Florence: De Duomo

De Duomo.

Hoe vaak ik de kathedraal van Florence ook gezien heb, het gebouw blijft indruk op me maken, en wel om vele redenen. De Duomo is simpelweg gigantisch, met een lengte van zo’n 153 meter en een breedte van 38 meter (en zelfs 90 meter bij het dwarsschip). Binnen is plaats voor ten minste 20.000 mensen. Toen het gebouw in 1436 werd gewijd, was het de grootste kerk ter wereld. De gevel is prachtig en elegant, hoewel veel mensen zich niet realiseren dat deze een relatief recente toevoeging is. Het gebouw heeft de meest geniale koepel in heel Florence, een werk van de grote architect Filippo Brunelleschi (1377-1446). Bezoekers kunnen helemaal omhoog klimmen naar de lantaarn om van een panoramisch uitzicht over Florence en de heuvels rondom de stad te genieten. Giotto’s vrijstaande klokkentoren biedt ongeveer hetzelfde uitzicht. Deze beroemde campanile is met een hoogte van 84,7 meter iets lager dan Brunelleschi’s koepel, maar de toren heeft wel één groot voordeel: vanaf de toren heeft men verreweg het mooiste uitzicht op de genoemde koepel.

Geschiedenis

Omstreeks het einde van de dertiende eeuw werd de middeleeuwse kathedraal van Florence, de Santa Reparata, veel te klein geacht voor de bloeiende stad. Tegen het jaar 1294 werd de beslissing genomen de oude kathedraal te vervangen door een veel grotere en veel mooiere nieuwe kathedraal. De bouw van de Santa Maria del Fiore – de volledige naam van de Duomo – begon in 1296. Het project werd toevertrouwd aan de architect en beeldhouwer Arnolfo di Cambio. Aangezien Di Cambio al ergens tussen 1300 en 1310 stierf, was er geen sprake van een voorspoedige start. Mogelijk leidde zijn dood zelfs tot een complete bouwstop. In de jaren 1330 nam het machtige wolgilde (Arte della Lana) het project over. Giotto werd als nieuwe hoofdarchitect aangesteld. Wellicht wekt deze keuze enige verbazing, aangezien Giotto (ca. 1266-1337) vooral bekendheid geniet als schilder. We moeten echter niet vergeten dat in die tijd de meeste kunstenaars duizendpoten waren en tegelijkertijd als schilder, mozaïekmaker, beeldhouwer en architect werkten. Michelangelo beschouwde zichzelf bijvoorbeeld in de eerste plaats als beeldhouwer, maar kreeg toch de opdracht het plafond van de Sixtijnse Kapel te beschilderen. Giotto zal zeker ook een capabele architect zijn geweest, maar hij lijkt zich voornamelijk met de klokkentoren bezig te hebben gehouden. Deze wordt meestal ook naar hem vernoemd, maar hij werd pas in 1359 voltooid, zo’n 22 jaar na Giotto’s dood.

De Duomo, gezien vanaf het Palazzo Vecchio.

Giotto werd opgevolgd door Andrea Pisano (ca. 1290-1348), de man die we kennen van de eerste set bronzen deuren voor het Baptisterium. Pisano werd op zijn beurt weer opgevolgd door de Florentijnse architect Francesco Talenti, die grote wijzigingen in het ontwerp van Di Cambio aanbracht en de kathedraal nog aanzienlijk groter maakte. Giovanni di Lapo Ghini nam in de jaren 1360 het werk van Talenti over, en er zou nog een handvol architecten volgen voordat het gebouw rond 1380 als min of meer voltooid kon worden aangemerkt. Helemaal voltooid was de Duomo echter nog niet: de koepel en de trommel waarop deze rust ontbraken nog. De bouw daarvan was nogal een uitdaging, want de koepel moest een open ruimte van zo’n 44 meter overspannen. Di Lapo Ghini had een koepel willen bouwen die werd ondersteund door luchtbogen. In de Gotische architectuur waren zulke bogen heel gebruikelijk, maar rond deze tijd vonden de meeste Italiaanse architecten ze ronduit lelijk. Een zekere Neri di Fioravanti, die ook enige tijd architect van de kathedraal was, ontwierp een alternatief model zonder bogen. Dit werd verkozen boven het ontwerp van Di Lapo Ghini, maar het werd nooit uitgevoerd.

Brunelleschi’s koepel.

Pas in 1418 werd een wedstrijd uitgeschreven voor het ontwerp van een nieuwe koepel voor de kathedraal. Onder de deelnemers bevonden zich Brunelleschi en zijn concurrent Lorenzo Ghiberti (1378-1455). Ghiberti had Brunelleschi al eens verslagen bij een eerdere wedstrijd betreffende een tweede set deuren voor het Baptisterium, maar dit keer ging de zege naar Brunelleschi. Vasari vertelt het verhaal dat hij de jury van zijn ontwerp overtuigde door een ei rechtop op een marmeren plaat te zetten. Dit deed hij door het ei hard op de plaat te drukken, waarbij de onderkant beschadigd raakte. Het verhaal is ongetwijfeld een verzinsel, maar toegegeven kan worden dat de koepel van Brunelleschi inderdaad wel wat weg heeft van een eierschaal.

