Rome: Chiesa Nuova

De Chiesa Nuova.

De naam Chiesa Nuova is natuurlijk maar een bijnaam. De officiële naam van deze immense kerk uit de tijd van de Contrareformatie is altijd de Santa Maria in Vallicella geweest. De kerk is gewijd aan de Maagd Maria en subsidiair aan Paus Gregorius de Grote (590-604). Deze tweede wijding vloeit voort uit de traditie dat deze paus de eerste kerk op deze plek heeft gebouwd. Daarvoor ontbreekt echter ieder bewijs. We hebben pas vanaf het jaar 1179 zekerheid dat er hier een kerk stond.

San Filippo Neri

Die kerk werd door Paus Gregorius XIII (1572-1585) aan de toekomstige heilige Filippo Neri (1515-1595) geschonken, die toen bekendstond als de Apostel van Rome en ook wel liefkozend Pippo Buono werd genoemd. Neri was in Florence geboren. In 1534 was hij als pelgrim naar Rome gekomen en in 1551 was hij daar op 36-jarige leeftijd tot priester gewijd. De toekomstige heilige was een heus fenomeen. Hij eiste van zijn volgelingen dat ze zichzelf vernederden door zich in lompen te hullen en zelfs een vossenstaart tussen hun benen te dragen. Veel van deze volgelingen waren jonge Romeinse edellieden en Neri legde hun de verplichting op om handwerk te doen. Voor die tijd was dat ongehoord. Filippo Neri was zeker niet bang om controversieel te zijn.

Interieur van de kerk.

In 1575 stichtte Neri de Congregatie van het Oratorium, een nieuwe religieuze orde die ook bekendstaat als de Oratorianen. Als diepreligieuze man benadrukte Neri de noodzaak van nederigheid. Om echt nederig te kunnen worden meende hij dat het nodig was om de wereld te verachten, geen ander mens dan zichzelf te verachten en te verachten dat men veracht wordt. Neri schrok er niet voor terug om pausen te bekritiseren en de les te lezen. Hij zou zijn volgelingen hebben meegenomen naar de kerk van Santo Stefano Rotondo op de Caelius om daar de nogal gruwelijke fresco’s over het Lijden van de Martelaren te bewonderen. Filippo Neri overleed in 1595. Hij werd in 1615 zalig verklaard en in 1622 heilig. Wie hem kleurrijk noemt, bedient zich van veel understatement.

Geschiedenis van de kerk

De middeleeuwse kerk van Santa Maria in Vallicella verkeerde in deplorabele staat toen Neri haar in 1575 van de Paus kreeg. Het gebouw was vochtig en aftands en moest eigenlijk helemaal opnieuw gebouwd worden. Van vele kanten werd geld beschikbaar gesteld om het nieuwbouwproject te financieren. Paus Gregorius XIII tastte in de buidel en ook het volk van Rome betaalde mee. Tot de belangrijke donateurs behoorden verder Angelo Cesi (1530-1606), bisschop van Todi, en diens oudere broer Pierdonato Cesi (1522-1586), een invloedrijke kardinaal. De naam van de eerstgenoemde Cesi is op de gevel van de kerk terechtgekomen: ANGELVS CAESIVS EPISC(OPVS) TVDERTINVS.

Koor.

De eerste architect van de Chiesa Nuova, Matteo Bartolini da Castello (ca. 1530-ná 1597) ging furieus van start. Neri, die op dat moment begin zestig was, had zijn vele volgelingen in Rome opgedragen om te komen helpen bij de bouw van de nieuwe kerk en aan die opdracht gaven ze massaal gehoor. Het werk vorderde snel en al in 1577 was een dusdanig groot gedeelte van het gebouw voltooid dat er een eerste mis gevierd kon worden. Daarna trok Bartolini zich echter om onbekende redenen terug uit het project en pas in 1586 werd het werk hervat onder leiding van Martino Longhi de Oudere (1534-1591). Toen Longhi in 1591 kwam te overlijden was de Chiesa Nuova nog altijd niet voltooid. Het ontwerp werd vervolgens aangepast door Giacomo della Porta (1532-1602). Hij had al gewerkt aan die andere grote kerk van de Contrareformatie in Rome, de kerk van Il Gesù, moederkerk van de Jezuïeten. Onder Della Porta werd de Chiesa Nuova afgebouwd, zodat de nieuwe kerk in 1599 gewijd kon worden.

