De 10 hoogtepunten van… de Capitolijnse Musea (Palazzo dei Conservatori)

Beelden van Castor en Pollux op de Capitolijnse heuvel.

De Capitolijnse heuvel, doorgaans simpelweg als ‘het Capitool’ aangeduid, wordt al zeker 3.500 jaar bewoond. Volgens de gezaghebbende Atlas of Ancient Rome ontstond op deze heuvel in de midden-bronstijd, zo rond 1600 BCE, een stabiele nederzetting.[1] Toen deze nederzetting zich verenigde met de dorpen op de andere heuvels, werd zo rond 750 BCE de stad Rome geboren. De noordelijke top van het Capitool was de Arx, waar in de Koningstijd en de daaropvolgende Republikeinse tijd de burcht van Rome was gevestigd. Op de zuidelijke top verrees de grandioze tempel van Jupiter Optimus Maximus, volgens de overlevering al gewijd in 509 BCE. Jupiter zelf werd vereerd in de centrale cella, terwijl de linker cella was gewijd aan Juno en de rechter aan Minerva. Samen vormden ze de Capitolijnse triade.

De tempel van Jupiter Optimus Maximus is allang verdwenen, net als de overige religieuze gebouwen die op het Capitool moeten hebben gestaan. In de middeleeuwen stond op de heuvel het Palazzo Senatorio, gebouwd in de twaalfde en dertiende eeuw, de zetel van de middeleeuwse Romeinse Senaat. Het Palazzo Senatorio was verrezen op het Tabularium, het (veronderstelde) archief van het Rome van de oudheid waarover nog heel veel onduidelijk is. Rechts van het Palazzo Senatorio stond het Palazzo dei Conservatori, waar het stadsbestuur zetelde dat bestond uit drie magistraten die conservatori werden genoemd. Het palazzo werd gebouwd in opdracht van Paus Nicolaas V (1447-1455). Een van diens opvolgers, Paus Paulus III (1534-1549), kreeg in april 1536 keizer Karel V, een van de machtigste vorsten ter wereld, op bezoek. Paulus schaamde zich dusdanig voor de armzalige staat van het Capitool dat hij de grote architect Michelangelo Buonarroti (1475-1564) inhuurde om de heuvel te verfraaien.

Palazzo Senatorio.

Michelangelo renoveerde het Palazzo dei Conservatori, maar het project werd pas na zijn dood voltooid door Giacomo della Porta (1532-1602). Ook legde hij het centrale plein aan – de Piazza del Campidoglio – en zorgde hij voor de monumentale trap – de Cordonata – die vanaf de westzijde van de heuvel toegang geeft tot het Capitool. Door toevoeging van allerhande elementen uit het oude Rome creëerde hij letterlijk een brug tussen de oudheid en de renaissance. Aan de voet van de Cordonata wordt de bezoeker begroet door Egyptische leeuwen, terwijl bovenaan de tweelingbroers Castor en Pollux naast hun paarden de wacht houden. Zij zouden de Romeinen in de vroege vijfde eeuw de overwinning hebben bezorgd op de Latijnen en hun tempel bevond zich op het Forum Romanum achter het Capitool. Op de balustrade werden beelden van de christelijke keizers Constantijn de Grote (306-337) en zijn zoon Constantijn II (337-340) geplaatst, net als de eerste en de zevende mijlsteen van de Via Appia, verreweg de beroemdste Romeinse weg. Met de aanleg van de Cordonata veranderde Michelangelo ook de oriëntatie van de heuvel. Deze werd van oudsher beklommen vanaf de oostzijde, i.e. vanaf het Forum. Nu echter namen bezoekers de trap vanaf de westzijde, zijnde de kant van de Sint Pieter en het Vaticaan.

Hiermee was het werk op het Capitool nog niet voltooid. Om een perfect symmetrische opstelling op de heuvel te bewerkstelligen had Michelangelo ook een palazzo ter linkerzijde van het Palazzo Senatorio ontworpen. Dit moest een exacte kopie van het Palazzo dei Conservatori worden. Het werk aan dit nieuwe gebouw begon echter pas in 1654, bijna een eeuw na Michelangelo’s dood. De verantwoordelijk architecten waren Girolamo (1570-1655) en Carlo (1611-1691) Rainaldi, een vader en een zoon. Zij volgden getrouw het ontwerp van hun grote voorganger, zodat het Palazzo Nuovo – het ‘nieuwe paleis’ – inderdaad een replica van het Palazzo dei Conservatori is geworden. Carlo Rainaldi voltooide het in 1663.

