Rome: Het Pantheon

Het Pantheon.

Het Pantheon is een van de bekendste bezienswaardigheden van Rome. Het dateert in zijn huidige vorm van de tweede eeuw. Bijzonder is dat het gebouw vrijwel onbeschadigd de eeuwen door is gekomen en qua structuur nooit substantieel is gewijzigd. Natuurlijk heeft Rome ook nog wel andere gebouwen uit de Romeinse tijd die ook nog intact zijn, bijvoorbeeld de tempels uit de tijd van de Romeinse Republiek op het Forum Boarium (zie Rome: Santa Maria in Cosmedin), die zelfs meer dan 200 jaar ouder zijn. Geen van deze gebouwen is echter zo indrukwekkend als het Pantheon. Aangezien het gebouw formeel een kerk is, een status die het nu al meer dan 1.400 jaar bezit, is de formele naam ervan de Santa Maria ad Martyres. Iedereen noemt het gebouw echter het Pantheon en zo wordt het ook aangeprezen, zowel in reisgidsen als op wegwijzers op straat.

Het Pantheon is beroemd vanwege zijn gigantische betonnen koepel, een wonder van Romeinse bouwkunst. Omdat deze vanaf straatniveau nauwelijks zichtbaar is, kunt u het beste een hoog uitkijkpunt opzoeken om de koepel van een afstandje te bewonderen. Vanaf de Piazzale Giuseppe Garibaldi op de Gianicolo hebt u een panoramisch uitzicht over de hele stad. Een nog betere plek is de lantaarn van de koepel van de Sint Pieter. In dit verband kan worden opgemerkt dat de koepel van het Pantheon een grotere doorsnede heeft dan die van de Sint Pieter: de diameter van de eerstgenoemde koepel is 43,30 meter vs. 41,47 meter voor de koepel van Michelangelo (de koepel van Brunelleschi in Florence is ongeveer 70 centimeter breder dan die van het Pantheon).

Koepel van het Pantheon, gezien vanaf de ‘cupola’ van de Sint Pieter.

Vroege geschiedenis

De eerste versie van het Pantheon werd in 27 BCE gebouwd door Marcus Vipsanius Agrippa. Zijn naam wordt ook genoemd op het fries van de portiek of pronaos van de tempel:

M AGRIPPA L F COS TERTIVM FECIT
(“Marcus Agrippa, zoon van Lucius, consul voor de derde keer, heeft dit gebouwd”)

Restanten van de Basilica van Neptunus. Let op de maritieme motieven: schelpen, drietanden en dolfijnen.

Het Pantheon staat ongeveer een halve mijl ten zuiden van het Mausoleum van Augustus. In de Oudheid heette dit gedeelte van Rome de Campus Martius. Het was geen woonwijk, maar een ietwat drassig open terrein buiten de stadsmuren waar de Romeinse legers oefenden en bijeenkomsten van de volksvergadering werden gehouden. Ten oosten van het Pantheon trof men de Saepta Julia aan, een groot plein voor stemmingen dat ook door Agrippa werd voltooid. Eveneens ten oosten stond de dubbele tempel van Isis en Serapis (zie Rome: Santa Maria sopra Minerva). Ten zuiden stond een grote hal tegen het Pantheon aan die bekendstond als de Basilica van Neptunus en ten zuiden van deze basilica bevonden zich de Baden van Agrippa. Ten westen van de baden lag dan nog een groot kunstmatig reservoir genaamd het Stagnum Agrippae, dat onderdeel was van een ingenieus systeem van watermanagement. Een kanaal dat bekendstond als de Euripus zorgde voor afwatering van de sompige delen van het Campus Martius. De Romeinse geschiedschrijver Suetonius overdreef niet toen hij sprak over “de talrijke en schitterende werken van Marcus Agrippa”.[1]

