Florence: Santa Croce

De Santa Croce, gezien vanaf de toren van het Palazzo Vecchio.

De Santa Croce is de belangrijkste kerk van de Franciscanen in Florence. Ze is een van de grootste Franciscaanse kerken ter wereld, misschien wel de grootste. De basiliek ligt aan de Piazza Santa Croce, tevens de locatie van het jaarlijkse Calcio storico of historisch voetbal. Zoals een vriend van mij snedig opmerkte, is dat het moment waarop alle gevangenissen in Florence geleegd worden. Het gaat er bij dit voetbal nogal ruig aan toe, hetgeen moge blijken uit dit filmpje. Hoewel ik in 2016 in Florence was op de dag van de finale – die altijd op 24 juni plaatsvindt – heb ik het voetbal en het vuurwerk na afloop maar aan me voorbij laten gaan. De Santa Croce heb ik daarentegen wel bezocht. Deze kerk is beroemd om twee redenen: fresco’s van Giotto en zijn navolgers, en een dozijn graftombes van en cenotafen voor beroemde Italianen.

Geschiedenis

De Franciscanen kwamen in 1208 of 1209 in Florence aan, ongeveer een decennium voor hun tijdgenoten en concurrenten, de Dominicanen. Terwijl de Dominicanen neerstreken ten westen van het stadscentrum, waar ze uiteindelijk de Santa Maria Novella zouden bouwen, vestigden de Franciscanen hun hoofdkwartier in het oosten, in een buurt waar veel leerbewerkers actief waren (en nog steeds zijn). Het lijkt erop dat ze hier aanvankelijk alleen een klein oratorium hadden en vervolgens een kerk van bescheiden omvang. Pas in 1294 of 1295 begon de bouw van de Santa Croce, dankzij geld dat door rijke Florentijnse families beschikbaar was gesteld. Het ontwerp van de kerk wordt toegeschreven aan Arnolfo di Cambio, maar er lijkt een tendens te zijn om zo’n beetje iedere kerk en ieder palazzo uit deze periode aan Di Cambio toe te schrijven. Bewijs voor de toeschrijving ontbreekt. Hoe dit verder ook zij, de kerk werd pas ruim na de dood van Di Cambio (die vóór 1310 stierf) voltooid. De bouw van de Santa Croce lijkt tussen 1375 en 1385 te zijn afgerond, maar de wijding ervan vond pas in 1442 plaats.

Interieur van de kerk.

De Santa Croce is gemakkelijk te herkennen aan haar rijkversierde gevel. Let erop dat het hier om een relatief recente toevoeging gaat. Oorspronkelijk werd de gevel onversierd gelaten. De tegenwoordige gevel is van de hand van Niccolò Matas (1798-1872), die haar tussen 1857 en 1863 liet verrijzen. Twee opvallende zaken moeten hier genoemd worden. De eerste is dat Matas een joodse architect uit Ancona was, die dus verantwoordelijk was voor de gevel van een Rooms-Katholieke kerk. Matas voegde een nogal opvallende Davidster toe aan het grote driehoekige fronton boven het roosvenster, maar of dit een verwijzing is naar zijn joodse wortels is onbekend. Het tweede interessante weetje is dat de gevel niet bekostigd werd door de Florentijnen zelf. Het benodigde geld werd beschikbaar gesteld door een Engelsman, ene Francis Sloane. De oorspronkelijke klokkentoren van de Santa Croce stortte in 1512 in. De Neogotische klokkentoren die er nu staat, werd in 1842 voltooid door Gaetano Baccani (1792-1867).

Interieur

De Santa Croce is een immense basiliek. Ze heeft een diepte van zo’n 112-116 meter en bezoekers voelen zich binnen al snel nietig. Ik moet zeggen dat sommige delen van de kerk nogal tegenvallen. De vloer bestaat uit tegels die er erg goedkoop uitzien, alsof ze zijn meegenomen uit de badkamer of keuken van de plaatselijke bisschop. Oorspronkelijk moeten de kerkmuren helemaal bedekt zijn geweest met fresco’s, maar hiervan zijn alleen nog maar wat restjes over. Dit is het gevolg van een bewuste aanpassing door Giorgio Vasari (1511-1574) in de jaren 1560. Groothertog Cosimo I de’ Medici had zijn architect namelijk de opdracht gegeven de kerken in Florence te “moderniseren”. Hieronder werd mede verstaan het verwijderen van de koorhekken en het bedekken van de Gotische fresco’s – die tijdens de Renaissance als ouderwets werden beschouwd – met een laag pleisterwerk.

