Verona: Santa Anastasia

Santa Anastasia.

Opmerkelijk genoeg is de grote basiliek van Santa Anastasia in Verona niet gewijd aan de gelijknamige heilige. In plaats daarvan is het immense godshuis gewijd aan Petrus van Verona, ook bekend als Petrus de Martelaar. Deze Dominicaanse prediker, inquisiteur en vervolger van ketters werd in 1252 door een huurmoordenaar uit de weg geruimd en reeds het volgende jaar door Paus Innocentius IV (1243-1254) heilig verklaard. Men vindt zijn graftombe in Milaan. In Verona bouwden de Dominicanen eind dertiende eeuw een aan hun martelaar gewijde kerk op de plaats waar al sinds enkele eeuwen een veel kleinere kerk stond die was gewijd aan de heilige Anastasia, een nogal obscure martelares van de Balkan aan wie ook een bekende kerk in Rome is gewijd. Officieel schijnt de grote basiliek de kerk van San Pietro da Verona in Santa Anastasia te heten. Om begrijpelijke redenen spreekt vrijwel iedereen liever gewoon van de Santa Anastasia. Het kleine – en al lang geleden geseculariseerde – kerkje naast de Santa Anastasia heet overigens de San Pietro Martire. De Dominicanen gebruikten dit kerkje in de dertiende en veertiende eeuw terwijl ze bouwden aan de gigantische basiliek ernaast.

Geschiedenis

Het is niet precies bekend wanneer de eerste kerk van Santa Anastasia werd gebouwd. De meeste bronnen stellen dat dit in de Longobardische tijd moet zijn gebeurd, dus ergens tussen 568 en 774. De kerk zou in de daaropvolgende periode, toen de Longobarden waren verslagen door de Franken, zijn opgenomen in een grotere kerk, gewijd aan de Franse heilige Remigius van Reims. De beide kerken stonden aan de decumanus maximus, de straat die van oost naar west door het Romeinse Verona liep en de voortzetting vormde van de Via Postumia, een belangrijke Romeinse weg. Achter de kerken lag een brug over de rivier de Adige, de inmiddels verdwenen Pons Postumius. Het terrein werd al in 1260 door de bisschop van Verona toegewezen aan de broeders van de Orde der Dominicanen, die zich enkele decennia daarvoor net buiten de stadsmuren hadden gevestigd. Vermoedelijk wijdden de Dominicanen zich eerst aan de bouw van het naastgelegen klooster (dat ze in 1807 moesten verlaten). Omstreeks 1290 begon de bouw van de tweede Santa Anastasia.

Santa Anastasia en San Pietro Martire.

Het is niet bekend wie de architect of architecten van de nieuwe basiliek waren, maar vaak worden twee Dominicaner broeders genoemd, Benvenuto van Bologna en Nicola van Imola. Een belangrijke beschermheer van het project was de condottiero (huurlingenaanvoerder) Guglielmo da Castelbarco (gestorven in 1320). Hij was een vriend van Cangrande I della Scala, die tussen 1311 en 1329 over Verona heerste. Zijn graftombe buiten de kerk is nog altijd te bewonderen (zie hieronder). De bouw van de Santa Anastasia nam zo’n twee eeuwen in beslag. De nieuwe kerk werd in 1471 gewijd, maar ook daarna vonden nog verschillende bouwwerkzaamheden plaats. De opvallende klokkentoren, met een hoogte van zo’n 72 meter, werd in de vijftiende eeuw voltooid. Wat echter nooit voltooid werd, was de gevel. Hoewel we hierop wel enige decoratie kunnen ontwaren, zien we toch hoofdzakelijk baksteen en lege plekken waar gebeeldhouwde reliëfs hadden kunnen worden bevestigd. De Santa Anastasia is ondanks het gebrek aan externe versieringen zeer indrukwekkend. Het gaat hier dan ook om de grootste kerk in heel Verona.

