Siena: De Duomo

Gevel van de Duomo.

In 2010 bezocht ik Siena voor het eerst. Het was een regenachtige dag en we verdwaalden op weg naar het stadscentrum (wat nogal een prestatie is: zo groot is Siena nu ook weer niet). Vervolgens lunchten we in een middelmatig restaurant waar ze tiramisu uit de fabriek serveerden, wat in Italië een halsmisdaad zou moeten zijn. Hoewel er na de lunch nog meer regen was, kwam alles weer goed zodra we de Piazza del Duomo bereikten. Siena’s prachtige kathedraal van Santa Maria Assunta, gewijd aan de Tenhemelopneming van de Maagd, is werkelijk een van de mooiste Gotische basilieken in heel Italië. Die wilde ik best een tweede keer zien. In juni 2016 keerden we terug naar Siena en genoten we net zoveel van ons bezoek aan de Duomo als de eerste keer.

Geschiedenis van de kathedraal

Verrassend genoeg is de vroege geschiedenis van de Duomo niet erg goed gedocumenteerd. Volgens de overlevering zou er een Romeinse tempel gewijd aan Minerva op deze plek hebben gestaan. Die zou uiteindelijk in de negende eeuw zijn vervangen door een christelijke kerk. Er wordt wel vaker aangenomen dat bepaalde christelijke gebouwen een heidense oorsprong hebben, maar vaak ontbreekt simpelweg het bewijs. Dat hebben we in Florence gezien. Voor zover ik weet, moet de hypothese van een Minervatempel ook nog bewezen worden. De bouw van de huidige Duomo lijkt pas in het midden van de twaalfde eeuw begonnen te zijn. Volgens weer een andere traditie werd het gebouw in 1179 gewijd door Paus Alexander III (1159-1181), die was geboren als Roland van Siena (zie deze bijdrage voor een levensbeschrijving). Pas vanaf december 1226 beschikken we over geschreven bewijsstukken die betrekking hebben op de bouw van de Duomo. Een voorbeeld is een rekening uit 1227 die aangeeft dat de Commune van Siena de Opera del Duomo geld betaalde voor de aanschaf van het beroemde witte en zwarte (feitelijk donkergroene) marmer waarmee de binnen- en de buitenkant van de Duomo werden gedecoreerd.

Zijaanzicht van de Duomo.

Documenten uit 1259 tonen aan dat Nicola Pisano (ca. 1220-1284), bekend van zijn werk in Pisa, bij het project betrokken was. In 1263 werd lood gekocht voor de bouw van de koepel van de kathedraal, wat een indicatie is dat het gebouw toen min of meer voltooid was. Rond deze tijd moeten het middenschip, de zijbeuken, het dwarsschip, het koor en de apsis al klaar zijn geweest; de koepel was daarmee de kers op de taart. De koepel die we vandaag de dag zien, is zeker niet zo ingenieus en indrukwekkend als die van de Duomo in Florence, en het is ook niet de originele constructie uit de dertiende eeuw. De huidige koepel werd in 1385 gebouwd en de lantaarn ervan werd in 1666-1667 toegevoegd. Deze werd ontworpen door de beroemde architect en beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598-1680).

Binnenkant van de koepel.

Het werk aan de gevel begon in 1284. Giovanni Pisano (ca. 1248-1315), de zoon van Nicola, leidde dit project tot aan zijn vertrek of ontslag in 1297. Pisano en zijn atelier maakten de beelden van engelen, profeten, evangelisten, Sibillen en Griekse filosofen als Plato en Aristoteles. Al deze beelden zijn al lang geleden vervangen door kopieën; een aantal van de originele beelden kan men nu bewonderen in het museum van de Duomo. Camaino di Crescentino (ca. 1260-1337/8), die tevens verantwoordelijk was voor het baptisterium onder het koor van de kathedraal, nam in 1299 de leiding over en voltooide rond 1317 de gevel. Zijn beroemdere zoon Tino di Camaino was eveneens bij het project betrokken. Boven het middelste portaal zien we hetzelfde IHS-symbool dat ook de gevel van het Palazzo Pubblico elders in Siena siert. Het verwijst naar de Naam van Christus – IHSOUS in het Grieks – en het werd ontworpen door de Franciscaanse missionaris Sint Bernardinus van Siena (1380-1444).

