Florence: Palazzo Medici Riccardi

Het Palazzo Medici Riccardi.

In april van dit jaar [i.e. 2016] zag ik de “art movie” Florence and the Uffizi Gallery in de bioscoop. In de film speelt de acteur Simon Merrells Lorenzo “Il Magnifico” de’ Medici. De film bespreekt de hoogtepunten van de Florentijnse Renaissancekunst. Er wordt een flink aantal minuten uitgetrokken voor het Palazzo Medici Riccardi, gedurende ongeveer honderd jaar de woning en het hoofdkwartier van de familie de’ Medici. De film besteedt vooral aandacht aan de kleine kapel in het Palazzo, de Cappella dei Magi, en de prachtige fresco’s die Benozzo Gozzoli (ca. 1421-1497) op de muren van de kapel schilderde. Het was een uitstekende film, die ervoor zorgde dat ik echt zin kreeg het Palazzo Medici Riccardi, dat ik tijdens een vorige trip naar Florence had overgeslagen, te bezoeken. Toen ik dus in juni van dit jaar weer in de stad was, stond het Palazzo Medici Riccardi hoog op mijn lijstje.

Het Palazzo

De opdracht voor de bouw van het Palazzo werd gegeven door Cosimo de’ Medici, ook bekend als Cosimo de Oudere (1389-1464). Een eerste ontwerp voor het stadspaleis werd gemaakt door Filippo Brunelleschi, de man die de koepel van de kathedraal van Florence had gebouwd, maar dit werd door Cosimo verworpen. De reden: het ontwerp was naar zijn smaak te extravagant en hij wilde niet te koop lopen met de rijkdom van zijn familie. Cosimo streefde naar een palazzo dat aan de buitenkant eenvoudig was. Overdaad was prima, zolang de gewone man in de straat het maar niet kon zien. Over het ontwerp van Brunelleschi merkt historicus Franco Cesati op:

“The design was so grandiose that, were it carried out, the Florentine aristocracy would take it as a sign of intolerable arrogance. The commoners, for their part, would interpret it as a resounding slap in the face of widespread poverty.”[1]

De Galleria degli Specchi.

Na de verwerping van Brunelleschi’s ontwerp huurde Cosimo de architect Michelozzo (1396-1472) in, die in 1444 met de bouw van het Palazzo begon en het rond 1460 voltooide. Cosimo werd na zijn dood in 1464 als hoofd van de Medici-familie en de facto heerser over Florence opgevolgd door zijn zoon Piero, die als bijnaam “Il Gottoso” of “De Jichtige” had. Piero stierf in 1469 en werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon, de jonge Lorenzo de’ Medici (1449-1492). Lorenzo, bijgenaamd “Il Magnifico”, stierf in 1492 en zijn zoon en opvolger Piero de Onfortuinlijke werd in 1494 uit Florence verdreven. Sterker nog, de hele Medici-familie werd de stad uit gejaagd en keerde pas in 1512 terug. Het Palazzo Medici werd toen wederom haar hoofdkwartier.

Cortile.

Onder Groothertog Cosimo I de’ Medici (1519-1574) – niet te verwarren met Cosimo de Oudere – verwierf de familie het Palazzo Pitti aan de andere zijde van de Arno. In 1549 vertrok ze naar dit nieuwe onderkomen. Minder vooraanstaande leden van de uitgebreide Medici-familie bleven het oude palazzo gebruiken, totdat het aan de familie Riccardi werd verkocht door Groothertog Ferdinando II (1610-1670). De naam van het palazzo werd toen gewijzigd in het Palazzo Medici Riccardi. Tegenwoordig is het een overheidsgebouw dat eigendom is van de provincie Florence.

Veel van de kamers in het palazzo zijn nu kantoren, en slechts enkele ervan zijn opengesteld voor het publiek. De Cappella dei Magi is het onbetwiste hoogtepunt van ieder bezoek aan het Palazzo Medici Riccardi en ik zal er hieronder daarom uitgebreid aandacht aan besteden. Andere interessante delen van het Palazzo zijn de Galleria degli Specchi (Spiegelzaal; zie hierboven) en de bekoorlijke cortile of de binnenplaats. De Galleria werd van fresco’s voorzien door de Barokschilder Luca Giordano (1634-1705). Op de binnenplaats treffen we een standbeeld van Orpheus van de hand van Baccio Bandinelli (1488-1560) aan.

