Rome: Santa Maria in Trastevere

De Santa Maria in Trastevere in de ochtend.

De Santa Maria in Trastevere is met afstand mijn favoriete kerk in Trastevere. Altijd als ik naar Rome ga, probeer ik wat tijd vrij te maken om deze specifieke kerk te bezoeken. De Santa Maria zou wellicht ook mijn favoriete kerk in heel Rome zijn geweest als niet bijna twee millennia geleden een paus had besloten een kerk te stichten die uiteindelijk bekend kwam te staan als de Santa Pudenziana. De Santa Pudenziana wint dus met een neuslengte, alleen al vanwege haar apsismozaïek uit de late vierde of vroege vijfde eeuw. Wat ze helaas echter in haar omgeving mist, zijn de bekoorlijke straatjes, steegjes en pleintjes van Trastevere. De Santa Pudenziana bevindt zich, zo moet ik tot mijn spijt constateren, in een buurt die een beetje aftands is. Trastevere is daarentegen niet alleen bekoorlijk en prachtig, maar de buurt bruist ook van het leven, vooral tijdens de avond en de nacht.

Fontein van Carlo Fontana.

Op het mooie plein voor de kerk, de Piazza di Santa Maria in Trastevere, staat een fontein uit 1692 van Carlo Fontana. De fontein heeft een achthoekige basis en haar treden worden meestal bezet door toeristen, vooral jonge mensen, die genieten van een drankje en het leven in het algemeen. Het plein en de fontein zijn populaire ontmoetingsplaatsen. ’s Avonds en ’s nachts treden hier vaak straatartiesten op, zoals levende standbeelden, dansers, zangers en vuurspuwers. Ze treden op onder het wakend oog van de Carabinieri, die altijd aanwezig zijn, maar op respectvolle afstand blijven. Helaas trekt deze locatie ook vervelende straatverkopers aan, die zullen proberen u allerhande troep te verkopen. Ze zijn slechts irritant, niet gevaarlijk. Negeer ze en ze gaan doorgaans iemand anders irriteren. Wie op zoek is naar een goed restaurant dat betaalbaar en heerlijk eten te bieden heeft, kan het beste niet naar het plein gaan. De restaurants daar zijn nogal duur, dus u kunt beter een restaurant in de buurt proberen. Net om de hoek bevinden zich twee van mijn favorieten, Capo de Fero – probeer de rigatoni democratici! – en Alle Fratte di Trastevere, bekend om zijn fantastische Napolitaanse keuken.

Vroegste geschiedenis

Terug naar de Santa Maria in Trastevere. Men kan gemakkelijk een boek of proefschrift schrijven over deze kerk, haar geschiedenis, haar architectuur en alle kunst die de bezoeker binnen en buiten de basiliek kan bewonderen. Ik zal me echter beperken tot wat ik mijn lezers daadwerkelijk kan laten zien.

De kerk in de avond.

De Santa Maria wordt vaak tot de oudste kerken in Rome gerekend en bestempeld als de eerste kerk waarin de mis in het openbaar werd gevierd in plaats van privé. Een passage in de Historia Augusta stelt: “Toen christenen een bepaalde plek in bezit hadden genomen die voordien publiek bezit was geweest en de eigenaars van een eetzaak daartegen inbrachten dat de plek aan hen toebehoorde, luidde Alexanders beslissing dat het beter was dat daar wat voor god dan ook vereerd werd dan dat de plek gegund werd aan eigenaars van een eetzaak”.[1] De Alexander die hier genoemd wordt, is natuurlijk de Romeinse keizer Severus Alexander (222-235), die bekend stond om zijn tolerantie op religieus gebied (hij werd waarschijnlijk valselijk beschuldigd van de executie van Sint Cecilia).