De naam Pantheon wordt vaak vertaald als “tempel van alle goden”. Een betere vertaling is echter misschien “geheel goddelijk”, net als het woord “panagia” – een van de epitheta van de Maagd Maria – “geheel heilig” betekent en niet “alle heiligen”, en het woord “panormos” “volledige haven” betekent. In feite is er geen bewijs dat het Pantheon inderdaad een tempel voor alle Romeinse goden was. De beste gok ten aanzien van de functie van het gebouw is waarschijnlijk dat het was gewijd aan de cultus van de princeps (i.e. Augustus) en zijn goddelijke voorouders.[2] Latere generaties lijken zich ook niet goed raad te hebben geweten met de naam. De geschiedschrijver Cassius Dio, die meer dan 200 jaar na de voltooiing van Agrippa’s Pantheon schreef, merkte hierover op:

“Dat gebouw wordt waarschijnlijk zo genoemd omdat er onder meer veel godenbeelden in staan, zoals die van Mars en Venus. Maar volgens mij komt de naam van de koepel die het hemelgewelf moet voorstellen”.[3]

Interieur van het Pantheon. U zult niet de enige bezoeker zijn…

In het verleden is er fel gediscussieerd over de vorm van het gebouw van Agrippa. Op dit punt ben ik het echter eens met het standpunt van de auteurs van de Atlas of Ancient Rome, geschreven onder redactie van Andrea Carandini, een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van de geografie van het Oude Rome. Deze auteurs concluderen dat “Agrippa’s Pantheon must also have been circular with the same dimensions and orientalisation, not rectangular as previously believed”.[4] Volgens de eerdergenoemde Cassius Dio stonden er beelden van Augustus en Agrippa in de nissen van de pronaos en beelden van de Vergoddelijkte Gaius Julius Caesar, Mars en Venus in de tempel zelf. Caesar was de adoptievader van Augustus en beweerde af te stammen van Venus. Hij liet ook een tempel voor Venus Genetrix bouwen op zijn eigen forum. Augustus liet later op zijn forum een tempel voor Mars Ultor verrijzen. Dit wijst er allemaal inderdaad op dat het Pantheon nauw verbonden was met de keizercultus en het Julisch-Claudische huis.

Carandini e.a. poneren verder de hypothese dat het driehoekige fronton van de pronaos ooit een reliëf moet hebben bevat met daarin Mars, Rhea Silvia, herders en de wolvin die Romulus en Remus zoogt. De Romeinen geloofden dat dit de plek was waar hun legendarische eerste koning Romulus op mysterieuze wijze ten hemel was gevaren.[5] Latere auteurs probeerden een verband te leggen tussen de apotheose van Romulus en die van Augustus, de eerste echte Romeinse keizer. Suetonius beweerde, terwijl hij schreef over de aanstaande vergoddelijking van Augustus:

“Bij het brengen van het zoenoffer op het Marsveld, waarbij het volk in groten getale aanwezig was, vloog een adelaar herhaalde malen om hem heen en van hem naar een tempel vlakbij, waar hij ging zitten boven de eerste letter van de naam van Marcus Agrippa.”[6]

Deze tempel kan het Pantheon geweest zijn, en de eerste letter van de naam van Agrippa is natuurlijk de ‘M’, de letter die staat voor ‘mors’, oftewel ‘dood’. De genoemde gebeurtenis zou in 14 CE hebben plaatsgevonden, vlak voor de dood van Augustus.

Graftombe van Victor Emanuel II, eerste koning van een verenigd Italië.