De gevel is een werk van de weinig bekende architect Fausto Rughesi. De bouw van dit gedeelte van de kerk begon in 1594 en werd in 1605 voltooid, een jaar dat overigens op de gevel vermeld staat (in Romeinse cijfers, MDCV). Het gebouw naast de kerk is het klooster van de Oratorianen. Dat staat bekend als het Oratorio dei Filippini – i.e. de volgelingen van Filippo Neri; met de Filippijnen heeft het niets te maken – en het kan vooral toegeschreven worden aan de beroemde architect Francesco Borromini (1599-1667). De Oratorianen gaven hun naam aan het muzikale genre van het ‘oratorium’.

Decoraties

Plafondfresco door Pietro da Cortona.

Filippo Neri was een vrome en nederige christen en wilde daarom een karig versierde kerk die vooral kon worden gebruikt om preken in te houden. Een paar fresco’s van de Maagd Maria waren wel voldoende, zo vond hij. Een korte blik op het interieur van de Chiesa Nuova volstaat om tot de conclusie te komen dat Neri’s volgelingen deze wens genegeerd hebben, en dat is wederom een understatement. De kerk is overdadig gedecoreerd, al denk ik dat ze nu ook weer niet zo extravagant is ingericht als bijvoorbeeld de reeds genoemde kerk van Il Gesù.

De spectaculaire fresco’s in de kerk werden geschilderd door Pietro da Cortona (1596-1669) en zijn atelier. De architect en schilder Da Cortona werkte in de kerk tussen ca. 1647 en 1666. Hij was niet alleen verantwoordelijk voor de fresco’s, maar bouwde in 1650 ook de huidige koepel van de Chiesa Nuova en voorzag de binnenkant daarvan van een fresco over de Triomf van de Heilige Drie-eenheid. Ook het apsisfresco is van Pietro da Cortona en dit stelt de Tenhemelopneming van de Maagd voor. Verreweg het indrukwekkendste fresco is echter dat op het plafond van het middenschip, tussen 1664 en 1665 uitgevoerd door de kunstenaar en zijn medewerkers. Het fresco vertelt het verhaal van een miraculeuze interventie van de Maagd, die persoonlijk voorkwam dat het dak van de Chiesa Nuova instortte door een van de balken te stutten. Filippo Neri, die ook op het fresco is afgebeeld, was er in een droom al voor gewaarschuwd dat dit zou kunnen gebeuren. Het verhaal heeft mogelijk een kern van waarheid; de jonge edellieden die van Neri aan zijn kerk moesten werken waren natuurlijk geen geschoolde vakmensen. De stucwerk rondom het plafondfresco werd verzorgd door Ercole Ferrata (1610-1686) en de broers Giacomo Antonio (1619-1671) en Cosimo Fancelli (1618-1688).

Drie werken van de Vlaamse meester Peter Paul Rubens (1577-1640) behoren tot de interessantste kunstwerken in de kerk. Rubens schilderde eerst het altaarstuk met daarop een Madonna met Engelen. Het is een vrij curieus werk, want het werd geschilderd op leisteen (lavagna in het Italiaans) in plaats van op hout of doek. Achter het door Rubens geschilderde medaillon met de Madonna en het Kind bevindt zich het oorspronkelijke icoon van Onze-Lieve-Vrouwe van Vallicella uit de dertiende eeuw. Hier ziet u het nogal eenvoudige icoon en de nieuwe versie van Rubens uit de zeventiende eeuw zij aan zij. Kennelijk heeft het altaarstuk een soort mechanisme waarmee het medaillon opzij geschoven kan worden om het icoon erachter te laten zien.

Drie schilderijen van Rubens.