De Santa Anastasia aan de overzijde van de Adige.

Exterieur

De dubbele ingang van de kerk is omgeven door een portaal met een fraaie Gotische boog in de kleuren wit, roze en grijs. In de lunetten boven de ingang zien we drie vervaagde fresco’s. De maker van de fresco’s in niet bekend, maar mogelijk gaat het om een leerling van Stefano da Verona (ca. 1379-1438). Onder de fresco’s zijn zes reliëfs bevestigd met evenzovele voorstellingen uit het leven van Jezus Christus. De reliëfs worden geflankeerd door beeldjes van twee heiligen, links Sint Anastasia en rechts Sint Catharina van Alexandrië (let op het rad, haar vaste attribuut). In het midden staat een groter beeld van de Madonna met het Kind.

Fresco’s en reliëfs boven de ingang.

Rechts van de ingang zijn twee reliëfs bevestigd waarop we de moord op Petrus van Verona (boven) en een preek van diezelfde Petrus (beneden) zien. Onder het reliëf met de moord staat de Latijnse tekst:

EX COMO MEDIOLANVM REDIENS INTINERE OCCIDOR
(“Ik word gedood op de weg terug van Como naar Milaan”)

Graftombe van Guglielmo da Castelbarco (links) en reliëf met de moord op Petrus van Verona (rechts).

Op een poort tussen de Santa Anastasia en de San Pietro Martire staat de imposante graftombe van de al genoemde Guglielmo da Castelbarco. Het monument wordt toegeschreven aan de beeldhouwer Rigino di Enrico. Hij was de vader van Giovanni di Rigino, de man die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor het ruiterstandbeeld van Cangrande I della Scala dat thans in het Castelvecchio staat. De graftombe toont de condottiero op zijn sterfbed onder een baldakijn. Zijn zwaard ligt op zijn borst, met zijn handen eroverheen. Op de zijkant van de sarcofaag is de overledene nogmaals afgebeeld, nu knielend voor de Madonna met het Kind. Op het wapenschild van de familie rechts is een griffioen te zien.

Interieur van de Santa Anastasia.

Interieur

De kerk wordt binnen door grote zuilen verdeeld in een middenschip en twee zijbeuken. De kapellen in de zijbeuken zijn eerder ondiepe nissen; de echte kapellen bevinden zich aan weerszijden van het koor. De Santa Anastasia heeft een bijzonder mooie vloer, die van 1462 dateert. De vloer werd ontworpen door en gelegd onder leiding van de beeldhouwer Pietro da Porlezza, afkomstig uit een stadje in het noorden van Lombardije. De kleuren wit en zwart staan voor de habijt van de Dominicanen en de kleur rood symboliseert het bloed van zowel Jezus Christus als de martelaar Petrus van Verona. Vergeet niet omhoog te kijken, want zowel het middenschip als de zijbeuken hebben prachtig beschilderde kruisgewelven. Dicht bij de ingang staan twee opmerkelijke wijwatervaten. In beide gevallen wordt het vat gedragen door een gebochelde man (gobbo in het Italiaans). Het oudste wijwatervat, dat van het einde van de vijftiende eeuw dateert, zou zijn gemaakt door Gabriele Caliari, de vader van de beroemde schilder Veronese. Het andere vat is een eeuw jonger en wordt toegeschreven aan Paolo Orefice.

Beschilderd plafond in een zijbeuk.

De Santa Anastasia is dusdanig groot en bevat zoveel kunst dat het onmogelijk is alles in één bijdrage te bespreken. Ik beperk me daarom tot een aantal hoogtepunten, te beginnen met een paneelschildering van Liberale da Verona (ca. 1445-1530) die aan de muur van de rechter zijbeuk hangt. Op het paneel is een biddende Maria Magdalena afgebeeld te midden van Catharina van Alexandrië en Toscana van Zevio. De laatstgenoemde is eigenlijk geen echte heilige. Toscana wijdde zich na de dood van haar man in 1318 tot aan haar eigen dood in 1343 of 1344 aan de liefdadigheid. Ze wordt vereerd in haar geboorteplaats Zevio, ten zuidoosten van Verona, en in Verona zelf, maar bij mijn weten is ze nooit door enig paus zalig of heilig verklaard.