De Cappella dei Magi

De kapel is maar een kleine ruimte in het verder enorme palazzo. In 1459 gaf Piero de Jichtige aan Benozzo Gozzoli de opdracht de muren met fresco’s te beschilderen. Het was een klus die de kunstenaar enkele maanden of zelfs jaren later voltooide.[2] Gozzoli koos als thema voor de kapel de Tocht van de Wijzen, dat wil zeggen de legendarische processie van de Drie Koningen, die van Jeruzalem naar Bethlehem reisden om het pasgeboren kindje Jezus te zien en goud, wierook en mirre met zich meebrachten. Dit verhaal wordt verteld in Mattheüs 2:1-11, maar Gozzoli haalde vermoedelijk ook inspiratie uit de dertiende-eeuwse Gouden Legenden.

Oostelijke muur.

De kunstenaar werd vrijwel zeker ook beïnvloed door de Vlaamse kunst, vooral door Vlaamse wandtapijten waarop vaak landschappen met jachtscènes en processies werden afgebeeld. Piero de Jichtige toonde zich bereid veel geld uit te geven voor de decoratie van de familiekapel, die overigens ook soms werd gebruikt voor openbare evenementen en recepties. Gozzoli mocht voor de fresco’s veel kostbare en dure materialen gebruiken, zoals goud, zilver en lapis lazuli.

De fresco’s zijn goed bewaard gebleven en verkeren tegenwoordig in uitstekende staat, gedeeltelijk als gevolg van een restauratie die tussen 1987 en 1992 is uitgevoerd. De ernstigste schade aan de fresco’s is zelfs bewust toegebracht. Toen de familie Riccardi in de tweede helft van de zeventiende eeuw de nieuwe eigenaar van het palazzo werd, besloot ze een monumentale nieuwe trap te laten bouwen. De zuidelijke en de westelijke muur van de kapel zaten echter in de weg. De architect van de familie – vervloekt zij zijn nageslacht – besloot het probleem op te lossen door een deel van de westelijk muur naar voren te verplaatsen en een deel van de zuidelijke muur te verwijderen. Als gevolg hiervan ging het rechter deel van het fresco op de zuidmuur verloren en werd het linker deel van het fresco van de westmuur gescheiden van de rest van de voorstelling. De muilezel van de Oude Koning werd in tweeën gesplitst en de Barokschilder Jacopo Chiavistelli (1621-1698) moest een nieuw fresco schilderen om het verlies van een gedeelte van de zuidmuur te compenseren. Het resultaat is hier terug te zien.

Oostelijke muur

De Jonge Koning.

De Processie van de Wijzen begint op de oostelijke muur. Het gezelschap vertrekt vanuit het kasteel in de bovenhoek van het fresco en slingert vervolgens door het landschap, dat afwisselend rotsachtig en groen is. De hoofdrolspeler in de eerste scène is de Jonge Koning, vaak “Caspar” genoemd. Men heeft in hem wel de jonge Lorenzo de’ Medici gezien, maar deze interpretatie is nogal controversieel en wordt tegenwoordig door veel kunsthistorici verworpen. Lorenzo was ongeveer tien jaar oud toen het fresco werd geschilderd, en het is veel waarschijnlijker dan hij en zijn broer Giuliano onderdeel zijn van de bonte stoet van bedienden die de Jonge Koning volgen. Kunsthistorici wijzen in dit verband meestal op de jongens in het midden van de menigte. Een van hen heeft een neus die duidelijk misvormd is. Lorenzo had een “lange, kromme neus die hem op een faun deed lijken”[3], dus dit moet hem zijn.

Benozzo Gozzoli (boven) en Lorenzo de’ Medici (links beneden).

Net boven Lorenzo zien we een zelfportret van Benozzo Gozzoli. Op zijn hoed staan de Latijnse woorden OPVS BENOTII, “het werk van Benozzo”. Hoewel het gebruikelijk was dat schilders dit soort zelfportretten in hun werken opnamen, overdreef Gozzoli bij deze opdracht wel een beetje: hij beeldde zichzelf driemaal in Cappella af. We komen hem dan ook opnieuw tegen als we de westelijke muur bekijken.

