Rome: Santa Cecilia in Trastevere

De legende

Santa Cecilia in Trastevere.

Deze zeer oude kerk in de Rione van Trastevere is beslist een bezoek waard. De kerk is gewijd aan Sint Cecilia, die beschouwd wordt als de beschermheilige van de muziek en wier feestdag 22 november is. Op die dag vinden muziekuitvoeringen in de kerk plaats. Over Cecilia zelf weten we weinig met zekerheid. Haar naam – die overigens destijds als Caecilia geschreven zou worden – suggereert dat ze behoorde tot de gens Caecilia, een oude plebejische familie. De Caecilii waren onderdeel van de Romeinse plebejische aristocratie en stonden bekend om hun sociaal conservatisme ten tijde van de Romeinse Republiek. De Cecilia van de legende was een adellijke christelijke vrouw die een gelofte van maagdelijkheid had afgelegd, die werd beschermd door een engel. Ze had haar echtgenoot Valerianus gevraagd deze gelofte te respecteren en hem naar de catacomben langs de Via Appia gestuurd voor een ontmoeting met een daar wonende bisschop genaamd Urbanus. Valerianus deed wat van hem gevraagd werd, had een ontmoeting met Urbanus en bekeerde zich vervolgens tot het Christendom. Zijn broer Tiburtius werd eveneens gedoopt, en later stierven beiden de marteldood samen met een soldaat genaamd Maximus die ze hadden bekeerd na hun arrestatie.

Sint Cecilia.

Omdat het voor leden van de Romeinse adel streng verboden was zich tot het Christendom te bekeren werd Cecilia ook gearresteerd en ter dood veroordeeld. Haar beulen probeerden haar eerst te verstikken in haar eigen badhuis. Toen dat niet lukte, probeerde een van hen haar te onthoofden. De bijl raakte haar nek driemaal en liet diepe sneden achter, maar haar hoofd werd niet van de romp gescheiden. Het gevolg was dat Cecilia doodbloedde. Voordat ze stierf gaf ze haar huis aan de Kerk, die het gebouw omvormde tot een plaats voor de christelijke eredienst. De eerder genoemde bisschop Urbanus liet haar bijzetten in de Catacomben van Sint Callixtus.

Het bewijs

Dit is hoe de legende vaak verteld wordt, gebaseerd op bronnen uit de vroege vijfde eeuw. Het verhaal is echter op veel punten problematisch. Vaak wordt aangenomen dat de Urbanus van het verhaal Paus Urbanus I is. Urbanus was de opvolger van Paus Sint Callixtus en hij was Bisschop van Rome tussen 222 en 230. Dit betekent dat Cecilia en haar echtgenoot de marteldood stierven tijdens de regering van keizer Severus Alexander. Dat kan moeilijk kloppen, want Alexander stond bekend als een tolerante heerser die geen problemen had met religieuze diversiteit in zijn stad en in het Romeinse Rijk. Als we afgaan op de niet zo betrouwbare Historia Augusta had Alexander zelfs een beeld van Christus in zijn privé vertrekken en had hij plannen om een tempel voor deze nieuwe ‘god’ te bouwen. Tevens was de keizer naar verluidt erg gecharmeerd van het christelijke (en joodse) gezegde “Doe anderen niet aan wat u niet wilt dat ze u aandoen”. Met andere woorden, het doden van een maagdelijk tienermeisje – Cecilia zou pas vijftien jaar oud zijn geweest – was niet iets wat we van deze keizer zouden verwachten. Er was bovendien geen formeel verbod voor leden van de Romeinse aristocratie om zich tot het Christendom te bekeren, al zou zo’n stap zeker tot gefronste wenkbrauwen kunnen hebben geleid.

Ruimte onder de kerk. Geen christelijke sporen hier.

