Padova: Het Baptisterium van de Duomo

Duomo en Baptisterium.

De Duomo van Padova of kathedraal van Santa Maria Assunta is een beetje een teleurstelling. Het huidige gebouw werd tussen 1551 en 1754 gebouwd en verving toen een eerder gebouw. De buitenkant van de Duomo, met een onversierde bakstenen gevel, is eenvoudig en bepaald niet indrukwekkend. Kennelijk is dit gedeelte van de kathedraal nooit voltooid. Het interieur van de kerk is al niet veel beter. De Duomo is enorm – en sommige bezoekers zouden daarvan onder de indruk kunnen zijn -, maar het gebouw is ook simpel, modern en functioneel. Samengevat, u kunt uw tijd in Padova beter besteden. Het naastgelegen Baptisterium is echter een juweeltje. Zoals met zoveel baptisteria het geval is, is het gewijd aan Johannes de Doper. De bouw ervan begon in de twaalfde eeuw en het werd in 1281 gewijd door de Patriarch van Grado. Het Baptisterium is beroemd vanwege zijn grote en uiterst belangrijke frescocyclus uit het laatste kwart van de veertiende eeuw. Het meest bijzondere aan de cyclus is dat deze vrijwel geheel bewaard is gebleven.

Koepel en trommel

De fresco’s zijn gemaakt door Giusto de’ Menabuoi. Deze schilder is een beetje een mysterie en we kunnen niet met zekerheid zeggen wat zijn geboorte- en sterfjaar zijn. We weten dat hij in Florence werd geboren, vermoedelijk tussen 1320 en 1330. Daardoor is het tamelijk onwaarschijnlijk dat hij een leerling was van de grote Florentijnse kunstenaar en vernieuwer Giotto, die in 1337 stierf. Het is aannemelijker dat Giusto een leerling van een van de Giotto’s leerlingen was (in dit verband wordt de naam van Taddeo Gaddi wel genoemd), maar helaas ontbreekt het bewijs. De schilder stierf rond het jaar 1390 in Padova. Deze stad werd sinds 1318 bestuurd door de familie Da Carrara. Het was Fina Buzzaccarini (1328-1378), vrouw van Francesco I da Carrara, heer van Padova tussen 1350 en 1388, die Giusto de opdracht gaf de frescocyclus in het Baptisterium te schilderen. Buzzaccarini wilde van het gebouw het familiemausoleum van de Da Carrara’s maken.

Enorm en hypnotiserend fresco van de koepel.

Roeping van Mattheus. Let op de Romaanse Duomo van Padova op de achtergrond.

Giusto begon in 1375 of 1376 met het project en rondde de cyclus rond 1378 af. Zowel Fina als Francesco werden in het Baptisterium begraven, maar toen de Venetianen in 1405 Padova bezetten, verwijderden ze de familiewapens van de Carraresi en verwoestten ze de graftombes. Een bezoek aan het Baptisterium is een bijzondere ervaring. De fresco’s zijn imposant en hun kleuren nog altijd (of beter: opnieuw) uiterst levendig. Het enorme fresco van de koepel (zie hierboven) is duizelingwekkend. Vele bronnen merken op dat de eindeloze rijen engelen en heiligen met een stralenkrans een hypnotiserend effect hebben. Het centrale fresco stelt het Paradijs voor. In het midden zien we Christus de Pantokrator, de ‘heerser over alles’. Net onder hem zien we Maria, de Moeder Gods. Christus houdt een geopend boek in zijn linkerhand. De tekst op de linker pagina is nog leesbaar, een curieuze mix van Latijn en Grieks: EGO SVM αω, “Ik ben de alfa en de omega” (Openbaring 22:13).

Op de trommel waarop de koepel rust, zien we verschillende voorstellingen uit het Oude Testament, om precies te zijn uit het Boek Genesis. De reeks begint met de Schepping van de Wereld net onder de Moeder Gods en gaat dan helemaal rond langs scènes als Jacob die met een engel worstelt en Jozef die door zijn broers verkocht wordt. Op de pendentieven van het Baptisterium zijn fresco’s van de vier evangelisten aangebracht. Ze zijn afgebeeld met hun respectieve symbolen. De evangelisten worden aan weerszijden vergezeld door profeten die boekrollen met tekst vasthouden.

Muren

Westelijke muur met de restanten van de graftombe van Fina Buzzaccarini.

Dan nu iets over de muren van het Baptisterium. De zuidelijke muur vertelt verhalen uit het leven van Johannes de Doper en de westelijke muur richt zich op het leven van Maria. Hoewel de muur voorstellingen heeft van bijvoorbeeld de Annunciatie en de ontmoeting tussen Maria en Elisabet (moeder van Johannes de Doper), gaan veel van de scènes toch over het leven van Christus. We zien bijvoorbeeld Christus onder de Schriftgeleerden, Christus die Jeruzalem binnenkomt en Christus bij het Laatste Avondmaal.

