Rome: Santi Nereo e Achilleo

De Santi Nereo e Achilleo.

De Santi Nereo e Achilleo is een typisch voorbeeld van een interessante Romeinse kerk die wel nooit open lijkt te zijn. Als u haar in de winter wilt bezoeken, wat ik zelf in 2017 probeerde, dan kunt u ervan uitgaan dat de deuren de hele week gesloten zijn. In juli 2018 hing er op de deur een memo in vier talen waarop potentiële bezoekers werd medegedeeld dat ze welkom waren op dinsdag- en donderdagochtenden. Een ander goed moment voor een bezoek is vlak voor een bruiloft; de kerk is een populaire trouwlocatie en het leek er sterk op dat er voorbereidingen voor een trouwerij werden getroffen toen ik de kerk bezocht. In de kerk zelf was op dat moment echter niemand aanwezig, zodat ik haar helemaal voor mezelf had.

Geschiedenis

De oorspronkelijke kerk werd de titulus fasciolae genoemd, de “titelkerk van het verbandje”. De naam verwijst naar een volkslegende waarin Petrus tijdens zijn vlucht uit gevangenschap het verband verloor dat om zijn enkel was gewikkeld vanwege de verwondingen die de ijzeren ketenen hadden veroorzaakt. Op de plek waar het verband op de grond was gevallen, werd in de tweede helft van de vierde eeuw een kerk gebouwd. Dat was – het kan niet genoeg benadrukt worden – níet de Santi Nereo e Achilleo. De titulus fasciolae stond dicht bij de huidige kerk, maar niet op dezelfde plek. De overblijfselen van dienstgebouwen die in de buurt zijn gevonden zouden bij de oorspronkelijke kerk kunnen hebben gehoord.[1]

Interieur van de kerk.

De huidige kerk werd in 814 gebouwd door Paus Leo III (795-816). In feite is het zijn kerk die we, zij het in sterk gewijzigde vorm, vandaag de dag nog kunnen bewonderen. De Santi Nereo e Achilleo is gewijd aan twee tamelijke obscure soldatenheiligen genaamd Nereus en Achilleus. Ze staat net ten noorden van de enorme Baden van Caracalla. Aan de andere kant van de weg treffen we de kerk en het klooster van San Sisto Vecchio aan (van groot historisch belang, maar al jaren gesloten vanwege zwaar noodzakelijk onderhoud). Het gebied waar de kerk staat, was tot ver in de negentiende eeuw onderdeel van het platteland. De eerste afbeelding in deze bijdrage zou de indruk kunnen wekken dat de kerk zich nog steeds in een zeer groene omgeving bevindt, maar schijn bedriegt. De kerk staat namelijk aan de Viale delle Terme di Caracalla, waar het verkeer de hele dag voorbij raast.

In deze bijdrage moeten twee belangrijke restauraties van de kerk genoemd worden. Paus Sixtus IV (1471-1484) was verantwoordelijk voor de eerste, die werd uitgevoerd net voor het Jubeljaar 1475. Sixtus liet de zuilen uit de Oudheid in het middenschip verwijderen en vervangen door modernere exemplaren. Een tweede grote interventie was het inkorten van de kerk door de eerste twee traveeën te verwijderen en te vervangen door een pleintje (zie Rome: Santi Quattro Coronati voor een soortgelijke ontwikkeling).

Koorscherm en Paaskandelaar.

Een volgende restauratie werd uitgevoerd in opdracht van kardinaal Caesar Baronius (1538-1607), de grote kerkhistoricus die tevens de titulaire priester van deze kerk was. Zijn project werd in 1596 gelanceerd en twee jaar later afgerond. Vervolgens werd de kerk toegewezen aan de Congregatie van het Oratorium, ook bekend als de Oratorianen. Dit was een religieuze orde die was gegrondvest door de populaire “Apostel van Rome” Filippo Neri (1515-1595), een van de giganten van de Contrareformatie. Baronius was al op jonge leeftijd lid geworden van deze orde en werd in de belangrijkste kerk van de Oratorianen begraven: de Chiesa Nuova.

Kort samengevat kunnen we dus concluderen dat de Santi Nereo e Achilleo in de basis de kerk van Paus Leo III is, maar structureel gewijzigd door Paus Sixtus IV en vervolgens grondig gerestaureerd door kardinaal Baronius. De externe en interne decoraties van de kerk zijn hoofdzakelijk aan Baronius toe te schrijven. De fresco’s op de gevel van de kerk, van de hand van Girolamo Massei (ca. 1540-1620), zijn nagenoeg verdwenen. Gelukkig is het de interne versieringen beter vergaan. Laten we die eens nader bekijken.

