Venetië: San Marco

De San Marco.

Een trip naar Venetië kan nooit compleet zijn zonder een bezoek aan het belangrijkste en beroemdste religieuze gebouw van de Serenissima: de Basilica di San Marco. Het meest verrassende aan deze basiliek is dat ze, hoewel bijna duizend jaar oud en vanaf het prilste begin gewijd aan de beschermheilige van de stad, pas sinds 1807 de kathedraal van Venetië is. Tot aan het genoemde jaar jaar was de San Marco “technically (…) nothing but the chapel of the Doges’ Palace”.[1] Uiteraard was het belang van de kerk in de praktijk vele malen groter.

De echte kathedraal van Venetië was de San Pietro di Castello, een kerk op een klein eiland in het oostelijkste gedeelte van de Rialto-archipel. In de achtste eeuw was dat het politieke en economische centrum van Venetië en de eerste versie van de San Pietro werd daar rond 775 gebouwd. In latere eeuwen verschoof het machtscentrum echter op naar het westen. Hoewel de San Pietro ondanks haar geïsoleerde positie tot aan de val van de Venetiaanse Republiek formeel de kathedraal van de stad bleef, verminderde haar religieuze belang al snel ten opzichte van dat van de San Marco. Dat kwam natuurlijk alleen al door het feit dat de laatstgenoemde kerk de relikwieën van de Heilige Marcus bezat en direct naast het Palazzo Ducale stond. In dit gebouw resideerden niet alleen de Doges, maar hielden ook alle andere bestuursorganen van de staat hun vergaderingen.

Praktische informatie

Mozaïek van de Heilige Marcus die de basiliek binnengedragen wordt (ca. 1265).

Alvorens in te gaan op de geschiedenis en hoogtepunten van de San Marco eerst wat praktische informatie die voor bezoekers onmisbaar is. Allereerst, de San Marco is gratis te bezoeken. Voor Venetië is dat nogal ongebruikelijk, want doorgaans moet u daar een kaartje kopen voordat u een kerk van binnen mag bezichtigen (u kunt een Chorus Pass kopen om achttien van de interessantste kerken te bezoeken, inclusief de kerk van de Frari). Er zijn echter twee addertjes onder het gras. Het eerste is dat alleen het bezoek aan de basiliek zelf gratis is; voor een bezoek aan de Schatkamer moet u een apart kaartje kopen en hetzelfde geldt als u het beroemde Pala d’Oro altaarscherm wilt zien of het kerkmuseum (Museo di San Marco) wilt bezoeken. Het tweede addertje is dat u zeker niet de enige toerist zult zijn die de basiliek wil zien. Meestal staan er buiten lange rijen en de gemiddelde wachttijd is – kennelijk – rond de 45 minuten. Als u de basiliek tijdens het hoogseizoen (april tot en met oktober) wilt bezoeken, dan raad ik aan een Skip the Line ticket aan te schaffen, dat hier voor slechts drie euro kan worden gekocht. U hoeft alleen een tijdslot te selecteren en op tijd op te komen dagen. Zo voorkomt u dat u kostbare tijd verliest in de brandende zon.

Het is verder van belang te weten dat u geen tassen mag meenemen in de basiliek. Tassen, handtassen, koffers en andere bagage kan bij het Ateneo San Basso worden afgegeven. U vindt het Ateneo in een steeg links van de kerk. Uw spullen worden gratis bewaard, maar een kleine geldelijke attentie wordt natuurlijk op prijs gesteld. Het is in de San Marco helaas niet toegestaan om foto’s te maken. Sommige mensen negeren het fotografieverbod, maar u kunt erop rekenen dat de staf u aanspreekt als u foto’s maakt. Om de een of andere reden is het wél toegestaan om foto’s van het interieur van de kerk te maken als u buiten op het balkon staat. Kennelijk wordt het niet als respectloos beschouwd als mensen door de open ramen heen fotograferen. Het balkon kunt u overigens alleen bereiken via het museum, dus u zult een kaartje moeten kopen. Niets is echt gratis in Venetië…

Mozaïek van de Heilige Marcus die Alexandrië uit gesmokkeld wordt.

