Commodus: De Jaren 181-182

Lucilla als de godin Ceres (Bardo Museum, Tunis)

Commodus en Lucius Antistius Burrus dienden als consuls voor het jaar 181. Het jaar verstreek zonder dat er ook maar iets gebeurde wat het vermelden waard was. De grenzen waren veilig, de provincies kenden voorspoed en de nieuwe Augustus leek goed samen te werken met de Senaat. Dat zou het volgende jaar radicaal anders zijn.

In 182 smeedden een zekere Ummidius Quadratus en Lucilla, de zuster van Commodus, een complot tegen hun keizer. Lucilla was eerst getrouwd geweest met Lucius Verus (130-169), de adoptiefbroer van haar vader en medekeizer sinds 161. Toen Verus stierf, huwelijkte Marcus Aurelius zijn dochter uit aan Tiberius Claudius Pompeianus, een man die de keizer trouw gediend had. Lucilla had daarbij haar keizerlijke privileges behouden. Ze mocht in theaters in de keizerlijke loge plaatsnemen en als ze reisde, werd het heilige vuur voor haar uit gedragen. Lucilla was echter niet de enige met keizerlijke privileges. Haar broer Commodus was in 178 met Bruttia Crispina getrouwd, en deze Crispina was nu de vrouw van de keizer en de First Lady van het Rijk. Herodianus schrijft dat Lucilla dit maar moeilijk te verkroppen vond. Ieder eerbetoon aan de keizerin voelde voor haar als een belediging. Mogelijk was het dus jaloezie die ten grondslag lag aan haar samenzwering.

Lucilla vertelde niets over het plan aan haar echtgenoot Pompeianus, die nog altijd trouw was aan Commodus. In Ummidius Quadratus, een jonge en rijke edelman uit een vooraanstaande familie, vond ze een bondgenoot (en volgens de geruchten ook een minnaar). Verschillende senatoren sloten zich bij het complot om de keizer te vermoorden aan, en het plan zou worden uitgevoerd door een senator genaamd Claudius Pompeianus Quintianus. Het is niet echt duidelijk wie hij was. Dio beweert dat hij de verloofde van Lucilla’s dochter was, een man die tevens een intieme relatie had met zijn toekomstige schoonmoeder. Hij kan echter ook een neef van Lucilla’s echtgenoot zijn geweest, of diens zoon uit een eerder huwelijk (en daarmee Lucilla’s stiefzoon). Wie hij ook was, zijn aanslag op de keizer was een complete mislukking.

Quintianus verschool zich bij de ingang van een amfitheater – de precieze plek is niet bekend – en wachtte daar tot de keizer zou verschijnen. Toen Commodus naar binnen ging, haalde hij van onder zijn kleren een dolk of zwaard tevoorschijn en schreeuwde dat dit wapen was gestuurd door de Senaat. Daarna ging alles vreselijk mis. Bij Herodianus lezen we:

“Maar terwijl hij zijn tijd verknoeide met zijn toespraak en het demonstreren van zijn dolk werd hij gegrepen door de soldaten van de lijfwacht. Hij moest boeten voor zijn domme optreden, hoewel hij alleen zijn bedoeling had aangekondigd zonder aan de uitvoering toe te komen.”[1]

Buste van Lucilla (Museo Ostiense degli Scavi di Ostia Antica).

Hij was niet de enige die zou sterven. Hoewel er geen bewijs is dat de samenzwering brede steun genoot in de Senaat, leidde het enkele feit dat er senatoren aan deelgenomen hadden tot permanente schade in de relatie tussen de keizer en dit instituut. Toen Commodus ook achter de betrokkenheid van Lucilla kwam, verbande hij zijn zuster naar het eiland Capraea (Capri). Later liet hij haar daar executeren. Ook Ummidius Quadratus werd gedood.

Bronnen

Primaire bronnen

Secundaire bronnen

  • Adrian Goldsworthy, The Fall of the West, p. 54-55.

Noot

[1] Herodianus I.8 (vertaling: M.F.A. Brok / Vincent Hunink).

One Comment:

  1. Pingback:Commodus: De Jaren 191-192 – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.