Spoleto: De Duomo

De Duomo van Spoleto.

Spoleto’s kathedraal van Santa Maria Assunta, oftewel de Duomo, kan zeker tot de vele hoogtepunten van de stad worden gerekend. De huidige Duomo werd in de late twaalfde en vroege dertiende eeuw gebouwd en verving toen een eerdere kathedraal die vermoedelijk uit de achtste of negende eeuw dateerde. Deze eerdere kathedraal, die bekendstaat als de Santa Maria del Vescovato, wordt in elk geval genoemd in documenten uit 956 en 1067. Het gebouw was onderdeel van een complex dat hoogstwaarschijnlijk werd verwoest toen keizer Frederik Barbarossa in 1155 Spoleto veroverde en plunderde. Genoemde keizer was verwikkeld in een verbitterd conflict met de Heilige Stoel, eerst met Paus Adrianus IV (1154-1159) en vervolgens met diens opvolger Alexander III (1159-1181). Elders ben ik dieper op deze gebeurtenissen ingegaan. In 1177 werd in Venetië de vrede getekend en rond die tijd zal de bouw van de nieuwe Duomo van Spoleto zijn begonnen.

Geschiedenis van de Duomo

De nieuwe kathedraal werd in de Romaanse stijl gebouwd. Een informatiebord bij het gebouw beweert dat het ontwerp werd gebaseerd op voorbeelden in Rome, in het bijzonder de Santa Maria in Trastevere. Paus Innocentius III (1198-1216) zou kort na het begin van zijn pontificaat een altaar in de Duomo hebben ingezegend. Deze Innocentius had Koenraad van Urslingen (gestorven in 1202), de Hertog van Spoleto en een voormalige handlanger van Frederik Barbarossa, gedwongen om Spoleto aan de Pauselijke Staat over te dragen (zie Assisi: Rocca Maggiore). Dit was een van zijn eerste daden als paus geweest. Dat maakt het aannemelijk dat de paus het eerdergenoemde altaar kort na 1198 wijdde, maar de kathedraal was toen nog niet voltooid. Het beroemde mozaïek aan de gevel van Doctor Solsternus (zie hieronder) noemt het jaar 1207 en het is goed mogelijk dat Innocentius’ opvolger Paus Honorius III (1216-1227) de kathedraal als geheel omstreeks 1216 inzegende. De klokkentoren dateert ook van de dertiende eeuw. De Duomo is een uitstekend voorbeeld van de Umbrisch-Romaanse stijl, maar heeft ook een paar Gotische kenmerken. Let bijvoorbeeld op de drie puntbogen van het bovenste gedeelte van de gevel.

De Duomo, gezien vanaf de Colle Ciciano.

Interieur van de Duomo.

In de vijftiende en zestiende eeuw werden belangrijke wijzigingen aan de kathedraal doorgevoerd. De Diocees van Spoleto werd in die tijd bestuurd door drie leden van de familie Eroli die achtereenvolgens als bisschop van de stad dienden: Berardo Eroli (1448-1474), Costantino Eroli (1474-1500) en Francesco Eroli (1500-1540). Tot de wijzigingen waartoe zij de opdracht gaven, behoort de loggia in Renaissancestijl aan de gevel. Die werd tussen 1491 en 1504 toegevoegd. Ook werd een reeks kapellen gebouwd die, naar de familie, de Eroli-kapellen worden genoemd. Tijdens het pontificaat van Berardo Eroli reisde de vermaarde schilder Filippo Lippi (ca. 1406-1469) naar Spoleto om in de apsis van de kathedraal zijn frescocyclus over het Leven van de Maagd te schilderen. Costantino Eroli huurde de al even beroemde schilder Pinturicchio (1454-1513) in om een van de Eroli-kapellen van fresco’s te voorzien.

Het interieur van de Duomo onderging in de zeventiende eeuw een uitgebreide verbouwing. Twee leden van de familie Barberini lijken de drijvende krachten achter dit project te zijn geweest. Een van hen was Maffeo Barberini, die in 1623 tot Paus Urbanus VIII werd gekozen. Tussen 1608 en 1617 diende hij als bisschop van Spoleto. De ander was zijn neef kardinaal Francesco Barberini (1597-1679). Waarschijnlijk werd tussen 1638 en 1644 al veel werk verricht, maar het is mogelijk dat het project pas omstreeks 1680 helemaal werd voltooid. Dat is een jaar na de dood van kardinaal Barberini. Als gevolg van het project kreeg de Duomo een interieur in de stijl van de Barok. Ook werd een koepel aan de kathedraal toegevoegd, die men overigens alleen van grote afstand kan zien (zie de afbeelding hierboven).