Piazza del Campidoglio met het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius (kopie).

Het Palazzo Senatorio fungeert nog steeds als het stadhuis van Rome. Het Palazzo dei Conservatori en het Palazzo Nuovo vormen thans de twee vleugels van de Capitolijnse Musea. De geschiedenis van de musea gaat terug tot 1471, toen Paus Sixtus IV (1471-1484) in het eerste jaar van zijn pontificaat een aantal belangrijke bronzen beelden uit de oudheid aan de stad schonk. Dit werd de kern van de verzameling van de latere musea. De stichting daarvan moet echter worden toegeschreven aan Paus Clemens XII (1730-1740), die de collectie in 1734 openstelde voor het publiek. Daarmee was het eerste openbare museum ter wereld een feit. In de jaren 1920 werden de musea uitgebreid met de annexatie van het Palazzo Caffarelli, dat achter het Palazzo dei Conservatori staat en een fraaie binnentuin heeft (zie hieronder). De twee vleugels van de Capitolijnse Musea werden in de jaren 1930 met elkaar verbonden via een ondergrondse passage, die gebruikt wordt als lapidarium. Zoals zoveel musea hebben ook de Capitolijnse Musea veel meer voorwerpen dan ze tentoon kunnen stellen. Sinds 1997 is een deel van de collectie te zien in de Centrale Montemartini, waarin ik een aparte bijdrage wijd.

Fresco in de Salon van de strijd tussen Rome en Veii, geschilderd door Giuseppe Cesari, Cavalier d’Arpino.

Na deze uitgebreide geschiedenisles is het hoog tijd eens naar de hoogtepunten in het Palazzo dei Conservatori te gaan kijken. Ik noem mijn tien persoonlijk favorieten. Het Palazzo Nuovo komt in een tweede bijdrage aan de orde.

1. Het ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius

Bezoekers van het Capitool maken al op het grote plein van Michelangelo kennis met deze beroemde keizer-filosoof, die tussen 161 en 180 over het immense Romeinse Rijk heerste (foto hierboven). Het ruiterstandbeeld op het plein is echter een kopie die in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gemaakt. Het origineel staat veilig binnen. Er is eigenlijk maar één reden dat we dit origineel nog kunnen bewonderen: het ruiterstandbeeld werd in de vroege middeleeuwen abusievelijk aangezien voor een beeld van keizer Constantijn de Grote. Omdat Constantijn de eerste christelijke keizer van het Romeinse Rijk was geweest, bleef het beeld het lot bespaard dat zoveel andere bronzen beelden uit de oudheid heeft getroffen en werd het niet omgesmolten om van het brons munten te kunnen slaan. In plaats daarvan werd het naast het Lateraans paleis geplaatst, lange tijd de residentie van de pausen. Dat de man op het paard werd aangezien voor Constantijn is alleen al vreemd omdat deze keizer nooit een baard droeg. De verwarring is ook enigszins pijnlijk, want tijdens de regering van Marcus Aurelius vonden er christenvervolgingen plaats in Gallië. Hoewel de keizer die niet zelf geïnitieerd had, lijkt hij weinig sympathie voor het christendom te hebben gehad.[2]

Marcus Aurelius.

De Romeinen ontdekten al snel dat het ruiterstandbeeld helemaal niet Constantijn voorstelde. In de twaalfde-eeuwse reisgids Mirabilia Urbis Romae stond al dat men lang dacht dat het Constantijn was, “sed non ita est” (maar dat klopt niet).[3] De wraakgevoelens tegenover heidense keizers waren gelukkig inmiddels geluwd, zodat het ruiterstandbeeld niet alsnog werd omgesmolten. Paus Paulus III verplaatste het beeld van het Lateraans paleis naar het Capitool, waar het in het midden van het door Michelangelo ontworpen nieuwe plein kwam te staan. In de jaren 1990 werd het naar binnen verplaatst en sinds 2005 staat het in de Esedra di Marco Aurelio, een aula van glas en staal die werd gebouwd over een tuin tussen het Palazzo dei Conservatori en het Palazzo Caffarelli. Als we het bronzen beeld nader bestuderen, moeten we concluderen dat het ooit helemaal verguld moet zijn geweest. De keizer heeft de rechterarm gestrekt, hetgeen aangeeft dat hij een toespraak tot de verzamelde troepen geeft, de zogenaamde adlocutio. Hoewel de keizer zichzelf het liefst als filosoof en vredevorst zag, moest hij het grootste gedeelte van zijn regering oorlog voeren tegen binnenvallende Germaanse volkeren als de Marcomanni en de Quadi. Bij zijn dood op 17 maart 180 waren deze oorlogen nog niet beëindigd.

