Rome: San Gregorio Magno al Celio

De San Gregorio Magno al Celio.

Ik heb eerder al drie kerken op de heuvel de Caelius besproken: de Santi Giovanni e Paolo, de Santa Maria in Domnica en de Santo Stefano Rotondo. Eén kerk ontbreekt nog in dit rijtje: de San Gregorio Magno. Wie de Caelius benadert vanaf het Circus Maximus, ziet als eerste deze kerk. Ze is moeilijk te missen vanwege haar imposante Barokgevel, die men kan bereiken via een eveneens imposante trap. De San Gregorio Magno is evident een zeer oude kerk, maar haar huidige uitstraling is tamelijk modern.

Geschiedenis

Volgens de overlevering werden op deze plek rond 575 een klooster en een kapel gesticht door de toekomstige heilige Gregorius, die vijftien jaar later tot Paus Gregorius de Grote (590-604) gekozen zou worden. Het klooster was gewijd aan Sint Andreas de Apostel, de broer van Petrus. Gregorius is vooral bekend vanwege de aan hem toegeschreven introductie van de Gregoriaanse kerkzang – ook al is er eigenlijk geen bewijs dat deze zijn uitvinding was – en vanwege het sturen van missionarissen onder leiding van Sint Augustinus van Canterbury naar Engeland. Mogelijk is het klooster na zijn dood verlaten. Het werd zeker verschillende malen hergebruikt en herbouwd gedurende de gehele Middeleeuwen. De huidige kerk zou uit de twaalfde of dertiende eeuw kunnen dateren. Op een onbekend moment in de tijd werd ze gewijd aan zowel Sint Andreas de Apostel als Paus Gregorius de Grote. De correcte naam van de kerk is dan ook eigenlijk Santi Andrea e Gregorio al Celio, maar niemand gebruikt die naam. Sint Andreas lijkt in de kerk hoger in rang te staan, want het hoofdaltaar is aan hem gewijd en Gregorius heeft ‘slechts’ een aan hem gewijde kapel aan het einde van de rechter zijbeuk.

Schip van de kerk.

Exterieur en interieur van de kerk zijn tegenwoordig overwegend in Barokstijl. De belangrijkste renovaties werden tussen 1594 en 1734 uitgevoerd. Kardinaal Antonio Maria Salviati (1537-1602) uit Florence voegde de beroemde Salviati-kapel aan de kerk toe (zie hieronder). Deze werd tussen 1594 en 1600 gebouwd. Vervolgens nam de bekende kerkhistoricus kardinaal Cesare Baronio (1538-1607) het stokje over. Hij gaf de opdracht voor een volledige herbouw van de kerk. Zijn project werd voltooid onder kardinaal Scipione Borghese (1577-1633).

Kardinaal Borghese gaf ook de opdracht voor een nieuwe gevel, die tussen 1629 en 1633 werd gebouwd door Giovanni Battista Soria (1581-1651). Het jaar van voltooiing staat in Romeinse cijfers op de façade: MDCXXXIII. Hopelijk heeft kardinaal Borghese nog van de nieuwe gevel kunnen genieten, want hij stierf eveneens in 1633. Het interieur van de kerk werd tussen 1725 en 1734 onder handen genomen in een project dat onder leiding stond van ene Francesco Ferrari, een architect die zo onbekend is dat hij niet eens een eigen pagina op Wikipedia heeft. Deze renovatie gaf de kerk het relatief eenvoudige interieur dat we ook vandaag de dag nog kunnen zien.

De San Gregorio Magno gezien vanaf de Palatijn.

Een bezoek aan de San Gregorio Magno

Graftombe van Sir Edward Carne.

Hoewel ik de kerk al vaak van een afstandje had gezien, had ik er nog nooit een bezoek aan gebracht. Dat veranderde tijdens mijn trip naar Rome in november 2015. Toen ik de trap naar de gevel beklom, werd ik plotseling lichtelijk verrast. Ik had namelijk voetstoots aangenomen dat deze gevel ook de façade van de kerk was, maar het bouwwerk is feitelijk slechts de voorgevel van het atrium erachter (zie de afbeelding hierboven). In het atrium vindt men de graftomben van twee Engelsen. Van de twee tomben is die van Sir Edward Carne het rijkst versierd. Carne (ca. 1500-1561) was een diplomaat uit Wales verbonden aan het hof van Koning Hendrik VIII van Engeland. Volgens veel bronnen was hij lid van verschillende gezantschappen naar Paus Clemens VII (1523-1534). Deze hadden als doel het huwelijk van Hendrik met Catharina van Aragon te laten ontbinden. Paus Clemens weigerde daaraan mee te werken, en Hendrik riposteerde door zijn eigen kerk te stichten, de Anglicaanse Kerk of Church of England. Carne diende later nog de dochter van Hendrik, Koningin Maria I van Engeland (“Bloody Mary”). Als vrome katholiek gaf hij er de voorkeur aan in Rome te blijven nadat Hendriks andere dochter Elizabeth – een overtuigende Anglicaanse en voorvechtster van de protestantse zaak – in 1558 de troon bestegen had. Edward Carne stierf drie jaar later. Koningin Maria en haar echtgenoot Koning Philips II van Spanje worden op zijn graftombe genoemd.

