Palermo: Santo Spirito en de Siciliaanse Vespers

Kerk van Santo Spirito.

“Signore, fiori?” Op weg naar de beroemde kerk van Santo Spirito in Palermo werd mij die vraag wel vijf keer gesteld: of ik bloemen wenste te kopen. De vraag is niet zo gek, want de kerk staat op een van de grootste begraafplaatsen van de stad, die van Sant’Orsola. Men betreedt de begraafplaats aan de noordkant, in de Via del Vespro. Vervolgens is het drie minuten lopen naar de kerk van Santo Spirito. Voor grote kunst moet u deze kerk niet bezoeken; de Santo Spirito is vooral interessant vanwege haar geschiedenis. De kerk is onlosmakelijk verbonden met een grote opstand tegen de Franse of Angevijnse overheersing die op 30 maart 1282 losbarstte, de befaamde Siciliaanse Vespers.[1]

Geschiedenis

De kerk van Santo Spirito werd tussen 1173 en 1178 gebouwd door Walter of the Mill, de Engelse aartsbisschop van Palermo (1168-1191). Financiering was afkomstig van koning Willem II ‘de Goede’ (1166-1189) en diens moeder Margaretha van Navarra. De kerk was onderdeel van een klooster van Cisterciënzer monniken. Dit klooster bestaat niet meer: het werd in 1782 afgebroken om ruimte te maken voor de begraafplaats van Sant’Orsola. De kerk bleef gespaard en werd in 1882 gerestaureerd door de architect Giuseppe Patricolo (1834-1905). Het gebouw is een mooi voorbeeld van de Arabisch-Normandische architectuur. Zie bijvoorbeeld de spitsbogen met stenen in afwisselende kleuren, het rasterwerk voor de ramen en de drie apsissen van het gebouw.

Zijaanzicht van de kerk.

Qua decoraties is de Santo Sprito niet heel erg interessant. De gevel is nogal grof gebouwd, met een modern roosvenster waarin de duif van de Heilige Geest te zien is. Het interieur is extreem eenvoudig, met een houten crucifix uit de eerste helft van de vijftiende eeuw als belangrijkste kunstvoorwerp. Het zal niet altijd mogelijk zijn de kerk van binnen te bekijken. Omdat de kerk op een begraafplaats staat, zal het gebouw regelmatig gebruikt worden voor diensten die verband houden met uitvaarten. Ooit moet de Santo Spirito meer interne decoraties hebben gehad. In het Palazzo Abatellis kan men nog een groot frescofragment bewonderen dat Pinksteren voorstelt (de uitstorting van de Heilige Geest). We zien de Maagd Maria met gevouwen handen en omringd door zes apostelen. Het fresco dateert, net als het genoemde houten crucifix, van de eerste helft van de vijftiende eeuw. De naam van de schilder is niet bekend en de kwaliteit van het werk is niet heel hoog (afbeelding hieronder).

De Siciliaanse Vespers

Fresco van Pinksteren uit de Santo Spirito (Palazzo Abatellis, Palermo).

Na de dood van de genoemde koning Willem II ‘de Goede’ ontstond er een opvolgingscrisis in het Normandisch-Siciliaanse koninkrijk. Willem was kinderloos gestorven, en na vijf jaar van strijd ging de kroon over op Constance van Sicilië, een postume dochter van Willems grootvader koning Rogier II. Constance was gehuwd met keizer Hendrik VI van het Heilige Roomse Rijk, die nu tevens koning van Sicilië werd. Met hem begint de dynastie van de Hohenstaufen op Sicilië. De grootste vorst uit deze dynastie was Hendriks zoon Frederik II, ook bekend als stupor mundi, “verwondering der wereld”. Tijdens zijn lange regering had Frederik had voortdurend aan de stok met de pausen Gregorius IX (1227-1241) en Innocentius IV (1243-1254). In 1250 kwam de grote vorst te overlijden. Zijn zoon Koenraad volgde hem vier jaar later naar het graf, slechts 26 jaar oud. De kroon ging vervolgens naar Koenraads twee jaar oude zoontje, eveneens Koenraad geheten, maar doorgaans Konradijn genoemd. De werkelijke macht in het koninkrijk was echter in handen van Manfred, de favoriete buitenechtelijke zoon van Frederik II. Vanaf 1258 noemde hij zich officieel koning van Sicilië.