In de achttiende eeuw kreeg het interieur een tweede make-over. Ditmaal was het bisschop Francesco Maria Locatelli (1772-1811) die het heft in handen nam. De dienstdoende architect was de nog jeugdige Giuseppe Valadier (1762-1839). Hij werkte tussen 1785 en 1792 aan de Duomo en nam daarbij vooral de zijkapellen onder handen. Die kregen een neoclassicistisch uiterlijk. Als gevolg van zoveel verbouwingen kan de huidige Duomo een interessante mengelmoes van stijlen worden genoemd.

Roosvenster.

Exterieur

De gevel van de kathedraal is wereldberoemd en dient als achtergrond voor het jaarlijkse Festival dei Due Mondi, het zomerfestival van Spoleto dat ieder jaar in juni en juli wordt gehouden. De gevel bestaat uit drie niveaus. Het onderste gedeelte omvat de loggia uit de Renaissance die hierboven al werd genoemd. De loggia bestaat uit vijf arcades met Korinthische zuilen en heeft aan beide kanten een kansel. Het middelste niveau heeft vijf roosvensters, maar de vensters uiterst links en rechts laten geen licht door. Van de vijf is die in het midden verreweg het indrukwekkendst. Het venster wordt gedragen door twee kleine mannetjes (telamons) en wordt verfraaid door ingewikkelde Cosmatenversieringen. In de vier hoeken zien we de symbolen van de vier evangelisten, een mens voor Mattheus, een adelaar voor Johannes, een os voor Lukas en een leeuw voor Marcus. Deze zijn zeer fraai uitgesneden. De diameter van het middelste roosvenster is ongeveer vier meter.

Het bovenste gedeelte van de gevel heeft nog eens drie roosvensters en ook drie puntbogen. De middelste daarvan heeft een groot mozaïek in Byzantijnse stijl. Dit stelt waarschijnlijk een Deësis voor, een afbeelding van Christus geflankeerd door de Maagd Maria en Johannes de Doper in de voorspraakhouding, dat wil zeggen met de handen opgeheven in gebed (‘deësis’ betekent ‘gebed’ of ‘smeekbede’). Christus zit in het midden op zijn troon en geeft met zijn rechterhand zijn zegen. In zijn linkerhand heeft hij een geopend boek met op de pagina’s de tekst EGO SVM LVX MVNDI, “ik ben het licht van (of voor) de wereld”. Deze woorden komen uit het Evangelie volgens Johannes (Johannes 8:12 NBV): “Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’). We hebben deze woorden al eerder gezien, bijvoorbeeld in het apsismozaïek van de Duomo van Pisa.

Mozaïek door Doctor Solsternus.

Christus wordt geflankeerd door de Maagd Maria (SCA MARIA) aan de linkerkant en Johannes (SCS IOHS) aan de rechterkant. Deze Johannes lijkt helemaal niet op Johannes de Doper. Die wordt immers meestal met een baard en een tuniek van kamelenhaar afgebeeld. Sterker nog, hij lijkt veel meer op een jonge Johannes de Evangelist. In dit verband moet worden opgemerkt dat het mozaïek verschillende keren is gerestaureerd en dat in 1927 het hoofd van Johannes werd vervangen. Het is me niet duidelijk geworden of het nieuwe hoofd een getrouwde kopie van het oude is.

De zwarte tekst in het onderste gedeelte van het mozaïek luidt als volgt:

HEC EST PICTURA QUAM FECIT SAT PLACITURA, DOCTOR SOLSTERNUS HAC SUMMUS IN ARTE MODERNUS

De tekst noemt dus als maker van het mozaïek een zekere Doctor Solsternus, die snoeft dat hij “buitengewoon modern in deze kunst” is. Ondanks deze van weinig bescheidenheid getuigende bewering hebben we werkelijk geen idee wie Doctor Solsternus was: dit is zijn enige bekende werk. De witte tekst onder de zwarte tekst noemt het jaar 1207 en de namen van drie van zijn operarii of medewerkers.

Interieur

Het interieur van de Duomo is een interessant amalgaam van oude en nieuwe elementen. Tot de oudere elementen behoort de prachtige Cosmatenvloer in het middenschip. Hoewel de vloer beschadigd is – en bovendien met touwen afgezet om haar tegen verdere schade te beschermen –, is ze tenminste origineel.

