Rome: San Martino ai Monti

De San Martino ai Monti.

De San Martino ai Monti staat net ten noorden van het Parco del Colle Oppio, een groot openbaar park op de Oppius. De Oppius is een van de twee uitlopers van de Esquilijn; de andere uitloper heet de Cispius. In de Oudheid stond hier Nero’s Gouden Huis (Domus Aurea) en in het gebied treffen we de overblijfselen van de Thermen van Titus en die van Trajanus aan. Men kan de kerk bereiken door vanaf de San Pietro in Vincoli de Via delle Sette Sale te volgen. Deze straat is overigens genoemd naar een reeks kamers die onderdeel waren van de Thermen van Trajanus. De kerk van San Martino die we vandaag de dag zien, heeft een zeventiende-eeuwse uitstraling. Ze is echter veel ouder. Helaas is het onmogelijk om haar geschiedenis vóór de negende eeuw met zekerheid te reconstrueren. Een gedeelte van deze bijdrage is dan ook een poging de verschillende archeologische puzzelstukjes op de juiste plek te leggen.

Vroegste geschiedenis

Net ten westen van de huidige kerk stond ooit een gebouw uit de derde eeuw dat wordt aangeduid als de Titolo di Equizio. Deze Equitius zou een priester zijn geweest die leefde tijdens het pontificaat van Paus Sylvester I (314-335). Volgens het Liber Pontificalis zou deze paus hier een kerk hebben gebouwd die in het Latijn de Titulus Equitii heette. De vraag is echter of dit het gebouw naast de huidige San Martino was. Dit derde-eeuwse gebouw was oorspronkelijk in elk geval zeker geen kerk. Andrea Carandini’s gezaghebbende Atlas of Ancient Rome beschrijft het als een gebouw met “square pillars, lateral courtyards, and underground rooms”, en voegt daaraan toe dat “the prevailing hypothesis is that this monument functioned as a market”. De Atlas gebruikt in dit verband de Latijnse term horreum, en dat betekent zoiets als ‘pakhuis’. De tekeningen in de Atlas laten een gebouw zien met ondergrondse opslagruimten, die in zekere zin kunnen worden vergeleken met de putten die zijn ontdekt onder de kerk van Santa Cecilia in Trastevere.

Plattegrond van de huidige kerk (rechts) en de veronderstelde Titolo di Equizio (links).

Goed, het gebouw was dus oorspronkelijk niet bedoeld voor de christelijke eredienst. Maar werd het dan door Paus Sylvester omgevormd tot de Titulus Equitii? De Atlas of Ancient Rome is daar niet zo zeker van: “The building may have had a relationship with the Basilica of Santi Silvestro and Martino – built by Pope Symmachus (498-514) – and an earlier titulus Equitii“. Het blijft dus een mysterie waar de titelkerk (titulus) precies stond. Misschien op de plek van de genoemde markthal uit de derde eeuw, maar misschien was het wel onder de huidige kerk van San Martino en misschien ook wel heel ergens anders. In principe is het mogelijk de overblijfselen van de markthal te bezoeken. Bezoekers kunnen afdalen in de crypte van de San Martino en vervolgens zoeken naar een deur aan de linkerkant. Die deur leidt naar een tunnel die op zijn beurt weer naar de markthal leidt. Helaas was de tunnel tijdens mijn laatste bezoek afgesloten vanwege restauratiewerkzaamheden, dus ik heb geen foto’s kunnen nemen. De christelijke versieringen in de restanten van het gebouw – mozaïeken en fresco’s – lijken niet ouder te zijn dan de late vijfde eeuw, hetgeen overeenkomt met het pontificaat van Paus Symmachus. Er lijkt echter geen archeologisch bewijs te zijn dat Paus Sylvester I hier al in de vroege vierde eeuw activiteiten ontplooide. Misschien wordt de markthal dus ten onrechte aangemerkt als de Titolo di Equizio. Wie zal het zeggen…

