Rome: Santa Francesca Romana

De Santa Francesca Romana.

De Santa Francesca Romana staat aan de noordoostelijke rand van het Forum Romanum, dicht bij het Colosseum. Wat enigszins verwarrend is, is dat de officiële naam van de kerk de Santa Maria Nova is. Die naam betekent “Nieuwe Heilige Maria” en suggereert dat er ook een “Oude Heilige Maria” is of was. En dat klopt. De Santa Maria Antiqua bevindt zich achter de restanten van de Tempel van Castor en Pollux, eveneens op het Forum Romanum. Deze kerk is jarenlang dicht geweest en werd pas in 2016 weer opengesteld voor het publiek. De Santa Maria Antiqua is een buitengewoon interessante kerk en ik zal er een aparte bijdrage aan wijden. Deze bijdrage gaat echter over de Santa Maria Nova, die pas in de zeventiende eeuw een subsidiaire wijding aan Sint Francesca van Rome (1384-1440) kreeg. De naam Santa Francesca Romana is tegenwoordig het meest gebruikelijk en die zal ik dan ook gebruiken voor deze bijdrage.

Vroege geschiedenis

De geschiedenis van dit gedeelte van het Forum is lang en bestrijkt een periode van meer dan 2.000 jaar. Eens was het onderdeel van het Domus Aurea of Gouden Huis van keizer Nero. Dit was een enorm paleis, gebouwd na de Grote Brand van 64 die een groot gedeelte van de stad in de as legde. Het paleis nam een gebied van zo’n 2,6 vierkante kilometer in beslag. Na de dood van Nero in 68 haalden zijn opvolgers het Domus Aurea leeg, vulden het op met aarde en bouwden er nuttigere gebouwen overheen. Vespasianus (69-79) begon met de bouw van het Amphitheatrum Flavium of Colosseum, dat door zijn zoon Titus (79-81) werd voltooid. Titus liet ook een complex van openbare baden bouwen. In 109 werden de veel grotere Baden van Trajanus geopend. Ten slotte liet keizer Hadrianus (117-138) de Tempel van Venus en Roma bouwen, die in 135 werd voltooid. Vermoedelijk verrees deze tempel bovenop het voormalige atrium van Nero’s paleis. De tempel had twee centrale ruimtes of cellae en de twee godinnen zaten rug tegen rug in hun eigen apsis. Venus keek richting het Forum en Roma richting het Colosseum.

Tempel van Venus en Roma.

Wie een kaartje voor het Forum Romanum heeft, kan tegenwoordig ook de restanten van de tempel bezoeken. Ik raad een bezoek zeer aan, al was het alleen maar vanwege het briljante uitzicht op het Colosseum vanaf de rand van het tempelplatform. De apsis van het gedeelte van Roma staat er nog (zie de afbeelding links); de Santa Francesca Romana werd gebouwd op het platform van het gedeelte van Venus aan de andere kant. Let erop dat u de kerk niet vanaf het Forum zelf kunt bezoeken. U moet het Forum verlaten en de enigszins steile Clivo di Venere Felice (genoemd naar de godin) nemen om bij de kerk te komen. En om het nog wat gecompliceerder te maken: de gevel van de kerk is juist veel beter vanaf het Forum te zien, of nog beter: vanaf de Palatijn.

Het eerste christelijke gebouw op deze plek was een klein oratorium gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. Het oratorium wordt toegeschreven aan Paus Paulus I (757-767), maar de Paulus in de naam van het gebouw is zeker de apostel en niet de paus (die ook nooit heilig werd verklaard). Volgens de apocriefe Handelingen van Petrus (tweede eeuw) was er ooit een machtige tovenaar in Rome die Simon Magus heette. Met zijn toverkunsten wist hij bij de keizer in de gunst te komen. Zij brachten hem echter ook in conflict met Petrus. Simon bood aan te bewijzen dat hij over goddelijke krachten beschikte door hoog in de lucht te gaan zweven. Het punt dat hij wilde maken was kennelijk dat hij kon opstijgen naar de hemel, zoals ook Christus dat had gedaan. Terwijl hij zo bezig was, viel Petrus op zijn knieën en bad tot God om te interveniëren. En dat had resultaat: Simon viel naar beneden en raakte levensgevaarlijk gewond (of werd gestenigd door een menigte die zich tegen hem had gekeerd). De Handelingen van Petrus en Paulus (wellicht uit de vierde eeuw) voegen hieraan toe dat Paulus eveneens aanwezig was en dat de keizer de eerdergenoemde Nero was. In de kerk treffen we twee stenen aan met de afdrukken van de knieën van Petrus. Deze laten zien dat Petrus wel enorm hard gebeden moet hebben (zie de afbeelding hieronder)!