De graftombes van Galilei, Michelangelo en Macchiavelli.

Annunciatie door Donatello.

Van alle kunstwerken die ná Vasari aan de muren zijn gekomen vind ik eigenlijk alleen een serene Pietà van Bronzino (1503-1572) mooi. Hij was de hofschilder van Groothertog Cosimo. De interessantste voorwerpen in de zijbeuken zijn de graftombes en cenotafen. Aan veel beroemde Florentijnen en andere Italianen wordt hier eer bewezen, bijvoorbeeld aan de dichter Dante (die overigens in Ravenna werd begraven), de politiek theoreticus Niccolò Macchiavelli, de wetenschapper Galileo Galilei, de beeldhouwer en architect Michelangelo en de componist Gioachino Rossini. Hoewel Galilei al in 1642 was gestorven, waren zijn theorieën voor de Kerk zo controversieel dat hij tot 1737 moest wachten voordat hij een behoorlijke graftombe kreeg. De buste op deze tombe is van de hand van Giovan Battista Foggini (1652-1725). De tombe zelf is vrij eenvoudig, maar let op de restanten van kleurrijke fresco’s uit de veertiende eeuw eromheen. De graftombe van Michelangelo werd ontworpen en verwezenlijkt door Vasari, overigens met hulp van enkele minder beroemde beeldhouwers.

Tussen de monumenten voor Machiavelli en Dante bevindt zich een prachtige preekstoel van de beeldhouwer Benedetto da Maiano (1442-1497). Deze werd omstreeks 1481 gemaakt. Iets verder het gangpad in treffen we nog een schitterend verguld beeldhouwwerk van de Annunciatie aan van de hand van Donatello (1386-1466).

Kapellen

De kapellen in het linker dwarsschip van de kerk zijn helaas niet toegankelijk voor toeristen. Dit gedeelte is riservato alla preghiera, gereserveerd voor gebed (de toezichthouders nemen deze regel zeer serieus; een nogal corpulente Amerikaan werd aanvankelijk de toegang geweigerd, aangezien de dienstdoende suppoost niet kon geloven dat hij echt wilde bidden). In dit deel van de basiliek vinden we het beroemde crucifix van Donatello. Een goede afbeelding ervan staat in dit artikel. Naar verluidt leidde het crucifix tot een vete tussen Donatello en Brunelleschi, de man die de koepel van de Duomo had ontworpen. Laatstgenoemde was van mening dat de Christus die Donatello had gemaakt meer op een boer leek, en hij besloot om dan zelf maar een veel eleganter crucifix te beeldhouwen. Dat hangt in de Santa Maria Novella. In dit gedeelte van de kerk vindt men ook kapellen met fresco’s van Bernardo Daddi (ca. 1280/90-1348) en Maso di Banco (gestorven ca. 1348).

De Cappella Maggiore.

Giotto di Bondone (ca. 1266-1337) schilderde de fresco’s in vier kapellen van de Santa Croce, maar alleen die in de Cappella Peruzzi en de Cappella Bardi zijn bewaard gebleven. Deze bevinden zich rechts van de Cappella Maggiore, waar het hoofdaltaar staat. Deze kapel heeft fresco’s met de Geschiedenis van het Ware Kruis, geschilderd door Agnolo Gaddi (ca. 1350-1396), een zoon van Taddeo Gaddi (ca. 1300-1366), die zelf weer een leerling van Giotto was. Terug naar de Cappella Peruzzi en de Cappella Bardi: het is niet geheel duidelijk in welke kapel Giotto als eerste zijn fresco’s schilderde, maar het lijkt erop dat hij er in de jaren 1310 en 1320 actief was. Giotto-expert Francesca Flores d’Arcais noemt de jaren 1313-1315 voor de Peruzzi-kapel en ca. 1325 voor de Bardi-kapel. Waar Giotto voor de laatstgenoemde kapel de buon fresco techniek toepaste, schilderde hij a secco (op opgedroogde pleisterkalk) in de eerstgenoemde. Buon fresco is veel duurzamer, met als gevolg dat de fresco’s in de Bardi-kapel in veel betere staat zijn dan die in de naburige Peruzzi-kapel.

