Milaan: De Duomo

De Duomo.

Het kostte ons zeker anderhalf uur om de Duomo binnen te komen. Er waren behoorlijk stringente veiligheidsmaatregelen van kracht en de rij buiten de kathedraal was vervelend lang. Soldaten in gevechtstenue en met machinegeweren patrouilleerden door de straten en bewaakten de Duomo, een van de beroemdste herkenningspunten van Milaan. Iedere bezoeker werd gefouilleerd en tassen werden doorzocht. We moesten zelfs een slokje van ons water nemen om te bewijzen dat onze flesjes geen explosieven bevatten. Maar het was het allemaal waard. De Duomo is een fascinerend gebouw, tjokvol interessante kunst.

Geschiedenis

Het middeleeuwse Milaan was een bijzondere stad: ze had twee kathedralen in plaats van één. De Santa Thecla was de zomerkathedraal, en in de winter werden de kerkdiensten gehouden in de Santa Maria Maggiore. Aan het eind van de veertiende eeuw werd de beslissing genomen om een nieuwe kathedraal te bouwen, gewijd aan de Geboorte van Maria (Santa Maria Nascente). De bouw van de Duomo begon in 1386. Initiatiefnemer was de toenmalige aartsbisschop van Milaan, Antonio da Saluzzo (gestorven in 1401). Gian Galeazzo Visconti (1351-1402), Heer van Milaan en eerste Hertog van de stad sinds 1395, speelde eveneens een belangrijke rol. Visconti richtte in 1387 de Veneranda Fabbrica del Duomo di Milano op om de bouw van de Duomo te coördineren. Tevens decreteerde hij dat de kathedraal moest worden gebouwd van Candoglia-marmer in plaats van baksteen. Architecten uit Lombardije, Duitsland en Frankrijk werden ingevlogen om een grootste kathedraal in Gotische stijl neer te zetten. De Lombardische ingenieur Simone da Orsenigo werd tot eerste hoofdarchitect benoemd. Na hem zouden nog velen die positie bekleden.

Plaquette over het begin van de bouw van de Duomo.

Aanvankelijk lijkt het werk soepel te zijn verlopen. Het jaar 1390 werd uitgeroepen tot jubeljaar en dit bracht een flinke hoeveelheid geld binnen. De twee oude basilieken werden stukje bij beetje afgebroken naarmate het werk aan de nieuwe kathedraal vorderde. In 1418 kon het hoogaltaar worden ingewijd door Paus Martinus V (1417-1431). Delen van het middenschip en de zijbeuken waren rond deze tijd al voltooid. Het gegeven dat de laatste delen van de Santa Thecla in 1461 werden afgebroken suggereert dat de Duomo toen al voor kerkdiensten kon worden gebruikt. Daarna lijkt er echter vertraging te zijn opgetreden, gedeeltelijk vanwege een gebrek aan geld. In 1564 werd Carlo Borromeo – de latere heilige – de nieuwe aartsbisschop van Milaan, een positie die hij tot aan zijn dood in 1584 zou bekleden. Zijn belangrijkste beslissing met betrekking tot de Duomo was de benoeming, in 1567, van Pellegrino Tibaldi (1527-1596) tot hoofdarchitect van de kathedraal. Inmiddels werd de Gotische stijl als ouderwets gezien en was ze helemaal uit de gratie geraakt. Tibaldi kreeg de opdracht de kathedraal te verbouwen in de stijl van de Contrareformatie. Tot zijn belangrijkste prestaties behoort de herbouw van het koor.

La Madonnina.

In 1638 werd Carlo Buzzi uit Varese (ca. 1585-1658) als nieuwe hoofdarchitect aangesteld. Hij verving Francesco Maria Richini (1584-1658). Deze Richini had al enig werk verricht aan de gevel van de kathedraal, maar Buzzi nam de verrassende beslissing dat de rest van deze gevel in de Gotische stijl moest worden voorgezet. Dezelfde stijl dus die eerder was verlaten. Een ander belangrijk jaar was 1774, toen een verguld beeld van de Maagd Maria op een van de hoogste torenspitsen van de kathedraal werd geplaatst. De Milanezen noemen het beeld La Madonnina. Het werd ontworpen door de beeldhouwer Giuseppe Perego en het koperwerk is van de hand van de goudsmid Giuseppe Bini. De Madonnina is zo’n vier meter hoog en staat op een hoogte van 108,5 meter.

