Rome: San Giovanni dei Fiorentini

San Giovanni dei Fiorentini.

Johannes de Doper is de beschermheilige van Florence. Toen de Florentijnse gemeenschap in Rome begin zestiende eeuw besloot een grote nieuwe kerk te laten bouwen, was het dan ook vanzelfsprekend dat deze aan Johannes zou worden gewijd. De San Giovanni dei Fiorentini staat op een opvallende plaats dicht bij een bocht in de rivier de Tiber. De achterzijde van de kerk is goed te zien vanaf de Gianicolo, de heuvel aan de andere zijde van de rivier. De voorzijde grenst aan de kleine Piazza dell’Oro. Hier begint ook de beroemde Via Giulia, vernoemd naar Paus Julius II (1503-1513). Tijdens zijn pontificaat besloten de Florentijnen hun oude, aan Sint Pantaleon gewijde kerk te slopen en een grandioze nieuwe kerk te bouwen. De gevel die we vanaf de genoemde Piazza dell’Oro kunnen bewonderen, werd echter pas in de periode 1734-1738 gerealiseerd. Dit geeft wel aan dat de bouw van de San Giovanni dei Fiorentini een project van de lange adem was.

Geschiedenis

Al sinds 1448 bestond er een broederschap van burgers van Florence die in Rome woonden. Nadat al in 1508 was besloten een nieuwe kerk te gaan bouwen, werd tijdens het pontificaat van Paus Leo X (1513-1521), niet toevallig een Florentijn, een wedstrijd uitgeschreven om te bepalen aan welke architect het project zou worden toegewezen. In Florence was zo’n wedstrijd bepaald niet ongebruikelijk. Zo was er een competitie georganiseerd voor de tweede set bronzen deuren voor het Baptisterium van San Giovanni en voor de koepel van de plaatselijke kathedraal. Aan de wedstrijd die in Rome werd georganiseerd namen vier grote namen deel. Drie van hen waren nog relatief jong, te weten Rafaël (1483-1520), Baldassare Peruzzi (1481-1536) en Jacopo Sansovino (1486-1570). De vierde deelnemer, Giuliano da Sangallo (ca. 1445-1516), was daarentegen al enigszins op leeftijd. Sansovino, verreweg de jongste van de vier, won de wedstrijd en kon in 1519 met de bouw van de San Giovanni beginnen. Helaas bakte hij er weinig van. Omdat de kerk zo dicht bij de rivier kwam te staan, waren de fundamenten ervan een probleem. Twee jaar later verliet Sansovino het project weer. Ondanks de mislukking ging hij nog een mooie carrière als beeldhouwer en architect tegemoet.

Uitzicht op de San Giovanni dei Fiorentini vanaf de Gianicolo. Achter de kerk ziet men de Engelenburcht.

De bouw werd in 1523 overgenomen door Antonio da Sangallo de Jongere (1484-1546), een neef van Giuliano da Sangallo. Inmiddels zat Paus Clemens VII (1523-1534) op de troon van Petrus. Ook hij was afkomstig uit Florence. Voor Sangallo waren de fundamenten van de kerk geen probleem, maar de beruchte Sacco di Roma van 1527 was dat wel. Pas in 1534 kon de architect het werk hervatten, maar bij zijn dood in 1546 was de kerk nog lang niet voltooid. Pas in 1584 werd de bouw voorgezet onder leiding van Giacomo della Porta (1532-1602). Bij zijn dood in 1602 nam Carlo Maderno (1556-1629) het werk over. Hij voltooide de grote koepel in 1612 en de rest van de kerk in 1620.

De kerk aan de oever van de Tiber. Links de Ponte Principe Amedeo Savoia Aosta.

Interieur van de kerk.

Het gebouw was nu formeel klaar, maar het interieur nog niet. Nadat eerder Pietro da Cortona (1596-1669) al wat werk had verricht, werd in 1665 Francesco Borromini (1599-1667) ingehuurd om het koor te verfraaien. Borromini was verre familie van Carlo Maderno. Tot aan zijn zelfmoord in 1667 werkte hij aan het koor, waarna Carlo Fontana (ca. 1638-1714) en Ciro Ferri (1634-1689) het project mochten afronden. Zoals reeds gesteld in de inleiding begon de bouw van de gevel pas in 1734. De architect was Alessandro Galilei (1691-1737), een Florentijn die vooral bekendheid geniet omdat hij eveneens de gevel van de San Giovanni in Laterano mocht bouwen. Galilei stierf in 1737 op relatief jonge leeftijd, en pas het jaar daarop werd zijn gevel voor de San Giovanni dei Fiorentini voltooid.