Dat betekent echter niet dat ze in perfecte staat verkeren. De muren in beide kapellen zijn in het verleden witgekalkt, en de fresco’s in de Bardi-kapel vertonen op sommige plekken beschadigingen die gedeeltelijk veroorzaakt zijn door het verwijderen van plaquettes en monumenten. De schilderingen vertellen verhalen uit het leven van Sint Franciscus van Assisi (ca. 1181-1226), stichter van de Orde der Franciscanen. We zien bijvoorbeeld een Franciscus die door de Sultan van Egypte wordt onderworpen aan een vuurproef tijdens de Vijfde Kruistocht. Daarnaast is er een voorstelling waarop wordt gerouwd rondom het dode lichaam van de heilige. Giotto’s frescocyclus had veel invloed en inspireerde Domenico Ghirlandaio (1449-1494) om een soortgelijke cyclus te schilderen in de kerk van Santa Trinita elders in Florence. Het altaarstuk in de Bardi-kapel toont een vrij grote Sint Franciscus en meer voorstellingen uit zijn leven. Het wordt – in elk geval door de kerk zelf – toegeschreven aan Coppo di Marcovaldo (ca. 1225-1276), van wie we eerder werk hebben gezien in het Baptisterium en de Brancacci-kapel.

Twee voorstellingen in de Bardi-kapel, links de Dood van Sint Franciscus, rechts de Vuurproef.

De fresco’s in de Peruzzi-kapel tonen voorstellingen uit de levens van de twee Johannesen, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Ze zijn interessant, maar tevens in slechte staat. Aan het einde van het rechter dwarsschip vinden we de Baroncelli-kapel. Deze werd na 1328 van fresco’s voorzien door Taddeo Gaddi, een schilder die – zoals hierboven reeds werd opgemerkt – een leerling en later een medewerker van Giotto was. Aangezien de kapel gewijd is aan de Heilige Maagd, is het geen verrassing dat de fresco’s over haar leven gaan. Tevens zien we een aantal annunciaties. Het altaarstuk betreft de Kroning van de Maagd en wordt toegeschreven aan Giotto en assistenten, onder wie zeker Taddeo Gaddi. Het paneel is letterlijk volgepropt met mensen: allemaal zijn ze getuige van de kroning, waarbij Jezus en de Maagd in het midden groter geschilderd zijn om aan te geven dat zij het belangrijkst zijn. Taddeo’s zoon Agnolo schilderde de fresco’s van de Castellani-kapel om de hoek, en dus ook die van de Cappella Maggiore die hierboven reeds aan de orde kwam.

Impressie van de Baroncelli-kapel.

Laatste Avondmaal en Levensboom.

Sacristie en refter

De oude refter is tegenwoordig een museum. Toen ik de Santa Croce in juni 2016 bezocht, werd de ruimte net gerestaureerd. Sommige aanwezige voorwerpen konden daardoor niet bezichtigd worden, terwijl andere waren verplaatst. Taddeo Gaddi’s beroemde fresco van het Laatste Avondmaal en de enorme Levensboom bevindt zich natuurlijk op een vaste plaats, dus dat heb ik niet kunnen bewonderen tijdens mijn laatste bezoek. Gelukkig had ik er al een foto van genomen tijdens mijn eerste trip naar Florence in 2010. Ik had toen geen echt goede camera, maar de kwaliteit van de afbeelding in deze bijdrage zou acceptabel moeten zijn.

Crucifix door Cimabue.

Ook aanwezig in de refter is een enorm crucifix van Cimabue (ca. 1240-1302). Cimabue was de bijnaam van de kunstenaar Cenni di Pepo, die als schilder en mozaïekmaker actief was. We hebben eerder al enkele van zijn mozaïeken gezien – of beter: enkele van de mozaïeken die aan hem worden toegeschreven – in het Baptisterium en in de Duomo van Pisa; het altaarstuk dat hij schilderde voor de kerk van Santa Trinita bevindt zich nu in het Uffizi. Zijn grote crucifix in de Santa Croce is bekend vanwege de realistische manier waarop Christus, de Maagd Maria en Johannes de Evangelist zijn afgebeeld, een duidelijke breuk met de artistieke tradities van de Middeleeuwen. Het crucifix werd echter zwaar beschadigd door de grote overstroming van 1966 waarbij meer dan 100 mensen om het leven kwamen en duizenden boeken en kunstwerken verloren gingen. Hoewel het crucifix behouden bleef en gedeeltelijk werd gerestaureerd, is het voorwerp nog steeds in zeer slechte staat. Het kruis van Cimabue was in 2016 naar de sacristie verplaatst.