Deze passage wordt soms zo geïnterpreteerd als zou zij verwijzen naar een locatie trans Tiberim, aan de andere kant van de Tiber, waar Paus Calixtus I (217-222) een huiskerk zou kunnen hebben gebouwd en beheerd. Volgens de overlevering stierf Calixtus hier vlakbij in het jaar 222 de marteldood. Dezelfde traditie claimt dat hij in een put gegooid werd en verdronk. Op deze plek, net ten zuiden van de Piazza di Santa Maria in Trastevere, werd in de achtste eeuw de kerk van San Callisto gebouwd. De kardinaal-priester van deze kerk is de Nederlandse kardinaal Wim Eijk. U zult hem echter waarschijnlijk niet in zijn kerk aantreffen en de kerk zelf is niet open voor het publiek (ik heb de deuren slechts één keer open zien staan: voor onderhoud; een bezoek was toen niet mogelijk). De put waarin Calixtus zou zijn verdronken –de Pozzo di San Callisto – bevindt zich ten zuiden van de kerk, maar u kunt hem niet zien. Daarvoor moet u het particuliere parkeerterrein van de Circolo San Pietro oplopen. Een alternatief is het gebruiken van Google Earth, maar de put is daar nauwelijks zichtbaar.

Vroege geschiedenis van de kerk

De traditie dat de Santa Maria in Trastevere na Calixtus’ dood werd gebouwd op de plaats van zijn huiskerk wordt niet ondersteund door bewijs. Hetzelfde geldt voor de traditie dat deze huiskerk zich bevond op een perceel dat de keizer Severus Alexander aan de christelijke gemeenschap had gegeven. Het is daarom waarschijnlijk veiliger om aan te nemen dat de kerk pas later is gesticht, in de vierde eeuw tijdens het pontificaat van Paus Julius I (337-352). Er is vrij degelijk archeologisch bewijs voor een stichting in het midden van de vierde eeuw, wat maakt dat de Santa Maria nog steeds een van de oudste kerken van Rome is. Het is moeilijk te zeggen of het ook echt de eerste kerk was waar de mis in het openbaar werd gelezen, maar het is zeker niet onmogelijk. Vaak wordt gesteld dat dit de oudste kerk is in Rome die is gewijd aan de Maagd Maria. Dat kan wederom waar zijn, maar het is ook mogelijk dat de kerk in de achtste eeuw een herwijding aan haar onderging.

Paus Innocentius II (links) op het apsismozaïek.

De huidige kerk dateert hoofdzakelijk uit de twaalfde eeuw en is het resultaat van een herbouw waarvoor Paus Innocentius II (1130-1143) de opdracht gaf. Innocentius’ pontificaat was allesbehalve gemakkelijk. Hij werd geboren als Gregorio Papareschi en was een echte Trasteveraan. Papareschi dankte zijn verkiezing tot paus aan de pauselijke kanselier Aimerik, die werd gesteund door de machtige clan van de Frangipani in Rome. Toen Paus Honorius II op 13 februari 1130 stierf, zorgden Aimerik en de kardinalen die aan zijn kant stonden ervoor dat Papareschi als diens opvolger werd gekozen door alle kardinalen die zijn verkiezing zouden kunnen dwarsbomen van het conclaaf uit te sluiten. Papareschi werd vervolgens ingehuldigd en nam zijn intrek in het Lateraans Paleis.

De andere kardinalen maakten hier natuurlijk bezwaar tegen. Zij hielden hun eigen conclaaf in de San Marco en kozen Pietro Pierleoni uit de machtige clan van de Pierleoni tot Paus Anacletus II. Anacletus bezat in Rome een veel grotere populariteit dan zijn tegenstander. Hij had steun van de meerderheid van de kardinalen en tevens van de grote meerderheid van de Romeinse bevolking. Innocentius moest al snel de stad ontvluchten. Anacletus had echter buiten Rome weinig aanhang, en de grootste en invloedrijkste geestelijke uit de twaalfde eeuw, Bernardus van Clairvaux, schaarde zich aan de kant van Innocentius. Dat Anacletus van joodse komaf was – onder zijn over-over-grootvaders bevond zich een jood die zich tot het Christendom had bekeerd – zorgde ervoor dat hij voor Bernardus voorgoed onaanvaardbaar was als Paus. En de invloed van Bernardus op de koningen en prinsen van Europa was immens (hij zou later een grote rol spelen in het uitroepen van de Tweede Kruistocht).

