Rome: San Bernardo alle Terme

San Bernardo alle Terme.

De kerk van San Bernardo alle Terme is gewijd aan de bekende Franse heilige en abt Bernardus van Clairvaux (1090-1153). Het ‘alle Terme’-gedeelte van de naam slaat op de Baden van Diocletianus – Thermae in het Latijn – van begin vierde eeuw. Ook het grote treinstation van Rome, Stazione Termini, is naar deze immense baden genoemd. Hoewel de kerk van San Bernardo pas eind zestiende eeuw werd gebouwd, is haar geschiedenis nauw met die van de Romeinse baden verbonden. De basis van het kerkgebouw is namelijk een rond gebouw dat ooit onderdeel was van het badencomplex. De veel beroemdere kerk van Santa Maria degli Angeli – de laatste kerk van Michelangelo – is eveneens in de Baden van Diocletianus gebouwd. Ik heb die kerk eerder besproken en ben daarbij ook ingegaan op de geschiedenis van de baden. Om het mezelf niet al te moeilijk te maken, pleeg ik hieronder eerst een stukje zelfplagiaat met betrekking tot de baden en bespreek ik vervolgens de kerk van San Bernardo.

De Baden van Diocletianus

De baden werden tussen 298 en 306 gebouwd. Ze besloegen een terrein van omstreeks 380 bij 370 meter en waren daarmee de grootste in de stad. Hoewel de baden werden vernoemd naar keizer Diocletianus (284-305), werden ze feitelijk gebouwd in opdracht van zijn medekeizer Maximianus. Voordat met de bouw begonnen kon worden moest een groot aantal gebouwen gesloopt worden, maar de reeds bestaande Tempel van de Gens Flavia, gebouwd door keizer Domitianus (81-96), mocht blijven staan. Deze werd onderdeel van het badencomplex. Om de baden van voldoende water te kunnen voorzien werd aan het oude Aqua Marcia-aquaduct (gebouwd in 144 BCE) een nieuwe aftakking toegevoegd. Een goede plattegrond van de baden is te vinden in de Atlas of Ancient Rome.[1] Wie geen exemplaar van dit schitterende boek heeft, kan een blik werpen op deze informatieve website of anders op deze.

Rotunda in de Via del Viminale.

De baden hadden een opbouw en indeling die men overal in de Romeinse wereld aantreft, met als enige verschil dat dit een veel groter complex betreft, zelfs nog groter dan de Baden van Caracalla, die in 216 hun deuren openden. De Baden van Diocletianus hadden ruimte voor maximaal 3.000 mensen. Deze konden zich uitkleden in de apodyteria, vervolgens doorgaan naar het frigidarium, tepidarium en caldarium (respectievelijk de koude, lauwe en warme baden), sporten op de palaestrae (oefenterreinen) en een duik nemen in de enorme natatio (zwembad). Het hele complex was ommuurd, en aan de westzijde bevond zich een immense exedra (een halfronde apsis) met een doorsnede van zo’n 160 meter. Tegenwoordig is dit de Piazza della Repubblica. Op de hoeken van de ommuring stonden aan deze kant van de baden twee ronde gebouwen, een ten noorden en een ten zuiden van de exedra. Voor deze gebouwen worden in de bronnen verschillende benamingen gebruikt, bijvoorbeeld rotunda’s, paviljoens of torens. Zeer waarschijnlijk ging het om entreegebouwen. Via deze gebouwen kwamen bezoekers het badencomplex binnen.

Beide ronde gebouwen zijn min of meer bewaard gebleven. Het zuidelijke gebouw bevindt zich in de Via del Viminale en huisvest thans een restaurant dat de toepasselijke naam Ristorante Terme di Diocleziano draagt. Het noordelijke gebouw zou bijna dertien eeuwen na voltooiing worden omgebouwd tot kerk, de San Bernardo alle Terme. De twee entreegebouwen hadden elk vier ingangen. Aan de straatkant waren er twee en binnenin nog eens twee. Daarvan gaf er een toegang tot het badencomplex en de andere tot een rechthoekige zaal met zuilen. De functie van deze zalen (een aan elke kant) is onduidelijk. Er is wel gesuggereerd dat het om bibliotheken ging, maar die bevonden zich waarschijnlijk aan de andere kant van het complex, aan de oostzijde achter de natatio. Volgens de Atlas of Ancient Rome waren de rechthoekige zalen misschien gewoon gangen.[2]

Bouw van de San Bernardo

Interieur van de kerk.

Zonder water kunnen openbare baden niet overleven. Toen – mede als gevolg van de Gotische Oorlog (535-554) – de aquaducten in de zesde eeuw uitvielen, werden de Baden van Diocletianus verlaten. De bevolking van Rome kromp vervolgens sterk. Zij die achterbleven verlieten het gebied rondom de baden en trokken naar die delen van de stad die dichter bij de rivier de Tiber lagen. Het terrein van de baden werd, net als het Colosseum en andere beroemde gebouwen van het oude Rome, gebruikt als groeve waar bouwmaterialen (spolia) gehaald konden worden ten behoeve van gebruik elders. In feite lagen de baden nu buiten de stad; niemand woonde nog in de buurt ervan en grote delen van de baden waren door onkruid overwoekerd geraakt. Gedeelten ervan werden door leden van de Romeinse adel als jachtterrein gebruikt. In de tweede helft van de zestiende eeuw kwam hier verandering in. In 1563 begon de bouw van de al genoemde kerk van Santa Maria degli Angeli. Daarna werd in 1598 de kerk van San Bernardo gebouwd. Deze was onderdeel van een abdij gesticht door Caterina Sforza (ca. 1535-1605). Haar grootmoeder was een zuster van Paus Julius III (1550-1555).

