Rome: Palazzo Colonna

Ingang in de Via della Pilotta.

Het is niet overdreven te stellen dat de familie Colonna haar stempel op de geschiedenis van Rome heeft gedrukt. Kardinaal Jacopo Colonna (ca. 1250-1318) liet zijn sporen na in de basiliek van Santa Maria Maggiore, Oddone Colonna (1369-1431) wist het als enige van zijn familie tot paus te schoppen en Marcantonio II Colonna (1535-1584) leidde het pauselijke eskader in de befaamde zeeslag bij Lepanto in 1571. Dat was een uitstekende prestatie van een familie die in de vroege twaalfde eeuw ontstond als een zijtak van het huis van de graven van Tusculum. De familienaam Colonna (‘zuil’) komt van het stadje Colonna in de Albaanse heuvels, even ten zuidoosten van Rome. De traditie dat de zuil in het familiewapen zijn wortels heeft in de befaamde Zuil van Trajanus valt niet te bewijzen, maar het valt niet te ontkennen dat deze zuil pal ten zuiden van het Palazzo Colonna staat.

Geschiedenis

De geschiedenis van dit Palazzo Colonna gaat terug tot het begin van de dertiende eeuw, toen de Colonna zich in Rome vestigden en daar een machtsbasis opbouwden. Ze betoonden zich bittere tegenstanders van Paus Bonifatius VIII (1294-1303) en vochten een felle vete uit met de Orsini, een andere bekende aristocratische familie in het middeleeuwse Rome. De eerste versies van het Palazzo Colonna moeten dan ook meer op een fort dan op een paleis hebben geleken. Dit fort had wel de eer tussen 1420 en 1431 als pauselijke residentie te dienen. Op 11 november 1417 was namelijk Oddone Colonna tot paus gekozen. Omdat de verkiezing had plaatsgevonden op de feestdag van Sint Maarten had hij de naam Martinus V gekozen. De verkiezing van deze Martinus had een einde gemaakt aan het zogenaamde Groot Westers Schisma (1378-1417). Tijdens dit schisma had er zowel in Rome als in Avignon een paus gezeteld. Bij tijd en wijle waren er zelfs drie pausen geweest. Er was Paus Martinus V veel aan gelegen Rome in haar oude glorie te herstellen. Hij liet vele kerken grondig restaureren, waaronder ook de kerk van de Santi Apostoli die naast het Palazzo Colonna staat.

Ook in de tijd van Paus Martinus was het hoofdkwartier van de Colonna nog steeds een fort. De transformatie tot paleis volgde pas in de eeuwen daarna, in het bijzonder in de zeventiende eeuw met de bouw van de Galleria Colonna, een lange galerij in Barokstijl aan de zuidzijde van het complex. De galerij geniet internationale faam, al was het maar omdat hier een lange scène uit de film Roman Holiday (1953) met Audrey Hepburn en Gregory Peck is opgenomen. De opdracht voor de bouw van de Galleria Colonna werd gegeven door kardinaal Girolamo Colonna (1604-1666) en zijn neef prins Lorenzo Onofrio Colonna (1637-1689). Diens zoon Filippo II Colonna (1663-1714) kon de galerij in 1700 inwijden. De oorspronkelijke architect van de galerij was de vrij onbekende Antonio del Grande (1607-1679), maar ook Gian Lorenzo Bernini (1598-1680), Johan Paul Schor (1615-1674) en Carlo Fontana (ca. 1638-1714) leverden een bijdrage.

Galleria Colonna.

Het palazzo is nog steeds in het bezit van de familie Colonna. Dit bijzondere feit verklaart de beperkte openingstijden. Als sinds jaar en dag kan het Palazzo Colonna alleen op vrijdag met een gids en op zaterdagochtend (vrij rondlopen) bezocht worden. Het is zeker de moeite waard om een volledig ticket te kopen. Dit geeft ook toegang tot de appartementen van Isabelle Sursock Colonna (1889-1984), een telg uit een rijke Libanese familie die was getrouwd met Marcantonio VII Colonna (1881-1947). Met het ticket komt de bezoeker ook het Pio Paviljoen binnen, gewijd aan hun dochter Sveva Vittoria Colonna (1910-1999). Het Palazzo Colonna heeft een schitterende kunstcollectie, met misschien wel als bekendste werk de Boneneter (Il Mangiafagioli) van de schilder Annibale Carracci (1560-1609).

Tuin van het Palazzo Colonna op de Quirinalis-heuvel.

