Milaan: Castello Sforzesco

Het Castello Sforzesco, met de Torre del Filarete.

Het Castello Sforzesco is een enorm kasteel in het centrum van Milaan van zo’n 190 bij 190 meter. Achter het kasteel ligt het Parco Sempione, een van de grootste openbare parken van de stad. Het Castello biedt onderdak aan een handvol musea die samen de Musei Civici genoemd worden. Men kan ze allemaal op een en hetzelfde kaartje bezoeken, maar sommige delen van de musea waren gesloten toen ik het Castello in augustus 2016 bezocht. Als ik het goed begrepen heb, wordt nu gepoogd de verschillende musea te integreren en te harmoniseren. In elk geval zijn de Pinacoteca en enkele zalen van het Museo d’Arte Antica echte aanraders.

Geschiedenis van het Castello

Het originele Castello werd als fort gebouwd door Galeazzo II Visconti (ca. 1320-1378), Heer van Millaan. Het werd rond 1368 voltooid en kreeg de naam Castello di Porta Giova. In de voorgaande eeuw had de familie Visconti met andere families in Milaan om de macht gestreden. Na een zege op de familie Della Torre bij Desio waren de Visconti’s als overwinnaars uit de bus gekomen. Vanaf dat moment waren zij de alleenheersers in Milaan. Galeazzo’s zoon Gian Galeazzo (1351-1402) werd in 1395 de eerste Hertog van Milaan. De Hertog was een aartsvijand van Florence en werd als zodanig afgebeeld op een van de fresco’s in de Brancacci-kapel in die stad. Onder de Visconti’s werd het Castello uitgebreid en verfraaid. Daardoor werd het niet alleen een militair bolwerk, maar tevens een kasteel dat geschikt was als residentie voor de hertogelijke familie.

Torre del Filarete, gezien vanuit het Castello.

In 1447 stierf het laatste mannelijke lid van de Visconti’s, Filippo Maria Visconti. Na zijn dood riepen de burgers van Milaan de Ambrosiaanse Republiek uit. Die was maar een kort leven beschoren. Filippo Maria had nog een dochter, Bianca Maria (1425-1468), die was getrouwd met de machtige huurlingenaanvoerder (condottiero) Francesco Sforza (1401-1466). Sforza – van het Italiaanse sforzare, ‘dwingen’ – was een talentvol politicus en militair. In de loop van drie jaar slaagde hij erin de Republiek te verslaan en te ontbinden, waarna hij zelf de titel van Hertog van Milaan aannam. Het Castello di Porta Giova was door de Republikeinen beschadigd, dus Sforza liet het restaureren en gaf het de nieuwe naam Castello Sforzesco, een naam die het gebouw nog steeds draagt. De architect Filarete (ca. 1400-1469) – echte naam: Antonio di Pietro Averlino – werd ingehuurd om de hoofdtoren van het Castello te bouwen. Deze wordt naar hem de Torre del Filarete genoemd.

Francesco’s tweede zoon Ludovico Sforza, bijgenaamd “Il Moro” (1452-1508), gaf beroemde kunstenaars als Leonardo da Vinci en Bramante de opdracht het Castello, dat nu wederom als statige residentie van de Hertogen van Milaan werd gebruikt, te decoreren. Ludovico was een belangrijke beschermheer van de kunsten, maar zijn buitenlands beleid was weinig succesvol. In 1499 werd hij door de Franse koning Lodewijk XII uit Milaan verdreven. Zijn zoon Massimiliano Sforza (1493-1530) was Groothertog tussen 1512 en 1515, maar in deze tijd werden de Zwitserse Kantons en hun Milanese bondgenoten – onder de nominale leiding van Massimiliano – bij Marignano verslagen door koning Frans I van Frankrijk. Frans nam vervolgens Milaan in en riep zichzelf tot nieuwe Groothertog uit.

Voormalige ravelijn, ter bescherming van een van de poorten.

In 1521 werd Milaan heroverd door een Spaans leger. Na de dood van de laatste Groothertog, Francesco II Sforza, in 1535 werd de stad een permanent onderdeel van het Spaanse Rijk. In de tussentijd was de Torre del Filarete, die werd gebruikt voor de opslag van buskruit, in 1521 verwoest door een per ongeluk veroorzaakte explosie. De Spanjaarden vormden het Castello Sforzesco om tot een echte citadel en lieten hun militaire gouverneur elders in de stad wonen. Ze bouwden tevens nieuwe stadsmuren in Milaan, de zogenaamde “Spaanse Muren”.