Geschiedenis

Ik heb eerder besproken hoe de geschiedenis van Venetië in feite begon op eilanden als Torcello en hoe mensen zich pas in de negende eeuw begonnen te vestigen in de Rialto-archipel, waar nu de kern van de stad te vinden is. De eerste gebouwen in de archipel waren van hout, een materiaal dat zowel licht als goedkoop is. Hout gaat echter minder lang mee dan steen, met als gevolg dat de Venetianen geleidelijk een voorkeur voor het laatstgenoemde materiaal begonnen te ontwikkelen. Steen is echter ook veel zwaarder dan hout, dus er moesten eerst duizenden houten palen in de bodem van de lagune worden geslagen voordat de bouw van stenen gebouwen een aanvang kon nemen. Vanwege het speciale onderwaterklimaat in de lagune werden deze palen zo hard als staal en verschaften ze een stevige fundering voor huizen, palazzo’s, pakhuizen, winkels en kerken. En dat doen ze nog steeds.

In 828 wisten de Venetianen beslag te leggen op het gebalsemde lichaam van de Heilige Marcus. Ze namen het mee uit zijn laatste rustplaats in Alexandrië in Egypte, dat in 640-641 door de moslims onder de voet was gelopen. Volgens de overlevering smokkelden ze het lichaam in een mand de stad uit. Het lichaam was bedekt met een lading varkensvlees zodat islamitische beambten de mand niet zouden inspecteren. Toen het lichaam naar Venetië was overgebracht, moest het worden bijgezet in een kerk die bij de statuur van een evangelist paste. Deze kerk was de eerste San Marco, die waarschijnlijk in de vorm van een Grieks kruis was gebouwd. Deze kerk werd in 832 gewijd.

Decoraties aan de zuidzijde van de kerk.

In 976 kwam het volk van Venetië in opstand tegen de Doge Pietro IV Candiano (959-976) en stak het Palazzo Ducale – op dat moment meer een fort dan een paleis – in brand. De Doge kwam om het leven en het Palazzo werd in de as gelegd. Helaas beschadigden de vlammen ook de San Marco en honderden andere gebouwen in de omgeving. De belangrijkste kerk van Venetië moest nu helemaal opnieuw opgebouwd worden. De nieuwe Doge Pietro I Orseolo (976-978), overigens ook de enige Doge die ooit heilig verklaard werd, besloot haast te maken en lanceerde direct een project voor de herbouw van de San Marco. Als onderdeel van het project gaf hij kunstenaars in Constantinopel de opdracht een altaarscherm te maken dat later onderdeel werd van de Pala d’Oro die hierboven reeds werd genoemd.

De tweede San Marco werd rond het jaar 978 voltooid en gewijd. Dit is echter niet de kerk die we vandaag de dag zien. De bouw van de derde en huidige San Marco begon in 1063 onder leiding van de Doge Domenico Contarini (1043-1071). De kerk werd 31 jaar later voltooid en gewijd, op 22 juni 1094, tijdens het dogeschap van Vitale Falier (1084-1095). Drie dagen later zou het lichaam van de Heilige Marcus ‘herontdekt’ zijn. Het lichaam dat uit Alexandrië was meegenomen – en dat al dan niet van Marcus was – was na de brand van 976 verdwenen. Waarschijnlijk was het gewoon verloren gegaan, maar volgens een Venetiaanse traditie zou op 25 juni, na drie dagen van gebed, een pilaar zijn ingestort, waarna een gat zichtbaar werd waar de arm van de Heilige Marcus uitstak. Het lichaam van de heilige werd vervolgens uit het gat gehaald en herbegraven in de crypte. In 1836 werd het onder het hoogaltaar geplaatst.

Externe decoraties

De paarden van de San Marco.