Boven op het ronde entreegebouw uit de Oudheid werd een tienhoekige trommel gebouwd die de lage koepel van de kerk draagt. De oorspronkelijke lantaarn van de koepel heeft helaas de tand des tijds niet doorstaan. In 1857 dreigde hij namelijk door het dak te zakken en moest hij preventief worden verwijderd. Paus Pius IX (1846-1878) was hier verantwoordelijk voor en liet zijn naam en daden boven de ingang van de kerk vermelden met de woorden REPARAVIT [ET] RESTAVRAVIT. De huidige lantaarn werd aan het einde van de twintigste eeuw toegevoegd. Deze bestaat grotendeels uit glas en dekt de oculus in de koepel af.  Al het licht in het gebouw komt via deze oculus binnen. Ramen heeft de kerk namelijk niet. Het behoeft geen verbazing te wekken dat menigeen de vergelijking met het beroemde Pantheon heeft gemaakt.

Binnenkant van de koepel.

De San Bernardo kreeg haar Barokke decoraties waarschijnlijk tijdens een restauratie die in 1670 werd uitgevoerd. De abdij werd lange tijd bewoond en beheerd door monniken van de Congregatie van de Feuillanten. Deze Orde, behorend tot de Cisterciënzers, was gesticht door de Fransman Jean de la Barrière (1544-1600). Een portret van hem van de hand van Andrea Sacchi (1599-1661) hangt in de kerk. Eind achttiende eeuw werd de Congregatie in Italië ontbonden, nadat dit eerder al in het Frankrijk van de Revolutie was gebeurd. Andere Cisterciënzers namen het complex later over en zij zijn er nog steeds. Tussen 1824 en 1906 diende de kerk bovendien als parochiekerk, maar kennelijk was dat geen groot succes.

Bezienswaardigheden

De bakstenen van het Romeinse entreegebouw en de trommel van de koepel zijn bedekt met een laag oranje stucwerk. De buitenkant van de kerk heeft weinig decoraties, waarbij opvalt dat zowel de nissen van de gevel als de tondi van de trommel leeg gelaten zijn. Alleen in het gebeeldhouwde frame boven de ingang is een fresco geschilderd. Het stelt Bernardus van Clairvaux met het kruis voor, maar is niet echt de moeite waard. Laten we daarom naar binnen gaan. De ingang die we gebruiken, is een van de twee ingangen die zich in de Oudheid aan de straatkant bevonden. Als we binnen staan, zien we voor ons het koor met het hoogaltaar op de plek waar de ingang van de rechthoekige zaal met onbekende functie was. Links was de ingang van het badencomplex en rechts de andere ingang aan de straatzijde. Op de laatste twee plekken zijn ondiepe kapellen gebouwd. In allebei is een schilderij van Giovanni Odazzi (1663-1731) het altaarstuk.

Interieur van de kerk. Rechts een van de kapellen met een altaarstuk van Giovanni Odazzi.

Het cassetteplafond van de San Bernardo is bijzonder fraai. Men ziet hoe de cassettes naar boven toe steeds kleiner worden. In het midden bevindt zich de oculus, als gezegd de enige lichtbron in het gebouw. Ik breng in herinner dat het Pantheon, waarmee de kerk dus vaak wordt vergeleken, nooit een lantaarn heeft gehad. Daar druppelt het regenwater gewoon binnen. Met de twintigste-eeuwse lantaarn is dat in de San Bernardo niet langer het geval.

Catharina van Alexandrië en Bernardus van Clairvaux.

De belangrijkste kunstwerken in de kerk zijn acht enorme beelden van heiligen die werden gemaakt door Camillo Mariani (ca. 1567-1611). Ze dateren van ongeveer 1600 en werden dus kort na de bouw van de kerk opgeleverd. De beelden zijn in nissen opgesteld en vormen steeds paren. Rechts van de ingang zien we Sint Augustinus en zijn moeder Monica. Als we dan tegen de klok in het gebouw rondgaan, komen we bij Maria Magdalena, Franciscus van Assisi, Bernardus van Clairvaux, Catharina van Alexandrië, Catharina van Siena en ten slotte Hiëronymus. De beelden zijn meer dan drie meter hoog.

Kapel van Sint Franciscus. Links bij de elektronische kaarsen is het graf van Johann Friedrich Overbeck.

Sint Franciscus ontvangt de stigmata – Giacomo Antonio Fancelli.

Aan weerszijden van het koor ziet men doorgangen. De linker leidt naar de sacristie, de rechter naar de kapel van Sint Franciscus. Die mag als het hoogtepunt van de kerk worden beschouwd. Het prachtige beeld van Franciscus die de stigmata ontvangt, is van Giacomo Antonio Fancelli (1606-1674). Het knapst is misschien nog wel hoe Fancelli de riem van de heilige (in feite niet meer dan een stuk touw) heeft gebeeldhouwd. In deze kapel is de Duitse schilder Johann Friedrich Overbeck (1789-1869) begraven. Zijn graftombe bevindt zich achterin, links van het altaar. Overbeck was oorspronkelijk afkomstig uit Lübeck. In 1810 kwam hij aan in Rome en daar zou hij het grootste gedeelte van de rest van zijn leven wonen en werken. Tevens schilderde hij een belangrijk fresco in Assisi. Zijn graftombe in de kerk werd gemaakt door de Duitse beeldhouwer Karl Hoffmann, van wie Overbeck de peetvader was.

Bronnen

  • Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 1, p. 465;
  • Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 2, Tab. 195;
  • Capitool Reisgidsen Rome, 1999, p. 162;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 75;
  • San Bernardo alle Terme op Churches of Rome Wiki.

Noten

[1] Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 2, Tab. 195.

[2] Andrea Carandini (ed.), The Atlas of Ancient Rome, deel 1, p. 465.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.