Bologna: San Giacomo Maggiore

Kerk van San Giacomo Maggiore.

Bij ons bezoek aan de kerk van San Giacomo Maggiore kregen we sterk het idee dat deze niet echt op toeristen zit te wachten. Een bordje met een fotografieverbod (nauwelijks gehandhaafd overigens), weinig verlichting en afgesloten kapellen met de topstukken, echt welkom voelden we ons niet. Bezoekers moeten zich echter zeker niet door dit alles laten afschrikken, want de San Giacomo Maggiore is een bijzonder mooie kerk met ongelooflijk veel interessante kunst. Het loont de moeite de kerk ook vanaf de 97 meter hoge Asinelli-toren te bekijken. Vooral de aparte dakconstructie valt dan direct op. Voor de grote koepel zult u drie achthoekige stukken dak zien, die veel weg hebben van minikoepels.

Geschiedenis

De San Giacomo Maggiore is gewijd aan de apostel Jakobus de Meerdere. Hij was de zoon van Zebedeüs en de broer van Johannes. In het jaar 42 of 44 werd hij door koning Herodes Agrippa gearresteerd en terechtgesteld. Zijn overblijfselen zouden per schip naar Santiago de Compostela in Spanje zijn overgebracht, en de plek waar ze zouden zijn begraven is al eeuwenlang een bekend bedevaartsoord. De aan Jakobus gewijde kerk in Bologna is de kerk van de Augustijnen. Op 25 april 1267 werd de eerste steen voor het gebouw gelegd. In 1315 was het gebouw zo goed als klaar, maar omdat tussen 1331 en 1343 nog de apsis moest worden toegevoegd, werd de kerk pas in 1344 gewijd. De San Giacomo raakt met haar achterzijde het oratorium van Santa Cecilia, een oudere parochiekerk die tegen de stadsmuren uit elfde eeuw aangebouwd is. Het oratorium kan gratis bezocht worden en er is doorgaans een gids aanwezig die interessant kan vertellen over de fresco’s van Francesco Francia (ca. 1447-1517), Lorenzo Costa (1460-1535) en Amico Aspertini (ca. 1474-1552). Als u de gids kunt vertellen dat de heilige Cecilia in Rome werd begraven en haar beeld aldaar door Stefano Maderno werd vervaardigd, zal hij diep onder de indruk zijn.

De kerk van boven bezien.

Nu terug naar de San Giacomo Maggiore. In de vijftiende eeuw werden er belangrijke wijzigingen aan exterieur en interieur aangebracht. Allereerst verrees in 1471 de imposante, 55 meter hoge klokkentoren, goed zichtbaar vanaf de Piazza Giuseppe Verdi achter de kerk en vanaf de al genoemde Asinelli-toren. Tussen 1477 en 1481 werd de beroemde colonnade gebouwd die langs de linkerzijde van de kerk loopt. Toen de colonnade was voltooid, werd tussen 1483 en 1498 het interieur van de San Giacomo onder handen genomen. Daarbij werd onder meer de dakconstructie gewijzigd en kreeg de kerk haar opvallende ribgewelven. Uiteraard werd er ook na de vijftiende eeuw nog aan de kerk gesleuteld. Er werden kunstwerken toegevoegd in de stijl van de Renaissance, het Maniërisme en de Barok. In de kern bereikte de San Giacomo echter al rond 1500 haar huidige vorm.

Oratorium van Santa Cecilia, met daarachter de San Giacomo Maggiore. Let op de colonnade die langs de beide bouwwerken loopt.

Bezienswaardigheden

Interieur van de kerk.

De sobere gevel van het gebouw dateert van ca. 1295. De opvallendste versieringen zijn de Gotische vensters gemaakt van steen uit Istrië. Het lijkt nogal aannemelijk dat er nooit ruiten in de vensters hebben gezeten en dat ze puur ter decoratie zijn aangebracht. De gevel heeft verder een eenvoudig portaal rondom de enige ingang. De buitenste zuilen van het portaal worden gedragen door leeuwen. Helemaal bovenin, boven de punt van de gevel, zien we dan nog een beeldje van de apostel Jakobus. Hij is herkenbaar aan de onder hem gebeeldhouwde en naar hem genoemde Sint-Jakobsschelp.

Wie de kerk betreedt, komt binnen in een grote open ruimte. De San Giacomo is eenbeukig en heeft zeer veel kapellen, drie in elke travee. Daarbij zij wel aangetekend dat veel van de kapellen in het schip niet meer zijn dan ondiepe nissen. In de kapellen vindt men werken van vele grote namen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Ik noem werk van Prospero Fontana (1512-1597) en zijn dochter Lavinia (1552-1614), van de Siciliaanse schilder Tommaso Laureti (ca. 1530-1602) en de beeldhouwer Alfonso Lombardi (ca. 1497-1537). De kerk heeft ook werk van de Bolognese schilders Ludovico Carracci (1555-1619), Bartolomeo Cesi (1556-1629), Lorenzo Sabbatini (ca. 1530-1576) en diens leerling, de Antwerpenaar Denijs Calvaert (1540-1619).

