Rome: Palazzo Doria Pamphilj

Het Palazzo Doria Pamphilj.

Het was een aangename verrassing tijdens ons laatste bezoek aan Rome: het Palazzo Dora Pamphilj (uit te spreken als Pamphili[1]) met zijn ongelooflijke kunstverzameling. Het Palazzo staat naast de Barokke kerk van Santa Maria in Via Lata en de ingang is aan de Via del Corso. Een kaartje voor het Palazzo is niet goedkoop: u dient 12 euro te betalen. Daar staat tegenover dat u een gratis audiotour meekrijgt, en nog een goede ook. Een lid van de familie Doria Pamphili vertelt u alles wat u altijd al wilde weten over de geschiedenis van het stadspaleis en de kunstcollectie. De audiotour is in perfect Engels. Dat is ook niet verrassend, want de verteller is niemand minder dan Jonathan Doria Pamphili, de geadopteerde zoon van Orietta Doria-Pamphili-Landi en Frank Pogson. Hij is een van de mede-eigenaren van het Palazzo. Inderdaad, de familie Doria Pamphili is nog steeds eigenaar van het stadspaleis, en dat betekent dat bepaalde delen ervan privé zijn en niet kunnen worden bezocht. Bezoekers worden wel toegelaten tot verschillende zalen, de balzaal, de kapel, de vier vleugels rondom een grote binnenplaats en nog eens twee zalen – de Aldobrandinizaal en de Primitievenzaal – waarin een deel van de kunstverzameling is tentoongesteld.

Geschiedenis

Hoewel delen van het gebouw meer dan 100 jaar ouder zijn, zou de geschiedenis van het Palazzo Doria Pamphilj eigenlijk moeten beginnen bij Camillo Pamphili (1622-1666). Hij was de zoon van Pamphilio Pamphili (1564-1639) en Olimpia Maidalchini (1591-1657). Zijn oom was kardinaal Giovanni Battista Pamphili (1574-1655), die in 1644 tot Paus Innocentius X werd verkozen. Kort daarna benoemde Innocentius Camillo tot kardinaal-neef (cardinale nipote in het Italiaans), een officieel en zeer belangrijk ambt. Camillo was echter al snel uitgekeken op zijn nieuwe verantwoordelijkheden en liet weten dat hij wilde trouwen. De vrouw op wie zijn keuze was gevallen was de beeldschone Olimpia Aldobrandini (1623-1681). Er was echter wel een probleem: ze was al getrouwd met een lid van de invloedrijke familie Borghese. Deze man, Paolo Borghese, kwam echter in 1646 te overlijden terwijl hij nog maar begin twintig was. Camillo besloot toen zijn kans te grijpen. Hij legde het ambt van kardinaal-neef neer en trouwde slechts enkele weken later, in februari 1647, met Olimpia Aldobrandini.

Paus Innocentius X door Bernini.

Paus Innocentius was hier niet blij mee. Op zichzelf had hij er geen bezwaar tegen dat zij neef wilde trouwen, maar hij had liever gezien dat Camillo een bruid uit de familie Barberini had gekozen. Zijn voorganger, Paus Urbanus VIII (1623-1644), had tot deze familie behoord en de families Barberini en Pamphili konden niet door één deur. Urbanus en Innocentius waren nooit vrienden geweest en de laatstgenoemde had, nadat hij paus was geworden, bezit dat toebehoorde aan neven van de eerstgenoemde in beslag laten nemen. Een huwelijk met een Barberini-bruid had de kou uit de lucht kunnen halen, maar Camillo maakte een andere keuze.

Camillo’s moeder was ronduit woedend over het huwelijk van haar zoon. Hoewel de bruid en zij dezelfde voornaam hadden, haatte Olimpia Maidalchini haar nieuwe schoondochter intens en verbande ze het liefdeskoppel de facto uit Rome. De tortelduifjes mochten namelijk niet komen wonen in het nieuwe Palazzo Pamphili op de Piazza Navona (voltooid in 1650), een gebouw dat overigens niet verward moet worden met het hier besproken Palazzo Doria Pamphilj aan de Via del Corso. Het laatstgenoemde paleis heette toen nog het Palazzo Aldobrandini. Het dateerde van de zestiende eeuw en was door Camillo’s huwelijk met Olimpia Aldobrandini in de familie Pamphili gekomen. In de jaren 1650 begon Camillo de aangrenzende percelen op te kopen om het palazzo uit te kunnen breiden. Daarna liet hij er verschillende appartementen aan toevoegen.

