Florence: San Salvatore al Monte

De San Salvatore al Monte.

De San Salvatore al Monte – soms met de toevoeging “alle Croci” – bevindt zich op dezelfde heuvel als de San Miniato. Toeristen die de heuvel beklimmen om de laatstgenoemde kerk te bekijken moeten eigenlijk ook aan de eerstgenoemde kerk een bezoekje brengen. Er zijn duidelijke verschillen tussen de twee gebouwen qua stijl en kunstwerken. De San Miniato is een middeleeuwse Romaanse kerk, veel en veel ouder dan de San Salvatore en rijk gedecoreerd. De San Salvatore is daarentegen een Renaissancekerk, uitgevoerd in een eenvoudige, zelfs strenge stijl. Ze heeft maar weinig kunstwerken, en de belangrijkste werken die ze had, zijn al lang geleden verdwenen.

Geschiedenis van de kerk

De geschiedenis van de San Salvatore begint in 1417 met de laatste wil van een zekere Luca di Jacopo del Tosa. Del Tosa liet een deel van zijn land na aan een gemeenschap van Franciscaner monniken (Frati Minori; minderbroeders). In 1419 werd hier een complex neergezet met een tuin en een Franciscaanse kapel. Een eerste echte kerk werd rond het jaar 1435 voltooid. De grote Franciscaanse missionaris Sint Bernardinus van Siena (1380-1444) bracht enige tijd op het complex door. Volgens een brochure van de monniken van de San Salvatore wilde in 1456 een Florentijnse edelman genaamd Castello Quaratesi de kerk vergroten. Daartoe liet hij eerst het oorspronkelijke gebouw, dat misschien ook van twijfelachtige kwaliteit was, slopen. Quaratesi stierf echter in 1465, ver voordat de bouw van een nieuwe kerk ook maar begonnen was.

Sober interieur van de kerk.

Uiteindelijk moest het Florentijnse gilde van de stoffenhandelaren – Arte di Calimala – zich ermee bemoeien. Dit huurde de architect Simone del Pollaiolo (1457-1508) in om het project weer op gang te krijgen. Del Pollaiolo was een familielid van de kunstenaars Antonio en Piero del Pollaiolo, die beiden betrokken waren bij de decoratie van de Kapel van de Kardinaal van Portugal in de nabijgelegen San Miniato. Simone had als bijnaam “Il Cronaca”, “de Kroniek”, vanwege zijn gedetailleerde beschrijvingen van ruïnes van gebouwen uit de Oudheid in Rome.[1] Hij voltooide de San Salvatore tussen 1490 en 1498. In 1504 werd de kerk ingewijd. Tijdens het Beleg van Florence in 1529-1530 liep ze zware schade op, en kennelijk verbeterde de situatie daarna bepaald niet. In 1571 kregen de Franciscanen de kerk van Ognissanti aan de andere kant van de Arno toegewezen, nadat de Orde van de Humiliati die die kerk beheerde was ontbonden. Het lijkt erop dat de broeders aanvankelijk beide complexen hebben gebruikt, maar in 1665 verlieten ze hun vervallen complex in de heuvels voorgoed. Hun plaats werd ingenomen door Spaanse Franciscanen, en tegenwoordig is er nog steeds een Franciscaanse aanwezigheid bij kerk en klooster.

Uiterlijk

De kerk is heel, heel sober te noemen, zowel binnenin als buiten. Haar eenvoudige Renaissancegevel is grotendeels onversierd, met als belangrijkste uitzondering de afbeelding van een adelaar in het timpaan. De adelaar is onderdeel van het wapenschild van de familie Quaratesi, maar was tevens het symbool van de Arte di Calimala, zoals we al hadden gezien bij de hogerop gelegen San Miniato. Ook het interieur van de kerk is extreem eenvoudig. De San Salvatore heeft een enkel schip en de muren zijn bijna helemaal niet gedecoreerd. De vloer is zelfs uitgesproken lelijk. Niettemin schijnen de kerk en het naburige klooster in de smaak te zijn gevallen bij de grote kunstenaar Michelangelo Buonarroti (1475-1564). Hij noemde de San Salvatore “la mia bella villanella”, wat vertaald kan worden als “mijn mooie plattelandsmeisje” (de San Salvatore stond strikt genomen op het platteland, want ze bevond zich buiten de stadsmuren van Florence).