Het grote centrale roosvenster is zeer indrukwekkend. Men kan de voorstelling op het gebrandschilderde raam echter alleen van binnenuit bekijken. Die voorstelling toont het Laatste Avondmaal en werd gemaakt door Pastorino dei Pastorini (1508-1592), een leerling van Guillaume de Marcillat, wiens werk in Arezzo ik eerder heb besproken. Onderdeel van het bovenste gedeelte van de gevel zijn drie driehoekige frontons met mozaïeken. De mozaïeken zijn van relatief recente datum. Ze werden in 1878 in Venetië gemaakt en tonen de Presentatie van Maria in de Tempel, de Kroning van de Maagd en de Geboorte van Jezus. Alessandro Franchi (1838-1914) was de ontwerper. De centrale bronzen deur is een nog recentere toevoeging. Deze werd gemaakt door Enrico Manfrini (1917-2004) en werd in 1958 hier geplaatst. Merk op dat voor de gevel niet alleen het gebruikelijke witte en donkergroene marmer is gebruikt, maar ook een beetje roze marmer. De elegante klokkentoren van de kathedraal is 77 meter hoog. Hij werd in 1313 voltooid.

Onvoltooid schip.

In de jaren 1330 was Siena op het hoogtepunt van haar macht. De stad was rijk geworden door de handel en had een bevolking van meer dan 40.000 zielen. In 1339 besloot het stadsbestuur de Duomo te vergroten. In eerdere jaren was het koor van de kathedraal al verlengd, maar nu maakten de Siënezen plannen om ten oosten van de Duomo een geheel nieuw middenschip met zijbeuken te bouwen. Door deze plannen zou de oriëntatie van de basiliek veranderd worden: het bestaande middenschip en de bestaande zijbeuken zouden ‘slechts’ het dwarsschip gaan vormen van een gigantische nieuwe kathedraal. Het project bleek al snel een klassiek geval van hybris te zijn. De architect Lando di Pietro kreeg de leiding, maar lijkt al een jaar later te zijn overleden. Giovanni di Agostino (ca. 1310-1348?), bekend van zijn werk in Arezzo, volgde hem op en slaagde erin een deel van de nieuwe gevel en van het nieuwe schip te voltooien. In 1348 sloeg echter de Pest toe. De bevolking van Siena werd gedecimeerd en Giovanni zou heel goed een van de vele slachtoffers kunnen zijn geweest.

Voor de Siënezen die het konden navertellen was deze Zwarte Dood een eyeopener: in 1357 besloten ze het project af te blazen. In de deels voltooide rechter zijbeuk is tegenwoordig het Museo dell’Opera Metropolitana del Duomo of museum van de Duomo gevestigd. Vanuit dit museum kan men de Facciatone beklimmen, de onvoltooide nieuwe gevel. Hier heeft men een prachtig uitzicht op Siena en het platteland eromheen.

De Duomo verkennen

Interieur van de Duomo.

Eenmaal binnen in de Duomo kan men zich al snel overweldigd voelen. Het kleurrijke interieur van de kathedraal is werkelijk prachtig. De Santa Maria Assunta is 89,4 meter diep. Het loont de moeite eerst eens rustig op en neer te lopen door het middenschip en af en toe omhoog te kijken. Werp bijvoorbeeld eens een blik op de decoraties aan de binnenkant van de koepel, die tussen 1481 en 1494 werden aangebracht (zie de afbeelding hierboven). Het hoogaltaar is een werk van Baldassare Peruzzi (1481-1536), de architect die ook de Villa Farnesina in Rome ontwierp. Op het altaar staat een groot bronzen tabernakel van Lorenzo di Pietro, bijgenaamd Il Vecchietta en bekend vanwege zijn fresco’s in het baptisterium. Het tabernakel stond oorspronkelijk in de kerk van het Ospedale di Santa Maria della Scala aan de andere kant van de Piazza del Duomo. Het werd gemaakt tussen 1467 en 1471.

