Arezzo: San Francesco

De San Francesco.

Een bezoek aan de kerk van San Francesco kan worden beschouwd als het hoogtepunt van iedere trip naar Arezzo. De kerk zelf is niet erg bijzonder. Ze werd gebouwd in de tweede helft van de dertiende eeuw (ca. 1290) en kreeg haar huidige voorkomen in de Toscaans-Gotische stijl ongeveer honderd jaar later. De kerk heeft een eenvoudige, onversierde gevel met een groot roosvenster. Binnen treffen we een enkel schip aan met enkele nissen aan de rechterkant en links een paar kapellen. De moderne linoleumvloer is foeilelijk en de dekplaten van graven in het midden van het schip vallen nogal uit de toon. Deze kerk maakt er duidelijk geen aanspraak op “mooi” genoemd te worden. Toch bezit de San Francesco enkele van de interessantste en belangrijkste kunstwerken in heel Arezzo. Het onbetwiste hoogtepunt is een frescocyclus over de Geschiedenis van het Ware Kruis van Piero della Francesca (ca. 1415-1492). Er is echter nog veel meer te zien.

Geschiedenis van het Ware Kruis

Men vindt de frescocyclus van Della Francesca in de Cappella Maggiore of Cappella Bacci, de grote kapel achter het altaar. Wie de fresco’s van dichtbij wil bekijken, heeft een kaartje nodig en reserveringen zijn kennelijk verplicht. De kerk wordt nog steeds gebruikt om de mis te vieren, maar het is geen probleem om de fresco’s te komen bekijken tijdens een dienst. Het altaar wordt namelijk door een muur van de kapel gescheiden, zodat de kerkgangers geen last hoeven te hebben van bezoekers die het belangrijkste werk van Piero della Francesca willen bewonderen. Bezoekers worden natuurlijk wel geacht stil te zijn (ik was helaas vergeten mijn telefoon uit te zetten en werd toen ook nog gebeld terwijl ik de kapel bekeek).

De Cappella Maggiore.

De opdracht om de grote kapel van fresco’s te voorzien werd aanvankelijk aan Bicci di Lorenzo (1373-1452) uit Florence gegeven. We hebben eerder werk van hem gezien in Fiesole en Rignano sull’Arno. Bicci was een goede schilder uit een familie van schilders – zowel zijn vader als zijn zoon waren eveneens schilder -, maar hij was ook vrij conservatief. Bovendien moet hij al dik in de zeventig zijn geweest toen hij de opdracht kreeg. Het zou zijn laatste opdracht worden. Bicci voltooide alleen de fresco’s van de vier Evangelisten op het plafond van de kapel en van het Laatste Oordeel op de triomfboog.

Na zijn dood in 1452 werd een nieuwe kunstenaar ingehuurd, de veel jongere en innovatievere Piero della Francesca uit Sansepolcro, een stadje zo’n 25 kilometer ten oosten van Arezzo. Piero nam het project in 1452 of 1453 over en slaagde erin – onderbroken door een kort verblijf in Rome tussen 1458 en 1459 – het werk in 1466 te voltooien. Tegelijkertijd schilderde hij een fresco van de Maddalena in de Duomo. Een belangrijke bron voor de frescocyclus in de San Francesco was de Legenda Aurea (Gouden Legenden), een dertiende-eeuwse verzameling hagiografieën samengesteld door de kroniekschrijver Jacobus de Voragine (ca. 1230-1298), de aartsbisschop van Genua.

De frescocyclus nader bekeken

De Geschiedenis van het Ware Kruis wordt niet in chronologische volgorde verteld. Piero della Francesca koos er bijvoorbeeld om artistieke redenen voor de twee gevechtsscènes tegenover elkaar te schilderen. We moeten beginnen bij de lunette van de rechter muur. Daar zien we de dood van Adam. Zijn zoon Seth ontvangt van de aartsengel Michaël een zaadje van de Boom van de kennis van goed en kwaad, dat hij in de mond van zijn vader stopt. Uit het zaadje zal een nieuwe boom groeien, die het hout zal leveren voor het kruis waaraan Jezus zal worden gekruisigd. Het verhaal gaat verder in de middelste voorstelling op de rechter muur. We zien de Koningin van Seba die een balk herkent die is gemaakt van de voornoemde boom. Ze vereert de balk en bezoekt vervolgens Koning Salomo, voor wie ze buigt en wiens hand ze vasthoudt. Salomo geeft vervolgens de opdracht de balk te begraven, hetgeen we kunnen zien op de kleinere voorstelling op de achtermuur.

Fresco’s op de rechter muur met de Koningin van Seba.

Droom van Constantijn.

