Veneto: Torri del Benaco

Torri del Benaco.

Het leuke stadje Torri del Benaco ligt net ten noorden van het plaatsje Garda, waarnaar het Gardameer vernoemd is. De Latijnse naam van het Gardameer is Lacus Benacus, vandaar de naam Torri del Benaco. In de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen droeg het stadje de naam Tulles en bevond zich hier een fort, mogelijk op de plaats van het huidige kasteel. Begin tiende eeuw werd Torri del Benaco omgeven met een stadsmuur om het stadje tegen de binnenvallende Magyaren te beschermen en eind veertiende eeuw bouwden de Scaligeri van Verona het kasteel bij de haven. Het is buitengewoon aangenaam om over de boulevard langs het meer, vernoemd naar de dichter Berto Barbarani (1872-1945), te wandelen en vervolgens iets te eten bij een van de vele restaurantjes. Vanuit Torri del Benaco vertrekken veerboten naar Maderno. Tussen Maderno en Salò ziet men vanuit Torri del Benaco duidelijk de toren van San Marco aan de oever staan. Bij deze toren ontmoetten Mussolini en zijn minnares Clara Petacci elkaar.

Het Castello Scaligero aan de haven werd in 1383 gebouwd door Antonio della Scala, tussen 1375 en 1387 heer van Verona. Het kasteel verving een eerder kasteel uit de tiende eeuw, dat op zijn beurt mogelijk weer in de plaats van het Romeinse fort kwam. Sommige historici nemen aan dat de meest westelijke toren van het kasteel Romeinse wortels heeft, maar zeker is dat niet. Het Castello Scaligero beschermde de haven, en van daaruit probeerden de Scaligeri het scheepvaartverkeer op het Gardameer te beheersen. Hetzelfde deden ze aan de zuidkant van het meer bij Sirmione. Aan de kantelen van het kasteel is af te lezen dat de Scaligeri tot de Ghibellijnen behoorden, de aanhangers van de keizer van het Heilige Roomse Rijk in Italië. Ghibellijnse kantelen hebben de vorm van een zwaluwstaart.

Het Gardameer bij Torri del Benaco.

Restanten van het Castello Scaligero.

Antonio della Scala kon niet lang genieten van zijn nieuwe kasteel, want al in 1387 werd Torri del Benaco na een kort beleg ingenomen door Gian Galeazzo Visconti (1351-1402), heer van Milaan. Het stadje was nog korte tijd in handen van de Da Carrara’s van Padova en viel vanaf 1405 onder Venetiaans gezag. In de Venetiaanse tijd werd het kasteel gebruikt door de Capitano del Lago, maar vanaf de achttiende eeuw raakte het in verval en werd het deels afgebroken. In 1760 werd een gedeelte van de binnenplaats omgevormd tot een limonaia, een tuin waar citrusvruchten worden gekweekt. Die tuin bestaat nog steeds, en bezoekers van het kasteel vinden er niet alleen citrusvruchten maar ook schildpadden. De overgebleven zalen van het kasteel worden thans als etnografisch museum gebruikt. Men vindt er onder meer oude vissersboten, want uiteraard was een stadje als Torri del Benaco vroeger sterk afhankelijk van de visserij. In het museum is verder een reliëf met het wapen van Antonio della Scala te zien, alsook een stuk beeldhouwwerk met een fascistische roedenbundel en een verwijzing naar jaar VIII van het fascistische tijdperk (1930).

Chiesa della Santissima Trinità.

Aan de haven staat de kleine Chiesa della Santissima Trinità, de kerk van de Heilige Drie-eenheid. Buiten wappert de Italiaanse vlag en boven de ingang is de tekst AI NOSTRI CADVTI te lezen (“voor onze gevallenen”). Boven de tekst is de buste van een soldaat met een helm uit de Eerste Wereldoorlog geplaatst. Het kerkje is dan ook in de periode 1925-1930 tot oorlogsmonument omgevormd. Oorspronkelijk dateert het van de veertiende eeuw en was het de privékapel van de familie Manaroli. Vanaf 1697 kwamen de Capitano del Lago en de vertegenwoordigers van de Gardesana dell’Acqua in de Santissima Trinità bijeen. Dit was een soort federatie van de tien belangrijkste plaatsen aan het Gardameer. Later verkasten zij naar het naastgelegen pand, waarin nu Albergo Ristorante Gardesana is gevestigd.