Processie naar de Santa Maria in Trastevere van de Latijns-Amerikaanse gemeenschap van Rome, 16 oktober 2011.

Anacletus had echter wel degelijk bondgenoten en de belangrijkste daarvan was Koning Rogier II van Sicilië. Een groot deel van Zuid-Italië viel eveneens onder diens gezag. Het pauselijke schisma eindigde pas in januari 1138, toen Anacletus plotseling stierf, of wellicht pas een paar maanden later, toen Anacletus’ opvolger Victor IV zich aan Innocentius onderwierp. Innocentius had zich toen aan belangrijk werk voor de Kerk kunnen wijden, maar besloot in plaats daarvan tot een politiek van confrontatie. Hij organiseerde in april 1139 het Tweede Lateraans Concilie, zette iedereen uit zijn ambt die door Anacletus was gewijd en excommuniceerde Koning Rogier, ook al had deze geprobeerd zich met de Paus te verzoenen. Innocentius deed vervolgens een dwaze inval in de gebieden van Rogier. Op 22 juli 1139 werd hij verslagen en gevangen genomen.

De Paus werd hierop gedwongen het Verdrag van Mignano te tekenen, waarin hij Rogier moest erkennen als rechtmatige koning en heerser van heel Italië ten zuiden van de rivier de Garigliano. Innocentius had toen nog maar een kleine vier jaar om de Santa Maria in zijn eigen Trastevere te laten herbouwen, iets wat hij vermoedelijk rond 1140 deed. Populair werd hij nooit in Rome, en niemand rouwde om zijn dood in 1143. De Paus werd oorspronkelijk begraven in de San Giovanni in Laterano, maar overgebracht naar de Santa Maria in Trastevere in 1308. Zijn simpele graftombe – overigens uit de negentiende eeuw – bevindt zich in de linker zijbeuk van de basiliek. Innocentius is tevens afgebeeld op het apsismozaïek. Hij staat aan de linkerkant, met een miniatuurmodel van de kerk in zijn handen (zie hierboven). Zijn naam wordt ook genoemd in de tweede regel van de begeleidende tekst (INNOCENTIVS HANC RENOVAVIT PAPA SECVNDVS).

De simpele graftombe van Paus Innocentius II.

Een van mijn bronnen (Verhuyck, zie hieronder) beweert dat het eigenlijk Anacletus was die de kerk liet herbouwen. Zijn werk zou vervolgens gekaapt zijn door Innocentius. Dat is helemaal geen gekke gedachte. Pietro Pierleoni wordt namelijk vermeld als kardinaal-priester van de Santa Maria in Trastevere voor de periode 1120-1130. Hij had dus duidelijke banden met deze specifieke kerk. Omdat er echter geen direct bewijs is dat hij de Santa Maria heeft laten herbouwen, houd ik vast aan het officiële verhaal. Innocentius krijgt dus de credits voor de herbouw van de basiliek.

