Rome: Santissima Trinità dei Pellegrini

Santissima Trinità dei Pellegrini.

Ik moest wel een beetje lachen toen ik in een van mijn bronnen las dat de kerk van de Santissima Trinità dei Pellegrini misschien wel de smoezeligste voorkant in het hele historische centrum van Rome heeft (“perhaps one of the scruffiest church frontages in the Centro Storico”). De gevel van de kerk is inderdaad heel opmerkelijk. De gebruikte travertijn is van kleur verschoten en heeft nu een niet al te appetijtelijk oranjebruin kleurtje. De beelden in de nissen zien er nogal verweerd uit en de onderhoudswerkzaamheden die tijdens mijn bezoek op het pleintje voor de kerk werden uitgevoerd hielpen ook niet mee om een sfeer van grandeur te creëren. Toch zou het zonde zijn om deze redenen de kerk links te laten liggen. De Santissima Trinità dei Pellegrini heeft een interieur waarvoor ze zich beslist niet hoeft te schamen. Het altaarstuk van de Barokschilder Guido Reni (1575-1642) is beroemd en in de zijkapellen is meer mooie kunst te bewonderen.

Geschiedenis

De Santissima Trinità dei Pellegrini is, zoals haar naam ook al aangeeft, een echte pelgrimskerk. Rond 1540 zette een groep volgelingen van de grote Filippo Neri (1515-1595) een lekenbroederschap op die zich met liefdadigheid bezighield. Tot die liefdadigheid behoorde de zorg voor pelgrims die naar Rome kwamen, vooral tijdens Jubeljaren. Paus Paulus IV (1555-1559) waardeerde de broederschap in 1558 op tot een aartsbroederschap en belastte deze formeel met de zorg voor pelgrims. De aartsbroederschap kreeg een kleine kerk in slechte staat toegewezen en bouwde daarnaast een groot gasthuis om de pelgrims op te vangen. Dit bood plaats aan enkele honderden mensen. Tijdens het Jubeljaar van 1575 kwamen er vervolgens zoveel pelgrims naar de Eeuwige Stad dat er genoeg geld was om de oude kerk te slopen en een nieuwe te bouwen. Als architect werd Martino Longhi de Oudere (1534-1591) ingehuurd, die in 1587 met het karwei begon. Vier jaar later overleed Longhi, en een onbekende opvolger voltooide het gebouw in 1597. Pas in 1616 werd de kerk gewijd.

Interieur van de kerk.

Eind zeventiende eeuw dreigde de koepel van de kerk in te storten. Daarom werd in 1699 de architect Giovanni Battista Contini (ca. 1642-1723), een leerling van Bernini, ingevlogen voor grootschalige restauratiewerkzaamheden. De Korinthische zuilen die de koepel mede ondersteunen, waren onderdeel van zijn interventie. De gevel van de kerk dateert van nog later. Deze werd in 1723 gebouwd door Francesco de Sanctis (1679-1731), die meer bekendheid geniet als de man die de Spaanse Trappen bouwde. De opvallende verkleuring is kennelijk het gevolg van het branden van kolen in de omgeving van de kerk, dus van luchtvervuiling. Of die theorie klopt, weet ik niet, maar ik heb een dergelijke verkleuring ook elders in Rome gezien. De achtergevel van de kerk van Santi Vito e Modesto was bijvoorbeeld in 2009 nog vies oranjebruin, maar in 2019 weer gewoon wit. Dit impliceert dat ook de gevel van de Santissima Trinità dei Pellegrini met een goede schoonmaakbeurt haar oorspronkelijke kleur terug zou kunnen krijgen. Vermoedelijk is daar wel een hoop geld voor nodig.

Het interieur van de kerk werd tussen 1847 en 1853 verbouwd door Antonio Sarti (1797-1880). Begin twintigste eeuw werd het gasthuis gesloten, waarmee de raison d’être van de kerk kwam te vervallen. Decennialang was de kerk in verval, maar in 2008 kwam de kentering. In dat jaar werd de kerk door Paus Benedictus XVI (2005-2013) aangewezen als parochiekerk voor de viering van de mis volgens de Tridentijnse ritus.

Koepel met fresco’s van Giovanni Battista Ricci en Guido Reni.

De Heilige Drie-eenheid – Guido Reni.

