Brescia: Stad van pleinen

Standbeeld van Arnold van Brescia.

Als ik één ding ontdekt heb over Brescia, dan is het wel dat het een ongelooflijk fijne stad is om doorheen te wandelen. In deze bijdrage verzorg ik dan ook een woordelijke rondwandeling door het centrum van Brescia, waarbij de nadruk ligt op de vele mooie pleinen in verschillende stijlen die de stad rijk is. Een goede plek om de auto te parkeren is Parcheggio Arnaldo, waar je wagen veilig staat en de prijzen niet te hoog zijn. De parkeergarage ligt aan de langwerpige Piazzale Arnaldo en dat is het eerste plein dat in deze wandeling ter sprake komt.

Piazzale Arnaldo

De Piazzale Arnaldo is vernoemd naar de Augustijner kanunnik Arnold van Brescia (ca. 1090-1155). Deze had in Parijs bij de theoloog en filosoof Petrus Abelardus (ca. 1079-1142) gestudeerd. Volgens Arnold diende de Kerk zich uitsluitend met spirituele zaken bezig te houden en elk vorm van bezit te verwerpen. In zijn leer stond radicale armoede dan ook centraal, net zoals dat later bij Franciscus van Assisi (ca. 1182-1226) het geval zou zijn. Waar Franciscus echter zou uitgroeien tot een van de meest geliefde en beroemdste heiligen in de geschiedenis van de katholieke Kerk, eindigde Arnold op het schavot. Na meerdere malen verbannen te zijn sloot hij zich in 1145 aan bij de commune van Rome, een volksrepubliek die aanvankelijk werd geleid door Giordano Pierleoni, een broer van tegenpaus Anacletus II (zie Rome: Santa Maria in Trastevere). Die had weliswaar Paus Lucius II (1144-1145) buiten de stad weten te houden, maar werd niet lang daarna door het volk afgezet. In Arnold van Brescia vond het Romeinse volk vervolgens zijn spirituele leider.

Piazzale Arnaldo.

Met zijn immense gezag wist Arnold de opvolger van Lucius II, Paus Eugenius III (1145-1153), langere tijd buiten Rome te houden. Toen echter de Engelse paus Adrianus IV in 1154 aan de macht kwam, was het sprookje van de commune al snel voorbij. Adrianus plaatste Rome onder een interdict, waardoor het religieuze leven in de stad tot stilstand kwam. Dat was te veel voor het volk, dat besloot om Arnold uit Rome te verdrijven. Keizer Frederik Barbarossa, een bondgenoot van de paus, was inmiddels in Italië aangekomen voor zijn kroning en het was Frederik die Arnold liet arresteren en berechten. Na zijn veroordeling wegens rebellie werd hij in 1155 opgehangen. Zijn lichaam werd vervolgens verbrand en zijn as in de Tiber gegooid. Het monument voor Arnold van Brescia dat in 1882 op het naar hem vernoemde plein werd geplaatst kan in zekere zin als eerherstel worden gezien. Het bronzen beeld van de kanunnik is gemaakt door de beeldhouwer Odoardo Tabacchi (1831-1905). De reliëfs op de vier zijden van de sokkel vertellen verhalen uit het leven van de kanunnik en zijn eveneens van zijn hand. Antonio Tagliaferri (1835-1909), bekend van het santuario van Santa Maria delle Grazie in Brescia, ontwierp de imposante sokkel van het monument.

Mercato dei Grani, met daarachter de Sant’Afra in Sant’Eufemia.

Op het plein staat een enorm gebouw met de naam Mercato dei Grani. Dit was vroeger dus een graanmarkt. De Mercato dei Grani werd tussen 1820 en 1823 in neoclassicistische stijl gebouwd door de architecten Luigi Basiletti (1780-1859) en Angelo Vita. Het gebouw is 112 meter lang en 15 meter breed, en het telt 20 bogen. Achter de Mercato dei Grani staat de al even imposante kerk van Sant’Afra in Sant’Eufemia, die zeker 100 meter diep is. Bij deze kerk hoorde tot eind achttiende eeuw een klooster. De Piazzale Arnaldo is over de moestuin van dit klooster heen gebouwd. Langs de kerk loopt de Vicolo dell’Ortaglia, een lange steeg waarvan de naam nog naar de voormalige moestuin verwijst.

Piazza Tebaldo Brusato en Piazza Tito Speri

Palazzo Cigola Fenaroli.