Na de eenwording van Italië werd de citadel gedemilitariseerd. In 1888 werd vervolgens het bovengenoemde Parco Sempione gecreëerd ten noordwesten van het Castello. Tussen 1891 en 1905 werkte de architect Luca Beltrami (1854-1933) aan het Castello en hij restaureerde onder meer de Torre del Filarete. Zoals zoveel andere gebouwen in Milaan werd het Castello Sforzesco tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd door Geallieerde bombardementen. Na de oorlog werd het complex gerestaureerd en dit proces duurt tot op de dag van vandaag voort. Toen ik het complex in augustus 2016 bezocht, was de beroemde Sala delle Asse, met fresco’s van Leonardo, bijvoorbeeld “in restauro”, en dat was erg jammer.

Binnen in het Castello.

Museo d’Arte Antica

De Drie Wijzen.

Ik kocht mijn kaartje bij het Museo d’Arte Antica en begon vervolgens de verschillende ruimtes te verkennen. De muren van de eerste zalen vertonen nog wat resten van veertiende-eeuwse fresco’s, maar deze ruimtes zijn toch voornamelijk gewijd aan beeldhouwwerken. We treffen hier bijvoorbeeld de restanten van een fries met de Drie Wijzen uit de school van Benedetto Antelami aan. Antelami (ca. 1150-1230) was een Romaanse beeldhouwer. Het hoogtepunt is echter zonder twijfel de enorme graftombe van Bernabò Visconti, die in 1385 als Heer van Milaan werd afgezet door zijn neef, de bovengenoemde Gian Galeazzo. Bernabò werd gevangen genomen en nog datzelfde jaar vermoord. De graftombe was al in 1363 gemaakt door de beeldhouwer Bonino da Campione. Het indrukwekkende monument wordt bekroond met een ruiterstandbeeld van de Milanese heerser. De sarcofaag is versierd met voorstellingen van de Passie van Christus. We zien de Kruisiging, de Begrafenis van Christus en de Kroning van de Maagd.

This slideshow requires JavaScript.

Onkuise vrouw.

Een van de merkwaardigste voorwerpen van het museum is een reliëf van een vrouw die haar jurk omhoog houdt en haar schaamhaar knipt met een schaar. Het beeldhouwwerk dateert van de twaalfde eeuw en wordt door het museum omschreven als een afbeelding van een “onkuise vrouw” (de gebruikte term is impudica). Het reliëf was oorspronkelijk onderdeel van een nu afgebroken stadspoort, de Porta Tosa. Aangezien het bijschrift in het museum niet meer informatie verschaft, heb ik het plaatje maar eens gegoogeld. Kennelijk bestaat er een theorie dat de vrouw de echtgenote van keizer Frederik Barbarossa voorstelt. Frederik had in 1162 Milaan geplunderd, dus de Milanezen hadden alle reden om hem te haten en zijn vrouw te beledigen. Het verhaal kan echter heel goed een broodje aap zijn.

Het museum heeft ook een mooie verzameling wandtapijten. Een daarvan toont het verhaal van Elia zoals verteld in het Oude Testament. In de lucht zien we de profeet Elia in zijn wagen van vuur, op de grond Elisha: “Hij raapte Elia’s mantel, die was afgegleden, op, en liep terug. Bij de oever van de rivier hield hij stil” (2 Koningen 2:13 NBV). Een vergelijkbare voorstelling vinden we in de San Lorenzo Maggiore in Milaan, ook al kunnen we niet met zekerheid vaststellen of het fragmentarische mozaïek in die kerk ook echt Elia in zijn wagen voorstelt.

Il Gonfalone di Milano.

In dit deel van het museum bevindt zich tevens Il Gonfalone di Milano, de banier van de stad Milaan. Deze werd ontworpen door Giuseppe Arcimboldi en Giuseppe Meda, en gemaakt door Scipione Delfinone en Camillo da Posterla. De banier werd in 1565 besteld en een jaar later voltooid. Op 8 september 1566 werd ze formeel gezegend door Carlo Borromeo, aartsbisschop van Milaan. Uiteraard heeft Sint Ambrosius een prominente plaats op de banier. Hij houdt een zweep in zijn rechterhand, het traditionele symbool voor de verdrijving van de Ariaanse ketters uit Milaan.