Eveneens aanwezig op de oostelijke muur zijn Cosimo de Oudere en Piero de Jichtige. Piero berijdt het prachtige witte paard rechts, terwijl Cosimo – die op dat moment rond de 70 moet zijn geweest – de oude man op de bruine muilezel is. De twee mannen te paard aan hun linkerzijde zijn Sigismondo Pandolfo Malatesta uit Rimini en Galeazzo Maria Sforza, zoon van de Groothertog van Milaan. Hun aanwezigheid in de kapel wordt doorgaans verklaard met een verwijzing naar het feit dat beiden eerder in 1459 naar Florence waren gekomen om de mogelijkheid van een nieuwe kruistocht tegen de Ottomaanse Turken te bespreken, een van de dromen van Paus Pius II (1458-1464).

De zwarte bediende met de boog wordt soms geïdentificeerd als Bastiano, een Ethiopische slaaf van de Kardinaal van Portugal. Toen deze kardinaal, Giacomo di Coimbra, in 1459 in Florence stierf, werd Bastiano verkocht en kreeg hij van zijn nieuwe meester de opdracht de graftombe van zijn oude meester in de San Miniato al Monte te bewaken. Het verhaal klinkt vergezocht, en de meeste kunsthistorici verwerpen het.

Van links naar rechts: Malatesta, Visconti, Bastiano (?), Cosimo en Piero. De man tussen Cosimo en Piero is Carlo de’ Medici, buitenechtelijke zoon van Cosimo en tevens bisschop van Prato.

Zuidelijke muur

Zuidelijke muur.

In de Middelste Koning (“Balthasar”) heeft men vaak de Oost-Romeinse keizer Johannes VIII Palaiologos gezien. Johannes regeerde van 1425 tot aan zijn dood in 1448 vanuit Constantinopel. Daarmee is hij de voorlaatste Romeinse keizer: de Turken versloegen zijn opvolger Constantijn XI en veroverden in 1453 Constantinopel, waarmee het Oost-Romeinse Rijk ophield te bestaan.

Johannes nam in 1439 deel aan het Concilie van Florence, een kerkvergadering die was bijeengeroepen door Paus Eugenius IV (1431-1447) om een verzoening tussen de Rooms-Katholieke en de Oosters-Orthodoxe Kerken te bewerkstelligen. Het concilie was tevens een van de grootste prestaties van Cosimo de Oudere. Oorspronkelijk zou het in Ferrara plaatsvinden, maar die stad werd door de pest getroffen. Cosimo slaagde er vervolgens in het naar Florence verplaatst te krijgen. De Paus was daar erg blij mee: tot dan toe had hij het grootste gedeelte van de kosten van de Oost-Romeinse delegatie voor zijn rekening genomen en hij verwachtte van Cosimo dat die nu hetzelfde zou doen. Men kan de Processie van de Wijzen in de kapel zien als (gebaseerd op) de intocht van de Oost-Romeinse delegatie in Florence.

Johannes werd vergezeld door de patriarch van Constantinopel, Jozef II. Deze Jozef stierf slechts enkele maanden na aankomst in Florence en werd begraven in de Santa Maria Novella, waar men ook vandaag de dag zijn graftombe nog kan bewonderen. De Oude Koning op de zuidelijke muur (“Melchior”) zou volgens velen een portret van Jozef zijn. Echter, zowel de identificatie van de Middelste Koning als Johannes VIII als de identificatie van de Oude Koning als Jozef zijn zeer controversieel en worden vaak verworpen. Het verschil tussen de afbeelding van de patriarch op zijn graftombe in de Santa Maria Novella en de afbeelding van de Oude Koning is inderdaad wel erg groot.

Westelijke muur.

Westelijke muur

Volgens een alternatieve theorie is de Oude Koning eigenlijk keizer Sigismund van Luxemburg (1368-1437), maar wederom is dit niet hard te maken. Dat geldt evenzeer voor de theorie dat de jongeman in de blauwe kleding met de golvende blonde krullen en het luipaard achter hem de jonge Giuliano de’ Medici is. Giuliano was pas zes jaar oud toen Benozzo begon te schilderen. Als het dus onwaarschijnlijk is dat de Jonge Koning Lorenzo de’ Medici voorstelt, dan moet het al even onwaarschijnlijk zijn dat deze jongeman zijn broer Giuliano voorstelt.