Christenvervolgingen onder keizer Alexander zijn niet bekend, dus als Cecilia als een historisch persoon moet worden beschouwd, vond haar marteldood waarschijnlijk pas later plaats, bijvoorbeeld tijdens de regering van keizers die wél christenen vervolgden, zoals Decius (249-251) of Diocletianus (284-305). Er is overigens een rivaliserende traditie die claimt dat Cecilia werd gedood tijdens de regering van Marcus Aurelius (161-180). Inderdaad vonden er tijdens zijn regering christenvervolgingen plaats, maar de ernstigste antichristelijke rellen waren in Gallië in 177, dus niet in Rome. Toevalligerwijs delen Marcus Aurelius en Alexander wel dezelfde naam, want laatstgenoemde heette voluit Imperator Caesar Marcus Aurelius Severus Alexander Augustus. Kortom, als er een Marcus Aurelius betrokken was bij de dood van Cecilia, dan weten we nog niet zeker welke Marcus Aurelius dat dan was (en om de zaak nog gecompliceerder te maken, ook Commodus en de gestoorde keizer Elagabalus heetten formeel Marcus Aurelius…)

Nog problematischer is de claim dat Cecilia haar huis aan de Kerk vermaakte, en dat het gebouw werd omgevormd tot een huiskerk. Opgravingen onder de huidige kerk hebben geen overtuigend bewijs opgeleverd dat er een religieus gebouw op deze plek heeft gestaan sinds de tweede of de derde eeuw. Het is veel waarschijnlijker dat de eerste kerk is gebouwd in de vijfde eeuw. Paus Paschalis I (817-824) herbouwde deze kerk in de negende eeuw en het is deze kerk die we vandaag de dag kunnen bezoeken, al is het uiterlijk ervan door de eeuwen heen drastisch veranderd. Laten we daarom de kerk eens nader bekijken.

Exterieur

De Santa Cecilia in Trastevere in de avond.

Bezoekers benaderen de kerk via een mooie binnenplaats. Hier valt direct een grote stenen vaas op een voetstuk op. Deze staat in het midden van een rechthoekig bassin. De vaas is een zogenaamde cantharus en ze is zeer oud. De klokkentoren van de kerk of campanile heeft eveneens een respectabele leeftijd. De toren werd in de twaalfde eeuw toegevoegd. De façade van de Santa Cecilia is daarentegen een relatief nieuw onderdeel van de kerk. Deze werd in de achttiende eeuw toegevoegd door Ferdinando Fuga (1699–1782). Op het fries lezen we de woorden:

FRANCISCVS * TITV * SANCTAE * CAECILIAE * CAR * DE * AQUAVIVA

Deze inscriptie verwijst naar kardinaal Francesco Acquaviva (1665-1725), die kardinaal-priester van de kerk was vanaf 1709 tot aan zijn dood. Acquaviva gaf opdracht tot de achttiende-eeuwse restauratie van de kerk, die werd uitgevoerd tussen 1712 en 1728. Als we de kerk binnentreden, kunnen we de belangrijkste door die restauratie bewerkstelligde wijzigingen in het schip van de Santa Cecilia zien.

Het schip van de Santa Cecilia.

Het schip

Het schip van de kerk ziet er tamelijk modern uit, en dat komt omdat het ook tamelijk modern is. De kerk had oorspronkelijk een Cosmatenvloer, maar deze is helaas tijdens de genoemde ‘restauratie’ moedwillig gesloopt. De oorspronkelijke vloer werd toen vervangen door de huidige, in licht en donker marmer, die alleen maar als teleurstellend kan worden gekwalificeerd. De belangrijkste toevoeging van de achttiende-eeuwse restauratie is duidelijk het plafond. Helaas bleek dit al snel veel te zwaar voor de antieke zuilen waarop het rustte. Tijdens een nieuwe ronde van restoraties in de vroege negentiende eeuw werden deze zuilen daarom ‘ingepakt’ in dikkere pilaren. Deze staan er nog steeds.

Nu het plafond veilig is, kunnen we een blik werpen op het fresco in het midden. Het werd geschilderd in 1727 en toont de kroning van Sint Cecilia in de Hemel. Onder Cecilia zal de bezoeker een orgel waarnemen, hetgeen verwijst naar Cecilia’s status als beschermheilige van de muziek (al moet opgemerkt worden dat de legenden helemaal niets zeggen over de vraag of ze überhaupt muziekinstrumenten bespeelde). Het fresco is een werk van Sebastiano Conca (1680-1764).