Latere renovaties en façade

Hoewel de basiliek uit de twaalfde eeuw dateert, is ze bij verschillende gelegenheden gerenoveerd. Twee renovaties werden uitgevoerd in de zestiende eeuw, een volgende in 1617, een vierde in 1702 met betrekking tot het portiek en ten slotte een zeer belangrijke vijfde in 1865-1866. De laatste renovatie hield zich bezig met zowel de binnen- als de buitenkant van de kerk, maar aan de buitenkant zijn er nog maar een paar sporen van te zien. Op de façade werden fresco’s geschilderd, maar deze zijn tegenwoordig erg vervaagd. Aanvankelijk, tijdens mijn eerste bezoek aan Trastevere, nam ik zelfs aan dat het om middeleeuwse fresco’s ging, misschien zelfs vroegmiddeleeuwse, maar ik realiseerde me al snel dat met deze fresco’s simpelweg hetzelfde gebeurd is als met de negentiende-eeuwse fresco’s op de façade van de Santa Pudenziana. Wie goed kijkt, kan nog enigszins zien wat hier ooit afgebeeld was. In het timpaan is een scène uit de Openbaring van Johannes afgebeeld, met Christus in het midden tussen zeven kandelaars. Aan weerszijden zien we engelen en Evangelisten, geschilderd als een leeuw, een adelaar, een mens en een stier. De Hand van God biedt Christus een lauwerkrans vanuit de Hemel aan. Het schilderwerk was kennelijk van slechte kwaliteit en de kleuren hebben waarschijnlijk sterk geleden onder de brandende Romeinse zon.

De gevel van de Santa Maria in Trastevere.

Van veel betere kwaliteit zijn de mozaïeken uit de twaalfde eeuw onder het timpaan. Hoewel ze veel en veel ouder zijn, zijn de kleuren nog altijd fris. We zien de Maagd Maria in het midden terwijl ze het kindje Jezus de borst geeft. Twee minuscule figuurtjes knielen aan de voeten van de Maagd. We weten niet wie ze zijn, maar mogelijk zijn het de mensen die het mozaïek hebben besteld en die ervoor hebben betaald. Maria wordt geflankeerd door vijf vrouwen aan elke kant.

Een interpretatie is dat het hier om de maagden uit de Gelijkenis van de wijze en de dwaze maagden in Mattheus 25:1-13 gaat. Mattheus noemt inderdaad tien maagden, maar zegt daarover: “Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs” (NBV). Op het mozaïek lijken echter maar twee enigszins dwaze maagden te zijn afgebeeld, want slechts twee van de tien hebben een olielamp die gedoofd is (de parabel noemt ook een bruidegom, maar die is in geen velden of wegen te bekennen). Een andere interpretatie is dat de vrouwen met een brandende lamp maagden zijn en die met een gedoofde lamp weduwen (cf. Santa Pudenziana). Deze interpretatie klinkt plausibel. Onder het mozaïek en naast de ramen zijn in de negentiende eeuw nog dadelpalmen geschilderd. De twaalfde-eeuwse klokkentoren heeft eveneens een mozaïek, met daarop een Madonna met Kind.

Close-up van het mozaïek. Let op de knielende figuren en de olielampen.

Portiek

Het portiek is het werk van Carlo Fontana (1638-1714), de architect die tevens verantwoordelijk was voor de fontein op het plein. Op de balustrade boven de bogen zien we beelden van vier heiligen: Calixtus, Cornelius, Julius en Calepodius. Drie van hen waren pausen en Calixtus en Julius zijn hierboven reeds genoemd. Cornelius en Calepodius zullen we zo meteen ontmoeten als we de kerk binnengaan.

In de narthex van de basiliek bevindt zich een verzameling inscripties, zowel heidense als vroegchristelijke. Een van de meest eigenaardige is een inscriptie van een Romeinse man genaamd Marcus Cocceius, die trots verklaart dat hij 45 jaar en 11 dagen met zijn vrouw getrouwd is geweest zonder ooit ruzie te hebben gemaakt (SINE VLLA QVEREL(A)). Dat is nogal een prestatie! Ik las pas over deze inscriptie in een boek na mijn bezoek aan Rome in 2015 en was erop gebrand haar te vinden toen ik opnieuw in de Eeuwige Stad was begin 2017. De inscriptie bevindt zich aan de rechtermuur van de narthex.

Vloer en plafond

Plafond van Domenichino.

