De Grote Ludovisi Sarcofaag

De Grote Ludovisi Sarcofaag werd in 1621 gevonden nabij de Porta Tiburtina, een van de oostelijke poorten van de stad Rome. De grafkist werd vernoemd naar kardinaal Ludovico Ludovisi (1595-1632), een fanatieke verzamelaar van oudheden. De sarcofaag kan worden gedateerd op omstreeks 250-260, dus ze is iets jonger dan de eerder besproken Portonaccio Sarcofaag. Tegenwoordig kunnen we de sarcofaag bewonderen in het Palazzo Altemps, dat is vernoemd naar kardinaal Mark Sittich von Hohenems (1533-1595), een neef van Paus Pius IV (zie Rome: Santa Maria in Trastevere; “Hohenems” werd “Alt-emps”. Het Palazzo is een van de vier locaties van het Museo Nazionale Romano.

Net als bij de Portonaccio Sarcofaag weten we niet voor wie de grafkist was bedoeld. Het informatiebordje in het museum suggereert twee namen: ofwel Hostilianus, ofwel Herennius Etruscus. Beiden waren zonen van keizer Decius (249-251). Decius, bekend om zijn christenvervolgingen, stierf in de strijd tegen de Goten toen zijn leger in de Slag bij Abritus in de zomer van 251 werd verslagen. Hij was de eerste Romeinse keizer die op het slagveld stierf. Zijn zoon Herennius was bij hem en werd eveneens gedood. De lichamen van de beide mannen werden nooit teruggevonden. Hostilianus was vanwege zijn gebrek aan ervaring in Rome achtergebleven en stierf later dat jaar of het volgende jaar aan de pest.

Op de voorkant van de sarcofaag zien we een verwoede strijd tussen de Romeinen en ‘barbaren’, vermoedelijk Goten. De Romeinse ruiter in het midden is hoogstwaarschijnlijk de overledene (afbeelding rechts). Feitelijk doet hij niet mee aan de strijd: zijn hoofd is onbedekt en hij is niet eens bewapend. Waar de overledene een dunne baard heeft, zijn de meeste andere Romeinen op de voorstelling gladgeschoren. De dagen waarin volle baarden populair waren, onder Hadrianus en zijn opvolgers, waren duidelijk voorbij. De barbaren hebben uiteraard wel veel gezichtsbeharing en sterven allemaal op dramatische wijze.

Velen hebben de X op het voorhoofd van de overledene opgemerkt en vervolgens betoogd dat dit betekent dat de man een volgeling van Mithras was, een godheid die erg populair was onder soldaten. Een bron beweert zelfs dat “behind his head emerges the serpent of the god”. Dat is echt onzin: de zogenaamde slang is in werkelijkheid een draco, een drakenstandaard die door de Romeinse ruiterij werd gebruikt. Ik heb ook zo mijn twijfels over de bewering over Mithras, al was het maar omdat we maar zo weinig over deze cultus weten. Ik geef echter toe dat het een mogelijkheid is.

Een interessant detail van de sarcofaag is dat daarop twee Romeinse junior-officieren met muziekinstrumenten te zien zijn. Uiteraard werden die niet primair voor vermaak gebruikt, maar om militaire commando’s als “voorwaarts” of “terugtrekken” te communiceren. Links van de overledene zien we een tubicen. Het grootste gedeelte van zijn tuba wordt aan het zicht onttrokken door de ruiter met het zwaard rechts van hem. Kijk vooral naar de met lucht gevulde wangen van de man (afbeelding links): hij blaast echt op de tuba. Het is een prachtig detail dat ongetwijfeld door een meesterbeeldhouwer werd toegevoegd. De andere officier staat rechts van de overledene. Hij is een cornicen, een muzikant die de cornu – een soort hoorn – bespeelt.

Net onder de cornicen zien we een legioensoldaat die een lange maliënkolder draagt. Maliënkolders werden door de eeuwen heen door het Romeinse leger gebruikt. Dit type harnas bood tamelijk goede bescherming tegen stoten met het zwaard of de speer en het was relatief gemakkelijk te onderhouden. Tijdens het vroege Principaat werd een nieuw type harnas geïntroduceerd dat door moderne auteurs lorica segmentata wordt genoemd. Lorica segmentata was een soort uit stroken bestaand plaatharnas dat betere bescherming bood dan maliënkolders en ook iets lichter was. Een maliënkolder kon wel 10 tot 15 kilo wegen, een strokenpantser rond de 9 kilo. Het probleem met lorica segmentata was dat dit type harnas veel onderhoud vergde. Waarschijnlijk was dit ook de reden dat het in de derde eeuw weer werd afgeschaft (zie Goldsworthy, The Complete Roman Army, p. 126-129). Op de Portonaccio Sarcofaag en de zuil van Marcus Aurelius kunnen we het nog zien, maar op de Ludovisi Sarcofaag is het opvallend afwezig.

De legioensoldaat met de maliënkolder is waarschijnlijk een signifer, een standaarddrager. Hij heeft de stok van de standaard over zijn schouder gegooid en een van de medaillons op de stok (phalerae) is goed zichtbaar. Het bovenste gedeelte van de standaard is de gestrekte hand tussen de cornicen en de man in de rechter bovenhoek. Het onderste gedeelte van de standaard lijkt afgebroken te zijn.

One Comment:

  1. Pingback:Caracalla: De Jaren 213-214 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.