Vermeende afdrukken van de knieën van Petrus.

Toen de Santa Maria Antiqua bij de aardbeving van 847 beschadigd raakte en werd verlaten, verplaatste Paus Leo IV (847-855) de kerk naar het oratorium van Petrus en Paulus aan de andere kant van het Forum. Leo gaf vermoedelijk ook het startschot om het oratorium om te bouwen tot een echte kerk, een project dat pas rond 996 werd voltooid tijdens de regering van Paus Gregorius V (996-999). Gregorius was een van de jongste pausen in de geschiedenis: hij stierf rond zijn zevenentwintigste. Tijdens zijn korte pontificaat rondde hij het proces van het overbrengen van de titel van de oude kerk naar de nieuwe af. Het verbouwde oratorium stond vanaf dat moment bekend als de kerk van Santa Maria Nova.

Latere geschiedenis

De Santa Francesca Romana kan worden beschouwd als een kerk uit de tiende eeuw, maar een van de belangrijkste restauraties werd in de twaalfde eeuw uitgevoerd door Paus Alexander III (1159-1181). De restauratie leidde ertoe dat de kerk in 1161 werd herwijd. Bij dit project werd het mooie apsismozaïek van de kerk gemaakt (zie hieronder) en werd de elegante Romaanse klokkentoren gebouwd. Beide kunnen ook vandaag de dag nog bewonderd worden. Het pontificaat van Alexander was erg zwaar. Hij stond lijnrecht tegenover keizer Frederik Barbarossa van het Heilige Rooms Rijk en vier tegenpausen op een rij (het verhaal wordt hier uitgebreider verteld). De Paus verbleef het grootste gedeelte van zijn regering buiten Rome, dus het mag wel als een klein wonder worden beschouwd dat hij erin slaagde de renovatie van de Santa Francesca Romana af te ronden.

Sint Francesca zelf verschijnt pas in 1384 op het toneel. In dat jaar wordt ze geboren als dochter van de edelman Paolo Bussa en diens vrouw Iacobella dei Roffredeschi. Tijdens haar leven stichtte ze een gemeenschap van Benedictijnse oblaten die nog steeds bestaat. Deze oblaten legden hun religieuze geloften af bij de prior van het klooster van Benedictijnse Olivetanen dat aan de Santa Maria Nova verbonden was. Dat verklaart waarom Francesca na haar dood in 1440 in de crypte van deze kerk werd begraven. De crypte is toegankelijk voor bezoekers, maar de ruimte is waarschijnlijk alleen interessant voor gelovigen en niet voor de doorsnee toerist.

Interieur van de kerk.

Francesca werd in 1608 heilig verklaard door Paus Paulus V (1605-1621) en dat had belangrijke gevolgen voor de Santa Maria Nova. Omdat het vrij zeker was dat de kerk nu een bedevaartsoord zou worden, moest ze in perfecte staat verkeren. Het schitterende houten plafond werd in 1612 geïnstalleerd. Drie jaar later werd de gevel toegevoegd, een ontwerp van Carlo Lombardi (ca. 1554-1620). Het interieur van de kerk werd verbouwd in de stijl van de Barok, maar de restaurateurs hielden zich gelukkig een beetje in, waarvoor ze een compliment verdienen. De laatste grote restauratie van het interieur vond plaats in 1953. Dankzij een beslissing van Paus Pius XI (1922-1939) wordt Francesca tegenwoordig beschouwd als de beschermheilige van de automobilisten. Sindsdien probeerden automobilisten elk jaar op haar feestdag (9 maart) hun auto zo dicht mogelijk bij de kerk te parkeren om haar zegen te krijgen. Deze traditie lijkt inmiddels niet meer te bestaan, en dat heeft ongetwijfeld alles te maken met het feit dat de Via dei Fori Imperiali tegenwoordig nog maar beperkt voor verkeer toegankelijk is.