Marcus Aurelius.

2. Reliëfs van de Boog van Marcus Aurelius

We blijven nog even bij Marcus Aurelius, want in het grote trappenhuis (Scalone) vinden we drie prachtige reliëfs waarop deze keizer is afgebeeld. Ze stellen een aantal episodes voor in de oorlogen tegen de Germanen. Achtereenvolgens zien we de overgave (deditio) van de verslagenen, de triomftocht van de keizer in Rome (triumphus) en diens offer op het Capitool (sacrificium), waarmee een triomftocht traditioneel eindigde. De details van de reliëfs zijn erg mooi, van de wanhopig smekende barbaren tot de decoraties op de strijdwagen van de keizer, die vergezeld wordt door de gevleugelde Victoria. Het reliëf met het offer is misschien wel het mooist, want daarop zien we de tempel van Jupiter Optimus Maximus in volle glorie, met drie ingangen en een kunstig gebeeldhouwd timpaan. Alleen de paarden die de strijdwagen trekken zijn wel erg stijf en statisch afgebeeld, een beetje zoals de paarden op een draaimolen.

Het is niet helemaal duidelijk waar de Boog van Marcus Aurelius precies heeft gestaan. De meest aannemelijke locatie is naast het Senaatsgebouw, de Curia Julia, bij een ingang naar het Forum van Julius Caesar.[4] Hier staat tegenwoordig de bijna altijd gesloten kerk van Santi Luca e Martina. Deze werd gebouwd op de plek waar het Senaatsgebouw uit de tijd van de Republiek, de Curia Hostilia, ooit stond. Inderdaad zijn de drie reliëfs bij deze kerk gevonden en daarin verwerkt, totdat ze aan het begin van de zestiende eeuw naar het Capitool werden overgebracht. Acht andere reliëfs werden al in de vroege vierde eeuw verwerkt in de triomfboog van Constantijn de Grote naast het Colosseum. Van het twaalfde en laatste reliëf is alleen een fragment bewaard gebleven, dat zich tegenwoordig in de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen bevindt. Omdat er zeer waarschijnlijk ook niet meer dan twaalf reliëfs waren, is de collectie dus nagenoeg compleet bewaard gebleven.

3. Reliëfs van Hadrianus

In de Scalone vinden we ook drie reliëfs met daarop keizer Hadrianus, een voorganger van Marcus Aurelius en keizer van 117 tot 138. Twee van de reliëfs waren als decoraties bevestigd aan een monument dat de Arco di Portogallo werd genoemd. Deze boog is verdwenen, maar heeft nog steeds een marker op Google Maps. Het monument stond aan de Via del Corso, in de oudheid de Via Lata genoemd, bij de kruising met de Via delle Vita en niet ver van de kerk van San Lorenzo in Lucina. De Arco di Portogallo werd zo genoemd omdat de residentie van de Portugese ambassadeur in de buurt stond. De boog werd in 1662 afgebroken door Paus Alexander VII (1655-1667) en twee jaar later werden de reliëfs naar het Capitool overgebracht. Op het eerste zien we hoe Hadrianus voedsel uitdeelt aan arme Romeinse kinderen, op het tweede is de keizer getuige van de apotheose van zijn vrouw Vibia Sabina, die in 136 of 137 stierf. Het is niet zo vreemd om bij de afbeelding van Sabina die op de schouders van een gevleugelde eroot naar de hemel gevoerd wordt aan de latere, christelijke afbeeldingen van Maria-Hemelvaart te denken.