Het Pantheon dat we vandaag de dag zien is een reconstructie uit de tweede eeuw. Dit gedeelte van Rome – het negende district, Circus Flaminius genoemd[7] – werd vrijwel helemaal verwoest tijdens de grote brand van 80 CE. Op grond van een terloopse opmerking in de Historia Augusta uit de vierde eeuw[8] werd lange tijd gedacht dat de tempel werd gerestaureerd door keizer Hadrianus (117-138). Nu wordt echter algemeen aangenomen dat Hadrianus het Pantheon niet restaureerde, maar volledig herbouwde. Daarmee zette hij misschien een project voort dat al door zijn voorganger Trajanus (98-117) was gelanceerd. Op basis van het beschikbare archeologisch bewijs – te weten baksteenstempels – kunnen we uitsluiten dat het Pantheon slechts gerestaureerd werd. Ook de Basilica van Neptunus werd behouden en een gedeelte ervan lijkt als bibliotheek gebruikt te zijn. Het heeft er alle schijn van dat het Pantheon zelf werd omgebouwd tot een keizerlijke audiëntiezaal. Daarmee verloor het waarschijnlijk zijn primair religieuze functie, als het tenminste die functie ooit gehad heeft. Het fronton toonde nu een adelaar in een krans en met een lint in zijn klauwen. Mogelijk was dit een verwijzing naar de adelaar van Augustus die hierboven werd genoemd. Om de een of andere reden besloot Hadrianus het nieuwe monument niet van zijn eigen naam te voorzien, maar de oorspronkelijke inscriptie met de naam van Agrippa te kopiëren.

Het Pantheon als kerk

In 202 werd het Pantheon gerestaureerd door keizer Septimius Severus (193-211) en zijn zoon, de toekomstige keizer Caracalla (211-217). De christelijke geschiedschrijver Sextus Julius Africanus zou een bibliotheca Panthei hebben ingericht voor keizer Severus Alexander (222-235).[9] In 391 of 392 onderdrukte keizer Theodosius I (379-395) alle niet-christelijke culten in het Romeinse Rijk, sloot de tempel van de traditionele goden en beëindigde het gebruik van het Pantheon als religieus gebouw. Waarschijnlijk bleef het gebouw wel in gebruik als audiëntie- of vergaderzaal, maar de beelden van de heidense goden werden beslist verwijderd. Eind 608 of begin 609 schonk de Oost-Romeinse keizer Phokas (602-610) het Pantheon aan de Kerk. Paus Bonifatius IV (608-615) zegende het gebouw vervolgens in als christelijke kerk en wijdde het aan de Maagd Maria en alle martelaren. Het Pantheon kreeg nu zijn officiële naam, de Santa Maria ad Martyres.

Oculus van het Pantheon.

Al snel deden er allerhande malle mythes de ronde over het grote gat in de koepel, de zogenaamde oculus. Volgens één verhaal maakte Paus Bonifatius een kruisteken om de koepel te zegenen, en zowaar, plotseling ontstond er een groot gat. Volgens een nog stompzinnigere overlevering zouden hordes demonen hebben geprobeerd het gebouw te ontvluchten nadat de Paus het Pantheon had ingezegend. Een zeer groot exemplaar zou hebben getracht uit te breken en daarbij de oculus hebben gemaakt met zijn gigantische horens. Natuurlijk is dit allemaal flauwekul. De oculus – die een diameter van bijna negen meter heeft – had maar één doel: licht binnenlaten. Het Pantheon heeft geen ramen en de enige andere lichtbron zijn de twee voordeuren. En ja, dat betekent dat regenwater en sneeuwvlokken door de oculus het Pantheon kunnen binnenkomen. Dat is een tamelijk spectaculair gezicht; zie bijvoorbeeld dit filmpje. Dankzij een afvoer en een licht hellende vloer blijft het binnen gelukkig droog en netjes.