Het apsismozaïek

Achter het dertiende-eeuwse ciborium of baldacchino, toegeschreven aan de beroemde Florentijnse architect Arnolfo di Cambio (circa 1240-1300 of 1310), treffen het waarschijnlijk spectaculairste deel van de kerk aan: het apsismozaïek uit de negende eeuw. Bij dit mozaïek moeten we ons overigens realiseren dat het ooit veel groter was. Oorspronkelijk bedekte het ook een groot deel van de muren ter linker- en rechterzijde, waar nu twee bustes van pausen zijn geplaatst (Innocentius XII en zijn opvolger Clemens XI). Een deel van het mozaïek werd vernield tijdens de achttiende-eeuwse ‘restoratie’ terwijl de fresco’s in de apsis geheel verwijderd werden.

Het negende-eeuwse apsismozaïek.

Gelukkig valt er nog steeds veel te genieten. In het midden zien we Jezus Christus in een toga met een brede purperen zoom (toga laticlavia). Boven hem bevindt zich de hand van God en aan weerszijden van de Verlosser staan de apostelen Petrus (rechts) en Paulus (links). Naast Paulus staat Sint Cecilia met een martelaarskroon op haar hoofd. Ze heeft haar hand op de schouder van Paus Paschalis. De Paus heeft een miniatuurversie van de kerk in zijn handen. De vierkante blauwe nimbus rondom zijn hoofd geeft aan dat Paschalis nog in leven was toen het mozaïek werd gemaakt (ca. 820). Boven zijn hoofd zien we een feniks, de vogel die uit zijn eigen as herrijst, een symbool van de Wederopstanding. Petrus wordt geflankeerd door Sint Valerianus, de echtgenoot van Cecilia, en door Sint Agatha, een christelijke martelares uit Sicilië en de andere beschermheilige van het klooster dat aan de kerk verbonden is. Onder Christus zien we dan nog het Lam Gods, de twaalf apostelen als lammeren en gebouwen die Jeruzalem en Bethlehem voorstellen.

Het beeld van Santa Cecilia onder het altaar.

Het beeld van Sint Cecilia

Paus Paschalis zou in 822 Cecilia’s lichaam hebben teruggevonden in de Catacomben van Sint Callixtus. De Paus wilde de overblijfselen van zo veel mogelijk martelaren van de catacomben naar de stad verplaatsen. De reden was dat het platteland rondom de Via Appia op dat moment werd geteisterd door bandieten. Het was daarom voor pelgrims niet meer veilig om hier te reizen. Volgens de traditie was het lichaam van Cecilia in al de honderden jaren sinds haar dood onaangetast gebleven. Paus Paschalis zou het lichaam intact en ongeschonden hebben aangetroffen. Hij liet het naar zijn nieuwe kerk – de Santa Cecilia in Trastevere – verplaatsen en plaatste het onder het altaar.

Cecilia’s relikwieën werden in 1599 herontdekt en wederom zou het lichaam in perfecte staat zijn geweest. Het jaar 1600 was een Heilig Jaar. Voor deze gelegenheid werd de befaamde beeldhouwer Stefano Maderno (1576-1636) gevraagd een beeld van haar lichaam te maken. De kunstenaar getuigde dat hij een beeld van Cecilia maakte dat precies overeenkwam met hoe hij haar had aangetroffen. Dat is nogal moeilijk te geloven, maar het beeld is een prachtig, zij het ietwat griezelig kunstwerk. In Cecilia’s nek zien we de diepe sneden van de mislukte poging haar te onthoofden. De drie uitgestoken vingers van haar rechterhand zouden verwijzen naar de Heilige Drie-eenheid, en de ene uitgestoken vinger van haar linkerhand naar de Enige Ware God. We kunnen ons natuurlijk afvragen of een vijftienjarig meisje uit de tweede of derde eeuw bekend zou zijn geweest met zulke diepere religieuze symboliek, wat verdere twijfels oproept over Maderno’s getuigenis. Cecilia zou in elk geval bezwaar hebben gemaakt tegen de manier waarop Maderno haar linkervoet heeft gebeeldhouwd. De tweede en derde teen zijn veel langer dan de grote teen.

Mozaïekvloer onder straatniveau.

De lagere niveaus

Heidens altaar met Minerva.