Het is overigens volstrekt onduidelijk wanneer deze de Arco di Portogallo precies werd opgericht. Mogelijk gebeurde dit al rond het jaar 85 tijdens de regering van keizer Domitianus (81-96) en werd de boog verbouwd omstreeks 398 onder keizer Honorius (395-423).[5] Hieruit mogen we in elk geval concluderen dat de reliëfs met Hadrianus en Sabina niet voor de Arco di Portogallo zijn gemaakt. Dat geldt ook voor het derde reliëf dat we in het trappenhuis aantreffen. Dit stelt de aankomst of terugkeer (adventus) van Hadrianus in Rome voor. De keizer wordt begroet door de godin Roma en het Romeinse volk en de Senaat. Omdat dit reliëf ook in de buurt van de Via del Corso werd gevonden, is het aannemelijk dat het tot dezelfde serie behoort als de andere twee.

4. Het beeld van Constantijn de Grote

Ik herinner me dat ik bij mijn eerste bezoek aan de Capitolijnse Musea diep onder de indruk was van de restanten van wat eens een enorm beeld van keizer Constantijn de Grote (306-337) moet zijn geweest. De restanten, gemaakt van Parisch marmer, staan op de binnenplaats (Cortile) van het Palazzo dei Conservatori en bestaan uit een stuk rechterarm, een hoofd, een rechterknie, een pols, een rechterhand met gestrekte wijsvinger, een rechterscheen en twee voeten. De wangen van de keizer zijn gladgeschoren en zijn ogen zijn naar de hemel gericht. Het beeld stond – of beter gezegd: zat – in de apsis van de Basilica Nova op het Forum Romanum, in het jaar 315 door Constantijn gewijd. Tegenwoordig kennen we deze basilica als de Basilica van Maxentius en Constantijn, maar in feite was het gebouw een werk van de eerstgenoemde, die in 312 door de laatstgenoemde was verslagen in de slag bij de Milvische brug. Constantijn hoefde alleen maar de finishing touch te verzorgen, en dat deed hij door de ingang te maken in de lange zuidelijke zijde in plaats van de korte oostelijke zijde. Het beeld van de zittende keizer moet zo’n dertien meter hoog zijn geweest.

Overblijfselen van het beeld van Constantijn.

Het hoofd lijkt een beetje te klein vergeleken met de overige bewaard gebleven lichaamsdelen. Een verklaring kan zijn dat het oorspronkelijk ging om een beeld van Jupiter of zelfs Hadrianus dat was omgewerkt tot een beeld van Maxentius. Constantijn liet het vervolgens weer omwerken tot een beeld van zichzelf.[6] Daarbij moet het nodige marmer zijn weggebeiteld. Jupiter en Hadrianus zullen beslist een baard hebben gehad, maar Maxentius had alleen wat stoppels en Constantijn koos voor het verwijderen van al zijn gezichtsbeharing. Het gezicht van het beeld werd bij het omwerken dus vrij letterlijk geschoren. Het leuke is dat tegenwoordig een reconstructie van het beeld in de tuin van het Palazzo Caffarelli staat. Bezoekers van de musea betreden de tuin via de Esedra di Marco Aurelio, maar de tuin is ook gratis toegankelijk vanuit de Via di Villa Caffarelli. Wie de musea al eens bezocht heeft, maar de pas in 2024 onthulde reconstructie nog nooit heeft gezien, kan zich dus een kaartje besparen. Uit de reconstructie blijkt overigens wel dat het beeld van Constantijn nooit een massief marmeren beeld is geweest. Het was een zogenaamde akroliet, wat wil zeggen dat de met kleding bedekte delen van metaal of beschilderd stucwerk waren gemaakt en alleen de onbedekte delen van marmer.

5. De buste van Commodus

Commodus als Hercules.

In periode van de Late Republiek en de vroege Keizertijd was Rome omringd door horti, wat letterlijk tuinen betekent.[7] Het ging in feite om grote landgoederen die toebehoorden aan adellijke Romeinse families. Beroemd zijn bijvoorbeeld de tuinen van de generaal en staatsman Lucius Licinius Lucullus (ca. 118-56 BCE) en die van de staatsman en geschiedschrijver Gaius Sallustius Crispus (ca. 86-35 BCE). Gaius Julius Caesar (100-44 BCE) bezat tuinen aan de overzijde van de Tiber (in het huidige Trastevere) die na zijn dood tot een openbaar park werden omgevormd. Voor deze bijdrage zijn van belang de Horti Lamiani, vernoemd naar de consul van het jaar 3 Lucius Aelius Lamia en later keizerlijk bezit. Dit laatste verklaart waarom hier in 1874 een schitterende buste van keizer Commodus (180-192) als Hercules werd gevonden.

