Rome: Santa Maria in Monticelli

Santa Maria in Monticelli.

Het lukte me niet om een goede foto van de gevel van de kerk van Santa Maria in Monticelli te maken. De straat waaraan de kerk staat, is niet zo breed, maar staat wel vol geparkeerde auto. Als je afstand probeert te nemen, kom je als fotograaf al snel met je rug tegen een hek te staan. Dan maar een diagonale foto, waarop in elk geval de middeleeuwse klokkentoren van de kerk goed te zien is.

Geschiedenis

Deze bakstenen toren geeft een goede hint over de ouderdom van de kerk. De gevel dateert duidelijk van de tijd van de Barok, maar de toren is twaalfde-eeuws. De kerk werd in 1101 gewijd door Paus Paschalis II (1099-1118). Daarna werd ze in dezelfde eeuw nog een keer gewijd, en wel tijdens het pontificaat van Paus Innocentius II (1130-1143). Twee wijdingen in een tijdspanne van ongeveer veertig jaar is opmerkelijk en niet goed te verklaren. Mogelijk was er sprake van een grondige verbouwing, maar een andere optie is een restauratie na een brand of andere zware schade.

Interieur van de kerk.

Tussen 1710 en 1720 werd de Santa Maria in Monticelli in opdracht van Paus Clemens XI (1700-1721) omgebouwd tot een Barokke kerk. Clemens schakelde hiervoor de architecten Matteo Sassi (1647-1723) en Giuseppe Sardi (1680-na 1768). De eerstgenoemde is niet zo bekend, maar hij was een medewerker van Carlo Fontana. Bovendien was hij een oom van de architect Ludovico Rusconi Sassi (1678-1736), die aan de kerk van San Salvatore in Lauro werkte (diens moeder was de zuster van Matteo). De laatstgenoemde ontwierp onder meer de Barokke gevel van de kerk van Santa Maria in Cosmedin, die later weer werd verwijderd. Een tweede grote verbouwing vond plaats in 1860 onder leiding van de architect Francesco Azzurri (1827-1901).

Bezienswaardigheden

Met zoveel bouwkundige interventies behoeft het geen verbazing te wekken dat van de oorspronkelijke middeleeuwse kerk weinig meer over. De klokkentoren is dus bewaard gebleven, in de apsis vinden we nog een stukje van een middeleeuws mozaïek en de kerk heeft verder nog een kruisbeeld uit – vermoedelijk – de veertiende eeuw. De rest van de kunst dateert van later, en het interieur van de kerk is sterk negentiende-eeuws. Dat interieur is overigens zeker fraai te noemen. De grote pilaren in het middenschip zijn bekleed met marmer met tekeningen in zwart en wit. In het koor domineren de kleuren rood, blauw en goud. Hier vinden we nog een klein stukje van wat ooit een groot mozaïek van Jezus Christus geweest moet zijn. De rest van het mozaïek ging verloren bij de verbouwing in de achttiende eeuw, maar het gezicht van de Heiland werd bewaard. Het was te heilig om vernietigd te worden, zo neem ik aan. Dat zien we vaker in Rome, bijvoorbeeld bij de kerk van San Bartolomeo all’Isola en de kathedraal van San Giovanni. De wijnranken rondom het Christushoofd werden in de negentiende eeuw geschilderd.

Apsis met een stukje mozaïek uit de twaalfde eeuw.

Het plafond van het middenschip werd met fresco’s beschilderd door Carlo Ruspi (1798-1863). Hij geniet vooral bekendheid vanwege het restaureren van Etruskische fresco’s uit de Oudheid. Voor deze kerk schilderde hij echter zes sterke vrouwen uit de Bijbel. De twee meest formidabele zijn toch wel Judit en Jaël. Judit onthoofdde de Assyrische generaal Holofernes en Jaël doodde de Kanaänitische generaal Sisera door een tentharing in zijn schedel te drijven. Tussen hen in is Abigaïl geschilderd, de tweede vrouw van koning David. Aan de andere kant zien we een andere vrouw van de koning, Batseba. Zij was eigenlijk de vrouw van de Hittiet Uria. David bezwangerde haar en liet haar man expres sneuvelen in de strijd. Het kind dat Batseba baarde, stierf al na enkele dagen. Later schonk ze het leven aan Salomo, die David zou opvolgen. De laatste twee vrouwen zijn Ester en Debora.

Plafond met fresco’s van Carlo Ruspi.

Geseling van Christus – Antonio Carracci.

Het bekendste kunstwerk in de zijkapellen is waarschijnlijk de Geseling van Christus van Antonio Carracci (1583-1618). Carracci kwam uit een echte schildersfamilie: ook zijn vader Agostino en oom Annibale waren schilders, net als een neef van zijn vader genaamd Ludovico. De Geseling hangt in de tweede kapel rechts. In de achttiende eeuw schilderde de Franse schilder Jean-Baptiste van Loo (1684-1745) er een andere voorstelling van de Geseling overheen. De twee versies werden in 1860 van elkaar gescheiden en het werk van Van Loo is in de eerste kapel links te bezichtigen. De kapel daarnaast heeft het al genoemde kruisbeeld. Het is bijzonder knap gemaakt. Het lichaam van Christus lijkt uitgemergeld. De Heiland heeft bovendien een zeer getormenteerde blik en zijn mond hangt open.

Ten slotte is de kapel rechts van het koor heel bijzonder. De kapel is gewijd aan Christus de Nazarener en in 1900 heringericht in Neo-Byzantijnse stijl. De schilder van de fresco’s was Eugenio Cisterna (1862-1933). Het altaarstuk van Jezus met de doornenkroon zou afkomstig zijn uit Meknes in Marokko en zou in 1681 naar deze kerk zijn overgebracht. Dit is een vreemd verhaal, want Marokko is nu niet bepaald een katholiek land. Het verhaal hoeft echter niet per se onwaar te zijn. Marokko werd in die tijd geregeerd door de dynastie van de Alaouieten. Tijdens de lange regering van Moulay Ismail (1672-1727) werd Meknes de hoofdstad en werden grootschalige bouwactiviteiten ontplooid. Hierbij werden duizenden christenslaven uit Europa ingezet. Velen van hen moeten katholieken uit Spanje, Portugal, Frankrijk of Italië zijn geweest, ongelukkige zeelieden en kustbewoners die door de beruchte ‘Barbarijse zeerovers’ waren ontvoerd. Twee katholieke kloosterordes, die van de Mercedariërs en van de Trinitariërs waren bij de zorg voor de christenslaven betrokken. Het is dus niet onmogelijk dat het schilderij in Marokko de afgebeulde slaven enige troost heeft geboden en via een van beide ordes, of via een ambassadeur, in Rome terecht is gekomen.

Kapel van Christus de Nazarener.

Bron: Churches of Rome Wiki.

One Comment:

  1. Winand Quaedvlieg

    Graag berichten als er afbeeldingen of reparaties verricht zijn aan fresco’s en andere schilderijen door de schiolder Charles (Carlo) Quaedvlieg 1823/1874. Valkenburg/Rome.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.