Padova: De Duomo

Duomo van Padova.

De formele naam van de Duomo van Padova is de kathedraal van Santa Maria Assunta. In een eerdere bijdrage heb ik de Duomo ‘een beetje een teleurstelling’ genoemd. Na een tweede bezoek aan het gebouw in juli 2022 sta ik eigenlijk nog steeds wel achter die kwalificatie. De Duomo is gewoon een beetje saai. De reden om er nu toch een stukje aan te wijden is vooral dat de geschiedenis van het gebouw interessant is en ik tijdens mijn verkenningstocht door de gangen en kapellen een aantal mooie laatmiddeleeuwse grafmonumenten aantrof. Die komen nog uit de vorige Duomo; het huidige gebouw werd pas in 1754 voltooid.

Geschiedenis

Volgens de overlevering kreeg Padova al in de eerste eeuw van onze jaartelling een eigen bisschop. Deze Prosdocimus zou een leerling van Petrus zijn geweest en omstreeks het jaar 100 zijn gestorven. Hij wordt doorgaans met een kruik afgebeeld, die hij onder meer zou hebben gebruikt bij de doop van Sint Justina, een befaamde martelares uit Padova. Een chronologisch probleem met deze traditie is wel dat Justina de marteldood zou zijn gestorven onder keizer Diocletianus (284-305), dus zo’n twee eeuwen na Prosdocimus. Hoewel de overlevering dus in veel opzichten problematisch is, is het aannemelijk dat de oudste kathedraal van Padova van de vierde eeuw dateert. Deze werd mogelijk verwoest toen de Longobarden in 602 Padova innamen. Een nieuwe kathedraal verrees vervolgens in de zevende eeuw, en in dit verband wordt doorgaans de naam van bisschop Tricidius genoemd. Zijn kathedraal ging vervolgens door brand verloren tijdens een aanval van Magyaren in 899 of 900. Ondanks al deze tegenslagen gaven de Padovanen niet op. Ze bouwden een nieuwe kathedraal, die in 1075 werd gewijd door bisschop Uldericus (1064-1080).

Interieur van de Duomo.

Begin 1117 sloeg het noodlot opnieuw toe. De kathedraal raakte zwaar beschadigd tijdens de beruchte aardbeving van dat jaar die enorme schade in Noord-Italië aanrichtte. In de jaren die volgden werd de Duomo herbouwd in Romaanse stijl. Een veertiende-eeuws fresco van Giusto de’ Menabuoi in het Baptisterium naast de Duomo geeft wellicht een idee van hoe de Romaanse kathedraal eruitzag. We zien een klassieke Romeinse basilica met een dwarsschip en een loggia met Romaanse rondbogen. De kathedraal heeft bovendien een koepel en een mooi roosvenster in de gevel. Enkele jaren later schilderde Giusto ook een kaart van de stad Padova in een kapel van de basiliek van Sant’Antonio. Op de kaart zijn verschillende kenmerkende gebouwen goed te onderscheiden, maar volgens mij staat de Duomo er niet op.

Rond 1400 liet bisschop Stefano da Carrara, een natuurlijke zoon van de voormalige Padovaanse heerser Francesco I da Carrara, de kathedraal restaureren en van kruisgewelven voorzien. Een eeuw later werden er plannen gemaakt voor een nieuw en groter koor, die uiteindelijk leidden tot een complete herbouw van de Duomo. Het ontwerp voor het nieuwe koor was van de hand van de grote architect Michelangelo (1475-1564), maar het werd vanaf 1551 uitgevoerd door de veel minder bekende architecten Andrea della Valle (gestorven 1578) en Agostino Righetto, die op veel punten hun eigen weg gingen. Het nieuwe koor was in 1582 klaar, en in de volgende decennia werden de gevel, het middenschip, het dwarsschip en de zijbeuken herbouwd. In 1754 werd de herbouw afgerond en werd de nieuwe kathedraal gewijd door bisschop Carlo Rezzonico, die vier jaar later tot Paus Clemens XIII (1758-1769) werd gekozen. Opvallend is dat de Duomo twee koepels heeft. De grootste van de twee werd ontworpen door Giovanni Gloria (ca. 1684-1759) en Giorgio Massari (1687-1766), en in 1756 gebouwd. De gevel van de kathedraal werd evident nooit voltooid.

Grafmonumenten

De Duomo is enorm, maar voelt juist daarom nogal leeg aan. Het interieur is in de stijl van de Late Barok, maar hier en daar zijn wat laatmiddeleeuwse overblijfselen te bespeuren. In de Cappella Giustiniani stuitte ik bijvoorbeeld op een fraaie marmeren sarcofaag uit de veertiende eeuw die aan een pilaar was bevestigd. Op de lange zijde van het monument – de enige zijde die zichtbaar is – zien we als centrale voorstelling een reliëf met de Heilige Drie-eenheid, geflankeerd door een Annunciatie. De Drie-eenheid bestaat natuurlijk uit God de Vader, Christus de Zoon en de Heilige Geest. God zit op een troon en houdt de armen van het kruis vast waaraan zijn zoon is vastgenageld. Boven Christus zien we de duif van de Heilige Geest. Links van de troon knielt een kleine figuur, mogelijk de overledene. Aan de uiteinden van de sarcofaag zien we een engel (rechts) en een heilige (links), misschien Sint Benedictus. De aanwezigheid van twee engelen naast elkaar is niet erg logisch, en deskundigen gaan er dan ook vanuit dat de reliëfs voor twee of zelfs drie afzonderlijke grafmonumenten gemaakt werden. Bij de afbraak van de middeleeuwse kathedraal vanaf de zestiende eeuw werden ook deze monumenten ontmanteld, waarna onderdelen ervan werden hergebruikt en samengevoegd.