Het originele raam in de apsis werd gemaakt door Duccio di Buoninsegna (ca. 1255-1318/19). De centrale voorstelling erop betreft de Tenhemelopneming van de Maagd. Het prachtige gebrandschilderde raam werd in 1287-1288 gemaakt en behoort daarmee tot de oudste ramen die bewaard zijn gebleven. Het is dus niet verwonderlijk dat de Siënezen het koesteren en het originele raam naar het museum van de Duomo hebben overgebracht. Wat we nu in de kathedraal zien, is een replica.

Het koor.

Duccio drukte beslist zijn stempel op dit deel van de basiliek: zijn Maestà (1308-1311) stond bijna twee eeuwen lang op het hoogaltaar. In 1506 werd het werk weggehaald omdat men het als te ouderwets beschouwde. In de achttiende eeuw werd de Maestà vervolgens helemaal uit de Duomo verwijderd en helaas in stukken gezaagd. Gelukkig werd het altaarstuk in de jaren 1950 weer in elkaar gezet en kan men het tegenwoordig bewonderen in het museum van de Duomo (al ontbreken er een paar panelen). Afgezien van het altaarstuk werden het koor en de apsis aanvankelijk onversierd gelaten. Uiteindelijk werd Domenico Beccafumi (1486-1551) ingehuurd om de apsis te beschilderen, terwijl Ventura Salimbeni (1568-1613) fresco’s moest schilderen voor het koor. De eerste reeks fresco’s werd in 1535-1544 gemaakt, de tweede tussen 1608 en 1611. Beccafumi’s fresco’s werden in 1798 door een aardbeving beschadigd en moesten gedeeltelijk vervangen worden door nieuwe werken.

De vloer

De uitzonderlijke marmeren vloer is een van de onbetwiste hoogtepunten van de Duomo. De vloer is dusdanig belangrijk dat de prijs van een toegangskaartje afhangt van hoeveel van de 56 panelen er op dat moment zichtbaar zijn. De marmeren panelen zijn erg kwetsbaar en de meeste worden dan ook het grootste gedeelte van het jaar afgedekt. Ik bezocht de Duomo in mei 2010 en juni 2016 en had het geluk dat ik toen veel van de vloerpanelen (maar niet allemaal) in volle glorie kon zien. De panelen werden gemaakt tussen het midden van de veertiende eeuw en de achttiende eeuw. Meer dan veertig kunstenaars waren betrokken bij dit enorme project. Bijna allemaal kwamen ze uit Siena zelf; de Umbrische schilder Pinturicchio (1452-1513) uit Perugia was de belangrijkste uitzondering. In 1505 maakte hij zijn paneel van de Heuvel van de Wijsheid, waarop een schaars geklede personificatie van de Fortuin te zien is. We hebben eerder werk van Pinturicchio gezien in de Libreria Piccolomini, waaraan ik een aparte bijdrage heb gewijd.

This slideshow requires JavaScript.

Bij het maken van de panelen werden twee verschillende technieken gebruikt: sgraffito en intarsia, oftewel ingelegd marmer. Voorbeelden van de eerste techniek vinden we aan de buitenkant van het Palazzo degli Anziani in Pisa. Bij deze techniek worden beitels en boren gebruikt om tekeningen in wit marmer te kerven en te krassen. De lijnen worden vervolgens opgevuld met zwart pleisterwerk. Intarsia is een geavanceerdere techniek waarbij verschillende soorten gekleurd marmer worden gebruikt.

Sibille van Cumae.