Binnen in het kerkje hangen links en rechts van het altaar grote gedenkplaten met de namen van de gevallenen in verschillende oorlogen. Rechts gaat het om militairen die tijdens de Eerste Wereldoorlog – die voor Italië van 1915 tot 1918 duurde – het leven lieten in de strijd of door ziekte. De gedenkplaat links is complexer. Centraal staan de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog, inclusief mannen die in Duitse gevangenissen stierven. Dit moet een verwijzing zijn naar de gebeurtenissen na 8 september 1943, de dag dat de Italiaanse regering zich overgaf aan de Geallieerden. Het gevolg was dat de Duitsers een bondgenoot kwijtraakten en een vijand erbij kregen. Vrijwel onmiddellijk vielen Duitse legereenheden Italië binnen en ontwapenden de Italiaanse troepen. Meer dan een miljoen Italiaanse soldaten werden afgevoerd naar kampen, waar enkele duizenden om het leven kwamen. Een aparte gedenksteen verwijst naar de slachtoffers van de concentratiekampen van de nazi’s. Helemaal bovenin worden soldaten herdacht die in Afrika sneuvelden. Zo sneuvelde er één in 1896 bij Adwa tegen het Ethiopische Keizerrijk en kwam een andere in 1912 om het leven tijdens de oorlog met de Turken in Libië.

Interieur van het kerkje.

Op de muren van de Santissima Trinità zijn nog enkele goed gerestaureerde fresco’s uit de veertiende en vijftiende eeuw te bewonderen. De mooiste stelt Christus in een mandorla voor tussen Catharina van Alexandrië (zie het rad aan haar voeten) en Bartholomeus (met een mes in de handen). Rondom de mandorla zien we bovendien de symbolen van de vier evangelisten. Eveneens interessant is een fresco van het Laatste Avondmaal. De linkerzijde van de tafel is bewaard gebleven. Zes apostelen zijn aan het eten. Een van hen snijdt een vis aan en de apostel naast hem steekt een stuk brood in zijn mond. De apostel uiterst rechts zou heel goed Petrus kunnen zijn, maar Jezus (die in het midden moet hebben gezeten) is helaas verloren gegaan. In het fresco is het jaartal 1440 gekrast, maar het fresco is waarschijnlijk wel enkele decennia ouder.

Fresco in de Santissima Trinità.

Laatste avondmaal.

Minder interessant, maar nog steeds een bezoekje waard is de achttiende-eeuwse kerk van de Santi Apostoli Pietro e Paolo. De bouw van deze aan Petrus en Paulus gewijde kerk begon in 1719 onder leiding van de architect Antonio Spiazzi (gestorven rond 1745). Pas vijftig jaar later, in 1769, werd het gebouw voltooid en het duurde nog tot 1812 voor de kerk werd gewijd. De kerk heeft een rijk interieur, dat echter wel wat dertien-in-een-dozijn is.

Naast de kerk staat een stevige middeleeuwse toren die de Torre di Berengario wordt genoemd. Deze Berengarius was – via zijn moeder Gisela – een achterkleinzoon van Karel de Grote. Hij regeerde eerst als markgraaf van de Friuli en vervolgens tussen 887 en 924 als koning van Italië. Om de invallen van de Magyaren het hoofd te kunnen bieden verordonneerde hij dat de steden in zijn koninkrijk muren moest bouwen. Dat gebeurde vervolgens ook in Torri del Benaco. In 905 verbleef Berengarius in het stadje toen hij op de vlucht was voor zijn vijanden. Mogelijk liet hij toen de toren bouwen die zijn naam draagt. Oorspronkelijk moeten er vier van dit soort torens hebben gestaan. Berengarius werd in 915 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond door Paus Johannes X (914-928). In 924 werd hij vermoord in Verona.

Uitzicht op het Gardameer.

Meer lezen: Evert de Rooij, Lago di Garda. Een meer vol verhalen, p. 39-43.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.