De grote en rijkelijk van bomen voorziene Piazza Tebaldo Brusato ligt net ten noorden van de Piazzale Arnaldo. De ijswinkel op de hoek – Gelateria Brescia con Gusto – verkoopt uitstekende producten. Het plein is vernoemd naar een middeleeuwse edelman, die als lid van de Welfen een grote tegenstander was van bisschop Berardo Maggi, bisschop van Brescia tussen 1275 en 1308 (zie Brescia: De Duomo Vecchio). Brusato werd in 1311 geëxecuteerd in opdracht van Hendrik van Luxemburg, de latere Hendrik VII van het Heilige Roomse Rijk. Het feit dat er later een plein naar hem vernoemd werd, is voor de vermoorde edelman hooguit een schrale troost. Dat plein bestond overigens al in de twaalfde eeuw. Het werd toen vooral voor markten gebruikt. De drukte van die tijd heeft tegenwoordig plaatsgemaakt voor rust. Toen wij over het plein liepen, was er geen kip te bekennen. De Piazza Tebaldo Brusato zelf is niet echt bijzonder, maar het Palazzo Cigola Fenaroli uit de zestiende eeuw oogt fraai (zie de foto hiernaast).

Vanaf de Piazza Tebaldo Brusato lopen we richting het Museo di Santa Giulia, het gemeentemuseum dat ik eerder in vier delen besproken heb. Het museum ligt aan de Via dei Musei. Die straat is de oude decumanus maximus van Romeins Brescia, de straat die van oost naar west door een Romeinse stad liep. We volgen de Via dei Musei, lopen langs de resten van het Capitolium en het Romeinse theater, en passeren even verderop de kerk van Santa Maria della Carità. Via de Piazza Martiri di Belfiore komen we vervolgens op de Piazza (of Piazzetta) Tito Speri. Beide pleinen zijn qua geschiedenis nauw met elkaar verbonden: de held Tito Speri (1825-1853) was een van de martelaren van Belfiore. Hij speelde een hoofdrol tijdens de zogenaamde ‘Tien dagen van Brescia’ (dieci giornate di Brescia) in maart en april 1849. Brescia behoorde in die tijd tot het Koninkrijk Lombardije-Venetië, dat op zijn beurt weer onderdeel was van het Oostenrijkse Rijk. De keizer van Oostenrijk was tevens koning van Lombardije-Venetië. Als gevolg van het Italiaanse eenwordingsproces dat bekendstaat als de Risorgimento ontstond er echter verzet tegen de Oostenrijkse overheersing. In 1848 was het keizerlijke garnizoen al eens uit Brescia verdreven en in 1849 vond een nieuwe opstand plaats.

Standbeeld van Tito Speri.

Het tijdstip leek goed gekozen. Koning Karel Albert van Piëmont-Sardinië had de een jaar eerder met de Oostenrijkers gesloten wapenstilstand geschonden en een Oostenrijks leger onder leiding van graaf Radetzky moest het tegen hem opnemen. Er waren nog maar weinig keizerlijke troepen in Brescia en onder leiding van Speri kwam de stad in opstand. Helaas voor de opstandelingen hakte graaf Radetzky het leger van Karel Albert bij Novara in de pan. Het Oostenrijkse garnizoen wist stand te houden in het kasteel van Brescia en niet veel later stond een vers ontzettingsleger voor de poorten van de stad. Speri en de zijnen werden vervolgens van twee kanten aangevallen. Er werd bijzonder fel gevochten bij de Porta Torrelunga, waar later de Piazzale Arnaldo zou worden aangelegd, en bij de toekomstige Piazza Tito Speri. Uiteindelijk slaagden de Oostenrijkse troepen erin een doorbraak te forceren en op 1 april was heel Brescia weer in hun handen. De ‘Tien dagen van Brescia’ waren voorbij. Vanwege haar moedige verzet zou de stad in 1877 de bijnaam Leonessa d’Italia – de Leeuwin van Italië – verwerven.

En hoe verging het Tito Speri verder? De leider van het verzet wist te ontkomen naar Lugano in Zwitserland en vestigde zich later in Turijn, de hoofdstad van Piëmont-Sardinië. Toen in Brescia een amnestieregeling van kracht werd, keerde hij terug naar zijn geboortestad. Vanuit Brescia zette hij zijn verzetsactiviteiten tegen de Oostenrijkse overheersing voort, wat leidde tot zijn arrestatie en internering in het kasteel van San Giorgio in Mantova. Op 3 maart 1853 werd hij in Belfiore, thans een deel van Mantova, opgehangen. Zijn standbeeld op het naar hem vernoemde plein werd in 1888 onthuld. Het is een werk van Domenico Ghidoni (1857-1920).