Bezienswaardigheden

Over de gevel van de kerk is al het nodige opgemerkt. De beelden van de vier evangelisten werden gemaakt door Bernardino Ludovisi (ca. 1693-1749). In de nissen naast de hoofdingang zien we Lucas (met stier) en Marcus (met leeuw). Johannes (met adelaar) en Mattheus (met mens) zijn in de nissen onder het fronton geplaatst. In dit fronton zien we een driehoek als symbool van de Heilige Drie-eenheid. U had het al geraden: de kerk is aan deze Santissima Trinità gewijd. Op de architraaf is een doorlopende tekst te lezen die verwijst naar een zekere IO[ANN]ES DE RVBEIS PEDEMONTANVS, oftewel Giovanni Battista de’ Rossi uit Piëmont. Hij financierde de gevel van Francesco de Sanctis. De’ Rossi (1698-1764) was een bijzondere persoon. Ondanks dat hij aan epilepsie leed, werd hij in 1721 tot priester gewijd. Hij stichtte een gasthuis voor dakloze vrouwen en werd in 1737 benoemd tot kanunnik van de kerk van Santa Maria in Cosmedin. Sinds 1748 was hij tevens verbonden aan de Santissima Trinità dei Pellegrini, waar hij na zijn dood in 1764 ook begraven werd. In 1860 volgde een zaligverklaring, gevolgd door een heiligverklaring in 1881.

Het interieur van de kerk is wat aan de donkere kant en grotendeels het resultaat van de restauratie van Antonio Sarti. De door Giovanni Battista Contini onder de koepel geplaatste zuilen vallen direct op. Dat kan overigens niet van de koepel zelf gezegd worden: van buiten is deze bijna niet te zien. De vier pendentieven werden beschilderd door Giovanni Battista Ricci (1537-1627). De vier mannen die we zien, zijn wederom de vier evangelisten met hun respectieve symbolen. Vanuit de lantaarn kijkt God de Vader op ons neer. Hij werd geschilderd door Guido Reni. Als gezegd schilderde Reni ook het grote altaarstuk van de Heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest in de vorm van een duif. Twee putti houden de dwarsbalk van het kruis vast en op de grond knielen twee engelen. Reni schilderde het altaarstuk in 1625. Het is geplaatst in een prachtig hoogaltaar met zuilen van zwart marmer dat van 1616 dateert.

Mattheus – Jacob Corneliszoon Cobaert. De engel wordt aan Pompeo Ferrucci toegeschreven.

Giovanni Battista Ricci schilderde ook de fresco’s in de derde kapel aan de rechterzijde, die is gewijd aan de al genoemde Sint Giovanni Battista de’ Rossi. Kunstenaar en heilige delen dezelfde voornaam, al wist Ricci dat natuurlijk niet toen hij zijn fresco’s schilderde (de toekomstige heilige was toen nog niet eens geboren). In het linker dwarsschip staat een altaar met een altaarstuk dat eveneens van Ricci is, althans gedeeltelijk. In het midden van het altaarstuk zien we een middeleeuws icoon van de Madonna met het Kind, en Ricci schilderde daar Sint Jozef, Benedictus van Nursia en de nodige engelen en putti omheen. Een soortgelijke constructie van een schilderij in een schilderij vinden we in de Chiesa Nuova, toevalligerwijs de kerk van Filippo Neri.

In het rechter dwarsschip staat een beeld van de evangelist Mattheus die door een engel geholpen wordt bij het schrijven van zijn evangelie. Dit is een bekend thema in de kunst, dat we onder meer terugzien op een beroemd schilderij van Caravaggio (zie Rome: San Luigi dei Francesci). Het beeld van Mattheus is een werk van Jacob Corneliszoon Cobaert (ca. 1535-1615), die afkomstig was uit Edingen (of Enghien) in Henegouwen. De engel werd kennelijk niet door Cobaert gemaakt: deze wordt toegeschreven aan Pompeo Ferrucci (1565-1637). Helaas kon ik de beelden niet van dichtbij bekijken: het sanctuarium van de kerk was afgesloten met een stuk touw.

Ten slotte wijs ik op de altaarstukken en fresco’s in de drie kapellen aan de linkerzijde van de kerk. De drie altaarstukken werden geschilderd door respectievelijk Jacques Courtois (1621-1676), Giuseppe Cesari (1568-1640) en Baldassare Croce (1558-1628). De eerste twee kunstenaars zijn wellicht beter bekend onder hun bijnamen Il Borgognone (‘de Bourgondier’) en de Cavalier d’Arpino.

Linkerzijde van de kerk, met altaarstukken van Jacques Courtois, Giuseppe Cesari en Baldassare Croce.

Bronnen

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.