De zuilen in het schip van de kerk zijn zeer waarschijnlijk geroofd uit de Baden van Caracalla. De kapitelen waren oorspronkelijk versierd met gezichtjes van heidense goden. Deze werden zwaar verminkt tijdens de restauratie van 1865-1866, mogelijk in een vlaag van religieuze ijver. Men kan hier gemakkelijk met de beschuldigende vinger wijzen naar de paus die opdracht gaf tot de renovatie van de kerk, Pius IX of Pio Nono (1846-1878). Hij wordt er soms van beschuldigd standbeelden met mannelijk naakt te hebben “gecastreerd” en de verminkte genitaliën vervolgens te hebben bedekt met gipsen vijgenbladen. Hierin handelde hij echter niet anders dan sommige van de andere pausen, en sommige van zijn voorgangers hebben eveneens vijgenbladen op beelden geplaatst en op fresco’s laten schilderen. Het hele verhaal van de Grote Castratie lijkt verzonnen te zijn door Dan Brown in Het Bernini Mysterie. Er is geen bewijs dat Pius de verminking van de heidense goden op de kapitelen in de Santa Maria heeft georkestreerd. Het lijkt veel meer om een spontane actie te gaan.

Cosmatenvloer.

De Santa Maria moet oorspronkelijk een open dak hebben gehad. Domenichino – Domenico Zampieri (1581-1641) – voegde in 1617 het prachtige vergulde cassetteplafond toe (zie hierboven). Boven de zuilen zien we fresco’s uit de negentiende eeuw die in veel betere staat verkeren dan hun tegenhangers op de façade. De drie glas-in-loodramen boven de ingang dateren ook van de negentiende eeuw. Ze tonen – van links naar rechts – de Pausen Julius, Calixtus en Cornelius. En hoewel sprake is van een getrouwe kopie van een originele dertiende-eeuwse Cosmatenvloer, is de huidige vloer eveneens het werk van kunstenaars uit de negentiende eeuw. Terwijl de voornoemde fresco’s en ramen niet heel bijzonder zijn, is de vloer werkelijk schitterend, vooral in de ochtend, als het zonlicht de kerk binnenkomt via de ramen in de façade.

Apsismozaïeken deel 1

De mozaïeken in de apsis zijn beroemd, en dat is verdiend. Het is echter lastig om een goede foto te maken van de hele apsis, omdat een deel van het zicht wordt geblokkeerd door het ciborium of baldacchino boven het altaar, dat zelf niet erg bijzonder is. Men kan de kunstwerken in de apsis in drie categorieën verdelen: de mozaïeken uit de twaalfde eeuw bovenaan, de mozaïeken uit de dertiende eeuw van Pietro Cavallini in het midden en de zestiende-eeuwse fresco’s van Agostino Ciampelli (1565-1630) onderaan.

Apsis van de kerk.

De twaalfde-eeuwse mozaïeken in de schelp en op de boog erboven zijn schitterend. De afgebeelde mensen zien er veel realistischer uit dan op de Byzantijnse mozaïeken in kerken als de Santa Cecilia in Trastevere, de Santa Maria in Domnica en de Santa Prassede. Deze laatste mozaïeken dateren uit de negende eeuw. Het is duidelijk dat de Romeinen in de loop der eeuwen hun smaak hebben aangepast en minder geïnteresseerd waren geworden in het kopiëren van wat in Constantinopel werd gedaan. In plaats daarvan creëerden ze een stijl die een terugkeer inhield naar de Klassieke stijl die men aantreft in kerken als de Santa Pudenziana.

Close-up van het mozaïek. Van links naar rechts: Paus Innocentius II, Sint Laurentius, Paus Calixtus, de Maagd Maria, Jezus Christus, Petrus, Paus Cornelius, Paus Julius en Sint Calepodius.

De Maagd Maria en Jezus Christus.

