Venetië: Santa Maria Gloriosa dei Frari

Santa Maria Gloriosa dei Frari.

Het was 10:45 uur in de ochtend van een prachtige, zonnige dag in het pittoreske Venetië. We hadden om twaalf uur een reservering bij een restaurant in de buurt van het Campo San Barnaba, dus we hadden nog meer dan een uur om door de straten van de Serenissima te flaneren. De Santa Maria Gloriosa dei Frari – die kortweg de ‘Frari’ wordt genoemd door de Venetianen zelf – was niet ver weg, dus we besloten een bezoek te brengen aan deze gigantische Gotische kerk. De grote vraag was of de Frari onze aandacht vast zou kunnen houden totdat het lunchtijd was. Het antwoord op die vraag is eenvoudigweg ‘ja’. De kerk van de Frari heeft namelijk een uitzonderlijke verzameling kunst. De culturele betekenis van de kerk is tegenwoordig dan ook veel groter dan haar religieuze belang, al neem ik aan dat deze grote Franciscaanse kerk in de sestiere San Polo ook nog steeds belangrijk is vanuit religieus oogpunt.

Geschiedenis van de kerk

In 1209 gaf Paus Innocentius III (1198-1216) zijn mondelinge goedkeuring aan de gemeenschap van de fratres minores, de minderbroeders. Dit was het begin van de Orde der Franciscanen. Niet lang na de dood van Sint Franciscus van Assisi, de stichter van de orde, in 1226 kwamen de eerste Franciscanen in Venetië aan. In de jaren 1230 wees de Doge Jacopo Tiepolo (1229-1249) hun een vervallen Benedictijnse abdij in een moerassig gedeelte van de stad toe. Dit was bepaald geen ideale plek, maar bedelorden als de Franciscanen floreerden juist onder dit soort omstandigheden. In 1280 werd de eerste kerk op deze locatie gewijd. Deze kerk was veel kleiner dan de huidige Frari-kerk en ook de oriëntatie van het gebouw was anders: de apsis was op het noordoosten gericht. Al snel bleek dat de kerk volstrekt ongeschikt was om de hordes Venetianen uit de armere klassen op te vangen die naar de Frari toestroomden om de mis bij te wonen. Zo rond de tijd dat de Doge Francesco Dandolo (1329-1339) overleed, die overigens in de kapittelzaal van de Frari werd begraven, was al het besluit genomen om de oude kerk af te breken en een nieuwe en grotere versie te bouwen. De oriëntatie van deze kerk werd omgedraaid.

Exterieur van de kerk.

De bouw van de nieuwe kerk begon rond 1340. De volgende honderd jaar vorderde het werk gestaag. De nieuwe kerk van de Frari heeft een apsis die op het zuidwesten is gericht en dit gedeelte van de kerk werd als eerste gebouwd. Het oude gebouw stond er toen nog en werd nog gebruikt voor kerkdiensten. Pas kort na 1415 werd de oude Frari-kerk eindelijk afgebroken zodat de bouw van het noordoostelijke gedeelte van de nieuwe kerk kon beginnen. De Santa Maria Gloriosa dei Frari die we vandaag de dag zien werd in 1442 voltooid en precies vijftig jaar later gewijd, op 27 mei 1492. Ze is onderdeel van een groter complex waartoe ook een klooster met twee kruisgangen behoort (niet toegankelijk voor het publiek).

Exterieur

Hoofdingang.

De Frari heeft een elegante vierkante klokkentoren die tussen 1361 en 1396 gebouwd werd. De toren is zo’n 70 meter hoog en is daarmee de op één na hoogste klokkentoren in Venetië (de toren van de San Marco heeft een hoogte van iets minder dan 99 meter; negeer a.u.b. claims in reisgidsen dat de toren van de Frari 83 meter hoog is; dat is niet zo).