Toen de basiliek voltooid was, was het tijd om haar te verfraaien. Dit proces zou enkele eeuwen in beslag nemen. Al tijdens de regering van Doge Domenico Selvo (1071-1084) waren kunstenaars begonnen met het leggen van de mozaïeken binnen in de basiliek. Dezelfde Domenico Selvo zou een decreet hebben uitgevaardigd dat Venetiaanse kooplieden die op het Oosten voeren opdroeg om kostbare materialen mee terug te nemen om de nieuwe kerk te decoreren. Het was echter de zogenaamde Vierde Kruistocht die zorgde voor de grootste aanvoer van materiaal naar Venetië. Deze kruistocht had weinig te maken met de strijd tegen de Turkse of Saraceense ongelovigen en kwam in feite neer op een plunder- en veroveringstocht in gebied waar de mensen gewoon vrome christenen waren. Op 12 en 13 april 1204 namen de kruisvaarders en hun Venetiaanse bondgenoten, de laatsten onder leiding van hun blinde Doge Enrico Dandolo (1192-1205), Constantinopel in, de hoofdstad van het verzwakte Oost-Romeinse Rijk. De Venetianen kregen als betaling voor hun diensten drie achtsten van het wankelende rijk, inclusief het zeer belangrijke eiland Kreta. En wat nog belangrijker is voor ons verhaal over de San Marco: ze kregen ook toestemming om de nog door Constantijn de Grote zelf gestichte stad systematisch leeg te roven.

Er werden zeer veel kunstschatten uit Constantinopel meegenomen, maar de vier paarden van de San Marco zijn waarschijnlijk de bekendste. Er is nogal wat gediscussieerd over de vraag hoe oud ze zijn. Sommige experts schrijven ze toe aan Lysippos, een Griekse beeldhouwer uit de vierde eeuw BCE. Of die toeschrijving correct is, is voor deze bijdrage niet echt relevant; waar het om gaat is dat de paarden eeuwenlang in Constantinopel hebben gestaan en daar waarschijnlijk onderdeel waren van het beroemde hippodroom van de stad. Dandolo was genoodzaakt de paarden te onthoofden voordat hij ze naar Venetië kon laten vervoeren. Enkele decennia na zijn dood werden de paarden – met de hoofden weer vastgemaakt en met halsbanden die de littekenen van de onthoofding moeten verbergen – op het balkon boven de centrale ingang geplaatst. De paarden die we vandaag de dag zien, zijn kopieën. De originelen werden eind achttiende eeuw gestolen door de troepen van Napoleon en meegenomen naar Parijs. Daar werden ze gecombineerd met een strijdwagen en boven op de Arc de Triomphe du Carrousel geplaatst. De paarden werden in 1815 teruggeven aan Venetië, maar de originelen werden later naar het Museo di San Marco verplaatst om ze te beschermen tegen corrosie.

Decoraties boven de Porta dei Fiori.

De Venetianen namen niet alleen deze paarden mee. Ze legden ook de hand op platen marmer, zuilen, beelden en reliëfsculpturen en gebruikten al dit materiaal om hun eigen San Marco te verfraaien. Er is zeker reden de ongebreidelde roofzucht van de Venetianen te betreuren, maar anders dan hun collega-kruisvaarders uit Frankrijk en Vlaanderen verwoestten ze tenminste niet de stad zelf. Veel van het geplunderde materiaal werd gebruikt om de noord- en zuidzijde van de kerk te decoreren. Dit zijn delen van de kerk die vaak door toeristen over het hoofd worden gezien, althans volgens een van mijn reisgidsen. De noordzijde kan het best bewonderd worden vanaf de Piazzetta dei Leoncini. Het mooiste gedeelte ervan is waarschijnlijk de Porta dei Fiori, met een bekoorlijke voorstelling van de geboorte van Christus boven de deur.