Commodus was de zoon en opvolger van Marcus Aurelius. Hij was pas 18 jaar oud toen hij keizer werd en zijn regering begon tamelijk goed met het beëindigen van de oorlogen van zijn vader. Als gevolg van een complot tijdens zijn eerste jaren op de troon lijkt hij echter paranoïde te zijn geworden. Tegen het jaar 191 had hij een ronduit maniakale toewijding aan de Griekse held Hercules ontwikkeld. Zo kleedde hij zich in dierenhuiden, droeg hij een knots en noemde hij zichzelf Hercules. Ook zou hij het kolossale beeld van de zonnegod Sol naast het Colosseum hebben veranderd in een beeld van zichzelf als Hercules. Deze verhalen sluiten goed aan bij de buste van Commodus als Hercules. De keizer heeft een volle baard, de huid van de Nemeïsche leeuw over zijn hoofd gedrapeerd, een knots in de rechterhand en een aantal appels van de Hesperiden in zijn linkerhand. Een van de twee Amazones aan de voet van de buste is helaas verloren gegaan. Het doden van de Nemeïsche leeuw, het stelen van de appels en het ophalen van de gordel van de koningin van de Amazones vormden drie van de twaalf werken die Hercules moest verrichten als boetedoening voor het in een vlaag van waanzin doden van zijn eigen kinderen.

Bronzen beeld van Hercules.

6. Bronzen beeld van Hercules

In de Esedra di Marco Aurelio zijn de fundamenten van de tempel van Jupiter nog te zien. Daar tegenaan is een intrigerend verguld bronzen beeld van Hercules geplaatst dat van de tweede eeuw BCE dateert. Er zijn overeenkomsten tussen dit beeld en de buste van Commodus, maar ook opvallende verschillen. De knots en de appels van de Hesperiden zijn weer aanwezig, maar deze Hercules heeft gladgeschoren wangen. Hij is bovendien meer dan levensgroot, want 241 centimeter hoog. Het beeld lijkt sterk op de zogenaamde Mastai Hercules, afkomstig uit het theatercomplex van Pompeius en tegenwoordig te bewonderen in de Vaticaanse Musea (zie Rome: Area Sacra di Largo Argentina).

De Hercules van de Capitolijnse Musea was één van de bronzen voorwerpen die Paus Sixtus IV aan de stad Rome schonk (zie hierboven). Het werd gevonden op het Forum Boarium, de voormalige veemarkt van Rome. In de oudheid stond hier een groot openluchtaltaar gewijd aan Hercules, het Ara Maxima. Bovendien stond op het forum een ronde tempel gewijd aan Hercules Olivarius of Hercules Victor. Hercules kende dus een speciale verering in dit gedeelte van Rome. Sporen van het Ara Maxima zijn nog altijd zichtbaar onder de kerk van Santa Maria in Cosmedin, terwijl de tempel van Hercules Olivarius (uit ca. 100 BCE) later tot kerk werd omgevormd en dankzij recente restauraties nog altijd overeind staat. Bezoekers kunnen deze opmerkelijke ronde tempel dus nog steeds bewonderen, zij het bij mijn weten alleen van de buitenzijde. Naast de genoemde kerk stond nóg een ronde tempel voor Hercules, in de Atlas of Ancient Rome aangeduid als Aedes Aemiliana Herculis.[8] Die werd gebouwd door de Romeinse generaal en staatsman Scipio Aemilianus, die censor was in 142-141 BCE. Het is heel goed mogelijk dat het bronzen beeld van de Griekse held in deze tempel stond.