Gozzoli schilderde zichzelf tweemaal op de westelijke muur. Hij is zowel de man met de pelgrimshoed als de man met het blauwe, tulbandachtige hoofddeksel die zijn hand opsteekt. Misschien wuift hij wel naar zijn eigen zelfportret op de tegenoverliggende muur. De eigen website van het Palazzo stelt echter dat de hand toebehoort aan de man die rechts van hem staat, iets hoger op de muur.

Benozzo Gozzoli (links), Sassetti (rechtsboven) en Capponi (rechts beneden).

Die man is geïdentificeerd als Francesco Sassetti. Sassetti (ca. 1421-1490) was een manager van de Medici Bank die vooral bekendheid geniet omdat hij Ghirlandaio inhuurde om de Sassetti-kapel in de kerk van Santa Trinita in Florence met fresco’s te beschilderen. Ghirlandaio voerde dit werk tussen 1483 en 1486 uit en nam ook een portret van een knielende Sassetti in zijn fresco’s op. De Sassetti van de fresco’s van Gozzoli is zo’n 25 jaar jonger. De andere man op de afbeelding in deze bijdrage is herkend als Neri di Gino Capponi (1388-1457), een van de politici die in 1434 Cosimo de Oudere terugriep uit ballingschap.

Een overzicht van suggesties betreffende “wie is wie” op de fresco’s vindt men hier. Wie de hele processie in één afbeelding wil zien, kan deze website bezoeken.

Koor en altaarstuk.

Het altaarstuk

De kapel eindigt in een klein koor. De engelen die Gozzoli op de muren schilderde, zijn nauw verbonden met het altaarstuk, dat een Aanbidding in het Bos toont. Het originele altaarstuk is van de hand van Fra Filippo Lippi (1406-1469), en waarschijnlijk bevond dit zich reeds in de kapel toen Gozzoli aan zijn frescocyclus begon. De engelen op de muur betonen eer aan het kind van het altaarstuk. Lippi’s werk werd bij twee gelegenheden uit de kapel weggehaald. Eerst werd het in beslag genomen toen de Medici in 1494 uit Florence werden verjaagd. Later werd het teruggezet. Tijdens de Napoleontische tijd werd het schilderij van Italië naar Duitsland overgebracht. In die tijd moesten veel adellijke Italiaanse families hun kunst verkopen om Napoleons belastingen te kunnen betalen. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog verhuisde Lippi’s Aanbidding in het Bos voor enkele jaren naar de Verenigde Staten, voordat het weer naar Duitsland terugkeerde. Het werk bevindt zich thans in de Gemäldegalerie in Berlijn, waar het een van de topstukken is.

Het huidige altaarstuk is een kopie van het origineel, gemaakt door een kunstenaar met de naam ‘Pseudo Pier Francesco Fiorentino’, vernoemd naar een relatief onbekend schilder die met Gozzoli samenwerkte. In de aanbiddingsscène zien we een Madonna met Kind, God de Vader, de Heilige Geest in de vorm van een duif en een jonge Johannes de Doper, beschermheilige van Florence. De biddende man boven hem is Sint Bernardus van Clairvaux (1090-1153).

Een goede bron voor het Palazzo Medici Riccardi, die ik uitgebreid heb geraadpleegd voor deze bijdrage, is teggelaar.com (met veel afbeeldingen van hoge kwaliteit). De eigen website van het Palazzo verschafte enige aanvullende informatie.

Noten

[1] The Medici. Story of a European Dynasty, p. 23.

[2] De website van het Palazzo Medici Riccardi stelt dat de fresco’s werden voltooid “before 1464 (probably, autumn-winter 1459-1460)”.

[3] The Medici. Story of a European Dynasty, p. 35.

3 Comments:

  1. Pingback: Florence: De Duomo – – Corvinus –

  2. Pingback: Florence: Santa Maria Novella – – Corvinus –

  3. Pingback: Milaan: Pinacoteca di Brera – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.