Het voormalige klooster, opgeheven in 1873, huisvestte lange tijd het Antiquarium Forense, een klein museum waar archeologische vondsten van het Forum tentoongesteld werden. Ik herinner me dat het museum in een van mijn oudere reisgidsen nog werd aangeprezen. Het gevolg was dat ik er tijdens mijn bezoek aan het Forum in 2009 probeerde binnen te lopen. Een boze dame achter de receptie joeg me er echter weer uit. Kennelijk was het Antiquarium Forense toen al gesloten en waren bezoekers er niet meer welkom.

Interieur

Cosmatenvloer.

De kerk had oorspronkelijk alle kenmerken van een klassieke basilica, maar de zijbeuken zijn later omgevormd tot kapellen (ik neem aan in de zeventiende eeuw). Bijgevolg is de kerk tegenwoordig eenbeukig. De kapellen zijn niet erg interessant en een groot gedeelte van de originele Cosmatenvloer is in 1953 vervangen door een moderne marmeren vloer. De kerk heeft een verhoogd koor dat men kan bereiken via de trappen aan beide zijden. In het koor is een groter gedeelte van de originele vloer bewaard gebleven. Deze dateert van 1216 en werd hier gelegd tijdens een restauratie waarvoor Paus Honorius III (1216-1227) de opdracht gaf.

Het apsismozaïek is het hoogtepunt van de kerk. Bezoekers zullen geen enkele moeite hebben het te bewonderen: het licht is goed, er zijn geen kooromheiningen of baldakijns die het zicht blokkeren en men kan direct onder het mozaïek gaan staan. Het mozaïek was onderdeel van de restauratie van Paus Alexander en werd dus vermoedelijk in 1161 gemaakt. Daarmee dateert het uit grofweg dezelfde periode als het apsismozaïek dat men in de Santa Maria in Trastevere aantreft. Er zijn ook zeker wel overeenkomsten qua kleuren en symbolisme, maar het mozaïek in Trastevere is veel verfijnder en gedetailleerder, en ook veel groter. Dat betekent overigens niet dat het mozaïek in de Santa Francesca van slechte kwaliteit is. Integendeel, het is erg mooi. In het midden zien we een Madonna met Kind, met boven hen de Hand van God. Rechts staan Petrus en zijn broer Andreas, links Johannes en Jakobus (de Mindere?).

Apsismozaïek.

De graftombe van Paus Gregorius XI bevindt zich in deze kerk, maar helaas heb ik deze bij elk van mijn twee bezoeken aan de Santa Francesca Romana over het hoofd gezien. Gregorius was de paus die in 1377 het Pausdom vanuit Avignon terugbracht naar Rome. Deze gebeurtenis wordt herdacht op het reliëf van zijn graftombe, een werk van de beeldhouwer Pietro Paolo Olivieri (1551-1599) dat zo’n 200 jaar na de dood van Gregorius in 1378 werd gemaakt.

Icoon boven het altaar.

Vergeet ten slotte niet een blik te werpen op het icoon in de apsis boven het altaar. Volgens de overlevering werd dit door een deelnemer aan de Eerste Kruistocht genaamd Angelo Frangipani meegenomen uit Troas in het huidige Turkije.[1] Dit verhaal is waarschijnlijk verzonnen. Het icoon dateert uit de twaalfde eeuw en werd geschilderd door een kunstenaar uit de Toscaanse school. In 1950 werd ontdekt dat het eigenlijk gaat om een overschildering van een veel ouder icoon dat vermoedelijk uit de zesde eeuw dateert en zeer waarschijnlijk uit de Santa Maria Antiqua kwam. Het oorspronkelijke icoon zou zelfs ouder kunnen zijn dan de Madonna della Clemenza in de Santa Maria in Trastevere. Het oude en het nieuwe icoon werden van elkaar gescheiden en het oude icoon wordt nu in de sacristie bewaard. Helaas betekent dit dat bezoekers het niet meer kunnen bezichtigen, tenzij ze een afspraak maken.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 87;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 198-200;
  • Santa Francesca Romana op Churches of Rome Wiki.

Noot

[1] De kerk van Santi Apostoli in Florence heeft een soortgelijk verhaal over drie vuurstenen waarmee de lampen van het Heilige Graf in Jeruzalem zouden zijn aangestoken.

One Comment:

  1. Pingback: Rome: Santa Maria Antiqua – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.