Brescia: De Duomo Vecchio

De Duomo Vecchio.

Gebroederlijk – of gezusterlijk – staan ze naast elkaar op de Piazza Paolo VI te Brescia: de oude Duomo, de nieuwe Duomo en het Palazzo Broletto, de zetel van het stadsbestuur in de Middeleeuwen met zijn imposante, 54 meter hoge Torre del Pegol. Deze bijdrage gaat over de Duomo Vecchio, die officieel de winterkathedraal van Santa Maria Assunta heet; aan de Duomo Nuovo zal ik een aparte bijdrage wijden. Beide gebouwen verschillen enorm van elkaar qua vorm, qua stijl en qua gebruikte materialen. Ik maak er geen geheim van dat ik de oude kathedraal veel mooier en interessanter vind dan de nieuwe, maar dat zal een kwestie van smaak zijn.

Geschiedenis

Dat een stad twee kathedralen heeft, is bijzonder, maar niet uniek. Het westelijker gelegen Milaan had er oorspronkelijk ook twee (zie Milaan: De Duomo). Wie in de zesde eeuw naar Brescia afreisde, kon daar naast elkaar de winterkathedraal van Santa Maria Maggiore en de zomerkathedraal van San Pietro vinden. De Santa Maria Maggiore beschikte over een crypte, de zogenaamde Crypte van San Filastrio, die in de zesde eeuw werd gecreëerd en in de negende eeuw werd gerestaureerd. Ergens in de elfde eeuw werd de Santa Maria Maggiore gesloopt. Het gebouw, dat de vorm van een klassieke, rechthoekige basilica had, werd vervangen door een rond gebouw in Romaanse stijl. De ronde vorm verklaart de huidige bijnaam van de Duomo Vecchio: La Rotonda. In de eerste helft van de twaalfde eeuw werd de nieuwe kathedraal voltooid. Van de Santa Maria Maggiore bleef alleen de genoemde crypte behouden (zie hieronder).

De Piazza Paolo VI, met de Duomo Vecchio, de Duomo Nuovo en het Palazzo Broletto.

Interieur van de Duomo Vecchio.

De bijnaam La Rotonda is niet helemaal terecht, want als gevolg van interventies die in de dertiende, vijftiende en zestiende eeuw werden uitgevoerd, is de kathedraal niet helemaal rond meer. Eind dertiende eeuw breidde bisschop Berardo Maggi, die hieronder nog ter sprake komt, het koor uit richting het oosten. Na 1490 zorgde de architect Bernardino da Martinengo voor een verdere uitbreiding. Tevens werden een dwarsschip en de Kapel van de Heilige Kruisen toegevoegd. Wie de Duomo Vecchio van boven bekijkt, bijvoorbeeld met Google Maps, ziet dat alleen het voorste gedeelte van het gebouw rond is.

Op 7 oktober 1571 boekte een christelijke vloot bij Lepanto een grote overwinning op de Turken. Deze overwinning werd behaald op de feestdag van Sint Justina van Padova, met als gevolg dat haar populariteit aanzienlijk steeg. Brescia had zelf met slechts twee schepen aan de slag deelgenomen, maar de stad stond ook al bijna anderhalve eeuw onder Venetiaans gezag en de Venetianen hadden een grote rol gespeeld in het gevecht. Het gevolg was dat ook de winterkathedraal van Brescia een kapel gewijd aan Sint Justina kreeg, gebouwd door de architect Giovanni Maria Piantavigna. Thans is dit de Kapel van het Allerheiligste Sacrament. De kathedraal had oorspronkelijk ook een klokkentoren, maar die is in 1708 ingestort en nooit herbouwd.

Crypte van San Filastrio.

Eind negentiende eeuw onderging de kathedraal een grootscheepse restauratie, geleid door Luigi Arcioni (1841-1918). Bij deze gelegenheid werden veel Barokke toevoegingen weer verwijderd en werd het Romaanse karakter van het gebouw hersteld. Sinds het einde van de twintigste eeuw heeft de Duomo Vecchio vooral vochtproblemen het hoofd moeten bieden. In 2010 liep bijvoorbeeld de crypte onder water. Nog steeds ruikt het er niet erg fris en is het er een stuk kouder dan in de rest van de kathedraal.

De Duomo Vecchio verkennen

De kathedraal ligt deels onder straatniveau, een gevolg van de verhoging van het plein voor de Duomo. Wie het gebouw binnengaat, komt terecht op de eerste verdieping en moet via een trap afdalen naar het schip van de kerk. De huidige ingang is dan ook niet de oorspronkelijke ingang: ze dateert van de verbouwingen van 1571 en kan dus aan Piantavigna worden toegeschreven. De plek van de oorspronkelijke ingang is binnen nog aangegeven met een steen met de tekst ANTICO INGRESSO ALLA ROTONDA. Hier is nu een doopkapel. Het moet gezegd worden dat de Duomo Vecchio een tamelijk donker gebouw is, waarbij ik gelijk aanteken dat dit meer geldt voor de eigenlijke Rotonda dan voor het dwarsschip en het koor. Het lange koor is zelf uitgesproken licht te noemen, al was het helaas tijdens ons bezoek in juli 2019 afgesloten in verband met werkzaamheden. In het gebouw zijn interessante kleurcontrasten waar te nemen: in de Rotonda domineert grijs, het dwarsschip heeft een oranje gloed en het koor is helder wit.