Het oudste paneel in de kathedraal is vermoedelijk dat van de Lupa Senese, de wolvin van Siena. Dit dateert van 1373, maar het panel dat we tegenwoordig zien is een reproductie uit de negentiende eeuw. Kennelijk zijn er nog stukken van het origineel te zien in het museum van de Duomo, maar die heb ik tijdens geen van mijn beide bezoeken aan Siena kunnen vinden. Het doet er ook niet toe, want zelfs de reproductie is zeer interessant. In het midden zien we de wolvin Aschius en Senius zogen. Zij zijn de zonen van Remus en de traditionele stichters van Siena. Dit verhaal over de oorsprong van de stad werd natuurlijk gejat van de Romeinen. Rondom de centrale tondo met Siena zien we nog acht andere tondi met de Latijnse namen van andere steden in Italië. Als we bovenaan beginnen en met de klok mee gaan, zien we achtereenvolgens: Arezzo (Arretium), Orvieto (Urbs Vetus), Rome (Roma), Perugia (Perusium), Viterbo (Viterbium), Pisa, Lucca (Luca) en Florence (Florentia). In de hoeken van het paneel zien we dan nog eens vier tondi met de namen van Grosseto, Pistoia, Volterra en Massa Marittima.

In deze bijdrage is ook een afbeelding opgenomen van het paneel van Hermes Trismegistus van de hand van Giovanni di Stefano (ca. 1444-1511), gemaakt in 1488. De Bevrijding van Bethulia, een Bijbelse stad genoemd in het Bijbelboek Judit, werd in 1473 gemaakt en wordt toegeschreven aan Urbano da Cortona (ca. 1426-1504). Ook opgenomen is een afbeelding van het enorme paneel met de Moord op de Onschuldige Kinderen, de vreselijke kindermoord waarvoor volgens het Mattheusevangelie Koning Herodes de opdracht gaf. Het paneel werd gemaakt door Matteo di Giovanni (ca. 1428-1495) en dateert van 1481. Andere kunstenaars die vloerpanelen voor de kathedraal maakten, waren Il Sassetta (ca. 1400-1450), Neroccio di Bartolomeo de’ Landi (1447-1500), Antonio Federighi (ca. 1420-1483) en de eerder genoemde Domenico Beccafumi.

De preekstoel

Preekstoel van Nicola Pisano.

De preekstoel van Nicola Pisano, gemaakt tussen 1265 en 1268, behoort tot de oudste voorwerpen in de kathedraal. Pisano was in die tijd al een bekende kunstenaar, die roem had vergaard met een soortgelijke preekstoel voor het Baptisterium in Pisa. De Siënese preekstoel is achthoekig en heeft zeven voorstellingen uit het Leven van Christus. Toen ik de Duomo in 2016 bezocht, werd het voorwerp net gerestaureerd, waardoor het vanwege de bouwsteigers nauwelijks zichtbaar was. Gelukkig had ik nog een foto van mijn bezoek in 2010, welke is opgenomen in deze bijdrage. We zien twee scènes van het Laatste Oordeel, met links de Gelukzaligen (i.e. rechts van Christus) en rechts de Verdoemden. Pisano’s preekstoel heeft eigen pagina’s op Wikipedia, in het Engels en het Italiaans.

Het Piccolomini Altaar

Het Piccolomini Altaar staat in de linker zijbeuk, net vóór de ingang van de Piccolomini-bibliotheek. Het altaar werd gemaakt in opdracht van kardinaal Francesco Todeschini Piccolomini (1439-1503), de aartsbisschop van Siena en de latere Paus Pius III. Het monument was bedoeld als eerbetoon aan zijn oom, Paus Pius II, die in 1464 was gestorven. Ook benadrukte het altaar de belangrijke positie die de familie Piccolomini innam in het politieke en religieuze leven in Siena. De Lombardische beeldhouwer Andrea Bregno (ca. 1418-1503) werd ingehuurd om het project uit te voeren. Bregno werkte tussen 1481 en 1485 aan het altaar, en lijkt toen compleet te zijn ingestort. Het centrale altaar moest worden voltooid door assistenten uit zijn atelier, en het maken van beelden kwam er helemaal niet meer van. De kardinaal ging vervolgens naarstig op zoek naar een kunstenaar om de beelden voor de nissen te leveren, maar zijn eerste keus Pietro Torrigiano (1472-1528) hield het na levering van slechts één beeld – van Sint Franciscus, voor het bovenste gedeelte van het altaar – alweer voor gezien.