Gobbo van Paolo Orefice (links) en Maria Magdalena van Liberale da Verona (rechts).

Aan het einde van de rechter zijbeuk bevindt zich een kleine kapel. Deze Cappella del Crocifisso is het oudste gedeelte van de huidige basiliek, maar er is discussie over de vraag of het hier om een restant van de eerste kerk van Santa Anastasia uit de Longobardische tijd gaat. Bewijs voor deze aanname is er in elk geval niet. De kapel bevat een mooi houten kruisbeeld uit de vijftiende eeuw, maar is vooral interessant vanwege het grafmonument aan de linkerzijde. Het monument werd gemaakt voor een zekere Gianesello da Folgaria, die in het jaar 1427 zijn testament opmaakte en vermoedelijk niet lang daarna stierf. Op stilistische gronden wordt het monument toegeschreven aan Bartolomeo Giolfino (ca. 1410-1486), een beeldhouwer uit Verona. Het is gemaakt van tufsteen die vervolgens beschilderd werd. De kleuren zijn grotendeels behouden gebleven. De voornaamste voorstelling van het monument is een prachtige bewening van de dode Christus. Daaronder zijn de bustes van acht apostelen te zien.

Graftombe van Gianesello da Folgaria (links) en altaarstuk van Girolamo dai Libri (rechts).

Cappella Cavalli.

Het altaar in het rechter dwarsschip werd gebouwd tussen 1488 en 1502 in opdracht van de familie Centrago. Het altaarstuk werd geschilderd door Girolamo dai Libri (ca. 1474-1555). Diens opvallende achternaam ‘van de Boeken’ is afgeleid van het feit dat zowel zijn vader Francesco als hijzelf ook actief waren als verluchters van boeken en manuscripten. Het altaarstuk stelt de Madonna met het Kind voor, geflankeerd door Sint Thomas van Aquino (1225-1274), een bekende Dominicaanse theoloog, en Sint Augustinus. De schilder voegde enkele fraaie details aan het altaarstuk toe. Let bijvoorbeeld op het schaalmodel van de Santa Anastasia dat Thomas vasthoudt en de afbeeldingen van heiligen op de kazuifel van Augustinus. De twee biddende mensen op de voorgrond behoren tot de familie Centrago. Het zijn Cosimo Centrago en zijn vrouw Orsolina Cipolla.

We komen nu bij de Cappella Cavalli uiterst rechts van het koor. Deze is helaas, net als de andere kapellen, afgesloten met een hek, zodat het moeilijk is mooie decoraties optimaal te zien. Op de rechtermuur schilderde Altichiero da Zevio (ca. 1330-1390) een groot fresco waarop te zien is hoe leden van de familie Cavalli neerknielen voor de Madonna met het Kind op een troon. De prachtige graftombe aan dezelfde muur is de laatste rustplaats van Federico Cavalli. Opvallend is dat de beeltenis van de overledene niet recht, maar schuin op de sarcofaag ligt. Bezoekers krijgen zo het idee dat het zwaard van Federico er elk moment af kan vallen. De maker van het monument is niet bekend, maar het fresco in de lunette wordt toegeschreven aan de al genoemde Stefano da Verona. In de kapel vinden we verder onder meer fresco’s van Martino da Verona (gestorven 1412).

Cappella Pellegrini.

