Florence: Ognissanti

De Ognissanti.

Het beste moment om de Ognissanti-kerk in Florence te bezoeken is een maandag-, dinsdag- of zaterdagmorgen. Ook op andere dagen van de week is de kerk open voor het publiek, maar alleen op de genoemde dagen kunnen bezoekers ook het prachtige klooster ernaast betreden (het Chiostro Grande) en de refter (Cenacolo) met Ghirlandaio’s fresco van Het Laatste Avondmaal bezichtigen. De kerk zelf is eveneens een bezoek waard. In de zeventiende en achttiende eeuw kreeg de Ognissanti een make-over in Barokstijl, maar men heeft die niet te ver doorgedreven en het interieur is relatief eenvoudig gebleven. De kerk heeft interessante kunstwerken uit de veertiende en vijftiende eeuw van bekende kunstenaars als Giotto, Botticelli en Ghirlandaio. Verder is interessant dat de Ognissanti de parochiekerk was van de familie Vespucci. Naar de beroemdste telg van deze familie, de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci (1454-1512), werd een continent vernoemd: Amerika.

Geschiedenis van de kerk

De kerk werd gesticht door leden van de tamelijk obscure kloosterorde van de Humiliati, de Nederigen. De oorsprong van deze orde is slecht gedocumenteerd, maar ze lijkt in Lombardije te zijn ontstaan. De Humiliati verruilden Lombardije voor Florence in 1239 en vestigden zich aanvankelijk buiten de stad. Tussen 1251 en 1260 bouwden ze hun kerk en klooster in Florence en wijdden de basiliek aan alle heiligen (Ognissanti in het Italiaans). De leden van de orde waren toegewijd aan armoede, nederigheid en hard werken. Op hun wapenschild stond dan ook het Lam Gods met de spreuk “Humilitas vincit omnia”, “Nederigheid overwint alles”. De orde verwierf vooral een reputatie vanwege haar activiteiten op het terrein van de wolbewerking in Florence. De Humiliati stonden in hoog aanzien.

Interior of the church.

In de zestiende eeuw namen hun macht en prestige echter af. In 1571 werd de orde ontbonden op basis van een bul die was uitgevaardigd door Paus Pius V (1566-1572) en waarom was verzocht door Groothertog Cosimo I de’ Medici. De kerk en het klooster werden overgedragen aan de Franciscaanse broeders van de San Salvatore al Monte alle Croci aan de andere kant van de rivier de Arno. De Franciscanen gaven de Ognissanti-kerk haar huidige naam, Chiesa di San Salvatore di Ognissanti, waarbij het gedeelte over San Salvatore verwijst naar hun andere kerk in Oltrarno. Aangezien de oorspronkelijke San Salvatore in zeer slechte staat verkeerde, gedeeltelijk als gevolg van het Beleg van Florence in 1529-1530, begonnen de Franciscanen de waardevolle voorwerpen naar hun nieuwe onderkomen over te brengen. Onder deze voorwerpen bevond zich het meest waardevolle relikwie dat thans in de Ognissanti wordt bewaard, de habijt die Sint Franciscus droeg toen hij in 1224 de stigmata ontving.

De Franciscanen begonnen onmiddellijk wijzigingen aan het Ognissanti-complex aan te brengen. Nog eens twee kruisgangen werden toegevoegd en de kerk werd in 1582 opnieuw gewijd (ze zouden hun oude kerk en klooster in de heuvels voorgoed verlaten in 1665). In de zeventiende en achttiende eeuw werden nieuwe altaren, schilderijen en beelden gemaakt, waarmee de Ognissanti veranderde in een sobere Barokke kerk.

Lunette door Benedetto Buglioni.

Voor deze werkzaamheden deden de Franciscanen onder andere een beroep op de schilders Jacopo Ligozzi (1547-1627) en Giuseppe Romei (1714-1785) en de architecten Sebastiano Pettirossi en Matteo Nigetti (gestorven 1648). Pettirossi leidde de interne renovatie, terwijl Nigetti verantwoordelijk was voor de nieuwe façade van de kerk, die werd voltooid in 1637 en gerestaureerd in 1872. Boven de ingang zien we een prachtige lunette van geglazuurde terracotta. Deze stelt de Kroning van de Maagd voor en werd gemaakt door Benedetto Buglioni (ca. 1460-1521).[1] De tengere klokkentoren dateert uit de veertiende eeuw.

Na de Eenmaking van Italië werden in 1866 de kloosterorden ontbonden. De Franciscanen van de Ognissanti werden hierbij niet gespaard. Het complex werd in beslag genomen en in 1885 werd slechts een piepklein deel ervan teruggegeven. De broeders hebben echter standgehouden, met als gevolg dat er nog steeds een Franciscaanse aanwezigheid hier is.

