Brescia: Santi Nazaro e Celso

Santi Nazaro e Celso.

De kerk van Santi Nazaro e Celso is gewijd aan twee tamelijk obscure heiligen, Nazarius en Celsus. Hun overblijfselen zouden door Sint Ambrosius van Milaan (ca. 340-397) zijn opgegraven op het kerkhof rondom de door Ambrosius gestichte Basilica Apostolorum. Die basiliek werd later omgedoopt tot de San Nazaro in Brolo. Of Nazarius en Celsus echt bestaan hebben, is nogal twijfelachtig. Niettemin genoten de twee heiligen een zekere populariteit die zich tot buiten Milaan uitstrekte. Ook in het ten oosten van Milaan gelegen Brescia vinden we dus een aan hen gewijde kerk. Deze behoort zelfs tot de grootste van de stad. Het gebouw is werkelijk enorm, en vanwege de vele kunstschatten beslist een bezoek waard.

Geschiedenis

Al in de dertiende eeuw beschikte Brescia over een aan Nazarius en Celsus gewijd heiligdom. Dit was echter van bescheiden omvang en stond niet op precies dezelfde plek als de huidige kerk. De kern van deze kerk werd begin veertiende eeuw gebouwd door Berardo Maggi, de toenmalige bisschop van de stad (1275-1308). Zijn fraaie graftombe vinden we in de Duomo Vecchio. Maggi stelde een kapittel in dat de kerk moest beheren. Dit kapittel was verantwoordelijk voor een grote verbouwing en uitbreiding van de kerk in de vijftiende eeuw, vermoedelijk tussen 1455 en 1485. Tijdens deze periode zal ook het fraaie drieluik van Paolo da Caylina de Oudere zijn geschilderd, dat thans in de sacristie hangt en hieronder nog aan de orde komt.

Altobello Averoldi en Giovanni Ducco.

Een zeer belangrijke speler in de vroege zestiende eeuw was Altobello Averoldi (1468-1531), proost van het kapittel en bisschop van Pula in Kroatië. Hij gaf de Venetiaanse schilder Titiaan de opdracht het Averoldi Veelluik te schilderen, dat thans het topstuk van de kerk is. Samen met zijn voorganger Giovanni Ducco en andere proosten is Averoldi afgebeeld op de muren van de kapittelzaal. Als er een gids in de kerk aanwezig is, kunt u deze zaal op verzoek bezichtigen. De muurfresco’s worden toegeschreven aan Floriano Ferramola (ca. 1478-1528), al is daar geen concreet bewijs voor. Ook de kunstenaars Romanino (Girolamo Romani; ca. 1484-1566) en Il Moretto (Alessandro Bonvicino; ca. 1498-1554/1564) werden ingehuurd om de kerk te verfraaien.

In de tweede helft van de achttiende eeuw werd de kerk compleet herbouwd. Dit project kan vrijwel volledig op het conto worden geschreven van de proost Alessandro Fè d’Ostiani (1716-1791), die in 1746 als hoofd van het kapittel aantrad. Niet ten onrechte werd zijn buste aan de nieuwe, neoclassicistische gevel toegevoegd. In 1753 werd met de herbouw begonnen, maar de eerste architect bleek niet op zijn taak berekend. Hij werd vervangen door Antonio Marchetti (1724-1791). Die was aanzienlijker competenter, maar kon natuurlijk niets uitrichten toen in 1769 een voorraad van 90.000 kilo buskruit, opgeslagen in een bastion bij de Porta San Nazaro, ontplofte. De naam van deze stadspoort geeft al aan dat hij niet ver van de kerk stond. Wat er nog overeind stond van het oude gebouw werd vrijwel weggevaagd en de nieuwbouw liep zware schade op. Toch kon het project worden hervat en in 1780 werd de kerk voltooid.

Exterieur en interieur

Interieur van de kerk.

Als gevolg van de herbouw is de Santi Nazaro e Celso een gebouw dat een architecturale eenheid uitstraalt. Zowel het exterieur als het interieur zijn in de neoclassicistische stijl. In de eerste plaats valt op hoe groot het gebouw is. Omdat het niet aan een plein staat, maar gewoon aan de Corso Giacomo Matteotti, is het lastig om de gevel goed te bezichtigen. Een goede foto ervan maken is al helemaal een beproeving (zie mijn poging hierboven). Gelukkig is deze gevel ook niet zo heel interessant. We zien de bekende Korinthische zuilen, een fronton met de letters D.O.M. (Deo Optimo Maximo), beelden van Christus en heiligen en het reeds genoemde borstbeeld van Alessandro Fè d’Ostiani.

Wie de kerk binnengaat, komt eerst in een narthex of voorhal. Van daaruit betreedt men het schip. Omdat de kerk eenbeukig is, is dit een enorme open ruimte. Aan weerszijden van het schip vindt men vijf kapellen. Het kerkinterieur is dankzij de witte kleuren en vele ramen behoorlijk licht. Wederom vallen de Korinthische zuilen direct op. Achter in de kerk, in het koor en boven het hoogaltaar, ziet men het Averoldi Veelluik hangen. Gelukkig mag men het koor betreden, wat niet in elke kerk is toegestaan, en kan men dus dicht bij het kunstwerk komen. Sterker nog, de beheerders hebben zelfs een trapje neergezet, zodat men nagenoeg recht voor het paneel kan gaan staan.

Het Averoldi Veelluik – Titiaan.