Het beroemdste voorwerp aan de zuidzijde van de basiliek is natuurlijk de beeldengroep van de Tetrarchen, de vier collega-heersers van het late Romeinse Rijk. De Tetrarchie was een regeringsvorm die in 293 werd ingevoerd door keizer Diocletianus. Het enorme Romeinse Rijk werd in vieren gedeeld en ieder deel werd bestuurd door ofwel een senior keizer (een Augustus), ofwel een junior keizer (een Caesar). Bij de dood of het aftreden van een Augustus volgde een Caesar hem normaal gesproken op. Vervolgens koos deze zelf een nieuwe Caesar.

De Tetrarchen.

Het systeem had in theorie kunnen leiden tot een efficiënter bestuur. De praktijk was echter anders. In feite werd het Rijk gewoon opgedeeld in vier aparte kleinere rijkjes en maakten de Tetrarchen vaker ruzie met elkaar dan dat ze samenwerkten. Kortom, de Tetrarchie was een nobel idee dat helaas op een grote mislukking uitdraaide. De beeldengroep, gemaakt van porfier, werd waarschijnlijk gemaakt in de vroege vierde eeuw. Mogelijk stond ze op een openbaar plein in Constantinopel voordat de Venetianen haar in beslag namen. We zien hoe de Augusti en Caesares elkaar vriendschappelijk omhelzen, maar merk op dat de mannen tevens met één hand het gevest van hun zwaard beroeren. Opvallend is dat de linker voet van een van de figuren ontbreekt. Om de een of andere reden werd de voet in Constantinopel achtergelaten, misschien omdat de Venetianen haast hadden. In elk geval bevindt de voet zich nu in het archeologisch museum van Istanbul.

Tot de externe versieringen behoren tevens negen lunetten met mozaïeken. Deze mozaïeken werden in de jaren 1260 toegevoegd, maar slechts één van de oorspronkelijke mozaïeken is bewaard gebleven. Dit is ook meteen verreweg het interessantste mozaïek; de andere zijn werken van middelmatige kwaliteit uit de zeventiende tot en met de negentiende eeuw (zie voor een voorbeeld de voorstelling hierboven van de islamitische beambten in Alexandrië). Het zogenaamde Mozaïek van Sint Alipius laat ons zien hoe de basiliek eruit moet hebben gezien rond het jaar 1265. Dit was slechts enkele jaren nadat de paarden uit Constantinopel boven de hoofdingang waren geplaatst, maar meer dan een eeuw vóór de toevoeging van Gotische elementen (zie hieronder). Het mozaïek is zeer gedetailleerd; we zien niet alleen de paarden, maar ook drie van de vijf koepels en veel van de externe decoraties. Het mozaïek stelt ook een historische gebeurtenis voor, namelijk het bijzetten van het lichaam van de Heilige Marcus in de basiliek.

Mozaïek van Sint Alipius.

‘Gotische kroon’ van de San Marco.

Tegen het einde van de dertiende eeuw was de San Marco een curieuze, maar niettemin aantrekkelijke mengelmoes van stijlen geworden. Romaanse en Byzantijnse architectuur domineerden. Ongeveer een eeuw later, in de vroege vijftiende eeuw, werd er nog een andere stijl aan de cocktail toegevoegd. De basiliek “was on the point of receiving its finishing touch, that ‘Gothic Crown’ of marble pinnacles and crockets that so entranced [famous art critic John] Ruskin four hundred and fifty years later”.[2] Onderdeel van dit Gotische project was ook de plaatsing van de beelden van engelen en heiligen. Later in de vijftiende en zestiende eeuw zouden kunstenaars nog vleugjes Renaissance aan het gebouw toevoegen. Daarmee voltooiden ze een kerk die geen gelijke kent in Italië, of zelfs in Europa. Goethe noemde de San Marco ietwat denigrerend een kolossale krab. Anderen hebben de basiliek vergeleken met een enorm eksternest vanwege de grote hoeveelheid roofkunst die bij de bouw en decoratie ervan gebruikt is. Niemand kan echter ontkennen dat de San Marco een uniek gebouw is. De kerk behoort zonder meer tot de meest indrukwekkende gebouwen in heel Europa.

