Verona: de graftomben van de Scaligeri

Graftombe van Cangrande I della Scala.

Tussen 1263 en 1387 werd de stad Verona bestuurd door leden van de familie Della Scala, ook wel de Scaligeri genoemd. De dynastie van de Scaligeri werd gesticht door Leonardino della Scala, een condottiero (huurlingenaanvoerder) die de bijnaam Mastino (‘mastiff’) had gekregen. Hij verwierf de ambten van podestà en capitano del popolo en heerste over de stad en de omliggende gebieden totdat hij in 1277 werd vermoord. Rondom Verona vinden we in diverse stadjes kastelen en burchten die Castello Scaligero of Rocca Scaligera worden genoemd, bijvoorbeeld in het pittoreske Sirmione of het stadje Soave in de Veneto. Het zijn monumenten die getuigen van de expansiedrang van de familie. Voor hun zielenheil bezochten de leden van de familie de kleine kerk van de Santa Maria Antica vlak naast de Piazza dei Signori, waar in de veertiende eeuw hun familiepaleis verrees, het Palazzo di Cansignorio. De Santa Maria Antica werd al in de achtste eeuw gebouwd ten tijde van de Longobardische overheersing van Italië (568-774). De huidige kerk dateert van de twaalfde eeuw. De kerk zelf is niet zo interessant, maar de graftomben van de Scaligeri ernaast zijn dat zeer zeker wel. In het Italiaans spreekt men van de Arche Scaligere.

Graftomben

Mastino I della Scala was in zekere zin de opvolger van Ezzelino III da Romano (1194-1259), die als luitenant van de Duitse keizer Frederik II van Hohenstaufen over Padova, Vicenza, Verona en Treviso had geheerst (zie Veneto: Monselice). Net als Ezzelino steunden Mastino en zijn opvolgers de keizerlijke partij in Italië, die van de Ghibellijnen. Afgaande op zijn bijnaam kan Mastino nooit een erg aangenaam heerschap zijn geweest. Samen met zijn broer en opvolger Alberto I della Scala was hij onder meer verantwoordelijk voor de moord op 166 Katharen, leden van een ketterse sekte die publiekelijk in de Arena van Verona verbrand werden. Van Mastino’s graftombe is alleen de sarcofaag bewaard gebleven, die tegen de buitenmuur van de Santa Maria Antica staat. Om de hoek staat een andere sarcofaag die mogelijk in opdracht van Alberto (gestorven in 1301) is gemaakt, maar kennelijk is dit niet helemaal zeker. Op de sarcofaag is een ruiter afgebeeld tussen Jezus Christus en de Maagd Maria. Op het deksel zien we de Duitse adelaar tussen twee ladders. Die ladders zijn natuurlijk een verwijzing naar de familienaam ‘Della Scala’.

Kerkje van Santa Maria Antica. In het midden, tegen de muur, staat de sarcofaag van Mastino I della Scala. Op de spits staat het ruiterstandbeeld van Cangrande I della Scala (althans de kopie ervan).

Graftombe, mogelijk gemaakt in opdracht van Alberto I della Scala.

Alberto werd als heer van Verona opgevolgd door zijn zoons Bartolomeo (1301-1304), Alboino (1304-1311) en Francesco (1311-1329). De sarcofagen van Bartolomeo en Alboino staan op het pleintje naast de kerk, tegenover de sarcofaag van Mastino I. Bartolomeo is vooral bekend omdat hij de beroemde dichter Dante Alighieri (ca. 1265-1321 onderdak verleende in Verona nadat deze uit Florence verbannen was (zie Ravenna: Tombe van Dante). Datzelfde deed Francesco, en Dante noemt hem dan ook meerdere malen in zijn Divina Commedia (Goddelijke Komedie). De band tussen de dichter en de Scaligeri verklaart waarom we het standbeeld van Dante op de Piazza dei Signori vinden.

Palazzo di Cansignorio op de Piazza dei Signori.

Piazza dei Signori met het standbeeld van Dante.

Francesco della Scala is in de geschiedenisboeken doorgaans terug te vinden onder zijn bijnaam Cangrande, wat ‘grote hond’ betekent. Hij was een grote, sterke man die veel roem verwierf op het slagveld, onder meer in de strijd tegen de aanhangers van de Paus, de Welfen. In 1329 stief hij na een kort ziekbed. Zijn graftombe is boven de ingang van de Santa Maria Antica geplaatst (zie de eerste afbeelding van deze bijdrage). Onderaan zien we weer de schilden met de ladders, die ditmaal worden vastgehouden door honden. Daartussen is een plaquette bevestigd met een Latijnse tekst, waarin de naam van Cangrande (Canis Grandis) te lezen is. Dan volgt een sarcofaag met de verrijzenis van Christus tussen de Maagd Maria en een engel. Op de sarcofaag staat een bed waarop de liggende gestalte van de overledene waar te nemen is. Ten slotte siert een ruiterstandbeeld van Cangrande de spits boven de ingang. Het beeld is overigens een kopie; het origineel (toegeschreven aan de veertiende-eeuwse beeldhouwer Giovanni di Rigino) vindt men in het Castelvecchio, waar men de opmerkelijke glimlach van de ruiter van dichtbij kan bewonderen.

