-1216) de opdracht de kathedraal te verplaatsen naar het gebied binnen de stadsmuren. Zo kwam het gebouw aan zijn huidige locatie, ongeveer een kilometer verder naar het noorden. Natuurlijk is een nieuwe kathedraal niet in een dag gebouwd, dus de bisschopszetel werd eerst verplaatst naar de nu niet meer bestaande kerk van San Piero Maggiore. De bouw van de nieuwe kathedraal begon pas in 1278. Een zware klap voor het project was de dood van de bisschop van Arezzo, Guglielmino Ubertini, die in 1289 op het slagveld stierf. De bouw kwam na zijn dood volledig stil te liggen. Gelukkig slaagde in van zijn opvolgers, Guido Tarlati – bisschop tussen 1312 en zijn dood in 1327 – erin het project nieuw leven in te blazen.

De Duomo werd in 1511 voltooid. Ze is gewijd aan Sint Petrus en Sint Donatus, van wie men de beelden boven de centrale ingang aantreft. Aanvankelijk werd de gevel onversierd gelaten. De Neogotische façade van zandsteen die we tegenwoordig zien, werd pas tussen 1901 en 1914 toegevoegd. De lokale architect Dante Viviani (1861-1917) was verantwoordelijk voor het ontwerp. Wie goed kijkt naar de blokken zandsteen aan de rechterkant van de kerk zal opmerken dat deze veel ouder en veel meer verweerd zijn dan die van de gevel. Deze rechterzijde heeft een portaal in Florentijnse stijl, gebouwd tussen 1319 en 1337. Achter de kathedraal treffen we de klokkentoren aan. Het bovenste gedeelte ervan en de spits werden pas in de twintigste eeuw toegevoegd. Het standbeeld op de piazza voor de Duomo is dat van Ferdinando I de’ Medici, Groothertog van Toscane tussen 1587 en 1609.

De Duomo verkennen

Plafondfresco’s.

De kathedraal heeft een middenschip en twee zijbeuken. Er is geen dwarsschip, maar in de linker zijbeuk treffen we wel een enorme kapel aan, de Cappella della Madonna del Conforto, die bijna een kerk op zichzelf is. De Franse schilder en glas-in-loodkunstenaar Guillaume de Marcillat speelde een sleutelrol bij de decoratie van het interieur van de Duomo. De Marcillat werd geboren in Midden-Frankrijk en verhuisde in 1516 naar Arezzo, waar hij werkte aan een serie van zeven prachtige glas-in-loodramen voor de rechter zijbeuk. De ramen werden voltooid in twee fasen, tussen 1516 en 1517 en tussen 1522 en 1524. De Fransman was eveneens verantwoordelijk voor het roosvenster van de Duomo, met een voorstelling van Pinksteren. Verder schilderde hij meer dan de helft van de plafondfresco’s in het middenschip, die scènes uit de Bijbel als thema hebben. Salvi Castellucci (1608-1672), een Barokschilder uit Arezzo, voltooide het werk tussen 1660 en 1663. De verschillen in kleur en stijl tussen zijn werk en dat van De Marcillat vallen direct op. Om de plafondversieringen goed te kunnen zien, moet men wel het licht aanzetten, wat 2 euro kost. Achter in de kathedraal, nabij de ingang, treft men het apparaat voor de verlichting aan.

De veelhoekige apsis is het oudste gedeelte van de Duomo. Deze werd kort na 1278 gebouwd. Hier treffen we een van de kostbaarste bezittingen van de kathedraal aan, de altaarconstructie. Het altaar zelf dateert van 1289 en mogelijk kon het nog door bisschop Ubertini worden ingezegend voordat deze op het slagveld sneuvelde. Achter het altaar staat de Boog van Sint Donatus (Arca di San Donato). Diverse kunstenaars uit Siena, Florence en Arezzo hebben een bijdrage geleverd aan deze boog. Het onderste gedeelte wordt toegeschreven aan Agostino di Giovanni (ca. 1285-1347) en Agnolo di Ventura (ca. 1290-1349) uit Siena. Giovanni di Francesco uit Arezzo, Betto di Francesco uit Florence en vele anderen verzorgden het bovenste gedeelte en voltooiden de boog tussen 1364 en 1375.

Boog van Sint Donatus.

Cenotaaf voor Guido Tarlati.

De voornoemde Agostino di Giovanni en Agnolo di Ventura werkten ook aan de cenotaaf voor Guido Tarlati na diens dood in 1327. Dit enorme monument in Gotische stijl bevindt zich sinds 1788 aan het einde van de linker zijbeuk. Het is bijna dertien meter hoog. De cenotaaf werd vervaardigd in opdracht van Delfo en Pier Saccone Tarlati, broers van de overleden bisschop. Als de bewering van Vasari klopt, was de ontwerper de grote Florentijnse kunstenaar Giotto di Bondone (ca. 1266-1337), hoewel deze claim door velen bestreden wordt. Het monument kwam in 1330 gereed. De zestien reliëfs tonen episoden uit het leven van Tarlati, inclusief zijn militaire successen. Guido Tarlati was niet alleen de spirituele leider van de Aretijnen, maar – als Heer van Arezzo – tevens hun wereldlijke aanvoerder. Hij breidde het gebied van de stad sterk uit en verdiende daarom zeker dit prestigieuze monument.