Onder de huidige kerk bevinden zich de resten van een Romeins huis uit de keizerlijke periode (tweede eeuw; zie de afbeelding hierboven). Een gedeelte van deze lagere niveaus is open voor het publiek. Bezoekers betalen een klein bedrag (rond de 2,50 euro) aan een van de nonnen en mogen dan zonder begeleiding de ruimtes verkennen. Aangezien bewegwijzering ontbreekt en er geen bordjes met uitleg bij de archeologische vondsten zijn geplaatst, voelt een bezoeker zich hier beneden al gauw tamelijk verloren. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat ik zelf, toen ik de lagere niveaus in november 2015 bezocht, het heidense huisaltaar met een tufstenen reliëf van Minerva compleet heb gemist.

Gelukkig vond ik het object wel tijdens mijn tweede bezoek in januari 2017 (zie de afbeelding rechts). Dit altaar is wellicht het sterkste bewijs dat er geen christelijke titulus of kerk op deze locatie was vóór de vroege vijfde eeuw. Zo’n heidens object zou zeker verwijderd zijn. Mijn reisgids uit 2009 beweert nog dat er zich hier beneden ooit een leerlooierij bevond, maar deze claim is kennelijk alweer verlaten wegens gebrek aan bewijs. Misschien stond er wel een soort opslagplaats op deze plek, en de putten die zijn gevonden zouden kunnen zijn gebruikt voor het opslaan van graan of ander voedsel.

De negentiende-eeuwse crypte.

Tijdens mijn zwerftocht door de donkere en vochtige ruimtes slaagde ik er wel in een prachtig gedecoreerde vloer in mozaïek en opus sectile te vinden (zie hierboven; helaas kan ik de vloer niet dateren), evenals een middeleeuwse dekplaat van een graf met een christelijk kruis in cosmatenwerk (zie hieronder). Helaas was er niemand om me te vertellen hoe die dekplaat hier beneden was gekomen, maar ik was er vrij zeker van dat het voorwerp niets van doen had met het originele Romeinse huis. Uiteindelijk slaagde ik er ook in de crypte te vinden. Tijdens mijn eerste bezoek was deze gesloten, maar tijdens het tweede kon de ruimte betreden worden. Kardinaal Mariano Rampolla del Tindaro (1843-1913), de kardinaal-priester van de Santa Cecilia (1887-1913) die tevens verantwoordelijk was voor de opgravingen onder de kerk, gaf de opdracht voor de bouw van de nieuwe crypte aan het einde van de negentiende eeuw. De constructie van deze neo-Byzantijnse crypte werd voltooid in 1901.

Middeleeuwse dekplaat met decoratief kruis.

Ik bezocht de kerk van Santa Cecilia in Trastevere op 18 november 2015 en was toevallig weer in de buurt op 22 november, Cecilia’s naamdag. Om deze reden was het toen mogelijk het beroemde Cavallini-fresco in het koor ook tijdens de middag te bekijken. Meestal kan dit prachtige dertiende-eeuwse kunstwerk van de hand van Pietro Cavallini (1259-1330) alleen bewonderd worden op doordeweekse dagen in de ochtend, maar kennelijk hadden de Benedictijner nonnen besloten een uitzondering te maken voor de feestdag van de heilige. Na betaling van 2,50 euro mag de bezoeker in de lift plaatsnemen, die hem naar het genoemde koor brengt. Onder het toeziend oog van een van de nonnen kon ik volop genieten van wat er nog over is van Cavallini’s eens veel grotere fresco van Christus en het Laatste Oordeel. Het is helaas verboden foto’s en filmpjes te maken, dus ik zal tot besluit verwijzen naar dit mooie filmpje op YouTube van iemand die kennelijk toestemming had om opnamen te maken.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 211;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 195-196;
  • Santa Cecilia in Trastevere op Churches of Rome Wiki.

10 Comments:

  1. Pingback: Museum Romeinse Katakomben – – Corvinus –

  2. Pingback: Rome: Santa Cecilia in Trastevere – – Corvinus –

  3. Pingback: Rome: Santi Giovanni e Paolo – – Corvinus –

  4. Pingback: Rome: San Marco Evangelista al Campidoglio – – Corvinus –

  5. Pingback: Rome: Santi Cosma e Damiano – – Corvinus –

  6. Pingback: Rome: Santa Maria in Domnica – – Corvinus –

  7. Pingback: Rome: Santa Pudenziana – – Corvinus –

  8. Pingback: Rome: Galleria Corsini – – Corvinus –

  9. Pingback: Rome: Santa Maria in Trastevere – – Corvinus –

  10. Pingback: Rome: San Giorgio in Velabro – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.