De andere Engelsman die in het atrium begraven is, is Robert Peckham (1516-1569). Zijn graftombe is erg eenvoudig. Er is een gerucht dat oorspronkelijk ook een van de beroemdste courtisanes van Rome in de San Gregorio Magno begraven lag. Haar naam was Imperia (ca. 1486-1512) en ze was de minnares van Agostino Chigi, een bankier uit Siena (zie Rome: Villa Farnesina). Imperia pleegde om onduidelijke redenen zelfmoord. Volgens een versie van het verhaal was ze verliefd geworden op een van haar andere cliënten, ene Angelo del Bufalo, die echter weigerde zijn vrouw voor haar te verlaten. Na haar dood zou Imperia begraven zijn in de San Gregorio, maar haar lichaam zou vanwege haar reputatie later zijn verwijderd. Misschien zijn onderdelen van haar graftombe hergebruikt in de tombe van Lelio Guidiccioni uit 1643 die men eveneens in het atrium kan vinden. Hier is geen hard bewijs voor, maar het is zeker een goed verhaal.

Hoogaltaar van de kerk.

Interieur van de kerk

Enigszins ongebruikelijk aan de San Gregorio is dat bezoekers de kerk niet via de voordeur binnen kunnen treden. Men moet in het atrium aanbellen, waarop een conciërge de deur opendoet. Vervolgens loopt men door een gang en komt men de kerk binnen via een zijdeur. Het kerkinterieur is tamelijk eenvoudig en niet erg kleurrijk, op de prachtige Cosmatenvloer na dan (zie de afbeelding van het schip hierboven). Dit is een originele vloer uit de dertiende eeuw, die gelukkig tijdens de renovatie in de achttiende eeuw behouden is gebleven. Andere Romeinse kerken waren minder fortuinlijk: de vloer in de Santa Cecilia in Trastevere is bijvoorbeeld vernield en vervangen. Maar Francesco Ferrari koos er kennelijk voor de originele middeleeuwse vloer te herstellen en alleen al hiervoor verdient hij een lemma op Wikipedia. Het hoogaltaar is gewijd aan Sint Andreas en boven dit altaar hangt een schilderij van Antonio Balestra (1666-1740) dat een Madonna met Kind en de heiligen Andreas en Gregorius toont.

Kapel gewijd aan Sint Gregorius.

De kapel gewijd aan Sint Gregorius de Grote bevindt zich rechts van het koor, aan het einde van de rechter zijbeuk. De meeste van de decoraties in de kapel dateren van de zeventiende eeuw. Het altaarstuk toont Paus Sint Gregorius die inspiratie ontvangt van de Heilige Geest in de traditionele gedaante van een duif. Het schilderij is gemaakt door Sisto Badalocchio (1585-1647) in 1606. Het altaar zelf heeft een interessant bas-reliëf van Luigi Capponi (1582-1659). Dat bevat scènes over de Gregoriaanse Missen, een reeks van dertig achtereenvolgende missen bedoeld om een ziel uit het Vagevuur te bevrijden. Een van mijn bronnen beweert dat de linker scène Gregorius toont terwijl hij de ziel van de Romeinse keizer Trajanus (98-117) bevrijdt, maar dat lijkt nogal een fantasierijke interpretatie te zijn. Het is veel waarschijnlijker dat de scène over een van de monniken uit het zesde-eeuwse klooster van Gregorius gaat, een zekere Justus.

Troon van Paus Gregorius de Grote.

Rechts van de kapel van Sint Gregorius bevindt zich een klein kamertje waar de heilige op de stenen traptreden zou hebben geslapen toen hij nog een monnik was. Net buiten de kapel staat de marmeren troon die Gregorius gebruikte nadat hij tot paus was gekozen. Deze troon is echter veel ouder en dateert waarschijnlijk uit de eerste eeuw BCE.

Salviati-kapel

De Salviati-kapel is meer dan een gewone kapel. Eigenlijk is er sprake van een kleine kerk. De kapel werd gebouwd in opdracht van en vernoemd naar kardinaal Antonio Maria Salviati, die net lang genoeg leefde om de voltooiing ervan in 1600 nog mee te kunnen maken (de kardinaal stierf in 1602). Zes jaar eerder had Salviati Francesco Capriani da Volterra (1535-1594; zie Rome: Santa Pudenziana) ingehuurd om het project uit te voeren, maar deze stierf voordat hij kon beginnen. Carlo Maderno (1556-1629) was zijn opvolger en hij rondde de bouw met succes af.

Kastje in de Cappella Salviati.

Het interessantste kunstwerk in de kapel is een kastje gemaakt door Andrea Bregno (ca. 1418-1506) en zijn atelier. Op het kastje staat het jaar 1469 in Romeinse cijfers vermeld. Het kastje is verguld en toont in het midden een Madonna met Kind, met rechts Sint Gregorius en links Sint Andreas. Het fries aan de bovenkant bevat een afbeelding van het Castel Sant’Angelo en toont scènes die betrekking hebben op een andere legende uit het leven van Sint Gregorius. Toen Rome in 590 door de pest getroffen was, leidde de toekomstige heilige een processie ter boetedoening door de stad. Toen de processie bij het Castel Sant’Angelo was aangekomen – het voormalige Mausoleum van de Romeinse keizer Hadrianus – zag Gregorius de aartsengel Michaël die zijn zwaard in de schede stak, ten teken dat de pest voorbij was. Deze legende wordt nogmaals verteld op het fresco achter het kastje, geschilderd door Giovanni Battista Ricci (ca. 1537-1627). Boven op het echte Castel Sant’Angelo staat nog steeds een beeld van de aartsengel Michaël die zijn zwaard terug in de schede steekt.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 192;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 49-50;
  • San Gregorio Magno al Celio op Churches of Rome Wiki.

 

One Comment:

  1. Pingback: Rome: Castel Sant’Angelo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.