Het verhaal wordt trouwens nog verder gecompliceerd door de bewering in het Liber Pontificalis dat genoemde Paus Sylvester op dezelfde plek ook een titulus stichtte die zijn eigen naam droeg. Bijna twee eeuwen later liet de eveneens al genoemde Paus Symmachus vervolgens een kerk bouwen die was gewijd aan deze Sylvester en aan Sint Martinus van Tours (‘Sint Maarten’; gestorven in 397), de bisschop die zijn mantel deelde met een bedelaar. Deze kerk moet de San Martino ai Monti zijn, waarvan de officiële naam de Santi Silvestro e Martino ai Monti is (zie het citaat uit de Atlas of Ancient Rome hierboven). Ging het hier om één enkele kerk? Of ging het om twee kerken, zij aan zij of kop-staart gebouwd, de een gewijd aan Sylvester, de ander aan Martinus? Het is niet onmogelijk dat de voormalige markthal aan Sylvester was gewijd, want de mozaïeken uit de late vijfde of vroege zesde eeuw die hier beneden gevonden zijn, tonen tweemaal een afbeelding van deze paus. Een informatiebord in de kerk zelf suggereert dat de basiliek van Paus Symmachus ten zuiden van de voormalige markthal werd neergezet, op fundamenten uit de vierde eeuw (zie de afbeelding hierboven). Het is echter ook mogelijk dat de basilica van Symmachus op de plek van de huidige kerk stond. Op dit moment lijkt de puzzel gewoon onoplosbaar.

De huidige kerk

Interieur van de kerk.

Gelukkig kan er geen twijfel over bestaan dat de huidige kerk haar bestaan dankt aan Paus Sergius II (844-847), een paus wiens regering werd bemoeilijkt door Saraceense aanvallen op Rome (zie Rome: San Paolo fuori le Mura). Van deze basiliek uit de negende eeuw is tegenwoordig weinig meer over. Paus Leo IV (847-855) liet fresco’s en mozaïeken toevoegen, maar deze zijn allemaal verloren gegaan. Tevens stichtte hij het naburige klooster. De marmeren zuilen uit de Oudheid van de huidige kerk komen mogelijk uit de kerk van Paus Symmachus en werden vervolgens hergebruikt in de kerk van Paus Sergius. Ik herhaal echter dat we niet weten waar de kerk van Paus Symmachus stond, op dezelfde plek als de huidige kerk of ten zuidwesten ervan, zoals het kerkbestuur lijkt aan te nemen. Het is onmogelijk te bepalen wie er gelijk heeft en eigenlijk doet het er ook niet toe.

In 1299 gaf Paus Bonifatius VIII (1294-1303) de kerk en het klooster aan de Geschoeide Karmelieten. Deze verblijven hier nu al meer dan zevenhonderd jaar. Het huidige uiterlijk van de kerk is grotendeels het gevolg van een restauratie in de zeventiende eeuw die werd uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de schilder en architect Filippo Gagliardi (1606-1659). Het werk begon in 1647 of 1650 en werd in 1654 of 1656 afgerond. Gagliardi verbouwde tevens de crypte en voegde er een trap aan toe, maar gelukkig liet hij de middeleeuwse aedicula staan (zie de afbeelding hieronder). Deze bestaat uit een grote schijf van rood marmer (porfier), omgeven door wit en groen marmer (zogenaamd verde antico). Hier beneden worden de overblijfselen van vele martelaren bewaard. Vermoedelijk liggen hier ook de overblijfselen van Paus Martinus I (649-655; merk op dat de kerk niet aan hem is gewijd, maar aan de eerdergenoemde Sint Martinus van Tours). Toen ik de kerk in januari 2018 bezocht, had men in de crypte ook een lieflijk kerststalletje geplaatst.

Crypte van de San Martino.

Vroeger werd gedacht dat Pietro da Cortona (1596-1669) verantwoordelijk was voor de gevel van de kerk, die in 1676 werd voltooid (dit jaartal staat in Romeinse cijfers vermeld op de fries: MDCLXXVI). Echter, de gevel wordt nu ook aan Filippo Gagliardi toegeschreven (althans het ontwerp, Gagliardi was allang dood toen het werk werd voltooid). Het is de moeite waard om even om de kerk heen te lopen en haar van achteren te bewonderen. De enorme bakstenen apsis is moeilijk te missen en dat geldt ook voor de trap die naar een achteringang leidt. Het pleintje vóór de San Martino is onderdeel van de Viale del Monte Oppio en werd pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw gecreëerd. Tot dan toe moet de achteringang in feite als hoofdingang hebben gefungeerd. De trap die naar deze ingang toe leidt, is tegenwoordig overwoekerd met onkruid en de poort ervan is kennelijk altijd gesloten. Een duidelijk teken dat deze ingang vandaag de dag nauwelijks nog gebruikt wordt.

