Venetië: Santi Giovanni e Paolo

De San Zanipolo.

De Santi Giovanni e Paolo wordt in het Venetiaanse dialect de San Zanipolo genoemd. Met een schip dat 101,5 meter lang en 35 meter hoog is, is het de grootste kerk in de stad en de belangrijkste kerk van de Dominicanen. De San Zanipolo torent hoog boven de omliggende gebouwen uit, als ware ze een enorme ark gemaakt van baksteen (als u een idee wilt krijgen van de omvang van de kerk, bekijk dan eens deze foto). De faam van de kerk berust niet op een uitzonderlijke collectie schilderijen of fresco’s, maar op het feit dat het gebouw kan worden beschouwd als een soort nationaal Pantheon van Venetië. In deze basiliek werden 25 Venetiaanse Doges te ruste gelegd. Ook de beroemde schilders Giovanni Bellini (ca. 1430-1516) en zijn oudere broer Gentile (ca. 1429-1507) vonden hier hun laatste rustplaats. Op het plein voor de kerk staat Andrea del Verrocchio’s beroemde ruiterstandbeeld van Bartolomeo Colleoni (ca. 1395-1475), een condottiero uit Bergamo die diende als Kapitein-Generaal van Venetië.

Geschiedenis

Vertegenwoordigers van de Dominicanen kwamen rond het jaar 1230 in Venetië aan, ongeveer een decennium na de dood van de stichter van hun orde, de Spaanse priester Sint Dominicus (1170-1221). De toenmalige Doge Jacopo Tiepolo (1229-1249) wees hun een moerassig stuk land in het noordelijke gedeelte van de stad toe, in de sestiere Castello. Dit was bepaald geen ideale locatie, maar bedelorden als de Dominicanen floreerden juist onder moeilijke omstandigheden. Al snel begonnen ze met de bouw van een kerk. Tegen de tijd dat Doge Jacopo Tiepolo in 1249 stierf, was al voldoende van de San Zanipolo voltooid om hem daar een waardige begrafenis te geven. Tiepolo werd daarmee de eerste Doge die in de kerk begraven werd, al bevindt zijn graftombe zich strikt genomen niet in de kerk: men vindt zijn graf in een nis aan de buitenkant, links van de hoofdingang.

De San Zanipolo en Verrocchio’s standbeeld van Colleoni.

De eerste San Zanipolo moet rond het einde van de dertiende eeuw voltooid zijn. Kort daarna realiseerden de Dominicanen zich dat ze tegen hetzelfde probleem aanliepen als hun voornaamste rivalen de Franciscanen: net als de kerk van de Frari was de San Zanipolo gewoon te klein om de enorme massa’s mensen uit de lagere sociale klassen op te vangen die hier de kerkdiensten wilden bijwonen. Er werden daarom snel plannen gemaakt om een grotere kerk te bouwen en de uitvoering van deze plannen begon in de vroege veertiende eeuw. Het project liep na 1368 vertraging op in verband met een gebrek aan geld en pas in 1430 werd het schip voltooid en kon de uitgebreide kerk worden ingewijd.

Bartolomeo Colleoni door Andrea del Verrocchio.

Anders dan men wellicht zou verwachten is de kerk niet gewijd aan Johannes de Doper (of de Evangelist) en de apostel Paulus, maar aan twee nogal obscure functionarissen aan het hof van Constantijn de Grote. Volgens de overlevering stierven zij de marteldood tijdens de regering van Julianus de Apostaat (361-363). Dit zou allemaal gebeurd zijn op de Caelius in Rome, waar we een gelijknamige, maar veel kleinere kerk gewijd aan de broers aantreffen.

Exterieur

Het valt op hoe spaarzaam de kerk aan de buitenkant gedecoreerd is, al is de enorme apsis met Gotische ramen beslist spectaculair te noemen. Een van mijn reisgidsen beweert dat er oorspronkelijk plannen waren om de San Zanipolo van een marmeren façade te voorzien, maar dat deze werden afgeblazen vanwege financiële problemen. Waarschijnlijk zou Sint Dominicus erg tevreden zijn geweest met de huidige gevel die vrijwel geheel van baksteen is gemaakt. Hij benadrukte immers de noodzaak van soberheid, een belangrijke waarde waarvan zijn volgelingen geleidelijk aan steeds meer afstand namen.

