Siena: Museo dell’Opera del Duomo

Wolvin zoogt Senius (of Aschius).

Het museum van de Duomo van Siena werd in 1869 geopend. Het is gehuisvest in de rechter zijbeuk van het onvoltooide nieuwe schip van de kathedraal, gebouwd tussen 1339 en 1357. Tot de verzameling van het museum behoren een aantal van de originele beelden die ooit de gevel van de kathedraal sierden, diverse interessante schilderijen en andere religieuze voorwerpen. Bezoekers kunnen ook de zogenaamde Facciatone beklimmen, de gevel van het onvoltooide schip. Hier heeft men een panoramisch uitzicht op de stad en het omliggende platteland. De Facciatone is daarmee een goed alternatief voor mensen die geen zin hebben de Torre del Mangia van het Palazzo Pubblico te beklimmen.

Een van de belangrijkste voorwerpen in het museum is het gebrandschilderde raam van Duccio di Buoninsegna (ca. 1255-1318/19). Oorspronkelijk was dit geplaatst in de apsis van de Duomo, maar tegenwoordig zien we daar een kopie. Het raam werd gemaakt tussen 1287 en 1288 en is een schitterend kunstwerk.

Duccio’s gebrandschilderde raam.

Op de middelste ruit zien de we Tenhemelopneming van de Maagd. De keuze voor dit thema is nauwelijks verrassend, want de Siena’s kathedraal is aan Santa Maria Assunta gewijd. Onder deze ruit zien we de Ontslapenis van de Maagd en daarboven haar Kroning. In de vier hoeken zijn de vier Evangelisten afgebeeld met hun respectieve symbolen. Aan weerszijden van de ruit met de Tenhemelopneming staan Siena’s vier schutspatronen, twee aan iedere kant. Hun namen zijn Bartholomeus, Ansanus, Crescentius en Savinus. Een bordje in het museum beweert dat “the scenes reveal the gentle narrative style of the great Sienese master and a new sense of space probably derived from the work of Giotto”. Die laatste bewering gaat wel erg ver. Giotto (ca. 1266-1337) was in 1287 pas begin twintig en nog lang niet bekend.

Misschien nog wel beroemder dan het gebrandschilderde raam is het altaarstuk van de Maestà, eveneens van de hand van Duccio. Het werd tussen 1308 en 1311 geschilderd en stond tot 1506 op het hoogaltaar van de Duomo. In de achttiende eeuw werd het uit de kathedraal verwijderd en vervolgens in stukken gezaagd en beschadigd. Een deel van de panelen ging voorgoed verloren. Gelukkig werd de Maestà in de jaren 1950 weer in elkaar gezet en tegenwoordig is het altaarstuk de eregast van het museum. Het heeft een eigen zaal op de eerste verdieping met een geavanceerd systeem voor klimaatbeheersing.

This slideshow requires JavaScript.

Wat bijzonder is aan Duccio’s Maestà is dat het altaarstuk aan beide zijden beschilderd werd. De voorkant toont een Madonna met Kind en vele heiligen, inclusief – zo neem ik aan althans – de vier schutspatronen van Siena. De achterkant heeft 26 scènes over de Passie van Christus. Het museum bezit tevens de meeste paneeltjes van de predella en de bekroning van het altaarstuk (een aantal is helaas verdwenen). Het detailniveau van de voorstellingen op deze paneeltjes is erg indrukwekkend.

Madonna del Perdono – Donatello.

Het museum bezit een aantal beelden van de gevel van de Duomo die door Giovanni Pisano (ca. 1248-1315) en zijn atelier tussen 1285 en 1297 werden gemaakt. Ook is een beroemde tondo te zien van de hand van de Florentijnse beeldhouwer Donatello (1386-1466). Deze werd omstreeks 1458 gemaakt en bevond zich aanvankelijk boven de zogenaamde Porta del Perdono (“Deur van de Vergiffenis”) aan de rechterzijde van de Duomo. Onderdeel van de tondo zijn drie cherubijnen, die echter nauwelijks zichtbaar zijn vanwege het lage reliëf van het kunstwerk.

In eerdere bijdragen heb ik al twee schilderijen genoemd van de vijftiende-eeuwse kunstenaar Sano di Pietro (1406-1481). Op een ervan zien we Sint Bernardinus van Siena die een preek houdt op het plein van de kerk van San Francesco, op de andere dezelfde heilige die predikt op de Piazza del Campo, met het Palazzo Pubblico op de achtergrond. Beide schilderijen hangen thans in het museum van de Duomo.

Madonna met de Grote Ogen – Maestro di Tressa.

In hetzelfde gedeelte van het museum kunnen we ook een van de vreemdste en oudste panelen van de museumcollectie bewonderen. Ik doel op de mysterieuze Madonna met de Grote Ogen (Madonna degli occhi grossi in het Italiaans). Het schilderij wordt gedateerd op het tweede kwart van de dertiende eeuw (ca. 1225-1250) en wordt toegeschreven aan de al even raadselachtige Maestro di Tressa. Het paneel is nauwelijks mooi te noemen en qua stijl nog erg middeleeuws (“Byzantijns”). Het religieuze belang van het voorwerp was echter erg groot. De Siënezen baden tot deze Madonna aan de vooravond van de Slag bij Montaperti in 1260. De veldslag eindigde in een verpletterende overwinning voor het Ghibellijnse Siena, dat het Florence van de Welfen en haar bondgenoten versloeg.

Ik kan iedereen aanraden de Facciatone te beklimmen en van het uitzicht te genieten. Toen ik het museum in 2010 bezocht, konden bezoekers nog vrij de trappen op en aflopen. Mogelijk leidde dit in het hoogseizoen tot enige problemen. Mensen met rugzakken die omhoog gaan hinderen al snel mensen met rugzakken die naar beneden willen, en een opstopping op een smalle trap is wel het laatste wat men wil. Toen ik in 2016 weer terug in Siena was, was het verkeer meer gereguleerd. Ongeveer twintig mensen mochten tegelijkertijd naar boven en de rest moest in de rij staan en wachten totdat zij weer beneden waren. Dit werkte uitstekend.

This slideshow requires JavaScript.

Meer informatie kan men vinden op de website van het museum.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.