Op het mozaïek van de Santa Maria hebben alleen Jezus Christus en de Maagd Maria een halo. Kennelijk was het in de twaalfde eeuw niet meer gebruikelijk om de paus die de kerk had gebouwd of herbouwd met een vierkanten blauwe nimbus af te beelden als hij nog in leven was. We zien Paus Innocentius II namelijk helemaal links zonder nimbus. Het is overigens goed mogelijk dat hij al dood was tegen de tijd dat het mozaïek werd voltooid. We zien Innocentius met een miniatuurmodel van de Santa Maria in zijn handen. Rechts van hem staan Sint Laurentius (de marteldood gestorven in 258) en Paus Calixtus. Rechts van Christus zien we vier mensen: de Pausen Petrus (Sint Pieter), Cornelius en Julius, en verder Calepodius. Deze laatste wordt traditioneel gezien als de eerste titulaire priester van de kerk – het PBR achter zijn naam betekent waarschijnlijk presbyter. Calepodius stierf de marteldood in 232 en een catacombe werd naar hem vernoemd. Zijn overblijfselen en die van vele anderen werden naar kerken in Rome overgebracht toen het Romeinse platteland in de negende eeuw onveilig werd. Opmerkelijke afwezige op het mozaïek is Paulus. Hij wordt meestal samen met Petrus afgebeeld, maar niet hier. Een verklaring zou kunnen zijn dat Petrus is toegevoegd omdat hij een voorganger van de Pausen Calixtus, Cornelius en Julius was. Paulus is natuurlijk nooit paus geweest.

In het midden delen Christus en de Maagd Maria een troon. Maria draagt een duur uitziend gewaad en een kroon. Christus krijgt van boven een lauwerkrans aangereikt door de Hand van God. Ze houden respectievelijk een geopende boekrol en een geopend boek vast. Maria’s boekrol zou LEVA IEVS SVB CAPITE MEO ET DEXTERA ILLIVS AMPLEXABITVR ME moeten luiden, maar er staat denk ik ‘dexera’ en van het ‘amplexabitur’ ben ik ook niet zo zeker. De tekst komt uit Hooglied 2:6 (herhaald in 8:3) uit het Oude Testament. De vertaling is: “Mijn hoofd rust op zijn linkerarm, met zijn rechterarm omhelst hij mij” (NBV). De tekst in het boek van Christus is VENI ELECTA MEA ET PONAM IN TE THRONUM MEUM, “kom, mijn uitverkorene, en ik zal u op mijn troon zetten”. Deze tekst komt kennelijk niet uit de Bijbel. Een door mij gebruikte bron zegt hierover: “It uses the same words Christ speaks to Mary in the Golden Legend when she enters Heaven”. Nu ben ik slechts vaag bekend met de Gouden Legende, maar dat werk is toch echt later geschreven – rond 1260 – dan het mozaïek is gemaakt. De tekst blijft daarom een raadsel.

De profeet Isaias. Let op het vogelkooitje rechtsboven.

Laten we nu kijken naar de teksten op de boekrollen die de profeten Isaias (Jesaja) en Hieremias (Jeremia) vasthouden. Zij zijn links en rechts op de boog van de apsis afgebeeld. Op de boekrol van Jesaja staat ECCE VIRGO CONCIPIET ET PARIET FILIVM, wat kan worden vertaald als “De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren” (NBV). De tekst op de boekrol van Jeremia luidt CHRISTVS DOMINVS CAPTVS EST IN PECCATIS NOSTRIS, oftewel “Christus de Heer is gevangen in onze zonden”. De tekst van Jesaja komt uit Jesaja 7:14. De volledige regel uit de Vulgaat luidt overigens “propter hoc dabit Dominus ipse vobis signum ecce virgo concipiet et pariet filium et vocabitis nomen eius Emmanuhel”, dus de tekst verwijst naar ene “Immanuël” en niet naar Christus. De tekst van Jeremia komt uit Klaagliederen 4:20, maar de Nieuwe Bijbelvertaling verwijst helemaal niet naar onze zonden. De tekst daar stelt: “De gezalfde van de HEER (…) is in hun kuil (???) gevangen”. Dit is voer voor specialisten. Merk echter op dat aan het uiteinde van beide boekrollen een vogelkooitje te zien is, hetgeen een verwijzing zou kunnen zijn naar het “captus est”-gedeelte (i.e. gevangenschap) van de boekrol van Jeremia.