Op 2 december 1804 werd Napoleon Bonaparte gekroond tot Keizer van de Fransen. Vervolgens wenste hij ook tot Koning van Italië te worden gekroond. Hij koos de Duomo als de plaats voor de kroningsceremonie, maar was ontevreden over het feit dat de gevel na meer dan vier eeuwen nog steeds niet voltooid was. De opdracht om dat alsnog te doen werd verstrekt aan Giuseppe Zanoia (1752-1817) en Carlo Amati (1776-1852). Zij voltooiden de gevel in 1813. Nu werden nog meer torenspitsen toegevoegd, evenals beelden en de prachtige gebrandschilderde ramen in de apsis, een project dat nog tot 1858 voortduurde. Hoewel de kathedraal tegen deze tijd als min of meer ‘af’ kon worden beschouwd, zouden de bouw- en restauratieactiviteiten tot ver in de twintigste eeuw doorgaan. Al met al heeft de bouw van de Duomo meer dan vijf eeuwen geduurd.

Middenschip van de Duomo.

De Duomo verkennen

Binnen in de Duomo is veel te zien. Dit is dan ook een immense kathedraal, met een middenschip en vier zijbeuken. Alle zuilen zijn versierd met beelden van verschillende heiligen. In de rechter zijbeuk treffen we een plaquette aan met de tekst EL PRINCIPIO DIL DOMO DI MILANO FV NEL ANNO 1386, ter herinnering aan de begin van de bouw van de kathedraal in dat jaar. Het lijkt erop dat de linker zijbeuk alleen toegankelijk is voor kerkgangers. Dat betekende spijtig genoeg dat we geen mogelijkheid hadden de beroemde Trivulzio Kandelaar in het linker dwarsschip te bewonderen. Deze enorme bronzen kandelaar, meer dan vijf meter hoog, staat sinds 1562 in de Duomo. De oorsprong van het voorwerp is nogal duister. Soms wordt het aan de goudsmid Nicolaas van Verdun (1130-1205) toegeschreven, maar of dat juist is, is verre van zeker. De kandelaar heeft een eigen pagina op het Italiaanse Wikipedia, met een goede afbeelding.

Voorstellingen uit het Oude Testament.

De Duomo is beroemd vanwege haar gebrandschilderde ramen. De oudste van deze ramen dateren uit de vroege vijftiende eeuw, terwijl het nieuwste raam in 1988 werd gemaakt. De verschillen in stijl zijn moeilijk te missen. Erg fraai vond ik persoonlijk het raam in de rechter zijbeuk dat in 1470-1475 werd gemaakt en voorstellingen uit het Leven van Christus toont. Ook mooi zijn de ramen uit de zestiende eeuw in diezelfde zijbeuk met voorstellingen uit het Oude Testament. In het rechter dwarsschip zien we een raam met scènes uit het Leven van Sint Catharina van Alexandrië, ontworpen door Biagio en Giuseppe Arcimboldo (1526-1593), vader en zoon. Voor het verhaal van Catharina, zie Milaan: San Nazaro in Brolo.

De ramen van de apsis zijn hierboven al genoemd. Het zijn er drie. Het linker raam toont voorstellingen uit het Oude Testament, het rechter raam uit het Nieuwe Testament. Het middelste raam heeft de Apocalyps als thema. De apsis is het oudste gedeelte van de kathedraal, maar de oorspronkelijke ruiten zijn bijna allemaal vervangen. Het linker en het rechter raam dateren uit de negentiende eeuw. Ze werden gemaakt door Giovanni Battista Bertini en zijn zonen Pompeo en Giuseppe, de toenmalige directeur van de Pinacoteca di Brera en later de eerste directeur van het Museo Poldi Pezzoli. De website van de Duomo meldt hierover het volgende:

“Giovanni Battista Bertini and his sons worked using a new technique, that of enamel decoration, based on the earlier model of historiated stained glass. The Bertini family made no less than eleven large stain glassed windows from scratch, including the two apse windows.”

Het middelste raam is een geval apart. Het bevat nog zo’n vijftig originele ruiten uit de vijftiende en zestiende eeuw.

Impressie van de ramen in de apsis.

Koor.