Originele vloer van de Duomo.

Cappella della Santissima Icone.

Eveneens oud en origineel is het Byzantijnse icoon van de Maagd in de Cappella della Santissima Icone, die we aan het einde van de rechter zijbeuk kunnen vinden. Het icoon dateert van de elfde of twaalfde eeuw en werd in 1185 door Frederik Barbarossa aan de bisschop van Spoleto geschonken. Het was toen dertig jaar geleden dat de keizer de stad had geplunderd en wellicht wilde hij op deze manier sorry zeggen. De verzoeningspoging had waarschijnlijk resultaat, want het icoon wordt zeer vereerd en staat in een kapel die werkelijk prachtig is. Het interieur van deze kapel dateert van 1623-1626 en de beelden die we er aantreffen worden toegeschreven aan de beeldhouwer Alessandro Algardi (1598-1654). Kennelijk zijn er nog steeds mensen die geloven dat het icoon hoogstpersoonlijk door Lukas de Evangelist werd geschilderd. Dat is natuurlijk nogal een malle traditie, maar deze is wijdverbreid in Italië en we hebben ook in Romeinse kerken een groot aantal aan Lukas toegeschreven iconen gezien (zie bijvoorbeeld Rome: Santa Maria Maggiore).

De kathedraal bezit een zeer interessant crucifix van de twaalfde-eeuwse schilder Alberto Sozio (of Sotio). We weten niets over zijn leven, maar hij moet actief zijn geweest in Spoleto en omgeving. Sozio schilderde in dit geval een triomferende Christus op perkament. Het perkament werd vervolgens aan een houten crucifix bevestigd. Het werk is ook gesigneerd: de schilder voegde net onder de voet van het kruis zijn naam toe (klik hier voor een close-up). Dit is waarschijnlijk een van de vroegste voorbeelden van een kunstenaar die zijn werk signeert. Sozio vermeldde tevens het jaar waarin hij het crucifix maakte: MCLXXXVII, oftewel 1187. Het crucifix stond oorspronkelijk in de kleine kerk van Santi Giovanni e Paolo elders in Spoleto.

Brief van Franciscus van Assisi.

Crucifix van Alberto Sozio.

Een van de meest gekoesterde bezittingen van de Duomo is een authentieke handgeschreven brief van niemand minder dan Sint Franciscus van Assisi (ca. 1181/82-1226). We vinden deze brief in de Cappella delle Reliquie, de kapel van de relikwieën. De brief werd geschreven in 1222 en was gericht aan Broeder Leo (gestorven omstreeks 1270), een van de vroegste volgelingen van Franciscus. Het document werd aan de kathedraal geschonken door Paus Pius IX (1846-1878). Die diende tussen 1827 en 1832, toen hij nog gewoon Giovanni Maria Mastai-Ferretti heette, als aartsbisschop van Spoleto.[1] Overigens is de inhoud van de brief niet zo heel interessant. Franciscus geeft Leo “een kort advies, zodat u mij niet op hoeft te komen zoeken”. Het simpele advies is dat Leo datgene moet doen waarvan hij meent dat het God het meest zal behagen. Anders gezegd, zijn eigen goede wil en geweten moeten zijn gids zijn.[2] De brief zelf is dus nauwelijks spectaculair te noemen, maar het gegeven dat het document eigenhandig werd geschreven door een van de belangrijkste heiligen in de geschiedenis van het christendom maakt het niettemin uniek. Soms kunnen we de geschiedenis gewoon aanraken.

Een goed voorbeeld van de complexe architectonische geschiedenis van de kathedraal is de veertiende-eeuwse Cappella di Sant’Anna. Deze bevindt zich tussen het linker dwarsschip en de Cappella del Santissimo Sacramento aan het einde van de linker zijbeuk. De kathedraal van de twaalfde en dertiende eeuw was gebouwd in de vorm van een Latijns kruis. In de veertiende eeuw werden twee vijfhoekige kapellen aan het dwarsschip toegevoegd. De kapellen werden met fresco’s verfraaid, maar deze werden in 1597 overgeschilderd. De kapel aan het einde van het rechter dwarsschip, gewijd aan Sint Catharina, werd tijdens de verbouwingen van de zeventiende eeuw afgebroken, maar de Cappella di Sant’Anna werd alleen verkleind. Tijdens mijn bezoek aan de Duomo in september 2018 was de kapel gesloten, maar het was niettemin mogelijk wat foto’s van haar interieur te maken. Interessant is dat toen eind negentiende eeuw de fresco’s uit de zestiende eeuw werden verwijderd, de oudere middeleeuwse fresco’s weer tevoorschijn kwamen.