Boven de figuren in de schelp en boven de profeten zijn de vier Evangelisten in de gedaante van – van links naar rechts – een leeuw, een man, een adelaar en een stier afgebeeld. Zij stellen respectievelijk Marcus, Mattheus, Johannes en Lucas voor. In het midden treffen we niet het Lam Gods aan op een troon (cf. Santi Cosma e Damiano en Santa Prassede) en evenmin een afbeelding van Jezus Christus (cf. San Marco). In plaats daarvan vinden we er een kruis en de alfa en omega, een symbolische voorstelling van Christus. “Ik ben de alfa en de omega” komt uit de Openbaring van Johannes, net als de symbolen van de vier Evangelisten en de zeven kandelaars. Het Lam Gods is overigens wel degelijk aanwezig op het mozaïek. Men kan het net onder de begeleidende tekst van het mozaïek zien, in het midden van een schare schapen die de twaalf apostelen voorstellen.

Apsismozaïeken deel 2 en fresco’s

De mozaïeken in het middelste deel van de apsis zijn gemaakt door Pietro Cavallini (1259-1330). Hij werkte eraan in 1290-1291. De mozaïeken tonen zes scènes uit het leven van de Maagd Maria. Van links naar rechts zien we:

  • Geboorte van de Maagd;
  • Annunciatie;
  • Geboorte van Jezus;
  • Aanbidding der Wijzen;
  • Presentatie in de Tempel en;
  • Ontslapenis (Dormitio)

Hieronder vindt u een selectie. Let op de in gedachten verzonken Jozef in de scène van de Geboorte van Jezus en de Maagd in de armen van Jezus op het mozaïek van de Dormitio.

This slideshow requires JavaScript.

Kardinaal Pietro Stefaneschi’s graftombe.

De Latijnse teksten onder de mozaïeken komen uit een middeleeuwse Mariahymne. De opdracht voor de mozaïeken werd gegeven door kardinaal Bertoldo Stefaneschi, broer van de bekendere Giacomo Gaetani Stefaneschi. Op het centrale paneel beneden in de apsis, onder het middelste raam, zien we een tondo met een Madonna met Kind, geflankeerd door Paulus en Petrus (zie de slideshow hierboven). Paulus draagt een zwaard, het wapen waarmee hij werd geëxecuteerd. De knielende figuur is voornoemde kardinaal Bertoldo Stefaneschi. Zijn familiewapen vinden we ook elders in de kerk, op de tombe van kardinaal Pietro Stefaneschi (afbeelding rechts), die in 1417 stierf. Links en rechts van het mozaïekpaneel treffen we fresco’s aan van Agostino Ciampelli (1565-1630), een bekende schilder van de Contrareformatie.

Kapellen

De Santa Maria in Trastevere heeft veel kapellen. De interessantste zijn, naar mijn bescheiden mening, de Cappella Altemps aan het einde van de linker zijbeuk en de Cappella del Coro aan het einde van de rechter zijbeuk.

Het Concilie van Trente.

De eerste kapel werd gebouwd in opdracht van kardinaal Marco Altemps, een Duitser wiens echte naam Mark Sittich von Hohenems (1533-1595) was. Hij was kardinaal-priester van de Santa Maria in Trastevere van 1580 tot en met 1595, en de Altemps-kapel werd voltooid in 1587. Zijn oom, Paus Pius IV (1559-1565), is alomtegenwoordig (Altemps’ moeder, Chiara de’ Medici, was de zuster van de Paus). De muren van de kapel hebben fresco’s van Pasquale Cati (1550-1620) die scènes tonen van het Concilie van Trente (1545-1563), een kerkvergadering die werd gehouden als reactie op het succes van de Protestantse Reformatie. Op het plaatje in deze bijdrage kunt u het pauselijke wapen zien achter de kardinalen links. De naam van de Paus wordt gespeld als “PIVS IIII”. Pius zat de laatste sessie van het Concilie voor.