Het koor van Pellegrino Tibaldi is zeer indrukwekkend. Omdat het is afgezet, moet men helaas het altaar, de houten koorbanken, de orgels en het enorme baldakijn van een afstandje bewonderen. Aan weerszijden van het koor vinden we twee grote preekstoelen van verguld koper. Achter het koor, tegenover de sacristie, leidt een trap naar beneden naar de tombe van Sint Carlo Borromeo, de aartsbisschop die hierboven reeds werd genoemd. We zijn hier niet afgedaald. Een grote groep pelgrims bezocht op dat moment de kathedraal en de graftombe van Sint Carlo is voor hen een zeer belangrijk onderdeel van het bezoek.

Vergeet niet een blik te werpen op het grafmonument voor Gian Giacomo Medici (1498-1555) in het rechter dwarsschip. Deze man was de broer van Paus Pius IV (1559-1565), die zelf in 1499 was geboren als Giovanni Angelo Medici. De Milanese Medici’s waren waarschijnlijk geen familie van hun bekendere naamgenoten, de Medici’s van Florence. Hoewel hij van tamelijk bescheiden afkomst was, gaf Giovanni Medici zodra hij paus was de opdracht voor een prachtige graftombe voor zijn overleden broer. Het monument werd ooit toegeschreven aan Michelangelo, maar tegenwoordig wordt aangenomen dat het tussen 1560 en 1563 werd gemaakt door de beeldhouwer Leone Leoni (ca. 1509-1590). Het monument heeft een eigen pagina op het Italiaanse Wikipedia, waar overigens wel wordt gesuggereerd dat Michelangelo de tombe heeft ontworpen.

Sint Bartolomeüs.

Het beroemdste en tegelijkertijd griezeligste beeld in de Duomo staat eveneens in het rechter dwarsschip. Ik doel op een beeld van Sint Bartolomeüs, gemaakt door Marco d’Agrate (ca. 1504-1574) in 1562. Bartolomeüs was een van de twaalf apostelen. Volgens de overlevering werd hij levend gevild, en het beeld toont hem dan ook met de afgestroopte huid over zijn schouders als ware deze een Romeinse toga.

Boven en beneden

Vervaagd fresco in het Baptisterium.

Vergeet niet een bezoek te brengen aan wat er nog over is van het Baptisterium van San Giovanni alle fonti onder de Duomo. Dit zou de plek kunnen zijn geweest waar Sint Ambrosius Sint Augustinus van Hippo doopte, al is er een rivaliserende traditie die beweert dat deze gebeurtenis in de Sant’Ambrogio elders in Milaan plaatsvond. Het Baptisterium werd in 1394 afgebroken om plaats te maken voor de nieuwe kathedraal. Ik moet toegeven dat er beneden niet veel te zien is. De contouren van het achthoekige doopvont zijn nog steeds zichtbaar, en de bezoeker kan eveneens een blik werpen op de restanten van de apsis van de Santa Thecla, in 1461 afgebroken (zie hierboven). Wie goed kijkt, ziet nog twee figuurtjes op een grotendeels vervaagd en beschadigd fresco. Het lijkt te gaan om deelnemers aan een doopceremonie.

Het is mogelijk om de trap of een van de twee liften te nemen naar de dakterrassen van de kathedraal. Er passen slechts ongeveer vijf mensen in een lift, en toen wij Milaan bezochten in augustus 2016 was een van de liften nog stuk ook. Het gevolg was een lange rij. Het uitzicht vanaf de dakterrassen is vrij goed, maar men moet hierbij wel bedenken dat Milaan geen Rome of Florence is. De stad heeft een veel modernere skyline, maar men zou wel de oudere herkenningspunten moeten kunnen ontwaren, zoals de San Gottardo in Corte, de San Lorenzo Maggiore en het Castello Sforzesco. De Galleria Vittorio Emanuele II, gebouwd tussen 1865 en 1877 door Giuseppe Mengoni (1829-1877), is eveneens zichtbaar.

Piazza del Duomo.

Soms wordt het uitzicht overigens geblokkeerd, hetzij door de gevel, hetzij door een van de vele torentjes, bogen of standbeelden. Volgens de website van de Duomo zijn er zo’n 135 torenspitsen en pinakels. Daarnaast sieren 3.400 beelden het exterieur en interieur van de kathedraal. De belangrijkste beelden zijn echter wel verplaatst naar het Museo del Duomo en vervangen door kopieën.

De Dorling Kindersley reisgids voor Milaan en de Meren (2010) was een belangrijke bron voor deze bijdrage. Ik maakte eveneens gebruik van de eigen website van de Duomo en het artikel over de Duomo op het Italiaanse Wikipedia.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.