Hoewel het Pantheon niet structureel gewijzigd is, is het wel ontdaan van veel van zijn kunstschatten. Zoals reeds vermeld was er natuurlijk geen plaats voor heidense beelden in een christelijke kerk. De Oost-Romeinse keizer Constans II (641-668) wordt ervan beschuldigd dat hij de vergulde bronzen dakpannen van het gebouw heeft gestolen tijdens zijn bezoek aan Rome in 663. Tijdens de Middeleeuwen werd een deel van de oorspronkelijke zuilen van de linkerzijde van de pronaos verwijderd en deze zijn voorgoed verdwenen. Als er in de cassetten van het plafond inderdaad ooit bronzen sterren waren bevestigd, zoals wordt aangenomen, dan mogen we vaststellen dat die er niet meer zijn. Tijdens het pontificaat van Paus Urbanus VIII (1623-1644) werd het bronzen plafond van de portiek – met nagels die zo’n 24 kilo wogen – verwijderd. Op deze wijze werd rond de 250.000 kilo brons verzameld, dat werd gebruikt om kanonnen te maken voor het Castel Sant’Angelo. Er wordt wel beweerd dat de kunstenaar Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) het brons gebruikte voor zijn baldakijn voor de Sint Pieter, maar dat is een hardnekkige mythe. Dat geldt overigens ook voor het verhaal dat het Bernini was die twee kleine torentjes aan het Pantheon toevoegde die bekend kwamen te staan als de “ezelsoren”. Hier vindt men een foto van de torens. Het is echter veel waarschijnlijker dat de torentjes werden ontworpen door Bernini’s concurrenten Carlo Maderno en Francesco Borromini. In 1883 werden ze weer afgebroken.

Interieur van het Pantheon. Let op de vloer en de drie nissen achter de zuilen.

Het Pantheon verkennen

Graftombe van Koning Umberto I.

Een bezoek aan het Pantheon begint op de Piazza della Rotonda voor de kerk. De naam ‘Rotonda’ verwijst naar het Pantheon; het gebouw stond vanwege zijn ronde vorm ook wel bekend als de Santa Maria Rotonda. Al in de Oudheid lijkt er sprake te zijn geweest van een soort plein voor het Pantheon, in elk geval sinds de tijd van Hadrianus. Tijdens de Middeleeuwen werd dit geleidelijk volgebouwd, met als gevolg dat er slechts een nauwe straat overbleef. Gedurende een groot gedeelte van de veertiende eeuw werd de pronaos van het Pantheon gebruikt als kippenmarkt. In de vijftiende eeuw liet Paus Eugenius IV (1431-1447) alle huizen die de toegang tot het Pantheon blokkeerden afbreken en de huidige piazza voor de kerk aanleggen. Ondanks zijn inspanningen werd dit plein nog tot ver in de negentiende eeuw voor markten gebruikt. Op de Piazza della Rotonda staat een fontein met de naam Fontana del Pantheon, ontworpen door Giacomo della Porta (1532-1602). De fontein was een wens van Paus Gregorius XIII (1572-1585) en ze werd in 1575 voltooid. De obelisk werd pas in 1711 toegevoegd door Paus Clemens XI (1700-1721). Deze dateert van de regeerperiode van de Egyptische farao Ramses II (dertiende eeuw BCE).

Dezelfde Paus Clemens XI liet het hoogaltaar en de apsis van het Pantheon verbouwen (zie de grote afbeelding hierboven). Het werk werd toevertrouwd aan de architect Alessandro Specchi (1668-1729). De architect Paolo Posi (1708-1776) was verantwoordelijk voor de restauratie van de muurdecoraties, een project dat in de late jaren 1740 en vroege jaren 1750 werd uitgevoerd. In 1870 was Italië verenigd en werd Rome de hoofdstad van het nieuwe koninkrijk. Het Pantheon werd toen staatseigendom. In 1873 werd de prachtige vloer van de kerk gerestaureerd. In feite is dit nog de oorspronkelijke vloer van het Pantheon van Hadrianus, in elk geval qua ontwerp. Verschillende van de muurdecoraties in de lagere zone, uitgevoerd in opus sectile, kunnen eveneens min of meer als origineel worden beschouwd. Het Pantheon heeft drie halfronde exedrae; één daarvan is de apsis met het hoogaltaar en de andere twee zijn kapellen omgevormd tot nissen met de graftomben van de eerste twee koningen van Italië, Victor Emanuel II (1861-1878)[10] en Umberto I (1878-1900). De derde koning van Italië, Victor Emanuel III (1900-1946), is niet in het Pantheon bijgezet. Hij had Mussolini gesteund en was in het naoorlogse Italië niet langer welkom. De bronzen lamp in de exedra met de graftombe van zijn grootvader zou echter ook voor hem branden. De regering van zijn zoon Umberto II duurde maar iets meer dan een maand; in juni 1946 werd de Italiaanse monarchie bij referendum afgeschaft.