Cappella del Santissimo Sacramento (links) / Cappella di Sant’Anna (rechts).

Madonna met Kind en Johannes de Doper en Sint Leonardus – Pinturicchio.

In deze bijdrage is een afbeelding opgenomen van een nis waarin een altaar stond dat was gewijd aan Sint Vincent Ferrer (1350-1419). Hij was een Dominicaanse broeder die in 1455 heilig werd verklaard, waaruit voortvloeit dat de fresco’s daarná geschilderd werden. Het beschadigde fresco van Paulus met een zwaard noemt het jaar 1477 (zie de afbeelding hierboven). Het grote fresco op de achterwand toont een Madonna met Kind gezeten op een schitterende troon. Links van de troon staat Paus Urbanus V (1362-1370), rechts Sint Hiëronymus. Tevens zien we een knielende donateur. Een zeer interessant detail is dat de paus een icoon vasthoudt met daarop Petrus en Paulus.

Vanuit de rechter zijbeuk komt men in een kapel met fresco’s van Pinturicchio. De kapel werd gebouwd door bisschop Costantino Eroli. Ze is gewijd aan Sint Leonardus. De fresco’s werden in 1497 geschilderd en worden sinds het midden van de negentiende eeuw aan de schilder uit Perugia toegeschreven. Helaas verkeren ze niet bepaald in goede staat, en dat is gedeeltelijk te wijten aan het vochtige klimaat in de kapel. Niettemin is Pinturicchio’s fresco van de Madonna met het Kind en Johannes de Doper en Sint Leonardus beslist de moeite waard.

Leven van de Maagd – Filippo Lippi

De laatste kunstwerken die in deze bijdrage moeten worden beschreven zijn de schitterende apsisfresco’s van Fra Filippo Lippi, de Karmelietenbroeder die zo prachtig kon schilderen. Lippi werd vermoedelijk door bisschop Berardo Eroli, hierboven reeds genoemd, naar Spoleto gehaald. Giorgio Vasari beweert daarnaast dat de Florentijnse heerser Cosimo de Oudere (1389-1464) zijn invloed had aangewend om de kunstenaar zover te krijgen de opdracht aan te nemen. Lippi begon in september 1467 met het schilderen van zijn fresco’s van het Leven van de Maagd, maar helaas stierf hij voordat hij ze kon voltooien, op 8 oktober 1469. Zijn assistent Fra Diamante (ca. 1430-1498), eveneens een Karmeliet, en zijn leerling Pier Matteo d’Amelia (ca. 1445-1508) moesten het werk afmaken. Volgens sommige bronnen was ook zijn zoon Filippino Lippi (1457-1504) bij dit proces betrokken. Dat klinkt enigszins onwaarschijnlijk, want de kleine Filippino was toen pas twaalf jaar oud.

Kroning van de Maagd – Filippo Lippi.

De cyclus bestaat uit vier afzonderlijke fresco’s. De schelp van de apsis trekt onmiddellijk onze aandacht, want hier vinden we een zeer kleurrijke voorstelling van de Kroning van de Maagd (zie hierboven). De kroning vindt plaats tegen een achtergrond met een vlammende zon. Vele engelen en heiligen zijn getuige van de gebeurtenis. Linksonder zien we een menigte mannelijke profeten onder leiding van Adam. In het gezelschap bevinden zich figuren als Daniël en Elia (de mannen hebben bijschriften, dus ze zijn gemakkelijk te identificeren). Rechtsonder zijn vrouwelijke profeten afgebeeld. Zij worden geleid door Eva en we zien onder meer de Tiburtijnse Sibille, Rachel en Ester. Het bovenste gedeelte van het fresco is helaas een beetje beschadigd, maar over het algemeen lijkt het werk in uitstekende staat te verkeren.

