Opus sectile

Mozaïek in opus sectile uit de Basilica van Junius Bassus (bron: Wikimedia Commons).

Ik raakte pas bekend met de techniek die opus sectile heet na een bezoek aan een tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam over de invloed van keizer Constantijn op het christelijk worden van het Romeinse Rijk. Onderdeel van de tentoonstelling was een mozaïek van een man in een wagen en vier ruiters in de kleuren van de circuspartijen: rood, blauw, groen en wit. Dit is geen traditioneel mozaïek, gemaakt van kleine gekleurde steentjes of stukjes glas. Het tentoongestelde kunstwerk is gemaakt door grotere stukken marmer en andere materialen op maat te snijden en dan samen te voegen om een afbeelding te creëren. De term sectile verwijst naar het proces van het snijden en zagen van de materialen.

Dit felgekleurde mozaïek was oorspronkelijk onderdeel van de versiering van de zogenaamde Basilica van Junius Bassus in Rome. De Nieuwe Kerk had het op dat moment in bruikleen van het Palazzo Massimo in Rome, onderdeel van het Museo Nazionale Romano. We weten wel iets van het leven van deze Junius Bassus. Hij was duidelijk een belangrijke Romeinse edelman, want hij was consul in het jaar 331. Zijn zoon, die een christen was, heette eveneens Junius Bassus. Bassus junior stierf in 359 en zijn sarcofaag behoort tot de belangrijkste vroegchristelijke voorwerpen van Rome. Men kan de sarcofaag vinden in de Schatkamer van de Sint Pieter in het Vaticaan.

Tijgerin valt een kalf aan (Capitolijnse Musea, Rome).

De Basilica van Junius Bassus bevond zich vlak bij de Santa Maria Maggiore. Hoewel we het gebouw doorgaans een basilica noemen – hetgeen suggereert dat het een openbaar gebouw was – weten we eigenlijk niet zeker of het wel echt een basilica was. Het gebouw werd in elk geval tot een kerk omgevormd in de vijfde eeuw, en de overblijfselen van die kerk werden in 1930 afgebroken, zodat verder onderzoek onmogelijk is geworden. Het boekje dat ik op de tentoonstelling kocht, stelt dat het mozaïek zich in Bassus’ particuliere verblijf uit de vierde eeuw bevond en dat het onderdeel was van de versiering van een privé zaal. De auteur van dit hoofdstuk, een hoogleraar in de klassieke archeologie, vergeleek deze zaal met ontvangstruimten in de particuliere verblijven van rijke leden van de Romeinse elite. De zaal, die later werd opgenomen in de kerk van Sant’Andrea Catabarbara, mat zo’n 21 bij 12,5 meter en was zo’n 14,5 meter hoog. Dus wat de Basilica van Junius Bassus ook was – een openbaar gebouw, een privé zaal of zelfs een grafmonument – het was in elk geval een groots en rijkversierd bouwwerk.

Op het mozaïek zien we een bebaarde man in het midden, staand in zijn wagen die wordt getrokken door twee witte paarden. Het perspectief, zeker dat van de wielen van de wagen, is vreemd en ziet er nogal onnatuurlijk uit. De bebaarde man wordt geflankeerd door twee ruiters aan elke kant. Zij stellen de traditionele circuspartijen voor. Hoewel uit de voorstelling geen specifieke locatie blijkt, zou de setting het Circus Maximus in Rome kunnen zijn. Wagenrennen waren in het christelijke Rome nog steeds populair. Ze waren een acceptabel alternatief voor de bloederige gladiatorengevechten in de arena. Het is niet duidelijk wat de mannen in hun handen houden. Men zou wellicht een zweep verwachten, maar de voorwerpen lijken helemaal niet op zwepen. Misschien gaat het om windsokken of muziekinstrumenten. De voorstelling kan op vele manieren geïnterpreteerd worden. Het kan om een processie gaan en de man in de wagen kan de consul Junius Bassus zelf zijn. Maar de man kan evengoed iemand anders voorstellen en de scène kan simpelweg verwijzen naar de opening van de spelen in het circus.

De Roof van Hylas (Museo Nazionale Romano, Rome).

In de genoemde basilica bevond zich nog een ander groot mozaïek in opus sectile, dat men eveneens kan vinden in het Palazzo Massimo in Rome. Centraal op dit mozaïek staat een scène die de ‘Roof van Hylas’ verbeeldt. In de Griekse mythologie was Hylas een metgezel en geliefde van de held Hercules (Herakles) die werd ontvoerd door nimfen. Drie nimfen zijn afgebeeld op het mozaïek. De Roof van Hylas was een populair thema in de kunst van het Romeinse Rijk. Verschillende andere voorbeelden zijn bewaard gebleven, bijvoorbeeld een mozaïek uit Gallië uit de derde eeuw. Onder de centrale voorstelling zien we een strook met diverse kleine figuurtjes. De stijl is onmiskenbaar Egyptisch. Junius Bassus senior was geen christen. Zijn zoon dus wel: hij was een neofiet, een recente bekeerling.

Nadat ik wat meer had gelezen over de techniek van opus sectile, realiseerde ik me dat ik er meer voorbeelden van had gezien tijdens eerdere bezoeken aan Rome. Ik had zelfs foto’s genomen van deze mozaïeken. Hierboven ziet men een foto van een mozaïek in opus sectile van een tijgerin die een kalf verschalkt. Dit mozaïek en een tegenhanger in spiegelbeeld bevinden thans zich in het Palazzo dei Conservatori van de Capitolijnse Musea in Rome. Oorspronkelijk bevonden ze zich eveneens in de Basilica van Junius Bassus, dus deze basilica kan met recht worden aangemerkt als de schatkamer van Romeinse opus sectile-kunst. Kennelijk raakte de techniek op een gegeven moment uit de gratie in Rome, maar men kan goed volhouden dat ze werd geherintroduceerd in de middeleeuwse Cosmatenvloeren die we nog steeds kunnen bewonderen in sommige kerken in de Eeuwige Stad (de vloer in de Santa Maria in Cosmedin is grotendeels origineel; die in de Santa Maria in Trastevere is een getrouwe kopie; de Santa Prassede heeft een moderne Cosmatenvloer).

Bronnen

– Eric Moormann & Sible de Blaauw, Rome. De droom van keizer Constantijn.

2 Comments:

  1. Pingback: Opus sectile – – Corvinus –

  2. Pingback: Rome: Santa Cecilia in Trastevere – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.