Tuinen en Pio Paviljoen

Ik had van tevoren een ticket gekocht en kon de rij bij de ingang aan de Via della Pilotta dus gewoon voorbijlopen. Via het trappenhuis en een voorkamer – met onder meer een werk van Mattia Preti (1613-1699) – bereikte ik de grote galerij (foto hierboven). Daar was het nogal druk. Iedereen wilde graag een selfie maken op de plek waar Princess Ann in Roman Holiday haar persconferentie gaf. Ik besloot daarom eerst de tuinen van het palazzo te bezoeken (foto’s hierboven). Het Palazzo Colonna werd tegen de Quirinalis-heuvel aangebouwd. Aan de noordzijde van de heuvel, ongeveer waar we nu de Pontificia Università Gregoriana vinden, stond in de oudheid een tempel van Serapis, met daarachter een tempel gewijd aan Hercules en Dionysius. In de middeleeuwen had de heuvel vooral strategische waarde, maar aan het einde van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw lieten kardinaal Ascanio Colonna (1560-1608) en prins Filippo I Colonna (1578-1639) er fraaie terrassen en een prachtige fontein aanleggen. Die fontein werd ontworpen door Girolamo Rainaldi (1570-1655). Het platform boven in de tuinen geeft een mooi uitzicht op de skyline van Rome. We zien natuurlijk de koepel van de Sint Pieter, maar ook die van Il Gesù en Sant’Ivo alla Sapienza.

Pio Paviljoen. Aan de muur het portret van Colonna-paus Martinus V. De buste is van Paus Benedictus XIV.

Wandtapijt met veldslag van Alexander de Grote.

Pas in de achttiende eeuw werden de tuinen rechtstreeks vanuit het palazzo toegankelijk dankzij de drie bruggen over de Via della Pilotta die in 1710 werden gebouwd door Alessandro Specchi (1668-1729). De opdracht kwam van de al genoemde Filippo II Colonna. Specchi bouwde ook de aedicula met drie beelden van beroemde leden van de familie (foto’s hierboven). In het midden staat natuurlijk Marcantonio II Colonna, de held van Lepanto, die we binnen nog een aantal maal zullen tegenkomen. Hij wordt geflankeerd door de neven Fabrizio Colonna (ca. 1460-1520) en Prospero Colonna (1452-1523), die in de vijftiende en zestiende eeuw vermaarde condottieri in Italië waren (Fabrizio was ook de opa van Marcantonio). Een van de bruggen geeft toegang tot het Pio Paviljoen, dat bestaat uit een aantal vertrekken waarin tussen de zestiende en achttiende eeuw de kardinalen uit de familie woonden. De kardinalen Ascanio Colonna en Girolamo Colonna – hierboven reeds genoemd – en hun bloedverwant kardinaal Girolamo II Colonna (1708-1763) waren verantwoordelijk voor de inrichting. Het Pio Paviljoen is echter thans gewijd aan Sveva Vittoria Colonna (1910-1999), die was getrouwd met de Spaanse prins Don Alfonso Falcò Principe Pio. De meest in het oog springende decoraties zijn de zeventiende-eeuwse Franse wandtapijten, ooit gekocht door Lorenzo Onofrio Colonna. Ze tonen ons belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Alexander de Grote. Het laatste vertrek geeft uitzicht op de binnenplaats van het Palazzo Colonna.

Pio Paviljoen. Rechts de buste van Sveva Colonna.

Binnenplaats van het Palazzo Colonna.

Galleria Colonna

Het was hoog tijd om terug te keren naar de lange galerij, waar de rust inmiddels enigszins was weergekeerd. De galerij staat geheel in het teken van de zeeslag bij Lepanto en de heldenrol van Marcantonio II Colonna daarin. Het verhaal van de zeeslag is op deze website al eerder verteld. In 1571 streed een gecombineerde christelijke vloot met de vloot van het Ottomaanse Rijk bij Lepanto in de Golf van Patras. Het treffen was een van de grootste zeeslagen in de geschiedenis. 212 schepen van de Heilige Liga namen het op tegen 251 schepen van de Ottomaanse marine. Na uren van felle gevechten behaalden de strijdkrachten van de Heilige Liga een beslissende overwinning op hun tegenstanders. De Turkse admiraal Sufi Ali Pasha sneuvelde, net als duizenden van zijn soldaten en zeelieden. Ook aan christelijke zijde waren de verliezen aanzienlijk, maar niemand twijfelde eraan dat zij de overwinning hadden behaald. Marcantonio Colonna had het pauselijke eskader geleid en bij zijn terugkeer in Rome werd hem een triomftocht toegekend als ware hij een zegevierende Romeinse generaal.

Galleria Colonna.

De Apotheose van Marcantonio Colonna – Giuseppe Bartolomeo Chiari.

Een prachtig plafondfresco aan het begin van de galerij verbeeldt de introductie van Marcantonio bij de Maagd Maria. Het fresco werd tussen 1698 en 1700 geschilderd door Giuseppe Bartolomeo Chiari (1654-1727). Marcantonio draagt een knots en wordt bij de hand geleid door een man gehuld in een leeuwenvel. Is hij Hercules? Dat zou een opmerkelijk heidens element zijn in een verder buitengewoon christelijk fresco. Aan de andere kant van de galerij, in de zogenaamde Zaal van de Landschappen, vinden we een plafondfresco met een allegorie op de slag bij Lepanto. Dit werd geschilderd door Luca Giordano (1634-1705) en Sebastiano Ricci (1659-1734). De galerij is verder volgepropt met beelden, spiegels, kandelaars en schilderijen. Werkelijk geen plekje is onbedekt gelaten. Onder de schilderingen vinden we natuurlijk weer een portret van Marcantonio – geschilderd door Scipione Pulzone (ca. 1540-1598) – en verder vallen de kleurrijke werken van de Florentijnen Bronzino (1503-1572) en Michele di Ridolfo del Ghirlandaio (1503-1577) op. Uit noordelijker streken komen werken van een Hollandse navolger van Caravaggio en de Vlaamse meester Peter Paul Rubens (1577-1640).