De kerk heeft verschillende zijingangen, maar aan de voorkant slechts één hoofdingang. De poort rondom deze ingang is eenvoudig, maar elegant. Hij is uitgevoerd in de Gotische stijl, met de puntboog die zo kenmerkend is voor de Gotische architectuur. De poort heeft beelden van Christus, een Madonna met Kind en Sint Franciscus. De gevel bestaat overwegend uit kale baksteen. Boven de hoofdingang zien we een roosvenster en daarnaast zijn er nog eens drie kleinere ronde ramen (oculi). Het is niet gemakkelijk om de buitenkant van de kerk goed in ogenschouw te nemen of er een mooie foto van de maken. De Frari is namelijk enorm en staat ingeklemd tussen vele kleinere gebouwen aan de linker- en rechterkant. Het plein voor de kerk is piepklein en om de hele gevel te kunnen zien, kunt u het beste even het kanaal oversteken. Daarmee voorkomt u ook dat u uw nekspieren blesseert bij het omhoogkijken.

Interieur

Het interieur van de kerk kan tamelijk overweldigend overkomen. Dit is duidelijk een enorm gebouw, bedoeld om grote mensenmassa’s onderdak te bieden. Merkwaardigerwijs staan er geen kerkbanken in het middenschip en de zijbeuken. Als hier nog de mis gevierd wordt, zullen de kerkelijke autoriteiten naar ik aanneem wel een paar dozijn klapstoeltjes neerzetten. Het alternatief is dat ze de kerkgangers laten staan, precies zoals dat het geval zou zijn geweest in de Middeleeuwen (ik betwijfel of de congregatie gebruik mag maken van de vijftiende-eeuwse koorbanken; zie hieronder). Twaalf forse zuilen – een aantal dat overeenkomst met de twaalf Apostelen – scheiden het middenschip van de zijbeuken. Het valt op dat er beschilderde balken zijn aangebracht tussen de zuilen en de bogen. Deze zorgen voor extra stabiliteit. De Santa Maria Gloriosa dei Frari is, zoals veel Franciscaanse kerken, gebouwd in de vorm van een Tau-kruis. Dat betekent dat er geen echt sanctuarium is en het dwarsschip zich bevindt aan het einde van het middenschip. Zo ontstaat de vorm van een T. Voorbeelden van Franciscaanse kerken met een soortgelijk grondplan treft men aan in Florence en Siena.

Interieur van de kerk.

Het middenschip wordt van het koor gescheiden door een groot scherm of doksaal dat in 1475 werd gemaakt. Dit jaartal wordt op het scherm zelf ook vermeld in Romeinse cijfers (MCCCCLXXV). Het scherm wordt toegeschreven aan Pietro Lombardo (ca. 1435-1515) of zijn atelier. Na het Concilie van Trente (1545-1563) werden dit soort doksalen doorgaans verwijderd uit Rooms-Katholieke kerken, maar hier in de kerk van de Frari werd het scherm gelukkig gespaard (voor een tweede voorbeeld van een doksaal in Venetië, zie de Santa Maria Assunta op Torcello). Achter het doksaal treffen we 124 houten koorbanken aan. Een van mijn bronnen spreekt van ‘a rare survival in Venice’. De banken werden in 1468 gemaakt en worden toegeschreven aan Marco Cozzi (ca. 1420-na 1485), een tamelijk onbekende beeldhouwer uit Vicenza. Samen met zijn jongere broer Francesco werkte Cozzi aan het fijne houtsnijwerk van de banken, maar Francesco kwam te overlijden voordat het project kon worden afgerond.

Doksaal.

Belangrijke kunst

Tenhemelopneming van de Maagd.

Het belangrijkste en bekendste kunstwerk dat binnen hangt is waarschijnlijk Titiaans schilderij van de Tenhemelopneming van de Maagd boven het hoogaltaar. Het zeer grote schilderij meet 6,9 bij 3,6 meter en is daarmee een van de grootste altaarstukken in Venetië. Het is goed te verklaren waarom het zo groot is: de kerk zelf is immens, met een lengte van meer dan honderd meter, en mensen die achterin stonden, moesten de op het schilderij afgebeelde figuren ook kunnen zien (en dan ook nog eens door het doksaal heen). Titiaan (ca. 1488-1576) werkte van 1516 tot 1518 aan dit schilderij. Omdat hij traditioneel was ingesteld, schilderde hij het werk niet op doek, maar op houten panelen. We zien de Maagd Maria die naar de hemel wordt meegevoerd op een wolk die wordt ondersteund door cherubijnen. Boven haar zijn God de Vader en twee engelen afgebeeld. Een van hen houdt een kroon vast die voor de Maagd bedoeld is. Onder de wolk staan de Apostelen, duidelijk onder de indruk van het tafereel dat zich boven hen afspeelt. De Tenhemelopneming werd in 1817 van haar oorspronkelijke plek weggehaald om te worden tentoongesteld in de Gallerie dell’Accademia, maar in 1919 keerde het werk terug naar de Frari en sindsdien is het niet meer verplaatst.