Cangrande I della Scala – Giovanni di Rigino.

Graftombe van Mastino II della Scala.

Cangrande della Scala werd opgevolgd door zijn neven Mastino en Alberto della Scala, zonen van zijn broer Alboino. Mastino II (1329-1351) was dapper, maar onbesuisd. Hij verloor na aanvankelijke successen veel van het grondgebied dat zijn voorouders bij elkaar hadden veroverd. Zijn grote graftombe is nog aanzienlijk fraaier dan die van zijn oom. De sarcofaag van de overledene staat onder een stenen baldakijn met gebeeldhouwde Bijbelse voorstellingen en beelden van heiligen onder hun eigen afdakjes. Bovenop staat het ruiterstandbeeld van Mastino, overigens wederom een replica. Het beeldhouwwerk is fantastisch. Let bijvoorbeeld op de voorstelling van de dronkenschap van Noah (Genesis 9:20-23). Daarboven zien we weer het schild met de ladder en een gevleugelde helm met hondenkop. Alberto II della Scala stond gedurende zijn gehele regering (1329-1352) in de schaduw van zijn broer. Hij kreeg daarom niet zo’n mooie graftombe als Mastino. Sterker nog, op het terrein staat helemaal geen tombe of sarcofaag van hem.

Mastino II werd opgevolgd door zijn zoon Cangrande II della Scala, die tussen 1351 en 1359 over Verona heerste, waarvan het eerste jaar samen met zijn oom Alberto II. Het was Cangrande II die het al genoemde Castelvecchio met de beroemde bijbehorende brug liet bouwen. Verder deed hij weinig voor Verona, en in 1359 werd hij door zijn broer Cansignorio (‘edele hond’) uit de weg geruimd. Cangrande II kreeg geen praalgraf, maar de sarcofaag naast die van Bartolomeo en Alboino is vermoedelijk van hem. Daar weer naast staat de grote graftombe van Cansignorio, die tot aan zijn dood in 1375 over Verona heerste en het Palazzo di Cansignorio liet bouwen (zie de foto hierboven). De graftombe is het werk van de beeldhouwer Bonino da Campione, van wie we eerder werk hebben gezien in Milaan en Brescia. Opvallend aan het monument is dat het zeshoekig is. Verder is de sarcofaag van de overledene omringd door beelden van soldatenheiligen, onder wie natuurlijk Sint Joris en Sint Maarten. Het ruiterstandbeeld boven op de graftombe is opmerkelijk eenvoudig uitgevoerd. Cansignorio draagt een maliënkolder met daar overheen een hemd waarop de ladder van de Scaligeri te zien is. Zijn helm is allesbehalve uitbundig en de ruiter heeft geen schild. Het paard heeft op zijn beurt geen dekkleed. Het contrast met de beelden van Cangrande I en Mastino II is groot.

Dronkenschap van Noah op de graftombe van Mastino II della Scala.

Enkele graftomben van de Scaligeri; de grote graftombe is van Cansignorio.

Mastino II della Scala / Sint Maarten / Cansignorio della Scala.

Graftombe van Giovanni della Scala.

De laatste graftombe op het terrein hoort daar eigenlijk niet thuis. Het gaat om de tombe van Giovanni della Scala (ca. 1325-1359). Hij was een kleinzoon van Bartolomeo della Scala, een buitenechtelijke zoon van diens zoon Francesco. Giovanni diende onder Cangrande II della Scala en werd na zijn dood begraven in de kerk van San Fermo Maggiore. In 1831 werd de graftombe daar verwijderd en overgebracht naar de Santa Maria Antica. Het monument wordt toegeschreven aan een navolger van de Venetiaanse beeldhouwer Andriolo de Santi.

Hoe liep het af met de familie Della Scala in Verona? Niet zo best. Cansignorio werd opgevolgd door zijn buitenechtelijke zonen Bartolomeo II en Antonio I della Scala. In 1381 werd de eerstgenoemde vermoord, zeer waarschijnlijk in opdracht van de laatstgenoemde. Antonio werd op zijn beurt in 1387 afgezet door Gian Galeazzo Visconti, heer van Milaan. In 1404 wist Guglielmo della Scala, een natuurlijke zoon van Cangrande II, zich van de stad meester te maken. Tien dagen later was hij dood, waarna de stad kortstondig onder Padova viel. Padova werd vervolgens in 1405 verslagen door Venetië, waarna de stad tot 1797 onder de heerschappij van de Republiek Venetië stond.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.