Rome: San Bartolomeo all’Isola

San Bartolomeo all’Isola.

De San Bartolomeo staat misschien wel op de mooiste locatie van alle kerken in Rome, namelijk op de rand van het Tibereiland. De kerk staat tegenover een ziekenhuis, het Ospedale Fatebenefratelli[1], en het eiland is al meer dan 2.300 jaar verbonden met het thema ziekte en genezing. Dat is al zo sinds de Romeinen hier een tempel voor Asclepius bouwden, de Romeinse god van de geneeskunde. De San Bartolomeo wordt gemakkelijk aangezien voor een simpele Barokke kerk. Zo ziet ze er inderdaad uit, zowel van binnen als van buiten, maar in werkelijkheid is ze veel ouder. De middeleeuwse klokkentoren geeft een idee van de ware leeftijd van de kerk. Deze toren dateert van 1118 en werd toegevoegd aan een kerk die tussen 998 en 1001 werd gebouwd.

Geschiedenis

In 293 BCE werd Rome getroffen door een vreselijke pestepidemie. Volgens de Romeinse geschiedschrijver Livius werd daarop een delegatie naar Epidauros op de Peloponnesos gestuurd, waar een beroemde tempel stond voor Asklepios (Asclepius of Aesculapius in het Latijn). Vanuit de gehele Griekse wereld kwamen mensen naar Epidauros toe om genezing van hun kwalen af te smeken en kennelijk hadden ze daarbij vrij vaak succes. De Romeinse delegatie moest een beeld van de god zien te bemachtigen, maar het lijkt erop dat ze alleen een slang meekreeg. De slang was het heilige dier van Asclepius: deze god wordt altijd afgebeeld met een staf waar een slang omheen gekronkeld zit, nog steeds een symbool van de geneeskunde en van artsen. Eenmaal terug in Rome ontsnapte de slang van het schip en kroop in een hol op het Tibereiland. De Romeinen besloten op die plek een tempel gewijd aan Asclepius te bouwen. Deze tempel werd in de eerste eeuw herbouwd en een deel ervan lijkt als ziekenhuis te hebben gefunctioneerd.

Asclepius, de Romeinse god van de geneeskunde (Capitolijnse Musea, Rome).

In 998 liet Otto III, Keizer van het Heilige Roomse Rijk (996-1002), een christelijke kerk over de heidense tempel heen bouwen. Deze kerk werd rond het jaar 1001 voltooid. Otto maakte dat nog net mee: hij stierf slechts een jaar later op 21-jarige leeftijd. De kerk werd oorspronkelijk gewijd aan Sint Adalbert van Praag en Sint Paulinus van Nola. Adalbert was een missionaris die in 997 de marteldood stierf en in 999 heilig werd verklaard. Paulinus was een Romeinse senator die zich tot het christendom bekeerde en later tot bisschop van Nola in Campanië werd benoemd. Sint Bartholomeus – San Bartolomeo in het Italiaans – was in religieus opzicht veel belangrijker dan Adalbert en Paulinus, want hij was een van de twaalf apostelen. Bartholomeus zou levend gevild zijn (wellicht in Armenië) en wordt in de religieuze kunst vaak afgebeeld met een mes en repen van zijn huid (zie bijvoorbeeld het beroemde beeld van Marco d’Agrate in de Duomo in Milaan).

Op de een of andere manier waren de vermeende overblijfselen van Bartholomeus op de Aeolische Eilanden voor de kust van Sicilië terechtgekomen en vervolgens in de stad Benevento in Campanië. De vader van Otto III, eveneens Otto geheten, had Beneventum ingenomen en het was deze Otto II die de overblijfselen meenam naar Rome. Otto III liet ze vervolgens bijzetten in zijn nieuwe kerk en ergens vóór 1088 werd de wijding van de kerk veranderd en kwam zij bekend te staan als de San Bartolomeo. Aangezien de kerk zeer dicht bij de rivier staat, heeft zij al eeuwenlang last van overstromingen en waterschade. Als gevolg hiervan waren er vele restauraties nodig en één daarvan leidde in 1118 tot de toevoeging van de huidige klokkentoren. Deze toren is tegenwoordig een van de oudste onderdelen van de kerk.

Interieur van de kerk.

Een grote overstroming in 1557 richtte zoveel schade aan dat de San Bartolomeo meer dan twee decennia lang onbruikbaar was. Pas in 1583 gaf Paus Gregorius XIII (1572-1585), de man die de Gregoriaanse Kalender invoerde, de opdracht de kerk te restaureren. Bij deze restauratie werd de rechter zijmuur herbouwd, want de originele muur was compleet weggevaagd door het water. De San Bartolomeo kreeg min of meer haar huidige voorkomen tussen de zeventiende en de negentiende eeuw. De taak om de zijkapellen te decoreren werd toevertrouwd aan Antonio Marziale Carracci (ca. 1583-1618), die niet verward moet worden met zijn beroemdere oom Annibale Carracci (1560-1609). Carracci slaagde erin vier kapellen te voltooien voordat hij vroegtijdig kwam te overlijden. De kerk kreeg in 1639 een nieuwe gevel en verdere werkzaamheden vonden plaats tussen 1720 en 1739 en in 1852.