Interieur

Het kan erg donker zijn in de Santi Nereo e Achilleo, dus neem een goede camera mee als u mooie foto’s wilt maken. De zwaar gerestaureerde mozaïeken op de triomfboog zijn waarschijnlijk de oudste kunstschatten in de kerk. Ze dateren van de negende eeuw. Hier zien we in het midden een knappe uitbeelding van de Transfiguratie van Christus zoals beschreven in drie van de vier canonieke Evangeliën. Christus wordt geflankeerd door Mozes (rechts) en Elijah (links). Petrus, Jakobus en Johannes zijn zwaar onder de indruk op de grond gevallen. De Transfiguratie is een populair thema in de christelijke kunst. Zie bijvoorbeeld het beroemde schilderij van Rafaël (voorheen in de kerk van San Pietro in Montorio, nu in de Pinacoteca van de Vaticaanse Musea) of de meer symbolische representatie van deze gebeurtenis in de kerk van Sant’Apollinare in Classe in Ravenna. Links van de Transfiguratie zien we een voorstelling van de Annunciatie met de Maagd Maria en een engel, en rechts bezoekt een engel de Madonna met het Kind.

Transfiguratie.

Executie van Simon de Zeloot.

De kerk moet ooit een apsismozaïek hebben gehad, maar dit is al lang geleden verdwenen. Het werd vervangen door een apsisfresco waarop Nereus, Achilleus en de andere bij de legende betrokken personen zijn afgebeeld, zoals Sint Domitilla. Soms wordt aangenomen dat zij een kleindochter van de Romeinse keizer Vespasianus was. Het aardigste wat men over het apsisfresco kan zeggen, is dat het erg kleurrijk is. Het zicht erop wordt overigens belemmerd door het enorme baldakijn uit de zestiende eeuw.

De fresco’s van het middenschip en de zijbeuken werden van oudsher toegeschreven aan Niccolò Circignani (ca. 1530-1597), bijgenaamd Il Pomarancio. Men begrijpt direct waarom. Vooral de martel- en executiescènes lijken sterk op het Lijden van de Martelaren van Pomarancio, een frescocyclus die men aantreft in de kerk van Santo Stefano Rotondo. Filippo Neri was erg gecharmeerd van deze fresco’s en nam zijn volgelingen vaak mee naar de Santo Stefano om sterfelijkheid en het eeuwige leven te overpeinzen. In theorie had Pomarancio ook de fresco’s in de Santi Nereo e Achilleo kunnen schilderen. De restauratie van Baronius vond plaats tussen 1596 en 1598 en de kunstenaar overleed in 1597. De fresco’s worden tegenwoordig echter algemeen toegeschreven aan een navolger of een imitator. De martel- en executiescènes zijn net zo gruwelijk als die in de Santo Stefano, vooral de voorstelling waarin de martelaar Simon de Zeloot in tweeën wordt gezaagd.

Altaarstuk van Cristoforo Roncalli.

Wat heel interessant is, is dat de kerk een schilderij heeft met daarop Domitilla, Nereus en Achilleus dat zeker van de hand van Pomarancio is, maar dan wel van een andere kunstenaar die eveneens als bijnaam Il Pomarancio had. Zijn echte naam was Cristoforo Roncalli (ca. 1553-1626) en hij was verantwoordelijk voor het altaarstuk dat we in de linker zijbeuk vinden. Nog interessanter is dat het schilderij sterk lijkt op een schilderij van Rubens van de drie heiligen in de Chiesa Nuova. Roncalli kan echter niet zijn geïnspireerd door de Vlaamse meester, want hij schilderde zijn altaarstuk in 1599, terwijl Rubens pas in 1606-1608 actief was in de Chiesa Nuova. Dat is bijna een decennium later. Aangezien beide kerken door Oratorianen worden beheerd, is het niet ondenkbaar dat Rubens het werk van Roncalli heeft gezien voordat hij aan zijn eigen schilderij begon.

De kerk van Santi Nereo e Achilleo heeft nog een aantal andere kunstwerken die onze aandacht verdienen. Kijk bijvoorbeeld eens naar de troon in de apsis en de twee altaarschermen, allemaal voorzien van mooie Cosmatenversieringen. Ook de preekstoel heeft mooie marmerdecoraties. Een intrigerend voorwerp is de enorme spoel uit de Oudheid waarvan een Paaskandelaar is gemaakt (zie de afbeelding hierboven). En dan is er nog de vloer. Toen ik de kerk bezocht, had het er alle schijn van dat bruid en bruidegom het verzoek zouden krijgen te knielen op een grote marmeren plaat met een skelet, die dient ter nagedachtenis aan kardinaal Baccio Aldobrandini (1613-1665). Diens familielid Olimpia Aldobrandini wordt eveneens op de plaat genoemd (zie Rome: Palazzo Doria Pamphilj). Zij was de erfgenaam van de kardinaal en derhalve verantwoordelijk voor het leggen van de plaat.

Monument voor kardinaal Baccio Aldobrandini.

Bronnen

  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 194;
  • Santi Nereo e Achilleo op Churches of Rome Wiki;
  • The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 384.

Noot

[1] The Atlas of Ancient Rome, part 1, p. 384.

One Comment:

  1. Pingback:Rome: San Cesareo in Palatio – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.