Kunstwerken

Pietà door Giovanni della Robbia.

Ook al zou men na lezing van het voorgaande wellicht anders kunnen denken, er zijn wel degelijk een paar interessante kunstwerken aanwezig in de San Salvatore. Niettemin moet het vroeger wel beter zijn geweest. Helaas zijn namelijk twee van de interessantste kunstwerken uit de kerk weggehaald toen in de negentiende eeuw de kloosterorden ontbonden werden. De zogenaamde Raczyński Tondo (ca. 1478) – een tondo van Botticelli met daarop een Madonna met Kind en Engelen – kwam terecht in de Gemäldegalerie in Berlijn. Ook een Annunciatie van Fra Angelico is verdwenen. Onder de voorwerpen die nog steeds bewonderd kunnen worden, bevinden zich twee werken van Giovanni della Robbia (1469-1529): een Pietà die de kunstenaar vlak voor zijn dood maakte (ca. 1528) en een lunette met een Kruisafneming (ca. 1509).

Ook interessant is een paneel beschilderd door Neri di Bicci (ca. 1419-1491). Het paneel is een voorbeeld van het gebruik van distemper op hout (i.e. er worden geen eieren gebruikt als bindmiddel voor de verf). Net als het late werk van Della Robbia betreft het paneel een Pietà. In het Italiaans heet het schilderij Vergine con Cristo in pietà e santi. Het is wel duidelijk wie de Maagd en de dode Christus zijn, maar het is wat moeilijker om vast te stellen welke heiligen zijn afgebeeld. De heilige rechts is ongetwijfeld Sint Franciscus van Assisi, wat ook logisch is voor een Franciscaner kerk.

Pietà door Neri di Bicci.

De heilige links is gelet op zijn kleding van koninklijken bloede. Hij draagt een kroon en houdt een scepter vast, dus hij zou een heiligverklaarde koning of prins kunnen zijn. Een mogelijkheid is dat hij Koning Lodewijk IX van Frankrijk voorstelt. Lodewijk stierf in 1270 en werd in 1297 door Paus Bonifatius VIII heiligverklaard. Hoewel hij formeel geen lid was van de Derde Orde van Sint Franciscus, wordt hij wel vereerd als een van de beschermheren van de Orde, en dat hij de Franciscanen steunde, is zeker. Zijn aanwezigheid in een Franciscaanse kerk zou dan ook passend zijn. Toch heb ik wel enige twijfels. Lodewijk wordt doorgaans afgebeeld zonder baard en de bekende Franse fleur-de-lis ontbreekt geheel. Misschien is de heilige wel Sint Minias, die in de nabijgelegen San Miniato als “Koning van Armenië” wordt aangeduid.

Sint Franciscus ontvangt de stigmata.

Vergeet niet een blik te werpen op de glas-in-loodramen van de kerk, die worden toegeschreven aan Pietro Perugino (ca. 1446-1523) en waarschijnlijk werden gemaakt na 1506. Drie van deze ramen bevinden zich aan de linkerkant van de kerk, een vierde aan de rechterkant. Een vijfde en laatste raam treft men aan in de vierkante apsis. De ramen tonen God de Vader, Sint Franciscus die de stigmata ontvangt, Johannes de Evangelist, Antonius van Padova en Johannes de Doper.

Bronnen: voor deze bijdrage heb ik gebruik gemaakt van diverse bronnen. Behulpzame bronnen waren het artikel over de kerk op het Italiaanse Wikipedia, de website The Churches of Florence en de brochure van de Frati Minori.

Noot

[1] Overigens is een ‘pollaio’ een kippenhok.

2 Comments:

  1. Pingback: Florence: San Salvatore al Monte – – Corvinus –

  2. Pingback: Florence: Ognissanti – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.