Ook de Cappella Pellegrini direct rechts van het koor is zeer de moeite waard. De 24 terracotta reliëfs met voorstellingen uit het leven van Christus zijn van de hand van Michele da Firenze (ca. 1385-1455). Ze dateren van omstreeks 1436 en waren ooit allemaal beschilderd. Verder vallen twee grafmonumenten in de kapel op. Het monument aan de linkermuur is voor Tommaso Pellegrini, dat aan de rechtermuur voor de familie Bevilacqua-Pellegrini. Het laatstgenoemde monument is verfraaid met een zeer mooi fresco, in buitengewoon goede staat, van Martino da Verona. Drie leden van de familie Bevilacqua zitten op hun knieën voor de Madonna met het Kind op een troon. Ze worden geïntroduceerd door Sint Joris en Sint Catharina van Alexandrië. Achter Sint Joris staat Sint Zeno, bisschop van Verona in de vierde eeuw en beschermheilige van de stad. Achter Catharina zien we Sint Dominicus en Sint Antonius-Abt.

Op de boog die toegang geeft tot de Cappella Pellegrini schilderde Pisanello (ca. 1395-1455) in de periode 1434-1438 een beroemd fresco van Sint Joris en de draak. Van de draak (links) is helaas niet veel meer over, maar het gedeelte met Joris en de prinses is gelukkig in betere staat. De held staat op het punt zijn strijdros te bestijgen en heeft zijn linkervoet al in de stijgbeugel geplaatst. Op de achtergrond zien we volgens mijn bronnen de stad Trabzon in het huidige Turkije, waar de legende van Joris en de draak zich afspeelt. Andere bronnen noemen de stad Beirut of het huidige Libië. Gelet op de stijl van de gebouwen zou het bij de afgebeelde stad overigens net zo goed om het vijftiende-eeuwse Verona kunnen gaan. Op het water ligt een boot klaar om de held naar de draak toe te brengen. Als Joris de draak weet te doden, zal ook de prinses gered zijn, want zij moet aan de draak geofferd worden. Opmerkelijke details zijn het hoge kapsel van de prinses, de twee gehangenen op de achtergrond en de honden en de ram op de voorgrond. Pisanello was een meester in het schilderen van dieren.

Joris en de Draak (detail) – Pisanello.

Monument voor Cortesia Serego.

In het koor valt vooral het grote grafmonument voor Cortesia Serego op. Hij was een condottiero uit Vicenza die in 1386 stierf. Het monument is geen graftombe, maar een cenotaaf. De opdracht ervoor kwam van de zoon van Serego en als maker wordt vaak de beeldhouwer en architect Piero di Niccolò Lamberti (1393-1435) genoemd. Volgens een alternatieve theorie gaat het echter om een werk van de Florentijn Nanni di Bartolo. Deze theorie zal zijn gebaseerd op het feit dat Nanni di Bartolo verantwoordelijk was voor een soortgelijk monument in de kerk van San Fermo Maggiore in Verona, het Brenzoni Mausoleum. Maar welke beeldhouwer ook bij het project betrokken was, het monument is zeer bijzonder. Op de (lege) sarcofaag is een ruiterstandbeeld van de overledene geplaatst. Twee soldaten houden het gordijn van de baldakijn open en bovenop staat nog een beeld van de aartsengel Gabriel. Al het beeldhouwwerk is beschilderd en vormt een geheel met de fresco’s eromheen, die soms worden toegeschreven aan de Venetiaan Michele Giambono (ca. 1400-1462). Op de fresco’s zien we onderin de Dominicaanse heiligen Dominicus en Petrus van Verona en bovenin een beschadigde Annunciatie. Daar lezen we ook het jaartal 1432 in Latijnse cijfers.