Het Averoldi Veelluik

Het veelluik werd als gezegd gemaakt in opdracht van de proost Altobello Averoldi. Averoldi was sinds 1517 ook de pauselijke gezant in Venetië, woonplaats van de schilder Titiaan (1488-1576). Die voltooide het veelluik in 1522, een datum die rechtsonder op het paneel te lezen is. Op de zuil waarop Sint Sebastiaan staat, staat namelijk TICIANVS FACIEBAT / MDXXII, oftewel “Titiaan maakte dit (werk) in 1522”. Op het centrale paneel zien we de herrezen Christus. Hij heeft een banier in zijn rechterhand en zweeft als het ware boven zijn graf. Aan de kleuren van de achtergrond is te zien dat de wederopstanding bij het ochtendgloren plaatsvindt. Rondom het graf zien we nog twee verbijsterde soldaten en op de achtergrond de toren van een stad.

De kleine panelen links- en rechtsboven vormen samen één voorstelling, te weten van de Annunciatie. De aartsengel Gabriël houdt een banier vast met daarop de Latijnse woorden AVE [MARIA] GRATIA PLENA, “wees gegroet [Maria] vol van genade”. De panelen links- en rechtsonder zijn bijna driemaal zo groot. Linksonder zien we de knielende Altobello Averoldi samen met Nazarius en Celsus. Vermoedelijk is Nazarius de man in de wapenrusting met de rode cape. Rechtsonder is als gezegd Sint Sebastiaan afgebeeld, die op uiterst vreemde, asymmetrische wijze aan een boom is vastgebonden en met zijn voet op een stuk zuil rust. Zijn lichaam is getroffen door een enkele pijl. De heilige draagt slechts een lendendoek en lijkt opvallend veel op de Christus van het centrale paneel. Onder zijn rechterknie is een blonde engel in een wit gewaad afgebeeld. Veel minder goed zichtbaar is de tweede heilige achter de engel. Het gaat om Sint Rochus, die samen met Sebastiaan tot de pestheiligen wordt gerekend.

Overige bezienswaardigheden

Madonna met Kind en Sint Laurentius en Sant’Augustinus – Paolo da Caylina de Oudere.

En over Sint Rochus gesproken: de dienstdoende gids wees ons bij ons bezoek aan de kerk op een mooi beeld van deze heilige in de eerste kapel rechts (mogelijk staat het er niet permanent; zie de laatste afbeelding in deze bijdrage). Het beeld is beschilderd en de kleuren ogen nog bijzonder fraai. Wie echter om Sint Rochus heenloopt, ziet dat de achterzijde nooit is voltooid. Dat neemt niet weg dat de details bijzonder mooi zijn. Let op de tekenen van de pest op de ontblote dij van Rochus en de hond met het brood in de bek.

Hierboven is reeds melding gemaakt van een werk van Paolo da Caylina de Oudere (gestorven na 1486). Deze schilder was de zwager van de bekendere schilder Vincenzo Foppa (ca. 1427-1515). Zijn drieluik, dat men als gezegd vindt in de sacristie, werd gemaakt tussen 1460 en 1480. Het centrale paneel toont een Madonna met Kind en twee engelen. Op de zijpanelen zien we Sint Laurentius (links) en Sint Augustinus (rechts). Laurentius was een diaken die in 258 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen van de Romeinse keizers Valerianus en Gallienus (zie Rome: San Lorenzo in Lucina). Het ijzeren rooster waarop hij levend zou zijn geroosterd is duidelijk op het linkerpaneel te zien. Augustinus was de bisschop van Hippo in Noord-Afrika. Hij is ook afgebeeld als een bisschop, met een kazuifel en bisschopsstaf. De voorwerpen aan de voeten van de beide heiligen zijn attributen van schoenmakers en leerbewerkers. Zij gaven de opdracht het drieluik te vervaardigen.

Kroning van de Maagd – Il Moretto.

De Santi Nazaro e Celso bezit nog een aantal werken van de grote schilder Il Moretto. Diens echte naam was Alessandro Bonvicino. Hij werd geboren in het plaatsje Rovato tussen Brescia en Bergamo en leerde schilderen van de al genoemde Floriano Ferramola. Mogelijk was hij ook enige tijd een leerling van Vincenzo Foppa. Curieus is dat zijn sterfjaar niet bekend lijkt te zijn. Zijn laatste (bekende) werken dateren van 1554, hetgeen sommigen – onder wie de beheerders van de kerk – doet concluderen dat hij rond dat jaar gestorven is. Anderen gaan echter uit van 1564.

Sint Rochus en zijn hond.

Een fraai werk van zijn hand in de kerk is de Kroning van de Maagd, te vinden in de tweede kapel links (zie de afbeelding links). Het werd rond 1534 geschilderd. In de hemel kroont Christus zijn moeder, onder het toeziend oog – op een apart paneel – van God de Vader. Onder de Kroningsscène zijn vier heiligen afgebeeld. De aartsengel Michaël lijkt nauwelijks in het hemelse gebeuren geïnteresseerd. Hij richt zich op het doden van een monster dat het kwaad representeert. De Kroning heeft wel de aandacht van Jozef en Franciscus van Assisi. De bisschop rechts is Sint Nicolaas (met appeltjes van oranje in zijn hand?). Het altaarstuk is eigenlijk een vijfluik, iets waar het aparte paneel met God de Vader al op wees. De kleine panelen met de aartsengel Gabriël, de Maagd Maria (samen weer de Annunicatie) en de Aanbidding der Herders worden echter niet in de kerk tentoongesteld.

In de derde kapel rechts hangt ook een werk van Il Moretto, te weten een doek met een Lijdende Christus, Mozes en Salomon (ca. 1541-1542). In de vierde kapel links vinden we een Aanbidding der Herders met Nazarius en Celsus van dezelfde schilder (ca. 1540). De kerk bezit ook nog enige werken uit de zeventiende en achttiende eeuw, maar deze zijn aanzienlijk minder interessant.

Bronnen

One Comment:

  1. Pingback:Brescia: Santi Nazaro e Celso – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.