In 2000 werd de San Bartolomeo een plek voor de verering van de “moderne martelaren”. Daarmee wordt gedoeld op katholieken uit de hele wereld die gedurende de twintigste eeuw werden vervolgd en gedood vanwege hun geloof. De zes kapellen in het schip zijn allemaal verbonden met martelaren die in verschillende delen van de wereld werden vermoord tijdens allerhande vervolgingen. Hierbij kan men denken aan katholieken die tijdens de Spaanse Burgeroorlog, door de Nazi’s of door de communisten werden omgebracht. Een voorbeeld is de Poolse priester Jerzy Popiełuszko. In 1984 werd hij vermoord door agenten van de Geheime Dienst. In 2010 werd hij zalig verklaard en de steen waarmee hij werd gedood wordt als relikwie in de kerk bewaard.

Wat te zien

Porfieren badkuip gebruikt als altaar.

De piazza voor de kerk is charmant. Het pleintje wordt gedomineerd door een monument ter nagedachtenis aan het Eerste Vaticaanse Concilie (1869-1870). De gebouwen aan de linkerkant van het plein huisvesten tegenwoordig het Ospedale Israelitico Roma, het Joodse ziekenhuis van Rome. Deze gebouwen waren oorspronkelijk onderdeel van een Franciscanenklooster dat in 1873 werd ontbonden. Vroeger stonden er ook gebouwen aan de rechterkant, maar deze werden aan het einde van de negentiende eeuw afgebroken vanwege – wederom – problemen met de rivier. Ten zuiden van de piazza vinden we de Ponte Cestio, de brug die naar Trastevere leidt. Ten noorden staat de Ponte Fabricio, de oudste nog bestaande stenen brug van Rome.[2] Deze werd in 62 BCE gebouwd en leidt naar het gebied rond het Campo de’ Fiori.

De gevel van de kerk was oorspronkelijk versierd met mozaïeken gemaakt in de twaalfde en dertiende eeuw, maar hiervan is vrijwel niets bewaard gebleven. De meeste mozaïeken werden tijdens achtereenvolgende overstromingen beschadigd of verwoest. Kennelijk heeft alleen een fragment van een mozaïek met daarop Christus die zijn zegen geeft alle ellende overleefd. Dit fragment wordt echter aan het zicht onttrokken door de huidige gevel uit de zeventiende eeuw. De ruimte waarin het zich bevindt, is niet toegankelijk voor toeristen (hier vindt u een afbeelding van het mozaïek). De huidige gevel is volstrekt helder over waar het bij deze kerk allemaal om draait:

“IN HAC BASILICA REQVIESCIT CORPVS S. BARTHOLOMAEI APOSTOLI”
(“In deze basiliek rust het lichaam van Sint Bartholomeus de Apostel”)

Put uit de 11e eeuw.

Het interieur van de kerk kan worden samengevat in twee woorden: simpele Barok. De twee interessantste voorwerpen vindt men in het koor. Allereerst zien we daar als onderdeel van de trap die naar het altaar leidt een originele waterput uit de elfde eeuw. De bron zelf is veel ouder en werd al in de tempel van Asclepius gebruikt. De priesters haalden er water uit en gebruikten dit vermoedelijk bij hun ceremonies. De bron is – kennelijk – 10,25 meter diep en op dit moment staat er geen water meer in. De buitenkant van de put is aan alle vier de kanten versierd. We zien Jezus Christus, ofwel Adalbert ofwel Paulus, Keizer Otto III met een miniatuurversie van de kerk en Sint Bartholomeus met een boek en een mes.

Het altaarstuk is een modern icoon over de vervolging van de “moderne martelaren” (zie hierboven). Het is niet erg interessant, maar het altaar zelf is dat wel. Dat bestaat namelijk uit een porfieren badkuip uit de Oudheid. Deze zeldzame marmersoort werd gewonnen in de Egyptische woestijn en was zeer kostbaar (sarcofagen van koningen en keizers werden ervan gemaakt; zie bijvoorbeeld het Mausoleum van Theoderik in Ravenna of dat van Constantina in Rome zelf). De badkuip heeft gebeeldhouwde handvatten en een leeuwenhoofd. De overblijfselen van Sint Bartholomeus werden erin bijgezet.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 153;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 274-279;
  • San Bartolomeo all’Isola op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Van het Italiaanse “Fate bene, Fratelli”, “doe iets goeds, Broeders”.

[2] Feitelijk is de Ponte Rotto achter de kerk nog ouder. Deze werd tussen 179 en 142 BCE gebouwd als de Pons Aemilius. In de zestiende eeuw werd de brug door overstromingen zwaar beschadigd en vervolgens opgegeven. Tegenwoordig is er nog maar een klein segment van over.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.