7. De Capitolijnse Wolf

Ook de wereldberoemde Capitolijnse Wolf of Lupa Capitolina behoort tot de schenking van Paus Sixtus IV. Waarschijnlijk behoeft dit bronzen beeld nauwelijks een nadere toelichting. Een waakzame wolvin, de bek halfgeopend en de tanden zichtbaar, zoogt de tweeling Romulus en Remus, stichters van Rome. Het was een oeroude afbeelding, die bijvoorbeeld al voorkwam op de allereerste zilveren munten die de Romeinen vanaf ongeveer 268 BCE waren begonnen te slaan. Het beeld stond, voordat het naar het Palazzo dei Conservatori werd verplaatst, in de kerk van San Teodoro ten zuiden van het Forum Romanum. Hoe het daar terechtkwam, weet eigenlijk niemand, al bevond de Lupercal – de grot waarin de wolvin de jongens zou hebben gezoogd – zich wel vlakbij (zie Rome: Sant’Anastasia). De tweeling is overigens pas in 1471 aan het beeld van de wolvin toegevoegd. Doorgaans worden Romulus en Remus toegeschreven aan Antonio del Pollaiuolo (ca. 1431-1498).

Lupa Capitolina.

Goed, de tweeling is dus een werk van de Renaissance, maar de wolvin zelf werd gemaakt door een Etruskische beeldhouwer en dateert van de vijfde eeuw BCE. Althans, dat is wat lang werd aangenomen en wat het museum nog steeds beweert. Het maakt geen melding van een recente theorie dat de Capitolijnse Wolf een middeleeuws werk is. Daarvoor zijn twee belangrijke aanwijzingen. Allereerst is de wolf uit één stuk gegoten, wat past bij een gietproces uit de middeleeuwen, terwijl in de oudheid beelden doorgaans uit verschillende stukken werden samengesteld. Nog belangrijker is dat onderzoek met behulp van koolstofdatering erop wijst dat we te maken hebben met een beeld uit de elfde of twaalfde eeuw. Daar staan echter bewijzen tegenover die de oorspronkelijke theorie van een Etruskisch beeld wel degelijk ondersteunen: de lemen kern die werd gebruikt bij het gietproces moet afkomstig zijn geweest uit Etruria (het huidige Toscane en het hartland van de Etrusken), het brons komt uit een mijn op Sardinië en de stijl past eerder bij de Etruskische mythologie dan bij de middeleeuwen.[9] Het beeld heeft een eigen zaal in het museum (zaal VII), maar in 2024 vond ik het bij andere bronzen voorwerpen in de Esedra di Marco Aurelio.

8. De Aristonothos-krater

De zalen X, XI en XII zijn gewijd aan de collectie van de goudsmid, verzamelaar en kunsthandelaar Augusto Castellani (1829-1914), die verschillende schenkingen aan de Capitolijnse Musea deed. Een intrigerend voorwerp in de collectie is een krater of mengvat uit de zevende eeuw BCE, afkomstig uit de Etruskische stad Caere (destijds Caisra en tegenwoordig Cerveteri). Het werd gemaakt door een zekere Aristonothos, van wie wordt aangenomen dat hij een Griekse pottenbakker was die zich in Caere had gevestigd. Links komt een geroeid oorlogsschip aanvaren met drie krijgers in volle wapenrusting. De prooi van het oorlogsschip is het koopvaardijschip rechts, met een ronde boeg en een mast met zeilen (al zijn die zeilen niet zichtbaar). Op dit schip staan ook drie gewapende krijgers gereed om de aanval af te slaan. Alle krijgers zijn identiek bewapend, met grote ronde schilden, speren en helmen met wuivende helmkammen. In de Griekse wereld hadden de Etrusken de reputatie van piraten, terwijl omgekeerd de Grieken zich eveneens schuldig maakten aan piraterij. Het kan dus best zijn dat we een confrontatie tussen een Grieks en een Etruskisch schip zien, maar het is onduidelijk welk volk dan het slachtoffer is en welk de dader.[10]

9. Het beeld van koning Karel van Anjou

Karel van Anjou – Arnolfo di Cambio.

Het Palazzo dei Conservatori heeft niet alleen voorwerpen uit de oudheid te bieden, zo moge blijken uit de laatste twee hoogtepunten die ik wil bespreken. Het eerste resterende hoogtepunt is het beeld van koning Karel van Anjou (ca. 1226-1285). Karel was de jongere broer van de Franse koning Lodewijk IX. Op zoek naar een troon voor zichzelf belandde hij in een successieoorlog in het koninkrijk Sicilië, dat naast het eiland zelf vrijwel heel Zuid-Italië besloeg. Koning Manfred van Sicilië werd door de paus niet erkend, en Karel nam de handschoen op om hem te verdrijven. Op 5 januari 1266 werd hij door vijf Romeinse kardinalen tot koning gekroond (Paus Clemens IV verbleef in Viterbo), waarna hij eind februari met zijn leger dat van Manfred versloeg. Twee jaar later versloeg hij ook Konradijn, de laatste Siciliaanse koning uit het geslacht van de Hohenstaufen.