Bezienswaardigheden – exterieur

De gevel van travertijn van Galilei is bijzonder breed en hoog. De tekst op de gevel verwijst naar Paus Clemens XII (1730-1740) en noemt het jaar 1734, aangeduid als het vierde jaar van zijn pontificaat: CLEMENS XII PONT MAX A S MDCCXXXIV P IV. Op het fronton boven de hoofdingang zien we het wapenschild van deze paus. Verschillende beeldhouwers leverden werk af om de gevel te verfraaien. De bekendste van hen zijn waarschijnlijk Filippo della Valle (1698-1768) en Pietro Bracci (1700-1773).

Frescostukje van Filippino Lippi.

Op balustrade van de gevel staan beelden van zes heiligen, drie aan elke kant. Rechts gaat het volgens deze bron om Bernardo degli Uberti (ca. 1060-1133), Eugenius van Florence (gestorven 422) en Caterina de’ Ricci (1522-1590). De eerstgenoemde was een in Florence geboren bisschop van Parma. Eugenius was een leerling van Sint Ambrosius en werkte als diaken in Florence. Caterina, ten slotte, was een in Florence geboren Dominicaanse lekenzuster die befaamd was vanwege haar visioenen en mysterieuze bloedingen. Ze werd in 1732 zalig verklaard en in 1746 heilig. Aan de andere kant staan volgens deze bron, van rechts naar links, Sint Petrus Igneus (gestorven in 1089), Sint Filippo Benizi (1233-1285) en Sint Maria Maddalena de’ Pazzi (1566-1607). Alle drie waren ze geboren in Florence. We kunnen dus concluderen dat de zes heiligen op de balustrade allemaal een sterke band met Florence hadden. Aan Filippo Benizi en Maria Maddalena de’ Pazzi zijn kapellen in de kerk gewijd.

Bezienswaardigheden – interieur

Wie de grote kerk betreedt, zal wellicht een beetje teleurgesteld zijn. Het middenschip en de zijbeuken zijn nogal grauw en nauwelijks van decoraties voorzien (zie de afbeelding hierboven). Ook de binnenzijde van Carlo Maderno’s koepel is nauwelijks verfraaid. Bovendien kan het erg donker in de kerk zijn. Ik kreeg zelfs het idee dat toeristen niet echt welkom waren, want al een kwartier voor de sluiting vanwege de lunchpauze werden alle bezoekers naar buiten gebonjourd.

Toch is er gelukkig genoeg mooie kunst in de kerk te vinden. Een goed voorbeeld is het prachtige altaarscherm in het koor, ontworpen door Borromini. Deze talentvolle architect was afkomstig uit Bissone in het huidige Zwitserland. Aanvankelijk werkte hij als steenhouwer en in 1619 streek hij neer in Rome, waar hij mee mocht werken aan de Sint Pieter onder leiding van Carlo Maderno. Maderno en hij waren, zoals reeds vermeld, verre familieleden. Al snel werd zijn talent onderkend en werd hij de grote rivaal van die andere gigant van de Barok in Rome, Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Soms werkten de twee rivalen overigens samen, zoals bij de bouw van het Palazzo Barberini in Rome. Dat ging natuurlijk niet zonder geruzie. Het lijkt erop dat Borromini van tijd tot tijd leed aan diepe depressies. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord door zich op een zwaard te storten. Dat ging helaas voor hem gruwelijk mis. De architect raakte alleen zwaargewond en stierf uiteindelijk pas na een lange en uiterst pijnlijke lijdensweg.

Koor en hoogaltaar van de kerk.

Doop van Christus – Antonio Raggi.