In het linker dwarsschip zijn verschillende laatmiddeleeuwse fresco’s bewaard gebleven. De meeste worden toegeschreven aan de tamelijk obscure Veronese schilder Bonaventura Boninsegna. Een fresco van een knielende ridder die bij de Madonna met het Kind wordt geïntroduceerd door een heilige is echter een werk van de mysterieuze Secondo Maestro di San Zeno. De ridder is geïdentificeerd als een zekere Jacopo Beccucci (de naam is boven het fresco nog net leesbaar), wat het aannemelijk maakt dat de heilige Jacopo’s naamgenoot Jakobus de Meerdere voorstelt. Via het linker dwarsschip komt men in de Cappella Giusti en de sacristie. Hier hangt een roer dat op de Ottomaanse Turken werd buitgemaakt tijdens de zeeslag bij Lepanto in 1571. De Turken werden daar verslagen door een grote christelijke coalitie waarvan ook Venetië deel uitmaakte. En aangezien Verona onder Venetiaans gezag viel en ook enkele tientallen soldaten had geleverd, mocht de stad delen in de feestvreugde. Die duurde overigens maar kort: de christelijke coalitie viel al snel uit elkaar en de Turken bleven een groot gevaar.

Monument voor Cortesia Serego (detail).

Fresco’s in het linker dwarsschip.

Fresco met knielende Jacopo Beccucci – Secondo Maestro di San Zeno.

De volgende kapel, de Cappella del Rosario, heeft eveneens met de zeeslag bij Lepanto te maken. De kapel werd tussen 1585 en 1596 gebouwd ter ere van de christelijke zege. De architect was Domenico Curtoni (1556-1629), een neef van de beroemde Veronese architect Michele Sanmicheli (1484-1559). Soortgelijke kapellen vindt men in kerken in Venetië en in Vicenza. Het altaarstuk in de kapel in Verona is veel ouder dan de kapel zelf. Het gaat om een schildering van Lorenzo Veneziano uit 1358-1359. De voorstelling die we zien wordt ook wel de Madonna dell’Umiltà genoemd, dat wil zeggen een Madonna die heel nederig met het Christuskind op de grond zit. Deze Madonna wordt geflankeerd door Dominicus en Petrus van Verona. Het is duidelijk dat het om een zeer oud werk gaat: de engelenwolk rondom de Madonna is vervaagd en de witte habijten van de beide Dominicanen lijken eerder geel te zijn, maar over het algemeen verkeert de schildering in opmerkelijk goede staat.

Madonna dell’Umiltà – Lorenzo Veneziano.

Cappella Miniscalchi.

Let ook op de echtelieden die voor de Madonna en het Kind op de knieën zijn gegaan. Vrijwel zeker gaat het om leden van de familie Della Scala, die tussen 1263 en 1387 over Verona heerste (zie Verona: de graftomben van de Scaligeri). De man wordt vaak geïdentificeerd als Cangrande II della Scala (1351-1359), hetgeen betekent dat de vrouw Elisabeth van Beieren moet voorstellen. Zij was een dochter van Lodewijk de Beier, keizer van het Heilige Roomse Rijk, en Margaretha van Henegouwen, die tevens gravin van Holland en Zeeland was.

Ten slotte noem ik de Cappella Miniscalchi in de linker zijbeuk, in feite slechts een nis met altaar, maar wel een bijzonder fraaie. Het altaar dateert van 1436 en het ontwerp wordt toegeschreven aan de al genoemde Pietro da Porlezza. Het altaarstuk met de afdaling van de Heilige Geest is van Niccolò Giolfino (1476-1555). In de schelp van de apsis daarboven schilderde Francesco Morone (1471-1529) een voorstelling van Pinksteren, eveneens verbonden met de Heilige Geest. In nissen aan weerszijden van het altaar zien we zes beelden van heiligen. Helemaal bovenin is een beeld geplaatst van Christus die zijn zegen geeft tussen beelden van Petrus en Paulus. Rechts van de Cappella Miniscalchi ziet men het grote orgel van de Santa Anastasia.

Bronnen: Capitool Reisgids Venetië & Veneto (2012), Trotter Reisgids Noordoost-Italië (2016), het Italiaanse Wikipedia, Churches of Venice, Chiese Verona website en folder.

One Comment:

  1. Pingback:Verona: San Fermo Maggiore – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.