Giotto en Ognissanti

Crucifix door Giotto.

Hoewel de Humiliati waren toegewijd aan armoede, lijken ze meer dan genoeg geld te hebben gehad om decoraties voor hun kerk te bestellen. De beroemde kunstenaar Giotto di Bondone (ca. 1266-1337) kreeg de opdracht een paneel te schilderen dat bestemd was voor het hoogaltaar van de kerk. Deze zogenaamde Ognissanti Madonna, die 325 bij 204 centimeter meet, vindt men thans in de Galleria degli Uffizi.

De kerk bezit eveneens een crucifix (ca. 1310-1315) dat lang werd toegeschreven aan een navolger van Giotto. Het crucifix was zwart geworden als gevolg van de rook van kaarsen en ander vuil, en eerdere pogingen tot onderhoud werden slecht uitgevoerd. Het uiteindelijke schoonmaakproces duurde meerdere jaren. Toen echter de originele heldere kleuren weer tevoorschijn kwamen, waren de onderzoekers ervan overtuigd dat dit een werk van de meester zelf moest zijn. Het gerestaureerde crucifix werd verplaatst naar het linker dwarsschip van de kerk, waar bezoekers het weer kunnen bewonderen. Aangezien het licht in dit deel van de kerk erg goed is, is het mogelijk om Giotto’s magistrale gebruik van kleur te zien. Christus wordt geflankeerd door een rouwende Maagd Maria en door Johannes de Evangelist. Helaas is het informatiebord in de Ognissanti nog niet bijgewerkt. Hoewel de toeschrijving aan Giotto al in 2010 plaatsvond, beweert dit bord nog steeds dat het een navolger was die het crucifix schilderde (ik bezocht de kerk in juni 2016).

Botticelli, Ghirlandaio en Ognissanti

Botticelli’s grafsteen.

Sandro Botticelli (ca. 1445-1510) is een van de bekendste Renaissanceschilders van Florence. Zijn Primavera en de Geboorte van Venus, beide in het Uffizi, zijn wereldberoemd. Botticelli werd in de Ognissanti-kerk begraven. In het rechter dwarsschip kan men zijn simpele grafsteen vinden. Dit gedeelte van de kerk werd gerestaureerd toen ik de Ognissanti in juni 2016 bezocht, maar de Franciscanen waren zo vriendelijk geweest een met balpen geschreven briefje aan een van de steigers te bevestigen met aanwijzingen inzake de locatie van de graftombe. Dan nog kun je het graf over het hoofd zien als je niet weet dat Botticelli’s echte naam Alessandro di Mariano di Vanni Filipepi is. Het is dan ook de naam Filipepi die we op de grafsteen aantreffen, samen met het sterfjaar 1510.

Botticelli wilde naar verluidt in de Ognissanti begraven worden omdat zijn geliefde Simonetta Vespucci daar eveneens haar laatste rustplaats had gevonden. Simonetta was een adellijke dame uit Genoa die door haar huwelijk verbonden was geraakt met de Florentijnse familie Vespucci. Ze stond bekend om haar grote schoonheid en stierf in 1476 op slechts 22-jarige leeftijd (andere bronnen beweren dat ze slechts 18 jaar oud was). De precieze relatie tussen Botticelli en Simonetta zal wel nooit duidelijk worden, en er is heel goed discussie mogelijk over de vraag of hij haar als model voor zijn schilderijen gebruikte (ook na haar dood). Ze moet hem echter zeker dierbaar zijn geweest, want de grote schilder verzocht om begraven te mogen worden aan haar voeten. De Ognissanti was de parochiekerk van de familie Vespucci, dus dáár werd Simonetta in 1476 aarde besteld, gevolgd door Botticelli zelf 34 jaar later.

Sint Augustinus door Botticelli.

De kerk bezit ook een fresco van Botticelli. Het bevindt zich in het schip van de kerk, aan de rechterkant. Botticelli schilderde zijn Sint Augustinus in zijn studeerkamer in 1480. Op de muur ertegenover treffen we een fresco van Sint Hiëronymus in zijn studeerkamer aan, van de hand van Domenico Ghirlandaio (1449-1494) en tegelijkertijd geschilderd. Hiëronymus (ca. 347-420) is gekleed als kardinaal en op een van de planken ligt een rode kardinaalshoed (natuurlijk een anachronisme). Hij ziet er wat vermoeid uit en lijkt te staren naar de mensen in de kerk. Ongetwijfeld zien we Hiëronymus werken aan zijn vertaling van de Bijbel in het Latijn, de Vulgaat. Op de bovenste plank ligt een briefje in het Hebreeuws, terwijl een stuk papier op de plank daaronder in het Grieks lijkt te zijn. Op de schrijftafel zien we het jaar 1480 – MCCCCLXXX in Romeinse cijfers. Boven het fresco staat dan nog een tekst die als volgt luidt:

Sint Hiëronymus door Ghirlandaio.