Graftombe van Berardo Maggi (detail).

Vlak tegenover de ingang vinden we direct een van de interessantste monumenten in de kathedraal: de graftombe van Berardo Maggi, bisschop van Brescia tussen 1275 en 1308. Maggi was niet alleen de belangrijkste geestelijke van de stad, maar ook haar wereldlijk leider. In 1298 maakte hij een einde aan de twisten tussen de Welfen en de Ghibellijnen in de stad, de traditionele aanhangers van respectievelijk de Paus en de Keizer van het Heilige Roomse Rijk. De door hem gestichte vrede is ook te zien op een van de zijden van de graftombe. Zie hier voor een afbeelding. Een uitgebreide verzameling afbeeldingen is hier te vinden.

Aan de andere zijde van de graftombe is Maggi zelf afgebeeld, languit liggend op zijn rug. Hij draagt de kazuifel en de bisschopsmijter en houdt een bisschopsstaf in zijn linkerhand. Met zijn rechterhand, waaraan nog een ring te zien is, geeft hij zijn zegen. Achter hem loopt een menigte in de begrafenisstoet. Helemaal links zijn de bisschoppen Apollonius en Filastrius van Brescia afgebeeld, verre voorgangers van Maggi uit de vierde eeuw. Uiterst rechts zien we Faustinus en Jovita, twee martelaren uit de tweede eeuw die uitgroeiden tot beschermheiligen van Brescia (zie Brescia: San Faustino in Riposo). Rondom de beeltenis van de bisschop zien we nog de symbolen van de vier evangelisten. Maggi stierf in 1308 en de graftombe moet niet lang daarna zijn gemaakt.

Graftombe van Lamberto Balduino della Cecca – Bonino da Campione.

Een van Maggi’s opvolgers was Lamberto Balduino della Cecca, afkomstig uit Bologna. Hij was tussen 1344 en 1349 bisschop van Brescia en ook hij kreeg een fraaie graftombe in de Duomo Vecchio. Deze vinden we in de galerij rondom het centrale vloergedeelte. Het monument is een werk van de beeldhouwer Bonino da Campione, van wie we eerder werk in Milaan en Padova hebben gezien. Het bovenste gedeelte van de graftombe wordt gevormd door een baldakijn met de Lijdende Christus (Christus Patiens) boven de beeltenis van de overleden bisschop. Hij ligt er in vol ornaat. Daaronder zien we een gedetailleerd reliëf van een Madonna met Kind en een reeks heiligen. Het Kind op de schoot van Maria geeft de knielende bisschop zijn zegen. Achter de bisschop staat Sint Laurentius. Helemaal links zien we Petrus (met de sleutels) en helemaal rechts Paulus (met het zwaard).

Als we afdalen naar de vloer van de kathedraal, kunnen we in de hoeken nog wat restanten van de mozaïekvloer van de oude, afgebroken Santa Maria Maggiore zien. Deze bestaan voornamelijk uit tekst en zijn niet heel bijzonder. Veel interessanter zijn de restanten van dezelfde vloer uit de Late Oudheid die we in het dwarsschip aantreffen. De huidige vloer van het dwarsschip is ronduit lelijk. Deze is namelijk gemaakt van rode tegels die niet zouden misstaan in de badkamer van de bisschop. In de vloer zijn echter met glas afgedekte gaten gemaakt waardoor we de oorspronkelijke vloer uit de zesde eeuw kunnen bewonderen. Vooral interessant is een stuk mozaïek met de tekst:

Vloer van de Santa Maria Maggiore.

SYRVS DIAC
H L T C S

Deze tekst geeft aan dat een diaken (diaconus) met de naam Syrus samen met de zijnen deze plek heeft verfraaid met mozaïeken (H L T C S staat voor hunc locum tessellavit cum suis). Rondom de tekst staan twaalf lammeren, ongetwijfeld een verwijzing naar de twaalf apostelen.