Madonna della Clemenza.

De kapel – die sinds 2017 alleen nog maar toegankelijk lijkt te zijn voor mensen die willen bidden – is echter nog beroemder vanwege de aanwezigheid van een icoon dat als de Madonna della Clemenza bekend staat. Dit icoon is oud, heel oud. Het dateert waarschijnlijk van de late zevende of vroege achtste eeuw, hoewel er kennelijk ook experts zijn die denken dat het vijfde-eeuws is. De Maagd Maria, gekleed als een Byzantijnse keizerin, staat centraal op het icoon, met Jezus Christus op haar schoot. Ze wordt geflankeerd door twee engelen, en iemand knielt aan haar voeten. Let wel, het gaat hier om een enorm icoon (dit filmpje geeft een goede indruk). Helaas is het icoon sterk verweerd op bepaalde plekken, maar het is nog steeds zeer de moeite waard. De smekeling aan de voeten van de Maagd zou de paus kunnen zijn die het icoon bestelde. De naam van Paus Johannes VII (705-707) wordt in dit verband vaak genoemd. Het frame waarin het icoon vastzit, heeft zowaar een tekst. Mijn niet-getrainde ogen konden deze niet lezen, maar deze bron zegt er het volgende over: “[A]ccording to Bertelli the surviving part of the inscription reads “… DS QVOD IPSE FACTVS EST +ASTANT STVPENTES ANGELORVM PRINCIPES GESTARE NATVM … A … (The image made itself… +Even the angels stand in awe that this same god was born from her.).” Carlo Bertelli, La Madonna, 34.”

De Cappella del Coro d’Inverno, oftewel de Kapel van het Winterkoor, heeft eveneens een belangrijk icon, de Madonna di Strada Cupa, de “Madonna van de donkere straat” in het Nederlands. Het geweldige Churches of Rome Wiki geeft enige informative over dit icoon, dat duidelijk veel later geschilderd werd dan de Madonna della Clemenza:

“The street of that name, now lost, was a rural byway below the slopes of the Janiculum nearby, and the icon was over the gate into a vineyard owned by the Nobili family. At the start of the 17th century it acquired a popular reputation for miraculous powers, so the pope ordered its transfer and enshrinement here. Rather sadly, the devotion soon lost its intensity and the chapel was sold as a private family funerary mausoleum in 1627.”

Kastje voor heilige olie.

Het icoon is het werk van Perino del Vaga (1501-1547), die ook enig werk verrichtte in de Santa Maria in Domnica en het Castel Sant’Angelo.

Werp ten slotte zeker ook een blik op het mooie kastje waarin de heilige olie (olea sancta) wordt bewaard. Dit kan men vinden aan het begin van het schip. Het kastje draagt de handtekening OPVS MINI – het werk van Minus – en dat leidt ertoe dat experts het toeschrijven aan Mino da Fiesole (ca. 1429-1484). Ander werk van hem bevindt zich in de Badia Fiorentina in Florence.

Bronnen

  • All the Popes. From St. Peter to Francis;
  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 212-213;
  • John Julius Norwich, The Popes: A History, hoofdstuk X;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 215-217;
  • Santa Maria in Trastevere op Churches of Rome Wiki.

Noot

[1] Severus Alexander 49 (vertaling John Nagelkerken).

4 Comments:

  1. Pingback: Opus sectile – – Corvinus –

  2. Pingback: Rome: Santa Maria dell’Anima – – Corvinus –

  3. Pingback: Rome: Santa Maria in Cosmedin – – Corvinus –

  4. Pingback: Rome: Santa Pudenziana – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.