Allegorie op de Slag bij Lepanto – Luca Giordano en Sebastiano Ricci.

Venus – Bronzino.

De twee opmerkelijkste voorwerpen in de galerij zijn een kanonskogel en een kast. De kanonskogel heeft zich vastgeboord in een trap. Het object is daarmee een herinnering aan een ongelukkig voorval uit de negentiende eeuw. In 1849 waren Franse troepen onder generaal Oudinot Paus Pius IX te hulp gekomen tegen de zelfverklaarde Romeinse Republiek. De Fransen bombardeerden onder meer de Quirinalis-heuvel, waarbij ook het Palazzo Colonna werd geraakt. Dat was ironisch, want de familie Colonna was – ondanks haar eerdere vendetta tegen Bonifatius VIII – al eeuwenlang uiterst pausgezind. De kast in de Zaal van de Landschappen werd in de zeventiende eeuw gemaakt door de broers Franz en Dominicus Steinhart. Op de kast zijn ivoren decoraties aangebracht met voorstellingen uit de Bijbel. De centrale voorstelling is echter een reliëf met het Laatste Oordeel van Michelangelo uit de Sixtijnse Kapel.

Aurora – Michele di Ridolfo del Ghirlandaio.

Overige zalen

In de Zaal van de Apotheose van Martinus V vinden we de Boneneter van Carracci uit ca. 1583. Het werk is wereldberoemd, maar op de dag dat ik het Palazzo Colonna bezocht was niemand erin geïnteresseerd. Ik kon het schilderij dus minutenlang ongestoord bestuderen. De Australische kunstcriticus Robert Hughes noemde het terecht een meesterwerk. Hughes merkte het scherpe contrast op tussen Carracci’s klassieke fresco’s in het Palazzo Farnese in Rome en de ongepolijste Boneneter. Over het laatste werk schreef hij: “Het is een veel vroeger en eerder sociaal-realistisch portret van een arbeider die zich te goed doet aan zijn middagmaal van bonen en uien, met een broodje in zijn hand, terwijl hij je strak aankijkt met een woeste bezitterigheid, open mond en rafelige strooien hoed op zijn hoofd”.[1] In deze naar hem vernoemde zaal hangt verder uiteraard een portret van Paus Martinus V aan de muur. Het is een kopie uit de zestiende eeuw van een (verloren gegaan?) portret dat Pisanello (ca. 1395-1455) van de paus maakte. Martinus had de schilder naar Rome ontboden om de kathedraal van San Giovanni in Laterano te verfraaien. Uit het portret van de zeer corpulente paus mogen we wel afleiden dat zijn dieet uit meer dan alleen bonen en uien bestond.

In de overige zalen vinden we meer mooie schilderijen en wandtapijten. De schilderijen zijn onder meer van Rubens, Guercino en Pietro da Cortona, terwijl de wandtapijten wederom in Frankrijk werden gemaakt. Een bijzonder werk is een schilderij van de Florentijnse meester Sandro Botticelli (ca. 1445-1510) en zijn studio dat de apostel Jakobus de Meerdere voorstelt. Het museum lichtte daarnaast een werk van de Vlaamse schilder Antoon van Dyck (1599-1641) uit waarop Mars en Venus te zien zijn. Waarom dit schilderij precies werd uitgelicht weet ik eigenlijk niet. Misschien was het recent gerestaureerd.

Zaal van de Kapel.

De appartementen van prinses Isabelle zijn ook zeer de moeite waard. De verschillende kamers zien er nog net zo uit als in 1984, het jaar waarin de prinses op 95-jarige leeftijd overleed. De toestand is als het ware bevroren. Zeer opvallend is de enorme collectie schilderijen die Isabelle bezat van de Nederlandse landschapsschilder Caspar van Wittel (1653-1736). Volgens het museum zijn het er 37. We zien onder meer vedute (panorama’s) van Rome, Napels en Venetië. Bijzondere aandacht was er voor een altaarstuk van de schilder Cosmè Tura (ca. 1430-1495) uit Ferrara. Diens Polittico Roverella uit ca. 1470-1474 is helaas in stukken gezaagd, en verschillende delen ervan zijn verdwenen. Andere zijn terechtgekomen in musea in Europa en de Verenigde Staten. Het Palazzo Colonna bezit een zijpaneel met daarop de man die Cosmè Tura aan het werk zette, Niccolò Roverella. De afgebeelde heiligen zijn Paulus en de zevende-eeuwse Syrische heilige Maurelius van Voghenza.

Appartementen van prinses Isabelle.

Website van de Galleria Colonnna: Home – Colonna Palace

Noot

[1] Robert Hughes, De Zeven Levens van Rome, p. 276.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.