La Maddalena – Piero della Francesca.

Naast het monument zien we een interessant fresco, de Maddalena van Piero della Francesca (ca. 1415-1492) uit Sansepolcro. De schilder maakte dit werk tussen 1460 en 1466. De ietwat volslanke, maar erg elegante Maria Magdalena is afgebeeld met een potje zalf in haar linkerhand, haar gebruikelijke attribuut. Elders in Arezzo treft men een van Piero della Francesca’s beroemdste werken aan, zijn Geschiedenis van het Ware Kruis.

Andere bezienswaardigheden

Aan het begin van de linker zijbeuk vinden we een zeshoekig doopvont met gebeeldhouwde reliëfs dat wordt toegeschreven aan Donatello (1386-1466) en zijn school. Het doopvont werd rond 1425 vervaardigd. Het reliëf van de Doop van Christus wordt doorgaans aan de Florentijnse meester zelf toegeschreven.

De Cappella della Madonna del Conforto, de kapel van de Madonna van de Troost, is hierboven reeds genoemd. Deze kapel was zeker geen onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp van de kathedraal. De Neogotische kapel met Neoklassieke elementen werd ontworpen door Giuseppe del Rosso (1760-1831) en gebouwd tussen 1796 en 1817. Hoewel ze daarmee een relatief recente toevoeging aan de kathedraal is, zijn de belangrijkste versieringen in de kapel veel, veel ouder. Men ziet onder meer diverse laat-vijftiende-eeuwse reliëfs van geglazuurde terracotta van Andrea della Robbia (1435-1525) en zijn atelier. Deze werden door Agostino Albergotti, bisschop van Arezzo tussen 1802 en 1825, uit andere kerken in Arezzo weggehaald en in de nieuwe kapel geplaatst.

Tombe van Paus Gregorius X.

Aan het begin van de rechter zijbeuk bevindt zich een interessant monument. Hier treffen we de graftombe van Paus Gregorius X aan. Deze paus werd rond 1210 als Teobaldo Visconti geboren en werd in 1271 tot paus gekozen na het langste conclaaf in de Katholieke geschiedenis. Toen hij in 1275 vanuit Frankrijk naar Rome terugkeerde, was zijn gezondheid al slecht. Hij zou de Eeuwige Stad niet meer bereiken: op 10 januari 1276 stierf hij te Arezzo. Het was de bedoeling de overleden paus in de Duomo te begraven, maar aangezien er nog geen Duomo stond – de bouw van de nieuwe kathedraal begon pas in 1278 -, moest Gregorius nog enkele jaren wachten voordat hij hier te ruste kon worden gelegd. Zijn prachtige Gotische grafmonument dateert van de vroege veertiende eeuw. Het toont de beeltenis van de overledene, liggend op zijn sterfbed onder een sierlijke baldakijn. Op de sarcofaag zien we vijf mandorla’s met het Lam Gods in het midden en de vier Evangelisten aan weerszijden.

Kapel en tombe van Ciuccio Tarlati (1334).

Ten slotte is de kapel van Ciuccio Tarlati interessant. Dit is de enig overgebleven kapel in de rechter zijbeuk. Hoewel dit lid van de familie Tarlati door Vasari wordt genoemd in zijn De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, is het niet duidelijk wie hij was. De graftombe in de kapel dateert van 1334, dus Ciuccio Tarlati moet een tijdgenoot en wellicht een verwant zijn geweest van bisschop Guido Tarlati, hierboven reeds genoemd. In elk geval wordt de kapel toegeschreven aan Giovanni di Agostino (ca. 1310-1348?), die toevalligerwijs de zoon is van de Agostino di Giovanni van wie de naam in deze bijdrage al tweemaal is gevallen. De sarcofaag in de kapel dateert van de Late Oudheid en de fresco’s werden geschilderd door een onbekende veertiende-eeuwse meester. Het grote fresco toont de Kruisiging met als getuigen de aartsengel Michaël, de Maagd Maria, Johannes de Evangelist en Sint Franciscus.

Deze bijdrage is gebaseerd op mijn reisgids over Florence en Toscane (2009), de website van de Diocesi di Arezzo-Cortona-Sansepolcro en het artikel over de Duomo op de Italiaanse Wikipedia.

4 Comments:

  1. Pingback: Arezzo: San Domenico – – Corvinus –

  2. Pingback: Arezzo: Santa Maria della Pieve – – Corvinus –

  3. Pingback: Arezzo: San Francesco – – Corvinus –

  4. Pingback: Siena: De Duomo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.