De bouw van de koepel begon in 1420, en in 1436 was het project voltooid. Brunelleschi was evident een genie. Hij ontwierp verschillende hijsmachines om alle bouwmaterialen naar een hoogte van meer dan 52 meter te krijgen. Zo bouwde hij een dubbelwandige en zelfdragende koepel die de tand des tijds heeft doorstaan. Ik ben zelf geen bouwkundige en voel me onvoldoende gekwalificeerd om alle technische details van de koepel te bespreken. Het volledige verhaal wordt elders verteld. Toen de koepel klaar was, kon de Duomo eindelijk door Paus Eugenius IV (1431-1447) worden gewijd. Dat gebeurde op 25 maart 1436, de eerste dag van het nieuwe jaar volgens de Florentijnse kalender. In 1439 vond in het gebouw het Concilie van Florence plaats (zie Florence: Palazzo Medici Riccardi).

Brunelleschi leefde lang genoeg om de voltooiing van de koepel te kunnen meemaken, maar hij stierf in 1446, kort nadat de bouw van de marmeren lantaarn een aanvang had genomen. Brunelleschi had hier zelf het ontwerp voor gemaakt, dat hij wederom in een wedstrijd had moeten verdedigen. In 1461 was de lantaarn klaar. Andrea del Verrocchio (ca. 1435-1488), leermeester van Leonardo da Vinci, voegde vervolgens nog in 1471 de koperen bal en het kruis toe waarmee de lantaarn wordt bekroond. De kathedraal was nu eindelijk compleet. Nou ja, niet helemaal…

De gevel

Santa Reparata, de Madonna met de glazen ogen en Sint Zenobius.

Reeds in de tijd van Arnolfo di Cambio, begin veertiende eeuw dus, was men begonnen met de versiering van de gevel. Enkele van de beelden uit die tijd zijn mogelijk van de hand van de meester zelf. Om de een of andere reden werd de gevel maar half voltooid: alleen het onderste gedeelte werd afgemaakt. In de zestiende eeuw deed de Gotische stijl waarin Di Cambio en zijn opvolgers werkten de wenkbrauwen fronsen, en Groothertog Francesco I (1574-1587) liet zijn architect Bernardo Buontalenti (ca. 1531-1608) dan ook de gevel verwijderen. De beelden van Di Cambio die bewaard zijn gebleven kunnen nu worden bewonderd in het Museo dell’Opera del Duomo. Het gaat onder meer om een standbeeld van Paus Bonifatius VIII (1294-1303) en beelden van de zogenaamde ‘Madonna met de glazen ogen’ en de beschermheiligen van Florence, Santa Reparata en Sint Zenobius, volgens de overlevering de eerste bisschop van Florence.

Ongetwijfeld had Buontalenti een prachtige nieuwe Renaissancegevel voor de Santa Maria del Fiore kunnen ontwerpen en uitvoeren, maar het probleem was dat ook anderen ontwerpen hadden gemaakt en de Florentijnse autoriteiten niet konden kiezen. Uiteindelijk werd de gevel maar helemaal onversierd gelaten. Dit moet er nogal armoedig uitgezien hebben, zeker gezien het feit dat de buitenmuren van de kathedraal prachtige marmerversieringen – in wit, groen en roze – hebben. Pas in 1875 begon het werk aan een prachtige Neogotische façade voor de Duomo. Deze was ontworpen door Emilio De Fabris (1808-1883) en werd in 1887 voltooid. Alle beelden en reliëfs dateren uit deze periode, en hetzelfde geldt voor de versieringen in de lunetten. De bronzen deuren werden nog weer iets later toegevoegd, tussen 1899 en 1903.

Interieur van de kathedraal.

Interieur

Het interieur van de Duomo kan in eerste instantie wat tegenvallen. Het is namelijk erg eenvoudig, bijna Spartaans. De meeste muren en het plafond zijn niet versierd. Het gedeelte van de kathedraal waar men het achthoekige koor – door Baccio Bandinelli (1493-1560) – en de kapellen vindt, is kennelijk niet toegankelijk voor bezoekers (wellicht wel voor mensen die willen bidden, maar niet voor toeristen). Gelukkig zijn er binnen nog wel een paar kostbare kunstwerken te zien, maar om het plaatje compleet te krijgen, moet men ook het Museo dell’Opera del Duomo bezoeken. De prachtige koorbanken (of eigenlijk balkons; cantorie) van Luca della Robbia (ca. 1400-1482) en Donatello (ca. 1386-1466) waren bijvoorbeeld ooit onderdeel van de Duomo, maar werden al decennia geleden naar dit museum verplaatst.