Camillo’s dochter Anna Pamphili (1652-1728) trouwde met Giannandrea Doria, een telg uit een oud en gerespecteerd Genuees geslacht. In 1763 was de Romeinse tak van de familie Pamphili uitgestorven en verhuisde de familie Doria Pamphili van Genua naar de Eeuwige Stad om haar intrek te nemen in het Palazzo Pamphilj, dat vervolgens werd omgedoopt tot het Palazzo Doria Pamphilj. Uiteraard lieten de nieuwe eigenaren hun optrekje grondig verbouwen. Het is erg aangenaam om door de verschillende zalen te flaneren, de balzaal met haar negentiende-eeuwse decoraties te bezoeken en te luisteren naar de warme stem van Jonathan Doria Pamphili, die ons vertelt hoe hij als kind met zijn rolschaatsen krassen maakte in de pas geboende vloer van de balzaal. De kapel, ontworpen door Carlo Fontana (1634/38-1714) en gebouwd tussen 1689 en 1691, is echter enigszins macaber. Hier wordt namelijk het volledig bewaard gebleven lichaam van een vrouwelijke heilige tentoongesteld.

De collectie

De Pussinozaal.

De eerste twee zalen die men kan bezoeken zijn de Pussinozaal en de Fluwelen Zaal. De eerstgenoemde zaal is vernoemd naar Gaspard Poussin (1615-1675). Zijn echte naam was Gaspard Dughet, maar hij noemde zichzelf Poussin naar zijn zwager, de beroemde Franse schilder Nicolas Poussin (1594-1665). De muren van deze zaal hangen vol met schilderijen en veel ervan zijn van de hand van Dughet (voor andere werken van Dughet, zie Rome: San Martino ai Monti; voor het grafmonument van Poussin, zie Rome: San Lorenzo in Lucina). In de Fluwelen Zaal hangt onder meer een werk van Mattia Preti (1613-1699), maar van groter belang zijn twee werken van een voorheen onbekende schilder uit de zeventiende eeuw genaamd Pasquale Chiesa. Over zijn leven is vrijwel niets bekend, behalve dan dat we weten dat hij afkomstig was uit Genua. Het Palazzo Doria Pamphilj bezit vijf schilderijen van zijn hand en nog eens zes waaraan hij een bijdrage heeft geleverd. Kennelijk is het Palazzo het enige museum ter wereld dat werken heeft van deze mysterieuze kunstenaar.

De Spiegelgalerij.

Na een bezoek aan de balzaal en de kapel kunnen bezoekers door vier galerijen of vleugels lopen die samen een vierkant vormen rondom een centrale binnenplaats. Hier vinden we de Aldobrandini-galerij, de Spiegelgalerij (die op de Via del Corso uitkijkt), de Pamphilj-galerij en de Doria-galerij. Toen Camillo Pamphili in 1647 met Olimpia Aldobrandini trouwde, ging de omvangrijke kunstcollectie van de familie Aldobrandini over naar de familie Pamphili. Onderdeel van deze collectie waren verschillende werken van meesters uit Ferrara. Deze werken waren in beslag genomen nadat de Hertogen van Ferrara in 1598 uit de stad verdreven waren (zie Ferrara: Castello Estense). De paus die hiervoor verantwoordelijk was, was Clemens VIII (1592-1605), en hij was toevallig een oudoom van Camillo’s echtgenote. Olimpia was zijn enige erfgenaam. Dit alles verklaart waarom we in de collectie van het Palazzo Doria Pamphilj werken aantreffen van kunstenaars als Dosso Dossi en vooral Il Garofalo (zie Ferrara: Palazzo dei Diamanti).

Het moet gezegd worden dat de collectie van het Palazzo immens is. In de vier galerijen vinden we werk van Vlaamse kunstenaars als Pieter Brueghel de Oude (ca. 1525-1569) en zijn zonen Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) en Jan Brueghel de Oude (1568-1625), van David Teniers de Jonge (1610-1690) en van Quinten Massijs (ca. 1466-1530), maar ook van Italiaanse meesters als Giovanni Bellini (ca. 1430-1516), Titiaan (ca. 1488-1576), Annibale Carracci (1560-1609) en Guercino (1591-1666). Eveneens onderdeel van de collectie is een portret van Rafaël (1483-1520) van twee mannen. Vermoedelijk gaat het om Andrea Navagero en Agostino Beazzano, twee Venetiaanse dichters. En ook Duitse schilders zijn in het Palazzo Doria Pamphilj vertegenwoordigd, want ik zag een werk van Hans Memling (ca. 1430-1494) hangen, alsook een schilderij van het Visioen van Sint Eustatius door een navolger van Albrecht Dürer (1471-1528). Hoog aan de muur van de Pamphilj-galerij merkte ik zelfs een schilderij van een Oude Sater op dat wordt toegeschreven aan een schilder uit de kring van Rembrandt (1606-1669), de beroemdste Nederlandse schilder uit de geschiedenis.

Agatha van Schoonhoven – Jan van Scorel.