Tussen 1458 en 1462 werd de kerk voorzien van een kunstig versierd Gotisch portaal gemaakt door Bartolomeo Bon (1405/10-1464-67). De graftombe van Jacopo Tiepolo, die onderdeel is van de gevel, is hierboven reeds genoemd. En zo zijn er meer muurtomben die onderdeel zijn van het exterieur van de kerk. Het lijkt erop dat de San Zanipolo geen klokkentoren heeft. Om dit gebrek te compenseren staat er op het dwarsschip wel een weinig indrukwekkende klokkenkamer.

Interieur

Eenmaal binnen in de kerk voelt men zich al snel nietig. Tien zuilenparen scheiden het middenschip van de zijbeuken. Net als bij de kerk van de Frari elders in Venetië worden de zuilen en bogen gesteund door dwarsbalken voor extra stabiliteit. De voornaamste muurdecoraties in de basiliek zijn de graftomben van illustere Venetianen. Een van hen is Marcantonio Bragadin, die in 1571 de Cypriotische stad Famagusta tegen de Turken verdedigde. Hij gaf zich over, maar werd op verraderlijke wijze gevangen genomen en levend gevild. Na de executie werd zijn huid opgevuld, op de rug van een koe gezet en door de stad geparadeerd. Negen jaar later slaagden de Venetianen erin de huid in Constantinopel te stelen en mee terug te nemen naar Venetië. In 1596 werd Bragadin in de San Zanipolo bijgezet. Als gezegd werden hier ook 25 Venetiaanse Doges begraven. De laatste was de in 1700 gestorven Silvestro Valier. Het zou nogal saai en tijdrovend zijn om álle graftombes te bespreken, dus ik zal me beperken tot drie. Deze bevinden zich allemaal in het koor van de San Zanipolo.

Interieur van de kerk.

Graftombe van Doge Michele Morosini.

Michele Morosini was een rijke Venetiaanse edelman die op 10 juni 1382 Doge van Venetië werd. Vier maanden later was hij dood, waarmee hij een van de kortste dogeschappen in de Venetiaanse geschiedenis neerzette. In zijn gezaghebbende geschiedenis van Venetië betoogt John Julius Norwich dat Morosini een uitstekende Doge zou zijn geweest als hij niet ten prooi was gevallen aan de pest. Daar voegt Norwich wel aan toe dat Morosini’s reputatie een smetje had opgelopen als gevolg van beschuldigingen dat hij zich zou hebben verrijkt tijdens de oorlog met Genua tussen 1378 en 1381. De auteur concludeert echter dat deze beschuldigingen vrijwel zeker ongegrond waren. De Engelse kunstcriticus John Ruskin (1819-1900) vond Morosini’s graftombe in de San Zanipolo prachtig en beschreef deze als “the richest monument of the Gothic period in Venice”.[1] De tombe is inderdaad schitterend, een verfijnde combinatie van beeldhouwwerk en mozaïeken. Helaas weten we niet wie de beeldhouwers waren en hetzelfde geldt voor de mozaïekmakers. In de lunette onder de Gotische boog zien we een voorstelling van de Kruisiging met verschillende heiligen. Doge Morosini zit op zijn knieën. Hij wordt bij Christus geïntroduceerd door zijn naamgenoot, de aartsengel Michael. Zijn vrouw Cristina Bondumier wordt vergezeld door Johannes de Doper. Ik neem aan dat de andere heiligen de Maagd Maria en Johannes de Evangelist zijn.

Doge Leonardo Loredan door Vittore Carpaccio (Museo Correr, Venice).

De graftombe van Morosini bevindt zich direct naast die van Leonardo Loredan (1501-1521). Loredan had het zeer moeilijk tijdens zijn regering van twintig jaar. Na een desastreuze oorlog tegen de Turken (1499-1503), waarin Venetië haar belangrijke tweelingkolonies Modone en Corone op de Peloponnesos verloor, kreeg de Republiek het aan de stok met een nieuwe en formidabele tegenstander in de persoon van de oorlogszuchtige Paus Julius II (1503-1513). De Paus ruziede met Venetië over steden in de Romagna en was in 1508 verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Liga van Kamerijk, een anti-Venetiaanse coalitie bestaande uit de Kerkelijke Staat, Spanje, Frankrijk, het Heilige Roomse Rijk en Hertog Alfonso I d’Este van Ferrara. Al snel moest de Serenissima vechten voor haar eigen voortbestaan. In 1510 was ze gedwongen zich over te geven en zichzelf tegenover Julius te vernederen.