Grafmonument voor Niccolò da Tolentino.

Grafmonument voor Sir John Hawkwood.

Welke kunstwerken bevinden zich dan nog wel in de Duomo? Ik wijs allereerst op de linker (noordelijke) muur van de kathedraal. Hier treffen we twee grafmonumenten aan die bestaan uit fresco’s die op doek zijn overgebracht. Het eerste is het grafmonument van Sir John Hawkwood (ca. 1320-1394, een Engelse huurlingenaanvoerder die in de veertiende eeuw in Italië vocht. Hawkwood werd geroemd omdat hij Florence had beschermd tegen Milanese expansie en hij kreeg daarom een staatsbegrafenis in de Santa Maria del Fiore. Zijn grafmonument werd in 1436 gemaakt door Paolo Uccello (1397-1475).

Het monument vormt een koppel met een tweede grafmonument, twintig jaar later uitgevoerd door Andrea del Castagno (ca. 1421-1457). Dit monument gedenkt de Italiaanse condottiero Niccolò da Tolentino (ca. 1350-1435). Deze huurlingenaanvoerder leidde de Florentijnse troepen naar een overwinning[1] op Siena in de Slag bij San Romano in 1432, een veldslag die onsterfelijk werd gemaakt in drie schilderijen van de voornoemde Paolo Uccello. Voor zijn verdiensten voor Florence werd Da Tolentino eveneens in de Duomo begraven.

Dante door Domenico di Michelino.

Ook interessant is een schilderij van de beroemde dichter Dante (ca. 1265-1321) door Domenico di Michelino (1417-1491). Dante houdt een exemplaar van zijn Goddelijke Komedie in zijn hand en lijkt te wijzen naar de voorstelling van de Hel aan de linkerkant van het schilderij. Op de achtergrond zien we de Louteringsberg met bovenop Adam en Eva in het Aardse Paradijs. Rechts zien we vervolgens de stad Florence, met de koepel van Brunelleschi prominent in beeld. Uiteraard is dit het Florence uit de tijd van de schilder, niet het Florence van Dante. Links van Brunelleschi’s koepel staan de torens van het Bargello en de Badia Fiorentina, terwijl rechts de torens van het Palazzo Vecchio en Giotto’s campanile zijn afgebeeld. De kleinere toren tussen deze laatste twee zou de lantaarn van het Baptisterium kunnen zijn. Merk op dat Dante buiten de stad staat, dezelfde stad waaruit hij in 1302 werd verbannen. Dante stierf negentien jaar later in Ravenna en werd daar begraven.

De fresco’s aan de binnenkant van de koepel kunnen misschien wel als de meest indrukwekkende kunstwerken in de Duomo beschouwd worden. Oorspronkelijk was deze binnenkant helemaal niet versierd, maar Groothertog Cosimo I de’ Medici gaf Giorgio Vasari (1511-1574) de opdracht het hele oppervlak, zo’n 3.600 vierkante meter, te beschilderen. Vasari’s fresco van Het Laatste Oordeel is simpelweg enorm en de kunstenaar stierf voordat het voltooid kon worden. Federico Zuccari (ca. 1540-1609), die wellicht al bij het project betrokken was, zette het werk voort en rondde het grote fresco in 1579 af.

This slideshow requires JavaScript.

Men vindt een van de oudste decoraties in de Duomo boven de hoofdingang. Net onder de reusachtige klok van Paolo Uccello ziet men een lunette met een bekoorlijk mozaïek van de Kroning van de Maagd. In de voorstelling zijn verschillende engelen afgebeeld, evenals de symbolen van de vier evangelisten: adelaar, os, leeuw, mens. Vasari schreef het werk toe aan Gaddo Gaddi (ca. 1240-1312), een vriend van Giotto en de vader van Taddeo Gaddi. Als Vasari’s bewering klopt, werd het mozaïek waarschijnlijk in de vroege jaren 1300 gemaakt.

Kroning van de Maagd door Gaddo Gaddi.

Bronnen: voor deze bijdrage heb ik diverse bronnen gebruikt. Onder meer twee reisgidsen, een van Dorling Kindersley over Florence en Toscane en een van de ANWB over Florence. Een andere bron was het Wikipedia-artikel over de Duomo. Daarnaast was de website teggelaar.com erg nuttig.

Noot

[1] Of het ook echt een Florentijnse overwinning was, staat ter discussie, maar zeker is dat de Florentijnen zelf de slag als een overwinning zagen.

6 Comments:

  1. Pingback: Florence: Kerk van Dante – – Corvinus –

  2. Pingback: Florence: Palazzo Medici Riccardi – – Corvinus –

  3. Pingback: Florence: Het Baptisterium van San Giovanni – – Corvinus –

  4. Pingback: Florence: Santa Reparata – – Corvinus –

  5. Pingback: Florence: Museo dell’Opera del Duomo – – Corvinus –

  6. Pingback: Rome: Santa Sabina – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.