Prominent aanwezig in de sacristie is een enorm fresco – of eigenlijk een collage van vier aparte fresco’s – waaraan ten minste drie kunstenaars meewerkten. In het midden zien we een voorstelling van de Kruisiging door Taddeo Gaddi. Links daarvan volgt een Beklimming van de Calvarieberg, toegeschreven aan Spinello Aretino (ca. 1350-1410), en rechts daarvan een Wederopstanding van Niccolò di Pietro Gerini (gestorven in 1415). Het vierde fresco, boven de andere drie, is eveneens van Gerini. We hebben eerder werk van Aretino gezien in de sacristie van de San Miniato al Monte elders in Florence, evenals een altaarstuk van Gerini in de Santi Apostoli. Aangezien Taddeo Gaddi in 1366 stierf, mogen we aannemen dat de voorstellingen van Aretino en Gerini, die veel jonger waren, minstens een decennium later werden geschilderd.

Fresco in de sacristie.

Veelluik door Lorenzo di Niccolò.

De laatste keer dat ik de kerk bezocht, trof ik Bronzino’s meesterwerk De Afdaling van Christus in het Voorgeborchte (1552) in een gang bij de sacristie aan, terwijl het volgens mij uit de refter komt (als ik me goed herinner tenminste). Hier hing ook een ander interessant werk, te weten een groot veelluik van de Madonna met Kind en tien (!) heiligen door Lorenzo di Niccolò (ca. 1373-1412). Vreemd genoeg kon ik niet meer informatie over het schilderij vinden, dus ik kan helaas niet alle heiligen identificeren. De heilige met het gewaad met de fleur-de-lis is vermoedelijk Sint Lodewijk van Toulouse en die met de sleutels zonder enige twijfel Petrus. De twee heiligen uiterst rechts zijn Sint Cristoforus en Sint Franciscus van Assisi, terwijl de heilige links van Sint Lodewijk Johannes de Doper is. Wie de anderen zijn, weet ik niet. Wie er meer verstand van heeft, mag het zeggen.

Kloosters en Pazzi-kapel

Ten zuiden van de Santa Croce bevinden zich twee grote kloostergangen. De eerste was onderdeel van het oorspronkelijke complex en wordt derhalve toegeschreven aan Arnolfo di Cambio, zij het zonder concreet bewijs. Het tweede klooster werd ontworpen door Brunelleschi, maar het werd pas enige tijd na zijn dood in 1446 voltooid. Meestal wordt aangenomen dat Bernardo Rossellino (1409-1464) het rond het jaar 1453 heeft afgebouwd. Het is heerlijk om hier te vertoeven. Het klooster is een oase van rust en vrede in een stad die verder bruist van het rumoer.

Het tweede klooster.

De Pazzi-kapel.

Brunelleschi ontwierp ook de Pazzi-kapel. De Pazzi’s waren een puissant rijke Florentijnse familie. De opdracht voor de kapel werd in de late jaren 1420 gegeven door Andrea de’ Pazzi, maar de bouw was nog gaande toen Brunelleschi stierf en het lijkt er sterk op dat de kapel eigenlijk nooit echt voltooid is. Gedeeltelijk was dit het gevolg van de mislukte Pazzi-samenzwering van 1478. Tijdens de uitvoering van dit complot was Giuliano de’ Medici vermoord en had zijn oudere broer Lorenzo Il Magnifico maar net het vege lijf kunnen redden.

Aangezien Lorenzo de moordaanslag overleefd had, liep de samenzwering op een fiasco uit. De kopstukken Jacopo en Francesco de’ Pazzi werden snel opgepakt en vervolgens opgehangen (net als trouwens Bernardo Bandini Baroncelli, wiens familie de eigenaar van de Baroncelli-kapel was en wiens ontzielde lichaam door Leonardo da Vinci werd geschetst). Nadat de samenzwering de kop ingedrukt was, werden de Pazzi’s uit Florence verbannen en werd hun bezit in beslag genomen. De kapel heeft een eigen pagina op Wikipedia, in vele talen, dus geïnteresseerde lezers kunnen hier nog veel meer informatie vinden.

Deze bijdrage is onder meer gebaseerd op mijn twee reisgidsen, een van Dorling Kindersley over Florence & Toscane en een van de ANWB over Florence. Eveneens nuttig waren de informatieborden in de kerk en zeker de website Churches of Florence.

One Comment:

  1. Pingback: Florence: Orsanmichele – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.