Maderno en Borromini liggen allebei in deze kerk begraven. De herinnering aan de laatstgenoemde wordt levend gehouden door twee gedenktekens. Allereerst is er een epitaaf in de vloer met de woorden FRANCISCUS BORROMINI 1599-1667. Daarnaast is aan een van de pijlers van het middenschip een plaquette bevestigd. Deze plaquette dateert van 1955 en is voorzien van Borromini’s portret. In de tekst worden alle gebouwen in Rome genoemd waaraan Borromini heeft gewerkt. Het koor van de San Giovanni was dus zijn laatste project. Het altaarstuk is een schitterende beeldengroep die de Doop van Christus voorstelt. Deze werd in 1665 gemaakt door Antonio Raggi (1624-1686). Raggi was afkomstig uit Vico Morcote, niet ver van Bissone. De hoofdpersonen in de Doop van Christus zijn natuurlijk Jezus Christus en Johannes de Doper, maar in de lucht boven hen zijn ook God de Vader en de duif van de Heilige Geest te zien. Achter Christus ziet men nog iemand, maar ik heb niet kunnen achterhalen wie dat moet voorstellen. Misschien gaat het om een (aarts)engel.

Aan weerszijden van het altaarscherm zien we mooie grafmonumenten. Ze zijn voor de broers Orazio (gestorven in 1664) en Lelio Falconieri (1585-1648). De monumenten werden ontworpen door Borromini, maar door anderen gemaakt. Het monument rechts is voor Orazio. Hij was de man die Borromini inhuurde om het koor te bouwen. Het beeldhouwwerk is van Ercole Ferrata (1610-1686). Broer Lelio was een kardinaal en titulair aartsbisschop van het Griekse Thebe. Zijn monument aan de linkerkant heeft beeldhouwwerk van Domenico Guidi (1625-1701).

Kapellen

Uiteraard heeft een aan Johannes de Doper gewijde kerk ook een doopkapel. Het gaat om de derde kapel aan de linkerzijde. We treffen er opnieuw een beeldengroep van de Doop van Christus aan, ditmaal van de hand van Francesco Mochi (1580-1654). Het werk dateert van 1644 en stond oorspronkelijk in het koor, totdat het vervangen werd door de hiervoor besproken beeldengroep van Antonio Raggi. Francesco Mochi is vooral bekend vanwege zijn twee ruiterstandbeelden op de Piazza dei Cavalli in Piacenza. Zijn Doop van Christus is wat eenvoudiger dan die van Raggi, maar niettemin een prachtig kunstwerk.

Doop van Christus – Francesco Mochi.

Meer fraai beeldhouwwerk vinden we in het rechter dwarsschip. Aan de muren zijn gedenktekens bevestigd gemaakt door de al genoemde Ercole Ferrata en door Alessandro Algardi (1598-1654). Rechts van het koor bevindt zich een kapel met een groot altaar waarin een klein stukje fresco van de Madonna met het Kind is verwerkt (zie de afbeelding hierboven). De schilder van het fresco was Filippino Lippi (1457-1504), terwijl de overige fresco’s in de kapel door Agostino Ciampelli (1565-1630) werden gemaakt. Ciampelli schilderde ook het altaarstuk met Sint Antonius-Abt in de vierde kapel links. In de kapel links van het koor was de schilder Giovanni Lanfranco (1582-1647) actief en in de vijfde kapel links Niccolò Circignani (ca. 1530-1597), bijgenaamd Il Pomarancio. Hij verfraaide de muren met voorstellingen uit het leven van Sint Franciscus van Assisi. Zo te zien gaat het om de vuurproef bij de sultan van Egypte en de goedkeuring van de Franciscaanse regel door de Paus (Innocentius III of Honorius III). Het altaarstuk in de kapel is van Santi di Tito (1536-1603), een schilder afkomstig uit Florence.

Bij de kerk hoort een klein museum, het Museo di Arte Sacra. Het museum bezit onder meer een aan Michelangelo toegeschreven beeldje van Johannes de Doper en twee borstbeelden van de jonge Bernini. Helaas was het museum gesloten tijdens mijn laatste bezoek aan Rome, wellicht als gevolg van de coronamaatregelen.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 153;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 305;
  • Robert Hughes, De zeven levens van Rome, p. 319-321.
  • San Giovanni dei Fiorentini op Churches of Rome Wiki.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.