Annunciatie – Melozzo da Forli.

Naast de drie halfronde exedrae heeft het Pantheon vier exedrae in de vorm van een rechthoek. Uit de exedrae aan weerszijden van de apsis blijkt dat de rechthoekige exedrae drie nissen hadden waarin kleinere godenbeelden konden worden geplaatst. De halfronde exedrae hadden elk maar één grote nis. Het is mogelijk dat hierin de beelden van Mars, Venus en Julius Caesar stonden en in de kleinere nissen beelden voor minder belangrijke goden. De exedrae zijn allemaal tot kapellen omgebouwd en tussen deze kapellen staan verschillende altaren. Van de kapellen is de Kapel van de Annunciatie direct rechts van de ingang verreweg de interessantste. Hier treffen we een indrukwekkend fresco van de Annunciatie aan van de hand van Melozzo da Forli (ca. 1438-1494), hoewel het soms wordt toegeschreven aan diens tijdgenoot Antoniazzo Romano (ca. 1430-1510). De andere kapellen en altaren zijn niet echt de moeite waard.

Graftombe van Rafaël.

De beroemdste persoon die in het Pantheon werd bijgezet is natuurlijk Raffaello Sanzio uit Urbino (1483-1520), in het Nederlandstalig gebied beter bekend als Rafaël. Zijn werk is op deze website al veelvuldig besproken, bijvoorbeeld hier, hier en hier. Men vindt het SEPVLCRVM RAPHAELIS SANCTII VRBINATIS – de graftombe van Rafaël – rechts van de graftombe van Koning Umberto I. Ook Rafaëls verloofde Maria Bibbiena werd hier begraven. Zij was de nicht van een van zijn beschermheren. De twee waren jarenlang verloofd, maar trouwden nooit. Uiteindelijk stierf Maria eerder dan Rafaël. Het heeft er alle schijn van dat de kunstenaar veel meer geïnteresseerd was in zijn minnares, de bekoorlijke Margarita Luti, La Fornarina (“de bakkersdochter”). Het beroemde portret dat Rafaël van haar schilderde, is al eerder aan de orde gekomen. De tekst op de sarcofaag die in de graftombe ligt, stelt dat de kist de OSSA ET CINERES – botten en as – van de kunstenaar bevat. Op de kist staat ook een grafschrift, geschreven door de bekende geleerde en kardinaal Pietro Bembo (1470-1547).

Bronnen

  • Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome;
  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 110-111;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 118-125;
  • Santa Maria ad Martyres op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Het Leven van Augustus 29.5 (vertaling: Daan den Hengst).

[2] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 508.

[3] Romeinse Geschiedenis, Boek 53.27 (vertaling: G.H. de Vries).

[4] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 508.

[5] “Een dichte nevel omhulde hem en onttrok hem aan het zicht van de verzamelde menigte. Vanaf dat ogenblik was Romulus niet meer op aarde.” (Livius 1.16; vertaling: F.H. van Katwijk-Knapp).

[6] Het Leven van Augustus 97.1 (vertaling: Daan den Hengst).

[7] Genoemd naar het in 220 BCE gebouwde circus.

[8] “Romae instauravit Pantheum”, Het Leven van Hadrianus 19.10.

[9] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 522.

[10] Er wordt wel beweerd dat de bronzen kanonnen van het Castel Sant’Angelo werden omgesmolten om de grote plaat te maken voor de graftombe van de koning. Op deze wijze zou het gestolen brons naar het Pantheon zijn teruggekeerd. Het verhaal klinkt echter als een mythe.

4 Comments:

  1. Pingback:Gedachten over het Romeinse Rijk – – Corvinus –

  2. Pingback:Siena: Palazzo Pubblico en Museo Civico – – Corvinus –

  3. Pingback:Rome: Santa Maria sopra Minerva – – Corvinus –

  4. Pingback:Rome: Santo Stefano Rotondo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.