Een van de meest bekoorlijke werken in de hele collectie is een klein paneeltje van slechts 38,3 bij 27,1 centimeter van de Nederlandse schilder Jan van Scorel (1495-1562). Het Palazzo Doria Pamphilj rekent het tot de meesterwerken van zijn omvangrijke collectie. De afgebeelde vrouw is Agatha van Schoonhoven, de “echtgenote” van de schilder. In 1528 werd Van Scorel benoemd tot kanunnik van de Mariakerk in Utrecht. Een man die dit ambt bekleedde, werd geacht ongehuwd te blijven, maar de schilder negeerde dit gebruik min of meer en leefde gewoon samen met zijn geliefde Agatha, die hem zes kinderen schonk. Van Scorel schilderde het prachtige kleine portretje van Agatha in 1529.

En dan hebben we natuurlijk nog Caravaggio (1571-1610), een schilder die geen verdere introductie behoeft. Zijn bekendste werken in het Palazzo Doria Pamphilj zijn de Boetvaardige Magdalena (ca. 1595) en Rust op de Vlucht naar Egypte (idem). Men vindt ze in de grote Aldobrandinizaal. Helaas bleken de schilderijen uitgeleend te zijn aan een museum in Milaan toen ik het Palazzo in januari 2018 bezocht. In de genoemde zaal hangt ook het enige werk van Giorgio Vasari (1511-1574) in de hele collectie, een indrukwekkende voorstelling van de Kruisafneming. Net achter de Aldobrandinizaal bevindt zich de Primitievenzaal. Daar hangen veel schilderijen die op hout zijn uitgevoerd. We vinden er werken van Il Garofalo, maar ook van Bicci di Lorenzo (1373-1452) en Pesellino (ca. 1422-1457). Het onbetwiste hoogtepunt was voor mij toch wel een schilderij van de Annunciatie van de hand van Filippo Lippi (ca. 1406-1469), de Karmelietenbroeder die er vandoor ging met een non en vervolgens vader werd van de schilder Filippino Lippi (1457-1504).

Portret van Paus Innocentius X door Diego Velázquez.

Mensen die zelf al eens het Palazzo Doria Pamphilj hebben bezocht zullen ondertussen al tot de conclusie zijn gekomen dat ik het beste voor het laatst heb bewaard. Aan het einde van de Aldobrandini-galerij en het begin van de Spiegelgalerij bevindt zich een aparte ruimte met de twee onbetwiste hoogtepunten van het museum, een portret en een buste van Paus Innocentius X. Het portret werd eind 1649, begin 1650 gemaakt door de Spaanse schilder Diego Velázquez (1599-1660). Innocentius was toen ongeveer 75 jaar oud. Het werk is terecht beroemd. Het is uitzonderlijk goed en realistisch, maar kennelijk was de Paus zelf enigszins verontrust toen hij het voor het eerst zag. Toen het portret aan hem getoond werd, zou de Heilige Vader volgens een nogal humoristische traditie hebben uitgeroepen “Troppo vero!” (“Al te waar!”). Het verhaal is waarschijnlijk verzonnen, maar niettemin amusant. De Engelse schrijver John Julius Norwich gebruikte het meesterwerk van Velázquez voor de omslag van zijn in 2011 verschenen boek over de geschiedenis van het pausdom.

In dezelfde kamer staat een buste van Innocentius van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680), de grootste beeldhouwer van de Barok aller tijden (zie de afbeelding hierboven). Het Palazzo Doria Pamphilj heeft zelfs twee bustes van deze paus van de hand van Bernini. De andere staat aan het begin van de Aldobrandini-galerij. Deze buste is nagenoeg identiek aan de eerste, maar merk op dat er een barst zit in de baard. Bernini stond erom bekend dat hij razendsnel kon werken en maakte toen de barst ontstond gewoon een nieuwe buste, waarvoor hij slechts een week nodig had. Helaas kreeg Bernini niet veel opdrachten van Paus Innocentius X. De kunstenaar was de protegé van Paus Urbanus VIII geweest, en omdat Innocentius een gruwelijke hekel aan zijn voorganger had, negeerde hij doorgaans kunstenaars die voor Urbanus hadden gewerkt. Deze situatie veranderde pas in 1651, toen Bernini de opdracht kreeg de Fontana dei Quattro Fiumi op de Piazza Navona te maken. Het is dus niet zo dat Bernini alle elf jaren van het pontificaat van Innocentius aan de zijlijn stond. Niettemin had de Paus veel vaker een beroep op de grote kunstenaar kunnen doen. En afgaande op het commentaar dat Jonathan Doria Pamphili als onderdeel van de audiotour geeft, is dit iets wat de familie nog steeds erg jammer vindt.

Noot

[1] De spelling met een ‘j’ (of ‘lange i’) is nogal mal. Ik zal haar alleen gebruiken voor het Palazzo, niet voor leden van de familie.

One Comment:

  1. Pingback:Rome: Santi Nereo e Achilleo – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.