De Frari heeft nog een tweede belangrijk werk van Titiaan, zijn Pesaro-altaarstuk, ook bekend als de Madonna di Ca’ Pesaro. Helaas wordt dit werk sinds 2013 gerestaureerd en is het daarom vervangen door een fotografische reproductie. Toen we de kerk in juli 2017 bezochten, was het origineel nog niet teruggeplaatst. Het schilderij werd bij Titiaan besteld door Jacopo Pesaro, de bisschop van Paphos op Cyprus. Hij had een rol gespeeld bij de overwinning die de Venetianen in 1502 bij Lefkada (toen Santa Maura geheten) hadden behaald op een Ottomaanse vloot. De zeeslag was onderdeel van de Ottomaans-Venetiaanse Oorlog van 1499-1503 en resulteerde in een van de zeer weinige Venetiaanse zeges tijdens het conflict. Sterker nog, het kleine succesje dat de Venetianen bij Santa Maura behaalden, veranderde niets aan het feit dat de oorlog voor de Republiek rampzalig verliep. Ze verloor haar belangrijke tweelingkolonies op de Peloponnesos, de handelsposten Modone en Corone.

Pesaro-altaarstuk (reproductie).

Jacopo Pesaro had Titiaan al eens eerder ingehuurd om een doek te schilderen waarop hij zelf wordt geïntroduceerd bij Petrus door Paus Alexander VI (1492-1503). Dit werk was vermoedelijk bestemd voor de residentie van de familie Pesaro in Venetië. In 1518 verwierf de familie een kapel in de linker zijbeuk van de Frari – in feite niet meer dan een nis – en daarom werd wederom een beroep gedaan op Titiaan om een altaarstuk voor deze kapel te maken. Het Pesaro-altaarstuk, geschilderd tussen 1519 en 1526, toont een Pesaro die knielt voor een aantal traptreden waarop Petrus heeft plaatsgenomen (men ziet zelfs een van diens sleutels op de treden). De Madonna en het Kind zitten nog iets hoger. Rechts zien we Sint Franciscus en Sint Antonius van Padova (eveneens een Franciscaan) en nog eens vijf andere knielende leden van de uitgebreide familie Pesaro. De kleine Leonardo Pesaro kijkt onze kant uit. Links zijn Turkse gevangenen afgebeeld – let op de tulband – en deze worden bewaakt door een Venetiaanse officier met een banier waarop het wapen van Paus Alexander VI te zien is.

Johannes de Doper.

En er is nog veel meer te zien in de Santa Maria Gloriosa dei Frari, die als een ware schatkist van vijftiende en zestiende-eeuwse kunst kan worden gezien. De kapel meteen rechts van de apsis is gewijd aan Johannes de Doper. Hier vinden we een prachtig houten beeld van deze heilige dat werd gemaakt door de Florentijnse kunstenaar Donatello (1386-1466). Het beeld is 141 centimeter hoog en wordt doorgaans gedateerd op 1438. Volgens een alternatieve theorie moet het echter iets jonger zijn, want de stijl van het beeld heeft veel gemeen met het latere beeld van de Boetvaardige Magdalena van dezelfde kunstenaar. De Magdalena werd in de jaren 1450 gemaakt en staat nu in het Duomo-museum in Florence. De kapel staat ook bekend als de Cappella dei Fiorentini, aangezien ze werd gebruikt door leden van de Florentijnse gemeenschap. Dat verklaart ook waarom we een beeld van Donatello in Venetië aantreffen.