Zeer interessant is ook de in opdracht van kardinaal Giovanni Poggi (1493-1556) gebouwde en aan Johannes de Doper gewijde Cappella Poggi. Deze werd ontworpen en van fresco’s voorzien door Pellegrino Tibaldi (1527-1596), die enige tijd de hoofdarchitect van de Duomo van Milaan was. Ook de al genoemde Prospero Fontana leverde een bijdrage aan de decoratie van de kapel. Natuurlijk zijn er in de kapellen ook nog wel oudere kunstwerken te vinden. In de Cappella Cari hangt bijvoorbeeld een grote crucifix uit 1370, geschilderd door Simone dei Crocifissi en in de kapel ernaast, de Cappella Calcina, schilderde Cristoforo da Bologna in de tweede helft van de veertiende eeuw voorstellingen uit het leven van Maria van Egypte. Zij was een prostituee die tot inkeer kwam en als kluizenares in de woestijn ging leven. We zien onder meer hoe de priester Zosimas van Palestina haar de hostie brengt. Verder wijs ik op een veelluik van Paolo Veneziano (gestorven ca. 1365) uit 1345. Het bijzondere aan het veelluik is dat een stuk van het Heilige Kruis centraal staat, aangegeven met de Latijnse woorden Lignum Sancte Crucis.

Graftombe van Anton Galeazzo Bentivoglio – Jacopo della Quercia.

De familie Bentivoglio

De kerk van San Giacomo Maggiore is onlosmakelijk verbonden met de familie Bentivoglio, die – met tussenpozen – tussen 1401 en 1512 over Bologna heerste. Een hoogtepunt is de graftombe van Anton Galeazzo Bentivoglio (ca. 1385-1435). In 1420 maakte hij zich meester van de stad, maar korte tijd later moest hij haar alweer verlaten. De volgende vijftien jaar bood hij zijn diensten aan als condottiero (huurlingenaanvoerder). Anton Galeazzo wist eind 1435 terug te keren naar Bologna, waar hij als een bedreiging werd gezien en werd vermoord. Oorspronkelijk werd Anton Galeazzo in de kerk van San Cristoforo del Ballatoio begraven, maar enkele jaren later werd zijn lichaam naar de veel prestigieuzere San Giacomo Maggiore overgebracht.

In zijn schitterende graftombe mag men wel enig eerherstel zien. Deze werd gemaakt door de beroemde beeldhouwer Jacopo della Quercia (ca. 1374-1438). De kerk dateert het werk op 1438, hetgeen betekent dat het een van Jacopo’s laatste werken moet zijn. De reliëfs onder de beeltenis van de overledene tonen en man die college geeft. Dat klopt, want Anton Galeazzo Bentivoglio was voor zijn carrière als condottiero eerst docent burgerlijk recht aan de universiteit van Bologna geweest. Soortgelijke reliëfs zien we overigens op de graftombe van de in 1439 gestorven arts Nicolò Fava (zie de afbeelding hierboven). Deze is echter niet van marmer, maar van beschilderde terracotta gemaakt.

Cappella Bentivoglio met fresco’s van Lorenzo Costa.

Tegenover de graftombe vinden we de beroemde Cappella Bentivoglio, de familiekapel van de Bentivoglio’s. Deze werd in de tweede helft van de vijftiende eeuw gebouwd en de architect was Pagno di Lapo Portigiani (1408-1487) uit Fiesole in Toscane. De meeste schilderingen in de kapel zijn van de hand van de al genoemde Francesco Francia en Lorenzo Costa. De eerstgenoemde was verantwoordelijk voor het altaarstuk met een Madonna met Kind en heiligen (1494). Lorenzo Costa vervaardigde eerst (1488) de Pala Bentivoglio, een paneelschildering waarop Giovanni II Bentivoglio, zijn vrouw Ginevra Sforza en hun elf kinderen te zien zijn. Het paar had er overigens oorspronkelijk zestien…

Giovanni heerste tussen 1463 en 1506 over Bologna. In het laatstgenoemde jaar werd hij door Paus Julius II uit de stad verdreven. Omdat hij in 1508 in Milaan stierf, ligt hij daar begraven, en niet in zijn familiekapel. Wie daar wel begraven ligt, is zijn vader Annibale I Bentivoglio, heerser over Bologna tussen 1443 en 1445. Zijn graftombe met ruiterdecoratie is aan de rechterwand bevestigd. Op de tegenoverliggende wand schilderde Lorenzo Costa in 1490 twee beroemde fresco’s: De Triomf van de Dood en de Triomf van de Roem. De fresco’s zijn bijzonder fraai, maar als het licht in de kapel niet aan staat en de hekken ervan dicht zijn, is het moeilijk om de mooie details ervan goed te zien. Zoals ik aan het begin van deze bijdrage al schreef: het heeft er alle schijn van dat de kerk niet echt op toeristen zit te wachten.

 Bronnen: Evert de Rooij, Emilia-Romagna, p. 84, reisgids van Dorling Kindersley over Italië, het Italiaanse Wikipedia en Bologna Welcome.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.