In die dagen waren de Italiaanse diplomatie en politiek echter buitengewoon verwarrend. De Paus besloot nu namelijk een bondgenootschap met Venetië tegen Frankrijk te sluiten. Dit leidde in 1511 tot de Heilige Liga, een anti-Franse coalitie waaraan ook Spanje, het Heilige Roomse Rijk en Ferrara deelnamen. Venetië trok zich in 1513 uit de Liga terug en koos de kant van de Fransen. Dat was een slimme zet, want in 1515-1516 slaagden de Fransen erin de oorlog te winnen. Aan het begin van de Oorlog van de Liga van Kamerijk leek het er nog op dat Venetië van de kaart zou worden geveegd, maar uiteindelijk kwam ze als overwinnaar uit de strijd en kreeg ze bijna al haar bezittingen op het vasteland – haar terra firma – terug. Leonardo Loredan had Venetië tijdens deze turbulente jaren op competente wijze geleid. Het lijkt erop dat hij ook vrij populair was. John Julius Norwich merkt over hem het volgende op:

Graftombe van Doge Leonardo Loredan.

“Old Leonardo had not presided over Venice’s destinies with any marked distinction or éclat, but his reign had coincided with the most agonizing chapter of her history, from which she had emerged virtually unscathed; inevitably, therefore, he was associated in the minds of his subjects with her safe deliverance. His death in his eighty-fifth year had been genuinely mourned, his obsequies and funeral procession to SS. Giovanni e Paolo marked with even more magnificent solemnity than usual; and his tomb, just to the right of the High Altar, was to be of comparable grandeur – even if he did have to wait another half-century before it was finally erected.”[2]

Inderdaad moest Loredan nog tot 1572 wachten voordat zijn laatste rustplaats eindelijk voltooid was. De graftombe werd ontworpen door de ietwat obscure architect Girolamo Grapiglia. De jonge beeldhouwer Girolamo Campagna (1549-1625) maakte het beeld van de Doge en Danese Cattaneo (ca. 1509-1572) was verantwoordelijk voor de overige beelden. Loredan is zittend afgebeeld tussen beelden die Venetië en de Liga van Kamerijk voorstellen. De beelden uiterst links en rechts zijn van Overvloed en Vrede.

Graftombe van Doge Andrea Vendramin.

Aan de andere kant van het koor treffen we een graftombe aan die hier niet eens had moeten staan. De graftombe van Doge Andrea Vendramin (1476-1478) werd oorspronkelijk geplaatst in de kerk van Santa Maria dei Servi, een kerk die in de Napoleontische tijd werd opgeheven en grotendeels afgebroken. De tombe werd uit elkaar gehaald en vervolgens in 1816 weer opgebouwd in de San Zanipolo. Ze is oorspronkelijk gemaakt door Pietro Lombardo (ca. 1435-1515) en zijn zoon Tullio Lombardo (ca. 1455-1532). Het dogeschap van Andrea Vendramin was kort, maar er gebeurde veel. De Doge werd vooral in beslag genomen door een dure oorlog tegen het Ottomaanse Rijk. Tijdens dit conflict plunderden ongeregelde Turkse eenheden zelfs de Friuli. Norwich stelt hierover dat “from the top of the Campanile of St Mark the flames of the burning villages could be plainly seen”.[3]

Tot de andere artistieke hoogtepunten van de kerk behoort een veelluik met daarop de Dominicaanse heilige Sint Vincent Ferrer (1350-1419), tussen 1464 en 1468 geschilderd door Giovanni Bellini. In de Cappella della Madonna della Pace vinden we een gelijknamig altaarstuk met de Madonna van de Vrede. Het behoort tot de oudste kunstwerken in de San Zanipolo, want het staat hier al sinds 1349.

Het plein

Andrea del Verrocchio’s ruiterstandbeeld van de condottiero Bartolomeo Colleoni is hierboven reeds genoemd. Deze huurlingenaanvoerder uit Bergamo had zijn immense vermogen van 216.000 dukaten aan de stad nagelaten onder één voorwaarde: hij wilde dat de Republiek een standbeeld van hem zou oprichten op de Piazza San Marco, het beroemdste en belangrijkste plein in heel Venetië. Dat was echter een probleem. Er was nog nooit een standbeeld op deze piazza opgericht, zelfs niet voor Doges en zelfs niet voor Sint Marcus, de beschermheilige van Venetië. Het was duidelijk dat het verzoek van Colleoni niet gehonoreerd kon worden, althans niet op de manier zoals de condottiero het zelf had bedoeld.

De Scuola Grande di San Marco.