Ook de Via Equizia rechts van de kerk is interessant. Deze straat werd vernoemd naar de priester Equitius. Vanuit deze straat kunnen we de buitenkant van de rechter zijbeuk goed zien. Het onderste gedeelte daarvan bestaat uit grote blokken tufsteen. Het is niet duidelijk of deze blokken al werden gebruikt voor de basiliek van Paus Symmachus uit de zesde eeuw of exclusief toebehoren aan de kerk van Paus Sergius uit de negende eeuw. Wel is duidelijk dat ze werden gejat uit een gebouw uit de Oudheid dat in de buurt stond.

Achterzijde van de kerk.

De Oude Sint Pieter.

Bezienswaardigheden

Mijn laatste bezoek aan de San Martino ai Monti werd een klein beetje bedorven door het feit dat de hele rechter zijbeuk vanwege werkzaamheden was afgesloten. Er was daarom geen gelegenheid om de decoraties in dit deel van de kerk te bewonderen. Ik kon dus geen blik werpen op de fresco’s van de Romeinse Campagna van de hand van Gaspard Dughet (1615-1675). Deze stond ook bekend als Gaspard Poussin, aangezien zijn zuster was getrouwd met de Franse schilder Nicolas Poussin (1594-1665; zie Rome: San Lorenzo in Lucina).

Gelukkig bevinden de interessantste decoraties zich in de linker zijbeuk. Filippo Gagliardi schilderde in dit gedeelte van de kerk twee fresco’s waarop het interieur van de Sint Pieter en de San Giovanni in Laterano te zien is. Bijzonder aan deze fresco’s is dat ze laten zien hoe de eerstgenoemde kerk er beweerdelijk uitzag voordat Paus Julius II (1503-1513) begon met de herbouw ervan. Het fresco toont de kerk met een open dak en een groot mozaïek in het halfrond van de apsis. Het fresco met de San Giovanni in Laterano geeft een idee van hoe deze kathedraal eruit zou kunnen hebben gezien voordat Francesco Borromini (1599-1667) haar in de zeventiende eeuw verbouwde. Er worden echter wel vraagtekens geplaatst bij de accuraatheid van de afbeeldingen van Filippo Gagliardi. De nieuwe Sint Pieter werd bijvoorbeeld in 1626 voltooid en ingewijd en de schilder heeft de oorspronkelijke basiliek uit de tijd van Constantijn beslist nooit gezien.

San Giovanni in Laterano.

Aan het einde van de linker zijbeuk vinden we de Kapel van Onze-Lieve-Vrouwe van de Berg Karmel. Deze werd in 1593 gebouwd en precies tweehonderd jaar later gerestaureerd. In de kapel treffen we een icoon aan van de Madonna met het Kind omringd door engelen. Rondom dit icoon wordt nu eens niet een mal verhaaltje opgedist dat het werd geschilderd door de Evangelist Lucas. In dit geval weten we met zekerheid wie de maker was: zijn naam was Girolamo Massei (ca. 1540-1620), een schilder uit Lucca. Het icoon werd in een groter schilderij opgenomen door Antonio Cavallucci (1752-1795).

Veel belangrijke geestelijken hebben als kardinaal-priester van de San Martino ai Monti gediend. Een van hen was Carlo Borromeo (1538-1584), de toekomstige aartsbisschop van Milaan. Anderen waren Achille Ratti en Giovanni Battista Montini, die later tot respectievelijk Paus Pius XI (1922-1939) en Paus Paulus VI (1963-1978) werden gekozen.

Bronnen

  • Andrea Carandini, Atlas of Ancient Rome, Part 1, p. 333 en 336;
  • Capitool Reisgidsen Rome, 2009, p. 169-170;
  • Luc Verhuyck, SPQR. Anekdotische reisgids voor Rome, p. 180;
  • Roma Sotterranea website;
  • San Martino ai Monti op Churches of Rome Wiki.

One Comment:

  1. Pingback:Rome: Palazzo Doria Pamphilj – – Corvinus –

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.