Deze situatie was niet naar de smaak van de pausen Alexander IV (1254-1261) en Urbanus III (1261-1264). Zij hadden nooit veel opgehad met de dynastie van de Hohenstaufen en wat hen betreft was de troon van Sicilië vacant. In zijn zoektocht naar een geschikte troonopvolger vond Urbanus – die eigenlijk Jacques Pantaléon heette – zijn landgenoot Karel van Anjou (ca. 1226-1285), de jongere broer van de van de Franse koning Lodewijk IX. Karel nam de handschoen op en werd op 5 januari 1266 door vijf Romeinse kardinalen gekroond tot koning van Sicilië (Paus Clemens IV, de opvolger van Urbanus en eveneens een Fransman, verbleef in Viterbo). Hij versloeg met zijn leger op 26 februari 1266 dat van Manfred in de slag bij Benevento. Manfred sneuvelde en Karel werd de nieuwe koning van Sicilië, dat naast het eiland ook geheel Zuid-Italië besloeg. De jonge Konradijn probeerde nog de macht over het koninkrijk terug te winnen, maar op 23 augustus 1268 werd hij verslagen bij Tagliacozzo. Konradijn werd gevangen genomen en eindigde met zijn hoofd op het hakblok. Hij was bij zijn dood slechts zestien jaar oud.

Met Karel van Anjou begint de Angevijnse periode. De nieuwe koning had meer interesse in Zuid-Italië dan in Sicilië en bezocht het eiland zelden. Op Sicilië bestond grote onvrede over de belastingpolitiek van de koning en diens voorkeur voor het benoemen van Franse en Provençaalse edellieden op hoge posities. Op 30 maart 1282, Paasmaandag, kwam het bij de kerk van Santo Spirito tot een uitbarsting. Een Franse sergeant – in de verhalen doorgaans ‘Drouet’ of ‘Droetto’ genoemd – viel een Siciliaanse vrouw lastig die de kerk wilde betreden. De man werd vervolgens door haar echtgenoot gedood, waarna de opstand zich snel over het eiland verspreidde. Omdat deze begon ten tijde van het avondgebed in de kerk van Santo Spirito wordt van de Siciliaanse Vespers gesproken (vesper is het Latijnse woord voor avond). In enkele weken werden duizenden Fransen op Sicilië vermoord en verloor Karel van Anjou de controle over het eiland. Via Constance II van Sicilië, de dochter van de gesneuvelde Manfred, kwam Sicilië vervolgens in handen van haar echtgenoot Peter III van Aragon. Op 30 augustus 1282 landde koning Peter op het eiland, dat hij al snel helemaal in zijn greep had. Karel behield het Italiaanse vasteland, dat hij vanuit Napels regeerde. De ‘Twee Siciliën’ waren geboren.

De Siciliaanse Vespers – Erulo Eroli (Galleria d’Arte Moderna, Palermo).

In de Galleria d’Arte Moderna in Palermo hangt een mooi schilderij uit 1890-1891 van de schilder Erulo Eroli (1854-1916) waarop de gebeurtenissen bij de Santo Spirito te zien zijn. Of Eroli de kerk helemaal correct heeft weergegeven valt te betwijfelen. De spitsbogen met de afwisselende kleuren zijn direct herkenbaar, maar op het doek heeft de kerk een portaal dat er in werkelijkheid niet staat (en dat ook niet te zien is op oude foto’s). Het genoemde museum grenst overigens aan de Piazza Croce dei Vespri. Een plaquette aan de muur herinnert eraan dat hier, volgens de overlevering, ooit het huis stond van Giovanni di Saint-Remy, een hoge functionaris (gran giustiziere) van koning Karel. Gelet op zijn naam zal hij afkomstig zijn geweest uit Saint-Rémy in de Provence. Tijdens de opstand vluchtte hij naar het kasteel van Vicari, ten zuidoosten van Palermo, waar de opstandelingen hem omsingelden. Met een goed gemikt schot van een kruisboog werd Giovanni di Saint-Remy daar tijdens het beleg gedood.

Piazza Croce dei Vespri.

Bronnen

  • Capitool reisgids Sicilië (2019), p. 79;
  • John Julius Norwich, Sicily, hoofdstuk 7.

Noot

[1] Daarover John Julius Norwich, Sicily, hoofdstuk 7.

One Comment:

  1. Pingback:Palermo: Palazzo dei Normanni – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.