Het Piccolomini Altaar.

Gelukkig voor Francesco Piccolomini wist hij toen een zeer talentvolle jonge kunstenaar uit Florence te strikken, die vier prachtige beelden voor het altaar maakte. De naam van deze kunstenaar was Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Tussen 1501 en 1504 maakte hij beelden van Petrus en Paulus voor het onderste gedeelte en van de heiligen Pius (of Augustinus) en Gregorius de Grote voor het middelste gedeelte van het altaar. Michelangelo’s faam groeide snel in die tijd en hij kreeg dan ook diverse aanbiedingen voor veel interessantere opdrachten. Uiteindelijk werd de nis in de rechter bovenhoek niet opgevuld, met als gevolg dat het altaar eigenlijk nooit helemaal voltooid is. Een ouder beeld van de Madonna en het Kind, waarschijnlijk in ca. 1371 gemaakt door Giovanni di Cecco, werd in de centrale nis bovenin geplaatst. Het altaarstuk, eveneens een Madonna met Kind, wordt toegeschreven aan Paolo di Giovanni Fei (1345-1411). Het werd rond 1385 geschilderd.

De Pausen

De Duomo heeft een uitzonderlijke verzameling bustes van pausen. Wie niet af en toe naar boven kijkt, ziet deze gemakkelijk over het hoofd. De reeks begint boven de apsis en gaat dan met de klok mee de hele kathedraal rond. In totaal zijn er 172 bustes, te beginnen bij Jezus Christus en Petrus en eindigend bij Paus Lucius III, die in 1185 stierf. In zijn boek over de pausen stelt John Julius Norwich dat het niet geheel duidelijk is wanneer de bustes werden gemaakt, maar dat het einde van de veertiende eeuw een goede gok is. Ik denk zelf dat Norwich er ongeveer een eeuw naast zit. Andere bronnen spreken van het einde van de vijftiende of het begin van de zestiende eeuw, mogelijk tussen 1495 of 1497 en 1502. De bustes zien er allemaal min of meer identiek uit. De makers gebruikten waarschijnlijk maar een beperkt aantal (giet)vormen, waardoor de serie eerder intrigerend dan mooi is.

De Pausen.

Opmerkelijk aan de serie is dat er geen enkele reden lijkt te zijn om te eindigen met Paus Lucius III. De paus vóór hem was Alexander III (1159-1181), die niet alleen uit Siena zelf kwam, maar ook in 1179 de Duomo zou hebben ingezegend (zie hierboven). Een reden voor de aanwezigheid van Lucius zou kunnen zijn dat oorspronkelijk ook een buste van de fictieve vrouwelijke paus Johanna tot de verzameling behoorde. Haar buste zou zijn voorzien van de inscriptie “Ioannes VIII Foemina de Anglia”, “vrouw uit Engeland”, het land waar ze volgens de legende zou zijn geboren. De buste werd vermoedelijk tijdens het pontificaat van Paus Clemens VIII (1592-1605) weggehaald en ofwel vernietigd, ofwel van een nieuwe inscriptie voorzien (Paus Zacharias is volgens Norwich een mogelijkheid). Het is niet ondenkbaar dat door het weghalen van Pausin Johanna een gat ontstond, dat met Paus Lucius III werd opgevuld.

Mijn reisgids voor Florence en Toscane leverde enige basisinformatie over de Duomo. De website van de Opera della Metropolitana di Siena leverde aanvullende informatie over zowel de kathedraal als de vloer. Wikipedia heeft een uitgebreid en goed onderbouwd artikel over de Duomo. Zie John Julius Norwich, The Popes, Chapter VI, voor Pausin Johanna en de verzameling bustes.

2 Comments:

  1. Pingback: Siena: De Crypte – – Corvinus –

  2. Pingback: Siena: Museo dell’Opera del Duomo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.