Piero della Francesca slaat dan een paar honderd jaar over. Er zijn dus geen fresco’s die laten zien hoe de balk weer gevonden werd door de Romeinen en werd gebruikt voor de Kruisiging. Wel zien we een fresco van de Annunciatie, eveneens op de achtermuur. De Kruisiging zelf ontbreekt, maar er hangt wel een grote crucifix in de kapel, toegeschreven aan de anonieme Meester van San Francesco. Vervolgens reizen we drie eeuwen vooruit in de tijd en zien we een van de beroemdste fresco’s van de hele cyclus, de Droom van Constantijn, wederom afgebeeld op de achtermuur. De Romeinse Caesar, op veldtocht in Italië tegen zijn rivaal Maxentius, ligt diep te slapen in zijn tent. Door de lucht komt een engel aangevlogen met een kleine crucifix, het teken waarin Constantijn zal overwinnen (“In hoc signo vinces”).

De volgende dag, op 28 oktober 312, levert het leger van Constantijn slag met dat van Maxentius bij de Milvische Brug in de buurt van Rome. Constantijn behaalt een klinkende overwinning op zijn tegenstander, waarop Maxentius vlucht en vervolgens in de rivier de Tiber verdrinkt. Dit verhaal wordt verteld door het fresco van het onderste gedeelte van de rechter muur. Helaas is de schildering wat beschadigd. Alle deelnemers aan de strijd dragen wapenrustingen uit de vijftiende eeuw en wapens uit die tijd. We zien een Constantijn die een klein kruis voor zich uithoudt.

Slag bij de Milvische Brug.

Vervolgens duikt Constantijns moeder Helena op in het verhaal. Ze reist naar het Heilige Land – dit moet in 326/327 gebeurd zijn – om het kruis te vinden waaraan de Heiland is genageld. Een Jood die weet waar het zich bevindt, wordt in een put gegooid en er pas weer uitgehaald nadat hij heeft onthuld waar het kruis begraven is. Dit is wederom een scène op de achtermuur. Dankzij de informatie die de Jood heeft verstrekt slaagt Helena erin drie kruizen op te graven. Christus werd gekruisigd tussen twee criminelen, dus het probleem is welk kruis nu het Zijne is. Het kruis wordt daarom boven het lichaam gehouden van een jongeman die net gestorven is. De man wordt op wonderbaarlijke wijze weer tot leven gewekt en daarmee is bewezen dat dit kruis het Ware Kruis is. Helena en haar gevolg vallen uit eerbied op hun knieën. We hebben eerder soortgelijke voorstellingen gezien in de kerk van Santa Croce in Gerusalemme in Rome. Een interessant detail is de stad op de achtergrond. Die moet Jeruzalem voorstellen, maar feitelijk zien we Arezzo zoals deze stad er in de jaren 1450 en 1460 uit moet hebben gezien.

Ontdekking van het Ware Kruis door Helena.

We reizen vervolgens weer vooruit in de tijd en komen aan bij het jaar 627. In de tweede gevechtsscène, op het onderste gedeelte van de linker muur, zien we de Oost-Romeinse keizer Heraclius (610-641) die zijn Perzische tegenstander Khusro II op het slagveld verslaat. Helemaal rechts wordt een knielende Khusro ter dood gebracht. Dit moet slaan op de nasleep van de veldslag, toen de Perzische koning werd afgezet in een paleisrevolutie die was bekokstoofd door zijn zoon Kavad. Eerder, in 614, had Khusro Jeruzalem ingenomen en het Ware Kruis weggevoerd.

Heraclius verslaat Khusro en herovert het Ware Kruis.

In de laatste voorstelling, in de lunette van de linker muur, zien we een zegevierende Heraclius die het Ware Kruis terug naar Jeruzalem brengt. Met de terugkeer van het Kruis eindigt de cyclus.

Andere kunst

Sint Michaël – Spinello Aretino.

Hoewel de Geschiedenis van het Ware Kruis verreweg het belangrijkste en beroemdste kunstwerk in de kerk is, bezit de San Francesco nog veel meer voorwerpen die onze aandacht verdienen. Andere kunstenaars die kunstwerken voor de kerk maakten, zijn:

  • Spinello Aretino (ca. 1350-1410), bekend van zijn werk in de San Domenico in Arezzo en in de San Miniato al Monte en Santa Croce in Florence;
  • Niccolò di Pietro Gerini (gestorven in 1415), van wie we werk hebben gezien in de Santi Apostoli en Santa Croce in Florence;
  • Neri di Bicci (ca. 1419-1491), de zoon van Bicci di Lorenzo en bekend vanwege zijn werken in Fiesole en diverse kerken in Florence, waaronder de Kerk van Dante;
  • Michele da Firenze (ca. 1385-1455), een beeldhouwer die verantwoordelijk was voor de graftombe van de jurist Francesco Roselli in een van de kapellen;
  • Lorentino d’Andrea (1430-1506), een navolger van Piero della Francesca;
  • Guillaume de Marcillat (1470-1529), de Franse schilder en glas-in-loodkunstenaar die het plafond van de Duomo van fresco’s voorzag en prachtige glas-in-loodramen voor dit gebouw maakte.