Iets minder kleurrijk, maar zeker zo interessant is de scène met de Ontslapenis van de Maagd op de achterwand van de apsis (zie hieronder). De Maagd ligt hier opgebaard, met de apostelen aan de linkerkant en een groepje mannen en engelen aan de rechterkant. Bij nadere inspectie zien we dat Filippo Lippi hier een zelfportret achterliet: hij is de man gekleed in de zwart-witte habijt van een Karmelietenbroeder. Een van de mannen die links van hem staat, is Fra Diamante, terwijl de jongeman met de rode muts Pier Matteo d’Amelia zou zijn. De engel met de blauwe vleugels is Lippi’s zoon Filippino. Links zien we een nogal corpulente apostel die voorleest uit een psalmenbundel. Hij is Antonio Pierozzi, aartsbisschop van Florence tussen 1446 en zijn dood in 1459. Hoewel Antonio hier met een aureool is afgebeeld, werd hij eigenlijk pas in 1523 heilig verklaard. De paus die hiervoor verantwoordelijk was, was Adrianus VI (1522-1523), de enige Nederlandse paus uit de geschiedenis (zie Rome: Santa Maria dell’Anima).

Ontslapenis van de Maagd – Filippo Lippi.

Men krijgt het idee dat het fresco van de Ontslapenis nog niet was voltooid toen Lippi in 1469 stierf. Kijk alleen al naar het midden van het werk: hier zien we nog de vage contouren van wat ooit de Tenhemelopneming van de Maagd door engelen moet zijn geweest. Tevens zien we een knielende figuur in een rode mantel. Dat moet Sint Thomas zijn, aan wie de Maagd haar gordel overhandigt (deze iconografie staat bekend als de Madonna della Cintola; zie Arezzo: San Francesco). Het is mogelijk dat de Tenhemelopneming en Sint Thomas pas later zijn toegevoegd, toen Lippi al dood was en de pleisterkalk al was opgedroogd. De toevoegingen moeten dan a secco zijn geschilderd, wat veel minder duurzaam is dan buon fresco.

Annunciatie – Filippo Lippi.

Rechts van de Ontslapenis zien we een fresco van de Geboorte van Christus, met daarop het Christuskind, de Maagd Maria, Jozef en natuurlijk de ezel en de os. Veel interessanter is de voorstelling van de Annunciatie aan de linkerkant. Het gezicht van de Maagd zou namelijk een portret van Lucrezia Buti zijn. Zij was een non uit Florence die als model voor Lippi fungeerde. De schilder werd verliefd op haar en zou haar vervolgens ontvoeren. Hun samenzijn werd geconsummeerd en in 1457 werd een zoon genaamd Filippino – ‘kleine Filippo’ – geboren. Die ging in de leer bij Sandro Botticelli en werd ook zelf een zeer goede schilder; men zie bijvoorbeeld zijn werken in de Brancacci-kapel en de kerk van Santa Maria Novella, beide in Florence.

Fra Filippo Lippi stierf op 57-jarige leeftijd. Giorgio Vasari – die niet vies was van een beetje roddelen – beweerde dat hij was vergiftigd en suggereerde dat de familie van Lucrezia hiervoor verantwoordelijk was. Voor die beschuldiging bestaat echter geen snipper bewijs. De schilder werd in de Duomo van Spoleto begraven, maar later probeerde de Florentijnse heerser Lorenzo de’ Medici, bijgenaamd ‘Il Magnifico’, hem te repatriëren en te laten begraven in de Duomo van Florence. De burgers van Spoleto weigerden echter het lichaam over te dragen. Lorenzo gaf daarop Lippi’s zoon Filippino de opdracht een marmeren graftombe voor zijn vader te laten maken. Die moest dan in de Duomo worden geplaatst als laatste rustplaats voor de overblijfselen van de beroemde schilder. De graftombe is bewaard gebleven[3] en kan tegenwoordig in het rechter dwarsschip bewonderd worden. De naam van de beeldhouwer is niet bekend, maar de Latijnse inscriptie is van de hand van de dichter Angelo Poliziano (1454-1494).

Tot de bronnen voor deze bijdrage behoren mijn reisgidsen van Dorling Kindersley en de ANWB, evenals de website van de Duomo en het artikel over de kathedraal op het Italiaanse Wikipedia. Zeer nuttig was de Key to Umbria website.

Notes

[1] De eerste aartsbisschop werd in 1821 benoemd.

[2] Zie Donald Spoto, Reluctant Saint, p. 189 en p. 240.

[3] Het is niet duidelijk waar de stoffelijke resten van de schilder gebleven zijn.

3 Comments:

  1. Pingback:Spoleto: San Ponziano – – Corvinus –

  2. Pingback:Spoleto: San Gregorio Maggiore – – Corvinus –

  3. Pingback:Umbrië: Amelia (deel 1) – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.