In het midden van de westelijke muur treffen we nog de restanten aan van de graftombe van Fina Buzzaccarini. De graftombe zelf is verwijderd, maar Fina is nog te zien op het fresco van de lunette.[1] Ze is knielend afgebeeld en wordt bij de Maagd Maria geïntroduceerd door Johannes de Doper. De man achter Fina is Sint Jozef. Rechts van de troon staan drie geestelijken. De man met de kruik is Sint Prosdocimus, de eerste bisschop van Padova. De man met de groene mantel zou Sint Daniël van Padova zijn, een diaken onder Prosdocimus. Een interessant detail is dat hij een schaalmodel van de stad in zijn handen houdt. Onder de lunette, op de plaats waar ooit de graftombe te bewonderen was, zien we een tweede fresco met Johannes de Doper. Het werd gemaakt door een onbekende schilder nadat de Venetianen aan het begin van de vijftiende eeuw de macht over de stad hadden overgenomen.

Op de noordelijke muur zien we meer verhalen uit het leven van Christus. We treffen er ook mijn favoriete scène aan, de Judaskus. Het is duidelijk dat Giusto bij het schilderen van deze scène geïnspireerd is door een soortgelijk fresco van de hand van Giotto in de Cappella degli Scrovegni elders in Padova. Het origineel van Giotto is zonder enige twijfel beter, maar Giusto’s fresco is zeker niet slecht. Direct boven de Judaskus zien we een fresco van de Roeping van Mattheus (zie de afbeelding hierboven). Het interessantste detail is een afbeelding van de oude Romaanse Duomo zoals die er in de late veertiende eeuw uit moet hebben gezien. Ten slotte heeft de oostelijke muur een enorm fresco van de Kruisiging met aan weerszijden verschillende kleinere fresco’s.

Giusto (links) en Giotto (rechts), de Judaskus. Links op beide fresco’s zien we Petrus die het oor van Malchus afsnijdt (Johannes 18:10).

Apsis

Apsis met veelluik. Let op de zevenkoppige monsters uit het Bijbelboek Openbaring op de muren.

Het Baptisterium heeft een kleine apsis direct rechts van de ingang. De apsis heeft een eigen frescocyclus, eveneens van de hand van Giusto, met scènes uit het Bijbelboek Openbaring op de muren en de Vier Ruiters van de Apocalyps op de pendentieven. Tevens heeft de apsis een eigen koepel, met een fresco van Pinksteren. Dat fresco heeft wel wat weg van het mozaïek van de Pinksterkoepel van de San Marco in Venetië. Christus is in het midden afgebeeld, wederom als de Pantokrator, en hij vervult de twaalf Apostelen en de Maagd Maria met de Heilige Geest. Op het altaar in de apsis staat een fraai veelluik, wederom van Giusto. Het bestaat uit een frame met 51 afzonderlijke panelen met afbeeldingen. Het grootste paneel toont de Maagd met het Kind en aan weerszijden ervan zien we zes panelen met voorstellingen uit het leven van Johannes de Doper. Het paneel boven de Maagd stelt de Doop van Christus voor. Bijzonder aan het veelluik is dat het nog steeds de familiewapens van de families Da Carrara en Buzzaccarini laat zien. Na 1405 probeerden de Venetianen alle verwijzingen naar deze families te verwijderen, maar ze moeten deze twee over het hoofd hebben gezien.

Net als bij zoveel kunstwerken uit de Oudheid en de Middeleeuwen heeft de tand des tijds flink op de fresco’s van het Baptisterium ingebeten. Stof en rook van kaarsen hebben er een zware wissel op getrokken en de kleuren begonnen langzaamaan te vervagen. Gelukkig besloten de autoriteiten in de twintigste eeuw in te grijpen en in 1972 werd de frescocyclus gerestaureerd door Ottorino Nonfarmale. Deze verrichtte goed werk en draaide kennelijk ook een achttiende-eeuwse restauratie terug die vreselijk slecht was uitgevoerd. Er is nu stevig bewijs dat ook de buitenkant van het Baptisterium ooit versierd was met fresco’s, maar hiervan zijn helaas slechts enkele restjes bewaard gebleven.

Deze bijdrage is hoofdzakelijk gebaseerd op de publicatie ‘Padua. Baptistery of the Cathedral’, verschenen onder redactie van Pietro Lievore (de Engelse vertaling is verschrikkelijk). Aanvullende informatie kwam uit Davide Banzato, ‘Giotto en de 14de-eeuwse schilderkunst in Padua’, uit mijn Trotter reisgids over Noordoost-Italië en van het Italiaanse Wikipedia.

Noot

[1] Ze is tevens onderdeel van de scènes met de Opwekking van Lazarus en de Wonderen van Christus. Haar echtgenoot Francesco da Carrara en de dichter Francesco Petrarca zijn in die laatste scène eveneens afgebeeld.

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.