De Milanezen hadden eveneens hun eigen kapel in de Frari. De Cappella dei Milanesi is de derde kapel links van de apsis. De voornaamste bezienswaardigheid is het altaarstuk waaraan werd begonnen door Alvise Vivarini (gestorven tussen 1503 en 1505) en dat na diens dood werd voltooid door Marco Basaiti (1470-1530). Het schilderij wordt gedomineerd door Sint Ambrosius, de beschermheilige van Milaan. Ook de oom van Alvise, Bartolomeo Vivarini (gestorven vóór 1500), voorzag de Frari van kunstwerken. Men vindt deze in de derde en laatste kapel rechts van de apsis – de Cappella Bernardo – en in de grote kapel gewijd aan San Marco aan de uiterste linkerzijde van de kerk.

San Marco-altaarstuk door Bartolomeo Vivarini.

Vergeet niet om de sacristie te bezoeken, waar we Giovanni Bellini’s Frari-veelluik aantreffen. Bellini (ca. 1430-1516) voltooide dit werk in 1488. Op het centrale paneel zien we een Madonna met Kind, gezeten op een troon met daaronder twee engelen. Het linker paneel toont Sint Nicolaas en Petrus en op het rechter paneel schilderde Bellini Sint Marcus en Sint Benedictus.

Frari-veelluik door Giovanni Bellini.

Via de sacristie komt men bij de kapittelzaal. Hier kan de bezoeker een glimp opvangen van het Klooster van de Heilige Drie-eenheid (Chiostro della Trinità), dat helaas niet toegankelijk is voor het publiek. Het ontwerp ervan wordt – kennelijk met nodige slagen om de arm – toegeschreven aan Andrea Palladio (1508-1580), de grote architect uit Vicenza. Het lijdt echter geen twijfel dat het klooster pas in 1589, negen jaar na Palladio’s dood, gerealiseerd werd. Het tweede klooster, de Chiostro di Sant’Antonio, bevindt zich ten noordwesten van het eerste en kan helaas zelfs niet van buitenaf bekeken worden. Het wordt, wederom met de nodige voorzichtigheid, toegeschreven aan Jacopo Sansovino (1486-1570).

Klooster van de Heilige Drie-eenheid.

Graftomben van Doges

Graftombe van Francesco Dandolo.

Vier Venetiaanse Doges werden in de kerk van de Frari begraven. De oudste graftombe vinden we in de kapittelzaal. Deze werd gemaakt voor Francesco Dandolo (1329-1339), die uitdrukkelijk gevraagd had in de Frari begraven te worden. Dat verzoek was wel enigszins problematisch, want men had net het besluit genomen om de kerk te slopen en helemaal opnieuw op te bouwen. Omdat de Doge een groot deel van zijn fortuin aan de Franciscanen had nagelaten, moest er een oplossing voor het probleem gevonden worden. Die oplossing bleek uiteindelijk heel eenvoudig te zijn: de graftombe werd in de kapittelzaal geplaatst. De tombe is om vele redenen belangrijk, alleen al omdat ze een paneel heeft met een afbeelding van de Doge zelf, ‘probably the oldest ducal portrait in Venice to be drawn from the life’.[1]

Aan de linkerkant wordt de knielende Doge Francesco door zijn naamgenoot Sint Franciscus geïntroduceerd bij de Madonna met het Kind. Rechts is Dogaressa Elisabetta Contarini afgebeeld, die door haar naamgenoot Sint Elisabeth van Hongarije (1207-1231) wordt geïntroduceerd. Elisabeth was een vroege tertiaris, een lid van de Derde Orde van Sint Franciscus. Ze stond bekend om haar zorg voor de armen. De paneelschildering wordt toegeschreven aan Paolo Veneziano (ca. 1300-1365). Onder de schildering zien we de daadwerkelijke sarcofaag, versierd met een reliëf van de Dormitio Virginis, de Ontslapenis (i.e. Dood) van de Maagd. De Maagd ligt op een divan en wordt omringd door de twaalf Apostelen en twee engelen. Achter de divan staat Jezus Christus, met de jonge Maagd in zijn armen (zie hier en hier voor andere voorbeelden van deze iconografie).

Graftombe van Francesco Foscari.