Karel had nadat hij zijn troon had verworven meer interesse in Zuid-Italië dan in Sicilië en bezocht het eiland zelden. Op Sicilië bestond grote onvrede over de belastingpolitiek van de koning en diens voorkeur voor het benoemen van Franse en Provençaalse edellieden op hoge posities. In 1282 zou dit leiden tot een opstand die bekendstaat als de Siciliaanse Vespers. Koning Peter III van Aragon – getrouwd met een dochter van Manfred – landde op Sicilië en nam het hele eiland in, terwijl Karel vanuit Napels bleef regeren. Bij Karels dood in 1285 was het conflict nog niet beslecht. Dat zou pas in 1302 gebeuren met het verdrag van Caltabellotta. De reden dat we Karel hier in Rome aantreffen, is dat hij in 1265 ook tot Romeins senator was benoemd. In 1268-1278 en 1281-1284 werd hij herbenoemd. Het is dan ook heel goed mogelijk dat het beeld oorspronkelijk in het Palazzo Senatorio stond. Doorgaans wordt het toegeschreven aan de beroemde Florentijnse beeldhouwer en architect Arnolfo di Cambio (ca. 1240-1300/10) en gedateerd op ca. 1275-1277. Ooit moet het beeld helemaal beschilderd zijn geweest, met onder meer een vergulde kroon. Daarvan is niets bewaard gebleven, en ook de globe in de linkerhand van de koning is verdwenen.

10. De Waarzegster van Caravaggio

Waar Paus Clemens XII als stichter van de Capitolijnse Musea kan worden gezien, was het zijn opvolger Paus Benedictus XIV (1740-1758) die aan de musea een schilderijengalerij toevoegde, de Pinacoteca Capitolina. Onder de schilderijen in de Pinacoteca bevinden zich ook twee werken van de beroemde Barokschilder Michelangelo Merisi, beter bekend als Caravaggio (1571-1610). Met zijn schilderij van de Waarzegster besluit ik deze bijdrage.

De Waarzegster – Caravaggio.

Caravaggio schilderde de Waarzegster in Rome in het midden van de jaren 1590. Het museum houdt het op 1597, maar een vroegere datering is ook mogelijk. De eerste eigenaar van het schilderij was kardinaal Francesco Maria del Monte (1549-1626), een fanatieke verzamelaar die zeer gecharmeerd was van het werk van de jonge Caravaggio. De machtige kardinaal zou Caravaggio’s eerste beschermheer worden. Op het doek zien we hoe een jonge Romeinse man in dure kleding en met een zwaard op de heup is benaderd door een knappe jonge vrouw. Zij is een zingara, een zigeunerin of – met een wat eigentijdser en minder stigmatiserend woord – een Roma-vrouw. De vrouw doet alsof ze de hand van de jongeman leest en vertelt hem ongetwijfeld prachtige verhalen over zijn toekomst. De jongeman luister gebiologeerd en heeft daardoor niet door dat de vrouw de ring van zijn vinger schuift en hem dus berooft. Van het werk bestaat ook een tweede, vermoedelijk latere versie, die in het Louvre in Parijs hangt.

Noten

[1] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 149.

[2] In zijn Overpeinzingen komt overigens slechts één passage voor waarin de christenen worden genoemd. Hij lijkt ze hier koppigheid en theatraal vertoon bij het sterven te verwijten (Boek 11.3). Mogelijk is het gedeelte ‘zoals de christenen’ echter later toegevoegd.

[3] Dick de Boer, Emo’s Reis, p. 274.

[4] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 176; The Atlas of Ancient Rome, part 2, Tab. 41 en 270-271.

[5] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 488-489; The Atlas of Ancient Rome, part 2, Tab. 202a.

[6] Henk Singor, Constantijn, p. 278.

[7] Zie voor een overzicht The Atlas of Ancient Rome, deel 2, Tab. III.

[8] The Atlas of Ancient Rome, part 2, Tab. 174a.

[9] Gareth Harney, De Schatkist van Rome, p. 52-54.

[10] Zie hierover Dominique Briquel, De Etrusken, p. 52-53.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.