De slimme Venetianen bedachten daarop een list. Nu een standbeeld op het Piazza San Marco uitgesloten was, besloten ze het in plaats daarvan op te richten op het plein voor de Scuola Grande di San Marco. Deze scuola staat op het Campo Santi Giovanni e Paolo, direct naast de kerk. De opdracht om het beeld te maken werd gegund aan Del Verrocchio (1435-1488), maar hij slaagde er niet in het te voltooien voor zijn dood in 1488. Het project werd toen voortgezet door Alessandro Leopardi, die verantwoordelijk was voor het daadwerkelijk gieten van het bronzen beeld. Het resultaat is beslist indrukwekkend: Colleoni ziet er vervaarlijk uit in zijn plaatharnas, staand in zijn stijgbeugels. Ook de locatie is zeker niet verkeerd, want de Scuola Grande di San Marco, ontworpen door Pietro Lombardo, is een zeer mooi gebouw.

De kunsthistoricus Giorgio Vasari (1511-1574), die als Florentijn nogal wat vooroordelen had over Venetië en Venetiaanse kunstenaars, vertelt een grappig, maar waarschijnlijk onhistorisch verhaal over Verrocchio – eveneens een Florentijn – en het standbeeld:

“Inmiddels hadden de Venetianen besloten om, ter aansporing van anderen, eer te bewijzen aan de grote moed van Bartolommeo da Bergamo, die hen vele malen naar de overwinning had gevoerd, en daar Andrea [del Verrocchio]’s faam tot hen was doorgedrongen, haalden ze hem naar Venetië waar hij opdracht kreeg voor een bronzen ruiterstandbeeld van die bevelhebber, dat op het plein bij de San Zanipolo zou komen te staan. Toen Andrea het model voor het paard af had en was begonnen aan het maken van een armatuur, teneinde het in brons te kunnen gieten, werd besloten dat Vallano da Padova, die de gunst van enige edellieden genoot, de figuur zou maken en Andrea alleen het paard. Toen Andrea dit vernam, brak hij het hoofd en de benen van zijn model en keerde zwaar verontwaardigd en zonder een woord te zeggen naar Florence terug. Toen de Signoria dit ter ore kwam, liet zij hem weten dat hij niet het hart moest hebben nog ooit in Venetië terug te keren, want dat zou hem zijn kop kosten. Hierop schreef Andrea terug dat hij zich daar wel voor zou wachten, want dat het niet in zijn vermogen lag het hoofd van een mens weer aan te hechten nadat ze het eenmaal hadden afgehakt, en zijn hoofd zeker niet, terwijl hij dit wel kon met het hoofd van zijn paard, en nog wel mooier ook. Na dit antwoord, dat de heren niet onaardig vonden, liet men hem naar Venetië terugkomen en kreeg hij tweemaal zoveel betaald als voorheen; toen hij zijn oude model had hersteld, goot hij het in brons; toch kreeg hij het niet helemaal af, want bij het gieten raakte hij verhit, vatte kou en stierf binnen enkele dagen, nog steeds in Venetië, en niet alleen dit werk liet hij onvoltooid (hoewel: hij was zo goed als klaar met polijsten, en het kwam te staan op de plaats waarvoor het was bestemd), maar ook nog een werk waaraan hij in Pistoia bezig was, namelijk de graftombe van kardinaal Forteguerri, met daarop de drie theologische deugden en een God de Vader; deze tombe werd later voltooid door de Florentijnse beeldhouwer Lorenzo Lotti.”[4]

Dan nog deze slotgedachte. Een van mijn reisgidsen heeft nuttig advies voor mensen die Venetië bezoeken om het ruiterstandbeeld te bewonderen: men dient de naam van de huurlingenaanvoerder als COL-LE-O-NI uit te spreken en niet als COL-JO-NI. Coglioni is het Italiaanse woord voor ‘testikels’, een woord dat – volgens dezelfde reisgids – ‘niet al te net’ is. Ik geloof er geen bal van!

Voor deze bijdrage heb ik gebruik gemaakt van drie reisgidsen – Trotter, Dorling Kindersley en ANWB – en de Churches of Venice website. Aanvullende informatie kwam uit John Julius Norwich, ‘A History of Venice’ en van de Web Gallery of Art.

Noten

[1] Citaat uit ‘A History of Venice’, p. 258.

[2] ‘A History of Venice’, p. 436.

[3] ‘A History of Venice’, p. 356.

[4] Vertaling Anthonie Kee.

One Comment:

  1. Pingback:Padova: Il Santo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.