“Redde nos claros lampas radiosa / sine qua terra tota est umbrosa”
(“Make us bright, radiant light, with which the whole earth is in darkness”)[2]

Botticelli’s Sint Augustinus contrasteert scherp met Hiëronymus. Augustinus (354-430) lijkt opgewonden, zelfs emotioneel te zijn. Deze heilige was bisschop van Hippo Regius in Afrika, en we zien zijn bisschopsmijter op de tafel (eveneens een anachronisme). Op de plank boven de heilige staan een armillarium en een boek over geometrie, waarmee Augustinus’ interesse in de wetenschap wordt aangegeven. Het wapenschild op het fresco is dat van de familie Vespucci (rood en blauw met wespen; het Italiaanse woord “vespa” betekent ook wesp). In het geometrieboek zit een klein grapje. Tussen de neptekst staan enkele regels in het Italiaans over ene Broeder Mariano, die spoorloos verdwenen is. Een detail met een ernstiger karakter is de klok die op de plank staat. De wijzer staat tussen de cijfers XXIV en I, wat betekent dat het net voor zonsondergang is. Dit was het uur van de dood van Hiëronymus. Volgens een brief die wordt toegeschreven aan Augustinus verscheen Hiëronymus precies op dat moment aan hem in een visioen. Het visioen verklaart ook de opwinding bij Augustinus. De klok is het element dat de twee fresco’s met elkaar verbindt. Deze zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Meer Ghirlandaio en een beetje Vespucci

Madonna della Misericordia.

Ghirlandaio was zeer actief op het Ognissanti-complex. Hij schilderde ook een Pietà en een Madonna van de Genade (Madonna della Misericordia) in de tweede kapel rechts. Beide werken dateren van 1472. Van de twee is de Madonna het interessantst. Zij beschermt diverse mensen met haar mantel. Van de jongen tussen de Madonna en de man in het rood wordt vaak beweerd dat het de jonge Amerigo Vespucci is. Wie naar beneden kijkt en de vloer inspecteert, zal een grafsteen zien met de naam AMERIGO VESPVCIO. De verleiding is groot om aan te nemen dat dit het graf van dé Amerigo Vespucci is, maar dat klopt niet. De ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci stierf in 1512 in Sevilla en werd vermoedelijk daar begraven. In Florence zien we het graf van een familielid dat – volgens de steen – in 1471 overleed. De man heette eveneens Amerigo, dus wellicht was hij de grootvader van de ontdekkingsreiziger.

Ghirlandaio was tevens verantwoordelijk voor een groot fresco van Het Laatste Avondmaal in de refter van het klooster. Dat fresco dateert van 1480, dus waarschijnlijk werd het gemaakt als onderdeel van hetzelfde project waaruit het fresco van Sint Hiëronymus in zijn studeerkamer voortkwam. Men kan het fresco gratis bewonderen, maar zoals hierboven reeds vermeld: alleen op maandagen, dinsdagen en zaterdagen (tussen 9:00 en 12:00 als ik me niet vergis). Om bij de refter te komen dient men de kerk te verlaten, rechtsaf te slaan en dan nogmaals rechtsaf. Men staat dan in het klooster, het Chiostro Grande. Daar bevindt zich de ingang naar de refter.

Het Laatste Avondmaal door Ghirlandaio.

Ghirlandaio’s fresco is enorm. Het meet 810 bij 400 centimeter en bedekt de hele achtermuur. Het fresco heeft een flink aantal interessante details. Let bijvoorbeeld op de decoraties op het tafelkleed. Judas zit apart aan de andere kant van de tafel, terwijl Johannes in slaap is gevallen en Petrus een mes lijkt vast te houden. Christus is de enige met een duidelijke halo. De achtergrond van bomen en vogels is erg indrukwekkend. Op de vensterbank links zit een duif. Aan de rechterkant ziet men een pauw met een enorme staart. Mijn interpretatie: de Heilige Geest en de christelijke religie zijn net gearriveerd terwijl de heidense religie – de pauw is het symbool van de Griekse godin Hera – op het punt van vertrekken staat.

Noten

[1] Zie Rignano sull’Arno: Pieve di San Leolino voor een ander voorbeeld van werk van Buglioni.

[2] Tekst en vertaling overgenomen uit Lisa Jardine, Erasmus, Man of Letters: The Construction of Charisma in Print, p. 81.

2 Comments:

  1. Pingback: Florence: Ognissanti – – Corvinus –

  2. Pingback: Florence: Santa Maria Novella – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.