Koor en dwarsschip

Zoals hierboven reeds vermeld was het koor tijdens ons bezoek aan de Duomo Vecchio afgesloten wegens restauratiewerkzaamheden. Dat is heel jammer, want het betekende dat we geen blik konden werpen op het imposante altaarstuk, een Tenhemelopneming van de Maagd van de hand van de in Brescia zeer vereerde schilder Il Moretto (Alessandro Bonvicino; ca. 1498-1554/1564). Het paneel heeft een eigen pagina op het Italiaanse Wikipedia, met in het artikel ook een goede afbeelding. Op de steigers van de werkzaamheden was als schrale troost een groot doek opgehangen met een kopie van de Tenhemelopneming, maar zoiets haalt het natuurlijk niet bij het origineel. Mocht het koor weer opengesteld worden dan kunt u daar ook twee werken van Romanino (Girolamo Romani; ca. 1484-1566) zien, alsmede het middeleeuwse hoogaltaar (ingewijd in 1342), gemaakt van rood Veronamarmer.

Fresco’s uit de dertiende eeuw.

In het dwarsschip vinden we fresco’s van Tomasso Sandrini (ca. 1580-1630) en Francesco Giugno (1577-1621), maar veel interessanter zijn de fresco’s in Gotische stijl op het ribgewelf in het midden (zie de afbeelding hierboven). Die dateren namelijk nog van de dertiende eeuw en werden dus wellicht ten tijde van bisschop Maggi geschilderd. We zien een Lam Gods in het midden, omringd door de symbolen van de vier evangelisten. In de lunetten links en rechts zijn de Levensboom (links) en een aartsengel (rechts) afgebeeld.

Kapel van het Allerheiligste Sacrament.

In het linker gedeelte van het dwarsschip treffen we de Kapel van de Heilige Kruisen aan, gebouwd omstreeks 1495 door Bernardino da Martinengo, hierboven reeds genoemd, en sindsdien enkele malen verbouwd. Persoonlijk vond ik de Kapel van het Allerheiligste Sacrament aan de andere zijde interessanter. Als gezegd was deze oorspronkelijk gewijd aan Sint Justina. Toen echter in 1603 de sloop van de oude kathedraal van San Pietro begon om plaats te maken voor de Duomo Nuovo werd de Kapel van het Allerheiligste Sacrament in de eerstgenoemde kathedraal verplaatst naar de Duomo Vecchio. Het altaarstuk van de kapel is een stuk fresco van Paolo da Caylina de Oudere (gestorven na 1486). Het stelt de geseling van Christus voor en verkeert niet bepaald in topconditie. De schilderijen in de kapel zijn van de hand van Il Moretto. Aan de achterwand hangen bijvoorbeeld panelen met daarop de evangelisten Marcus en Lukas.

Crypte van San Filastrio

De reeds genoemde Crypte van San Filastrio bestond waarschijnlijk al in de zesde eeuw, maar werd in de negende eeuw gerestaureerd. Op 9 april van het jaar 838 liet bisschop Rampertus van Brescia de overblijfselen van zijn verre voorganger Sint Filastrius hier bijzetten. Ook Koning Lodewijk II van Italië werd hier na zijn dood in 875 enige tijd begraven, maar werd enige tijd later overgebracht naar de kerk van Sant’Ambrogio in Milaan. Bij de sloop van de Santa Maria Maggiore in de elfde eeuw werd de crypte gespaard, maar wel verkleind. Ook de uitbreiding van het koor vanaf 1490 had gevolgen voor de crypte, die moest worden aangepast.

Fresco’s in de crypte.

In 1572 werden de overblijfselen van Sint Filastrius naar de kathedraal zelf overgebracht en werd de crypte gesloten. Pas in 1871 werd ze heropend voor de eredienst. Haar huidige uiterlijk dankt ze aan de reeds genoemde Luigi Arcioni. Interessant is dat een informatiepaneel vermeldt dat hier op 15 september 1943 het constituerend beraad van het Comitato di Liberazione Nazionale, het Comité voor de Nationale Bevrijding, plaatsvond. Dit was een bonte verzameling van christendemocraten, socialisten, communisten en liberalen die na de overgave van Italië aan de Geallieerden en de daaropvolgende Duitse inval het verzet tegen de Nazi’s leidde. De vergadering vond plaats onder bescherming van de toenmalige bisschop van Brescia, Giacinto Tredici (1934-1964).

In de crypte zijn nog enkele middeleeuwse schilderingen te vinden. Hiervan zijn alleen die op het ribgewelf redelijk bewaard gebleven. Ze stellen de aartsengel Michaël en de bisschoppen Filastrius, Gaudentius en Apollonius voor, allemaal actief in de vierde eeuw en allemaal als heiligen vereerd. De schilderingen dateren van de dertiende eeuw. Wellicht zijn ze gemaakt onder bisschop Berardo Maggi, mede gelet op het feit dat Apollonius en Filastrius ook op diens graftombe zijn afgebeeld (zie hierboven). De zuilen en kapitelen in de crypte zijn voornamelijk spolia, hergebruikt materiaal uit de Romeinse tijd.

Bronnen

3 Comments:

  1. Pingback:Brescia: Santi Nazaro e Celso – – Corvinus –

  2. Pingback:Brescia: De Duomo Nuovo – – Corvinus –

  3. Pingback:Brescia: The Duomo Vecchio – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.