Interieur van de San Marco

Met een Skip the Line ticket kunnen bezoekers snel toegang krijgen tot de basiliek, maar ze moeten het gebouw en de kunstschatten nog steeds delen met hordes andere toeristen. De San Marco is wereldberoemd vanwege haar mozaïeken met een totale oppervlakte van meer dan 8.000 vierkante meter.[3] De mozaïeken in de narthex vertellen verhalen uit het Oude Testament. We zien hier bijvoorbeeld de Schepping van de Mens, de Ark van Noah, de Toren van Babel, Abraham, Jozef en Mozes. In de kerk zelf vinden we verhalen uit het Nieuwe Testament, maar tevens het hele verhaal van hoe het lichaam van de Heilige Marcus uit Alexandrië werd weggehaald. De meeste mozaïeken dateren van de twaalfde en dertiende eeuw. Sommige zien er veel nieuwer uit, vooral die in de buurt van het balkon boven de hoofdingang. Deze zijn niet echt de moeite waard.

Gouden interieur van de San Marco.

Pinksterkoepel.

Ik vond vooral de mozaïekversieringen van de westelijke koepel, de Pinksterkoepel, erg mooi. We zien in het midden de Heilige Geest in de gedaante van een duif, gezeten op een troon. De twaalf Apostelen worden letterlijk vervuld van de Heilige Geest: we zien lichtstralen uit de duif komen – de ‘vuurtongen’ uit Handelingen 2 – en de met een stralenkrans omgeven hoofden van de Apostelen bereiken. Onder hen zijn verschillende volkeren genoemd in Handelingen 2 afgebeeld, bijvoorbeeld de Parthen, Meden en Elamieten. In de Bijbel worden deze volkeren vervolgens door Petrus toegesproken in hun eigen talen. Elk van de volkeren heeft een eigen kledingstijl.

Ten slotte nog een enkel woord over het Pala d’Oro, het altaarscherm dat hierboven reeds werd genoemd. Om het te kunnen zien, moet u twee euro betalen. Het eerste deel van het scherm werd in 976 gemaakt (zie hierboven). Vervolgens werd het scherm aangepast en vergroot door Doge Ordelafo Falier (1102-1117), die ook zelf op het scherm is afgebeeld: we zien hem aan de linkerkant, net onder het centrale paneel van Christus in majesteit. Het bovenste gedeelte van het scherm bestaat uit scènes uit het Leven van Christus en het onderste gedeelte richt zich op het Leven van de Heilige Marcus. Het scherm werd in zijn huidige vorm in de veertiende eeuw in elkaar gezet in opdracht van Doge Andrea Dandolo (1343-1354). Het bestaat uit tientallen geglazuurde plaatjes en vele kostbare stenen. Het Pala d’Oro is duizelingwekkend om te zien. Het nodigt beslist uit tot het overtreden van het fotografieverbod…

Een onmisbare bron voor deze bijdrage was John Julius Norwich, ‘A History of Venice’. Aanvullende informatie kwam uit drie reisgidsen, van respectievelijk Trotter, Dorling Kindersley en de ANWB, en van de website van de Basilica di San Marco.

Noten

[1] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 18.

[2] John Julius Norwich, ‘A History of Venice’, p. 280.

[3] Volgens de officiële website. Mijn drie reisgidsen zijn het onderling oneens over de precieze oppervlakte: ‘tenminste 4.000 vierkante meter’, ‘4.240 vierkante meter’ en ‘meer dan 8.500 vierkante meter’. Ik betwijfel overigens of iemand ooit omhoog geklommen is om alles op te meten, maar 8.000 vierkante meter klinkt wel aannemelijk. Misschien dat bij de lagere schattingen de mozaïeken in de narthex buiten beschouwing zijn gelaten.

One Comment:

  1. Pingback:Venetië: Piazza San Marco – – Corvinus –

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.