Rubens schilderde nog twee werken voor het koor van de Chiesa Nuova, eveneens op leisteen. Men vindt ze aan weerszijden van het hoogaltaar. Links zien we de soldatenheiligen Papias en Maurus (die in 303 de marteldood stierven), samen met Paus Gregorius de Grote. Rechts zijn Sint Domitilla, Sint Nereus en Sint Achilleus afgebeeld. Domitilla zou Flavia Domitilla geweest kunnen zijn, kleindochter van de Romeinse Keizer Vespasianus (69-79). De legende dat Nereus en Achilleus haar bedienden waren, is echter vrome nonsens. De drie werken van Rubens kunnen worden gedateerd op 1606-1608. De schilder was dus nog vrij jong toen hij de schilderijen maakte.

Kopie van Caravaggio’s Graflegging door Michele Koeck.

De Chiesa Nuova heeft aan beide zijden van de kerk vijf identieke kapellen en nog eens twee extra kapellen aan weerszijden van het koor. Deze plattegrond verschaft wellicht meer duidelijkheid. In de Kapel van Onze-Lieve-Vrouwe van de Smarten, i.e. de tweede kapel rechts, hing ooit het misschien wel beroemdste altaarstuk in de hele kerk, nog beroemder dan de schilderijen van Rubens. Ik doel natuurlijk op Caravaggio’s Graflegging uit 1604. Het schilderij werd gestolen door de Fransen van Napoleon, een man die zeker een goed oog had voor kunst. De Fransen stelden de Graflegging tentoon in het Louvre, maar gaven het terug aan de pauselijke autoriteiten toen Napoleon verslagen was. Helaas kwam het meesterwerk van Caravaggio toen terecht in de Pinacoteca van de Vaticaanse Musea. Tegenwoordig hangt in de kapel een kopie van de vrij onbekende Oostenrijkse schilder Michele Koeck (1760-1825). [NB. het originele werk is van 16 december 2018 tot 15 januari 2019 te zien in het Centraal Museum te Utrecht]

De kapel rechts van het koor is de Cappella Spada of Kapel van Sint Carlo Borromeo. Carlo Borromeo (1538-1584) was een tijdgenoot van Filippo Neri en diende als aartsbisschop van Milaan. Hij was tevens een van de sponsors van de Chiesa Nuova. In deze kapel zouden we ook het monument moeten kunnen vinden voor kardinaal Caesar Baronius (1538-1607), de grote kerkhistoricus. Helaas was dit gedeelte van de Chiesa Nuova gesloten toen ik de kerk in januari 2018 bezocht.

Kapel van Sint Filippo Neri.

Ten slotte wijs ik op het belangrijkste gedeelte van de kerk vanuit religieus oogpunt en dat is natuurlijk de Kapel van Sint Filippo Neri zélf, links van het koor. In deze kapel werd de heilige begraven en daarom zult u er vele pelgrims aantreffen. De kapel werd overdadig versierd door de eerdergenoemde Pietro da Cortona en de fresco’s werden verzorgd door Cristoforo Roncalli (ca. 1553-1626), een van de drie kunstenaars die de bijnaam Il Pomarancio hadden. Een van de andere Pomarancio’s – Niccolò Circignani – was toevallig de kunstenaar die verantwoordelijk was voor de gruwelijke fresco’s in de Santo Stefano Rotondo waar Filippo Neri zo van hield (zie hierboven), maar hij was waarschijnlijk al dood toen de kapel voor Neri werd gebouwd en ingericht.

Het altaarstuk in de kapel toont ons hoe de heilige knielt voor de Madonna en het Kind. Als u goed kijkt, ziet u dat het geen schilderij is, maar een mozaïek. Oorspronkelijk had de Barokschilder Guido Reni (1575-1642) een schilderij voor de kapel gemaakt. Dit schilderij werd in de achttiende eeuw naar het klooster verplaatst en vervangen door een mozaïekkopie gemaakt door een zekere Vincenzo Castellani.

Bronnen

  • Artikel op TV2000 (in het Italiaans);
  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 124;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 217-221;
  • Chiesa Nuova op Churches of Rome Wiki.

4 Comments:

  1. Pingback:Rome: Chiesa Nuova – – Corvinus –

  2. Pingback:Rome: Santo Stefano Rotondo – – Corvinus –

  3. Pingback:Rome: Santi Nereo e Achilleo – – Corvinus –

  4. Pingback:Rome: San Sebastiano fuori le Mura – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.