In het Museo d’Arte Antica staat nog een andere graftombe, die van de jonge Gaston de Foix, Hertog van Nemours (1489-1512). De Foix was een briljante jonge legeraanvoerder die op kundige wijze de Franse troepen leidde tijdens de zogenaamde Oorlog van de Liga van Kamerijk (1508-1516). Hij hakte in 1512 bij Ravenna een gecombineerd leger van Spaanse en Pauselijke troepen in de pan, maar sneuvelde zelf in de eindfase van de strijd. De graftombe werd gemaakt in het atelier van Agostino Busti, bijgenaamd Il Bambaia (ca. 1483-1548), maar het monument werd nooit voltooid, laat staan in elkaar gezet. Dit had alles te maken met het feit dat de Fransen in 1521 weer uit Milaan verjaagd werden door een Spaans leger (zie hierboven). De verschillende onderdelen van het monument zijn erg indrukwekkend, vooral de levensechte en tamelijk ontroerende beeltenis van de jonge aanvoerder.

Beeltenis van Gaston de Foix.

Cappella Ducale.

De Cappella Ducale – Kapel van de Hertog – heeft mooie fresco’s van de vijftiende-eeuwse schilders Stefano de’ Fedeli en Bonifacio Bembo. Deze werden in 1472 geschilderd voor Galeazzo Maria Sforza (1444-1476), de man die zelf werd afgebeeld in de Cappella dei Magi in Florence. In deze bijdrage is de imposante Wederopstanding van Christus opgenomen die het plafond van de kapel siert.

Pinacoteca

Na de verzameling wapens en harnassen te hebben bekeken, ben ik verdergegaan naar de Pinacoteca. Hier worden niet alleen schilderijen, maar ook stukken houtsnijwerk tentoongesteld. Een goed voorbeeld van dit laatste is het Mirakel van Sint Dominicus, gesneden uit hout en vervolgens beschilderd en verguld. Het werk toont hoe de heilige erin slaagt een jongen genaamd Napoleone Orsini, die is vertrapt door een paard, weer tot leven te wekken. Links zien we dit wonder, rechts het ongeluk met het paard. Het werk wordt toegeschreven aan de Fratelli De Donati en werd in 1495-1500 gemaakt.

Mirakel van Sint Dominicus.

Ik kan natuurlijk niet alle schilderijen in de galerij bespreken, dus ik zal slechts een paar van mijn persoonlijke favorieten noemen en tonen. Erg mooi vond ik, in chronologische volgorde:

– een zeer kleurrijke Aanbidding der Wijzen van een onbekende schilder (vermoedelijk 14e eeuw);

– een Wederopstanding (ca. 1371) van Lorenzo Veneziano, een Venetiaanse schilder;

– de Madonna der Nederigheid (ca. 1430) van Fra Filippo Lippi (1406-1469). Dit paneel bevond zich oorspronkelijk in de Santa Maria del Carmine in Florence, waar Lippi als Karmelietenbroeder verbleef. Het werd op hout geschilderd, maar later naar doek overgebracht;

– een schilderij van de kade in Venetië met de Riva degli Schiavoni en de Zuil van Sint Marcus. Dit is een werk van de Venetiaanse schilder Canaletto (1697-1768), van wie het museum ook nog een ander doek heeft.

This slideshow requires JavaScript.

Er is in de Musei Civici nog veel meer te zien. Vanwege een gebrek aan tijd heb ik bijvoorbeeld de Trivulzio-wandtapijten van Bramantino (bijnaam van Bartolomeo Suardi; ca. 1465-1530), die zich in een andere vleugel van het Castello Sforzesco bevinden, laten schieten. Ook de Rondanini Pietà van Michelangelo, die een eigen museum heeft, heb ik helaas niet meer kunnen zien. Een bezoeker kan gemakkelijk een hele dag in het Castello doorbrengen. Een kaartje kost slechts vijf euro en je krijgt zeker waar voor je geld!

One Comment:

  1. Pingback: Milaan: Pinacoteca di Brera – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.