Twee Doges werden begraven in de apsis van de kerk. De regering van Doge Francesco Foscari tussen 1423 en 1457 was de langste in de Venetiaanse geschiedenis. Zijn regering was zonder meer turbulent. Gedurende deze Jaren vonden veel belangrijke historische gebeurtenissen plaats, variërend van de Concilies van Ferrara en Florence in 1438-1439 tot de Val van Constantinopel in 1453. Voor Venetië was dit een tijd van oorlog, waarin ze voornamelijk vocht tegen haar aartsvijand, Hertog Filippo Maria Visconti van Milaan. De legers van de Serenissima werden aangevoerd door beroemde condottierri als Carmagnola (in 1432 wegens verraad terechtgesteld), Gattamelata en zelfs Francesco Sforza, die in 1450 zelf Hertog van Milaan zou worden. In deze moeilijke jaren vol onzekerheden stond Francesco Foscari als competente kapitein aan het roer van het schip van staat.

Er waren echter ernstige problemen met zijn zoon Jacopo. Die werd eerst veroordeeld voor omkoping en verbannen naar Modone, maar kreeg later toestemming om terug te keren. Vervolgens werd hij beschuldigd van moord, veroordeeld en nogmaals verbannen, ditmaal naar Kreta. Op Kreta werd Jacopo ervan beschuldigd dat hij in het geheim had gecorrespondeerd met de Turkse sultan. Hij werd daarop teruggebracht naar Venetië om voor de derde keer terecht te staan. De zoon van de Doge ontsnapte aan de doodstraf, maar werd wel teruggestuurd naar Kreta, waar hij slechts zes maanden later kwam te overlijden. De oude Francesco Foscari was diep geraakt door de dood van zijn zoon. In feite was hij hierdoor niet meer in staat zijn ambt uit te oefenen, met als gevolg dat hij op 22 oktober 1457 door de Raad van Tien, een van de belangrijkste (en beruchtste) bestuurslichamen van de Republiek, tot aftreden werd gedwongen. Francesco Foscari stierf iets meer dan een week later op de leeftijd van 84 jaar.

Graftombe van Nicolò Tron.

Het lijkt erop dat de Republiek zich echt schuldig voelde over zijn dood. Foscari kreeg namelijk een staatsbegrafenis. Zijn graftombe in de Frari is wel beschreven als “an example of the curious transitional stage between Gothic and Renaissance”. Kunstcriticus John Ruskin (1819-1900) was minder mild in zijn oordeel. Hij klaagde dat “this monument is remarkable as showing the refuse of one style encumbering the embryo of another”. Ook van de liggende beeltenis van de Doge was Ruskin niet erg onder de indruk. Hij las de beeldhouwer de les omdat die “a huge, gross, bony clown’s face” zou hebben gebeiteld.[2] Ruskin moet erg goede ogen hebben gehad, want de graftombe bevindt zich hoog aan de muur. Waarschijnlijk kreeg hij echter toestemming om het gewijde gedeelte achter het hoogaltaar te betreden, dat nu is afgesloten voor bezoekers. Hoe dit ook zij, ik denk dat meneer Ruskin wat onredelijk was in zijn oordeel, maar ik moet toegeven dat ik de graftombe aan de tegenoverliggende muur mooier vindt. Deze behoort toe aan Nicolò Tron, Doge tussen 1471 en 1473. Tron behaalde wat kleine successen tegen de Turken, maar slaagde er nooit in een beslissende overwinning te boeken. Zijn rijkelijk versierde graftombe lijkt beter te passen bij ’s mans aanzienlijke vermogen dan bij zijn prestaties.

Graftombe van Giovanni Pesaro.