Madonna della Cintola – Niccolò di Pietro Gerini.

Het is onmogelijk om alle kunstwerken in de kerk te bespreken, dus ik zal me beperken tot wat nadere informatie over de hoogtepunten. Spinello Aretino was buitengewoon actief in de San Francesco. Allereerst voorzag hij de Guasconi-kapel, direct rechts van de Cappella Maggiore, van frescoschilderingen. Deze fresco’s, gemaakt in 1404, werden tijdens een “renovatie” in de negentiende eeuw bedekt met een pleisterlaag, maar gelukkig is die nu weer verwijderd. De interessantste fresco’s vertellen het verhaal van de aartsengel Michaël. We zien zijn verschijning aan Paus Gregorius de Grote boven op het mausoleum van Hadrianus, dat vervolgens bekend kwam te staan als het Castel Sant’Angelo of de Engelenburcht. Het hele verhaal is elders aan de orde gekomen.

Het altaarstuk in de kapel is eveneens interessant. Het is een werk van Niccolò di Pietro Gerini. In het midden van het paneel zien we niet de gebruikelijke Madonna met Kind, maar de Maagd van de Tenhemelopneming. De Maagd, gekleed in een prachtig wit gewaad met een gouden zoom, is afgebeeld boven haar graftombe. Ze wordt naar de Hemel gevoerd door zes engelen. Tevens ziet men haar haar gordel overhandigen aan Sint Thomas, die onder haar knielt. De aldus afgebeelde Maagd wordt de Madonna della Cintola genoemd. Links staan Sint Joris en Sint Johannes Gualbertus (zie Florence: Santa Trinita). Aan de rechterkant zien we Sint Laurentius en Sint Franciscus van Assisi. Het altaarstuk munt uit door het kleurgebruik.

Sint Simeon – Spinello Aretino.

In de Cappella Tarlati di Pietramala treffen we een Annunciatie van Neri di Bicci aan. De graftombe voor Francesco Roselli van de hand van Michele da Firenze staat in de Cappella di Pagno di Maffeo. Lorentino d’Andrea schilderde voorstellingen uit het leven van Sint Antonius van Padova in de gelijknamige kapel in de San Francesco. Men vindt al deze kapellen aan de linkerzijde van de kerk.

De muur aan de rechterzijde van de kerk vertoont nog sporen van fresco’s. Sommige fresco’s zijn, hoewel evident beschadigd, nog in redelijk goede staat. Vele ervan worden toegeschreven aan ofwel Spinello Aretino, ofwel Andrea di Nerio (gestorven vóór 1387), een enigszins obscure maar erg belangrijke schilder uit Arezzo. Di Nerio wordt beschouwd als de leermeester van Spinello Aretino, dus het is begrijpelijk dat zelfs deskundigen het oneens zijn over de vraag welke werken van Di Nerio zijn en welke van zijn leerling Aretino. Bepaalde fresco’s op de rechter muur zijn wel met zekerheid aan te merken als werk van Aretino. Een voorbeeld is het prachtige fresco van Sint Simeon die het kindje Jezus in zijn armen houdt. De scène verwijst naar het verhaal van de Presentatie van Jezus in de Tempel, zoals verteld in het Evangelie volgens Lucas.

Gebrandschilderd raam van Guillaume de Marcillat.

Een laatste hoogtepunt in de kerk is het schitterende gebrandschilderde roosvenster, gemaakt door Guillaume de Marcillat. Het raam toont Sint Franciscus die Paus Honorius III rode en witte rozen aanbiedt. De rozen bloeien, ook al is het januari. Er wordt wel beweerd dat de man tussen de twee kardinalen in het midden Piero della Francesca is. De schilder Rafaël (1483-1520) zou eveneens zijn afgebeeld. Deze beweringen staan beide op een informatiebordje in de kerk, maar ik heb geen andere bronnen kunnen vinden die deze claims ondersteunen.

Samenvattend: de San Francesco is dan misschien geen prachtige kerk, maar ze is zeker een zeer interessante en haar verzameling kunstwerken is indrukwekkend.

Mijn reisgids voor Florence en Toscane verschafte enige basisinformatie over de San Francesco en de Geschiedenis van het Ware Kruis. Aanvullende informatie kwam van de vele informatieborden in de kerk. Het Italiaanse Wikipedia heeft een uitgebreid artikel over de frescocyclus van Piero della Francesca, waarvan ik dankbaar gebruik heb gemaakt.

One Comment:

  1. Pingback: Arezzo: Amfitheater en Nationaal Archeologisch Museum – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.