Piazza Paolo VI en Piazza della Loggia

Als we vanaf de Piazza Tito Speri naar het zuiden lopen, komen we op de Piazza Paolo VI. Het plein is vernoemd naar de lokale held Paus Paulus VI (1963-1978) en heette eerder nog gewoon de Piazza Duomo. Op het plein staan de winter- en de zomerkathedraal van Brescia naast elkaar. Zowel de Duomo Vecchio als de Duomo Nuovo zijn al eerder op deze website besproken, zodat ik volsta met een verwijzing naar die eerdere bijdragen. Op het plein staat tevens het Palazzo Broletto, het stadspaleis waar ooit het stadsbestuur zetelde.

Piazza Paolo VI.

Volgen we vanaf de Piazza Tito Speri de Via dei Musei verder naar het westen, dan komen we spoedig bij de Torre Bruciata, de ‘verbrande poort’ waarvan de naam nog verwijst naar de inname van Brescia door de Fransen in 1512. Onder de poort bevindt zich de ingang naar het minuscule kerkje van San Faustino in Riposo, maar wij lopen door naar het volgende plein: de Piazza della Loggia. Op dit L-vormige plein worden vaak markten gehouden en dan is het er een drukte van jewelste. Brescia viel tussen 1426 en 1797 onder Venetiaans bestuur en het was dan ook de Venetiaanse podestà van de stad, Marco Foscari (ca. 1392-1467), die in 1433 het startschot gaf om het al langer bestaande middeleeuwse marktplein om te vormen tot modern plein in Venetiaanse stijl. Foscari was de broer van de Venetiaanse doge Francesco Foscari (1432-1457), de langstzittende doge uit de Venetiaanse geschiedenis (zie Venetië: Santa Maria Gloriosa dei Frari).

Piazza della Loggia, met rechts het Palazzo della Loggia en links de Monte di Pietà Vecchio en de Monte di Pietà Nuovo.

Blikvanger op het plein is het tussen 1492 en 1574 gebouwde Palazzo della Loggia, het huidige stadhuis van Brescia. Een van de eerste architecten was Filippo Grassi, die tot omstreeks 1510 aan het gebouw werkte. Vanwege de oorlog en de genoemde inname van Brescia door de Fransen in 1512 moest het werk worden stilgelegd. Toen de bouw in 1574 alsnog werd afgerond hadden architecten als Jacopo Sansovino (1486-1570), Andrea Palladio (1508-1580) en Lodovico Beretta (1518-1572) een bijdrage aan het Palazzo della Loggia geleverd. Het oorspronkelijke dak had de vorm van een scheepsromp. Soortgelijke daken vinden we in Padova en Vicenza, de stad waar Palladio vandaan kwam. Helaas ging dit dak al in 1575 door brand verloren. Het werd vervangen door een tijdelijke constructie, die pas in 1769 werd ingewisseld voor een nieuw dak van de hand van Luigi Vanvitelli (1700-1773). Het huidige dak dateert van 1914 en heeft wederom de vorm van een scheepsromp. Het dak is goed te zien vanaf het kasteel van Brescia.

Het dak van het Palazzo della Loggia, gezien vanaf het kasteel van Brescia.

De gebouwen aan de zuidzijde van het plein zijn de Monte di Pietà Vecchio en de Monte di Pietà Nuovo. Filippo Grassi bouwde tussen 1484 en 1489 het eerstgenoemde stadspaleis, waarvan de naam letterlijk het ‘oude pandjeshuis’ betekent. Het nieuwe pandjeshuis ernaast verrees tussen 1596 en 1600, en werd ontworpen door Pier Maria Bagnadore (1550-1627). Aan de oostkant van het plein vinden we de Torre dell’Orologio, een klokkentoren die werd ontworpen door de reeds genoemde Lodovico Beretta. Onder de toren loopt een loggia die vanaf 1595 door Bagnadore werd toegevoegd, en die van noord naar zuid een lengte van bijna 350 meter heeft. Boven op de toren staan Tone e Batista, die ieder uur met hun hamer op de bronzen bel slaan. Als de Màcc de le ure – de ‘zotten van de uren’ – doen ze hun werk al sinds 1581. In wezen is de Torre dell’Orologio in Brescia een kleinere variant van de gelijknamige toren in Venetië. Omdat Brescia tot 1797 onder Venetiaans bestuur viel, stond op het plein oorspronkelijk ook een zuil met de leeuw van de heilige Marcus. In het genoemde jaar werd die zuil verwijderd en sinds 1864 staat op haar plaats het monument voor Bella Italia, officieel ter nagedachtenis aan de gevallenen van de ‘Tien dagen van Brescia’.