Sarcofaag, veertiende eeuw.

Graftombe van kardinaal Pileo da Prata.

In het dwarsschip van de kathedraal vinden we de graftombe van kardinaal Pileo da Prata (ca. 1330-1400). Hij was een neef van Francesco I da Carrara en bisschop van Padova van 1359 tot 1370. Vervolgens werd hij tot aartsbisschop van Ravenna benoemd. Pileo was al op jonge leeftijd bij de Duomo van Padova betrokken, eerst als kanunnik en vervolgens als aartspriester. Tijdens zijn episcopaat kon, met toestemming van Paus Urbanus V (1362-1370), een leerstoel theologie aan de Universiteit van Padova worden gevestigd. Paus Urbanus VI (1378-1389) benoemde Pileo da Prata in 1378 tot kardinaal, met als titelkerk de Santa Prassede. Urbanus, die vanuit Rome regeerde, was verwikkeld in een verwoede strijd met Clemens VII, die zijn zetel had in Avignon en zichzelf als de legitieme paus beschouwde. Deze strijd staat ook wel bekend als het Groot Westers Schisma (1378-1417).

Pileo da Prata viel uiteindelijk uit de gratie bij Urbanus, een ronduit paranoïde paus die zijn eigen kardinalen liet executeren. Pileo zag zich daarom genoodzaakt over te lopen naar Clemens. Tot grote woede van Clemens liep hij na de dood van Urbanus weer over van Avignon naar Rome, toen hij besloot Urbanus’ opvolger Bonifatius IX (1389-1404) te steunen. De kardinaal overleed omstreeks 1400 en werd in de kathedraal van Padova begraven. Onderdelen van zijn graftombe aldaar zijn bewaard gebleven en deze zijn bijzonder fraai. De beeltenis van de overledene ligt onder een gebeeldhouwd baldakijn. De sarcofaag is versierd met zeven bustes van heiligen, vijf aan de voorzijde en een aan elke zijkant. De heiligen aan de voorzijde zijn geïdentificeerd als Justina, Prosdocimus, Nicolaas van Myra, Daniël van Padova (een diaken van Prosdocimus) en Antonius. De naam van de beeldhouwer is niet bekend, maar deskundigen zien in de figuren wel de hand, school of invloed van de Venetiaan Pierpaolo dalle Masegne. Daarbij wordt geheel terecht een vergelijking gemaakt met de graftombe van Bartolomeo da Porto in de kerk van San Lorenzo in Vicenza. De overeenkomsten tussen de beide graftomben zijn niet te missen.

Graftombe van kardinaal Francesco Zabarella.

Eveneens in het dwarsschip bevindt zich de graftombe van kardinaal Francesco Zabarella (1360-1417). Hij was aartspriester van de Duomo, maar nooit bisschop van Padova. Zijn verheffing tot bisschop van Florence in 1410 en kardinaal in 1411 dankte hij aan de beruchte tegenpaus Johannes XXIII (1410-1415). Het Groot Westers Schisma was in 1409 nog een stukje ingewikkelder gemaakt door het Concilie van Pisa. Dat had ertoe moeten leiden dat het katholieke christendom voortaan weer door één paus geregeerd zou worden, maar had in plaats daarvan drie pausen opgeleverd. De eerste ‘Pisaanse’ paus, Alexander V, overleed al snel en werd opgevolgd door Johannes XXIII. Namens Johannes nam Zabarella deel aan het Concilie van Konstanz. Hij maakte nog mee dat zijn weldoener door het concilie werd afgezet, maar overleed in Konstanz voordat het Oddone Colonna tot Paus Martinus V (1417-1431) koos, waarmee het Schisma formeel ten einde kwam.

Dankzij zijn goede banden met Cosimo de Oudere kreeg tegenpaus Johannes XXIII na zijn dood in 1419 een schitterend grafmonument in het Baptisterium van Florence. Het grafmonument van Francesco Zabarella in de Duomo van Padova verbleekt er enigszins bij, maar het is toch plezierig dat het bewaard is gebleven. Een opvallend element zijn de drie boeken aan de voeten van de overledene, een verwijzing naar zijn aanstelling als hoogleraar canoniek recht aan de Universiteit van Padova. Het schilderij van de Kruisiging (met aan de voet van het kruis de kardinaal) en het fresco van de Annunciatie op de boog zijn natuurlijk niet origineel. Deze werken dateren van de zeventiende eeuw. Boven op de boog staan een Madonna met Kind en vier mannelijke heiligen. De Madonna wordt geflankeerd door Petrus (met sleutel) en Paulus, maar het is niet duidelijk wie de andere twee zijn. De maker van het grafmonument is ook niet bekend.

Cappella di San Gregorio Barbarigo.

Ten slotte wijs ik op de Cappella di San Gregorio Barbarigo in de linker zijbeuk. De Venetiaan Gregorio Barbarigo (1625-1697) was bisschop van Padova tussen 1664 en zijn dood in 1697. Hij stond bekend als een uitzonderlijk vroom man. Paus Clemens XIII, de man die de kathedraal van Padova had gewijd (zie hierboven), verklaarde hem in 1763 zalig. In 1960 werd hij vervolgens heilig verklaard door Paus Johannes XXIII (1958-1963), zijnde de echte paus Johannes XXIII en niet diens beruchte voorganger de tegenpaus uit de vijftiende eeuw. Het altaar in de kapel is een werk van de al genoemde architect Giorgio Massari.

Bronnen

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.