De graftombe van Giovanni Pesaro is de laatste van de vier Dogentombes in de kerk. De tombe is tevens de meest overdadige van de vier, maar naar mijn bescheiden mening zeker niet de meest aantrekkelijke. Pesaro was tussen 1658 en 1659 iets meer dan een jaar Doge van Venetië. Zijn Barokke tombe werd ontworpen door Baldassare Longhena (1598-1682). Extravagant is het juiste woord, want we zien beelden van de overledene, twee draken en allegorieën van Intelligentie, Nobelheid, Rijkdom en IJver, alsook duo-beelden die Religie en Standvastigheid en Waarheid en Rechtvaardigheid voorstellen. De Latijnse tekst tussen de draken luidt HIC REVIXIT ANNO MDCLXIX, hetgeen aangeeft dat het monument in 1669 werd voltooid. Het bovenste gedeelte van de graftombe rust op vier zuilen in de gedaante van Moren. Gelukkig is de zware taak van deze arme mannen iets comfortabeler gemaakt: ze hebben kussens voor hun nek en schouders gekregen. Tussen de Moren zien we macabere skeletten die boekrollen omhoog houden. Het monument is zeker intrigerend, maar deze pompeuze Barok is vrees ik gewoon niet mijn smaak.

Graftomben van kunstenaars

De kerk van de Frari is beroemd vanwege twee enorme graftomben van kunstenaars, die zich beide dicht bij de ingang bevinden. In de linker zijbeuk treffen we de merkwaardige graftombe van Antonio Canova (1757-1822) aan, de beroemde Neoclassicistische beeldhouwer uit Venetië. De tombe heeft de vorm van een piramide en werd ontworpen door de grote meester zelf. Eigenlijk had Canova een ontwerp gemaakt voor een piramidevormige graftombe voor Titiaan. Die moest dienen als een waardig monument voor de grote schilder, die sinds 1576 in de Frari-kerk begraven lag zonder fatsoenlijke graftombe. Echter, een paar jaar nadat de kunstenaar zelf in 1822 was gestorven, besloten zijn leerlingen het ontwerp te kopiëren. Ze zamelden in heel Europa geld in een richtten een piramidevormige graftombe op voor hun beroemde meester.

Graftombe van Antonio Canova.

Overigens bevat deze graftombe alleen het hart van Canova, dus een piepklein stukje van zijn lichaam in een enorm monument. Kennelijk werd dit hart niet in de piramide zelf bijgezet, maar in het potje dat wordt vastgehouden door de figuur met de mantel en de sluier nabij de ingang. Deze figuur stelt Beeldhouwkunst voor. Schilderkunst en Architectuur staan rechts en zijn duidelijk in diepe rouw. De rest van het stoffelijk overschot van de beeldhouwer werd begraven in Possagno, het kleine stadje in de Veneto waar de kunstenaar werd geboren.

Graftombe van Titiaan.

En hoe zit het dan met die graftombe voor Titiaan? Deze zeer productieve schilder stierf in 1576 aan de pest. Ondanks zijn grote verdiensten als kunstenaar was zijn beloning slechts een simpele vloertegel die zijn graf aanduidde. In de negentiende eeuw vonden zowel de Venetiaanse bevolking als de Oostenrijkse autoriteiten dit onacceptabel (Venetië was sinds 1815 onderdeel van het Koninkrijk Lombardije-Venetië, dat zelf weer deel uitmaakte van het keizerrijk Oostenrijk). De Oostenrijkers gaven de broers Luigi en Pietro Zandomeneghi, leerlingen van Canova, de opdracht om voor de grote kunstenaar een graftombe te maken die paste bij zijn statuur. Tussen 1838 en 1852 werkten de broers aan deze tombe.

Of hun noeste arbeid een bevredigend resultaat heeft opgeleverd is een kwestie van smaak. Ik ben niet echt gecharmeerd van deze Neoclassicistische extravagantie, maar vind de reliëfs op de graftombe wel erg mooi. Deze stellen enkele van Titiaans belangrijkste religieuze werken voor: achter het beeld van Titiaan zelf zien we zelfs een gebeeldhouwde versie van de Tenhemelopneming van de Maagd (zie hierboven)!

Voor deze bijdrage heb ik gebruik gemaakt van drie reisgidsen – Trotter, Dorling Kindersley en ANWB – en de Churches of Venice website. Aanvullende informatie kwam uit John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ en van de Web Gallery of Art.

Noten

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 209.

[2] Alle citaten komen uit John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 339-340.

2 Comments:

  1. Pingback:Venetië: Santi Giovanni e Paolo – – Corvinus –

  2. Pingback:Venetië: San Marco – – Corvinus –

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.