De Torre dell’Orologio (rechts) en het monument voor Bella Italia (links).

Piazza della Vittoria en Piazza Moretto

Op 28 mei 1974 ontplofte er tijdens een antifascistische demonstratie op de Piazza della Loggia een bom. Er vielen 8 doden en 102 gewonden. De daders behoorden tot de fascistische Ordine Nuovo, en in die zin is het ironisch dat het plein ten zuiden van de Piazza della Loggia wordt gedomineerd door gebouwen in fascistische stijl. Deze Piazza della Vittoria is niettemin fascinerend. De naam van het plein verwijst naar de Italiaanse overwinning tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voorheen was dit gedeelte van de stad het kwartier van de vishandelaren (pescherie), maar dat ging tegen de vlak voor het nieuwe plein, dat tussen 1929 en 1932 werd aangelegd door de architect Marcello Piacentini (1881-1960). De opvallendste gebouwen zijn het postkantoor aan de noordzijde en de allereerste wolkenkrabber van Italië aan de westzijde van het plein. Deze toren – de Torrione INA genoemd – werd tussen 1930 en 1932 door Piacentini gebouwd voor het Istituto Nazionale Assicurazioni, het nationale verzekeringsinstituut. ‘Wolkenkrabber’ is overigens een nogal groot woord voor een gebouw dat net iets meer dan 57 meter hoog is.

Piazza della Vittoria.

Voor het postkantoor staat een witte toren met de naam Torre della Rivoluzione. Iets zuidelijker vinden we een stenen spreekgestoelte dat nog door Mussolini werd gebruikt. Nog iets zuidelijker, en aan de andere kant, werd een fontein aangelegd, oorspronkelijk voorzien van een beeld van de kunstenaar Arturo Dazzi (1881-1966). Hoewel het in de volksmond Il Bigio (‘De Grijze’) werd genoemd, was de officiële naam l’Era fascista, het Fascistische tijdperk. Het zal de lezer niet verbazen dat die naam na de Tweede Wereldoorlog niet echt lekker meer lag. In 1945 werd Il Bigio na diverse pogingen het te vernielen verwijderd en in een depot opgeslagen. Al sinds de jaren 50 wordt er echter geijverd voor terugkeer van het beeld naar het plein. Dit is uiteraard een gevoelige kwestie, en tot herplaatsing is het dan ook nog niet gekomen. Thans staat op een sokkel bij de fontein een beeld van zwart marmer van de hedendaagse kunstenaar Mimmo Paladino. Achter het beeld is Caffè Impero gevestigd, waar men een prima Apérol Spritz schenkt, inclusief een royale hoeveelheid knabbels als de klant lang moet wachten.

Piazza Moretto met de kerk van Sant’Angela Merici.

San Barnaba.

Vanaf het Piazza della Vittoria wandelen we ten slotte in een minuut of tien naar de Piazza Moretto, een plein dat natuurlijk is vernoemd naar de grote Bresciaanse schilder Alessandro Bonvicino (ca. 1498-1554/64), die de bijnaam Il Moretto had. Zijn werk is op deze website al veelvuldig besproken. Het standbeeld van de schilder op het plein werd in 1898 onthuld en is een werk van de eerder in deze bijdrage genoemde Domenico Ghidoni. In de omgeving van de Piazza Moretto is genoeg te doen. We vinden hier de Pinacoteca Tosio Martinengo met een indrukwekkende verzameling schilderijen en de kerk van Sant’Angela Merici. Die kerk ging eerder als de Sant’Afra en nog weer eerder als de San Faustino ad Sanguinem door het leven. Faustinus en Jovita, de beschermheiligen van de stad, zouden hier zijn onthoofd en begraven. Ten noorden van het plein, langs de Corso Magenta, staat het Auditorium di San Barnaba. Ooit was dit een kerk, maar tegenwoordig fungeert het gebouw als de stadsgehoorzaal. Tijdens de ‘Tien dagen van Brescia’ werd hier zwaar gevochten.

De wandeling langs de pleinen van Brescia is ontleend aan Evert de Rooij, Lombardije Oost, hoofdstuk 3. Veel informatie kwam uit de artikelen op het Italiaanse Wikipedia waarnaar in dit stuk gelinkt wordt. Informatie over Arnold van Brescia kwam hoofdzakelijk uit John Julius Norwich, De Pausen, Hoofdstuk XI.

2 Comments:

  1. Pingback:Brescia: Het Castello – – Corvinus –

  2. Pingback:Brescia: City of piazzas – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.