Modena: Galleria Estense

Borstbeeld van Francesco I d’Este – Gian Lorenzo Bernini.

De Galleria Estense is een van de musea die zijn gehuisvest in het Palazzo dei Musei aan de rand van het centrum van Modena. Het museum werd in 1854 gesticht door Francesco V, de laatste werkelijk onafhankelijke hertog van Modena uit het geslacht d’Este (het hertogdom werd in 1860 door het koninkrijk Italië geannexeerd). In 1894 verhuisde het museum naar zijn huidige locatie. De collectie bestaat vooral uit de kunstverzameling die de familie d’Este in de loop der eeuwen heeft aangelegd. Veel van die kunst was nog tot ver in de zestiende eeuw in een andere stad in de Emilia-Romagna te bewonderen, namelijk in Ferrara, waarover de familie eveneens de scepter zwaaide. Zoals hun naam echter aangeeft, was de familie d’Este oorspronkelijk afkomstig uit het stadje Este in de Veneto. Hoe zit deze familiegeschiedenis precies in elkaar? En wat is er allemaal te zien in de Galleria Estense?

Markiezen en hertogen van Ferrara

De geschiedenis van de Estensi gaat terug tot zeker de tiende eeuw. Eind twaalfde eeuw maakten ze zich voor het eerst meester van het zuidelijker gelegen Ferrara. Tussen 1212 en 1240 was deze stad in handen van de familie Torelli, maar in het laatstgenoemde jaar werd ze heroverd door Azzo VII d’Este (ook bekend als ‘Azzo Novello’). Na zijn dood in 1264 werd zijn zoon Obizzo II door de bevolking van Ferrara tot dominus generalis uitgeroepen. Aangezien een heerschappij die uitsluitend op een volksmandaat was gegrond als kwetsbaar werd beschouwd, probeerden de Estensi vervolgens ook de goedkeuring van de Paus te verkrijgen. Omdat het Huis Este altijd aan de kant van de Welfen had gevochten en derhalve gold als een trouwe voorvechter van de pauselijke zaak, was dit geen enkel probleem. Tot 1598 werden de markiezen – en sinds 1471 de hertogen – van Ferrara formeel met gezag bekleed door de Paus.

Bewening van Christus (ca. 1443-1448) – Michele da Firenze.

Madonna met Kind – Simone dei Crocifissi / Drieluik met Kroning van de Maagd – Angelo en Bartolomeo degli Erri.

De voormalige hertog Alfonso III d’Este – Matteo Loves.

Onder de markiezen en hertogen van Ferrara bevonden zich vele bekende namen. Alberto V d’Este (1388-1393) stichtte in 1391 de Universiteit van Ferrara, Ercole I d’Este (1471-1505) maakte van Ferrara een echte Renaissancestad en Alfonso I d’Este (1505-1534) was getrouwd met de beruchte Lucrezia Borgia en gold als beschermheer van de kunsten. In 1597 kwam het hertogdom echter in grote problemen. Hertog Alfonso II (1559-1597) was kinderloos gestorven en Paus Clemens VIII weigerde zijn neef Cesare d’Este (1562-1628) te erkennen als zijn opvolger. De pauselijke investituur werd beëindigd en de overgebleven leden van het Huis Este werden uit Ferrara verdreven. Waar moesten ze nu naartoe? Het antwoord was tamelijk simpel. Al sinds het einde van de dertiende eeuw maakten ook Modena en Reggio Emilia deel uit van het markizaat, c.q. het hertogdom waarover de Estensi heersten. Het nabijgelegen Modena, ca. 55 kilometer ten zuidwesten van Ferrara, was de beste keuze. Uiteraard nam de familie het grootste gedeelte van haar meubels en kunst mee. Het paleis in Ferrara bleef goeddeels leeg achter. Een deel van de kunst kwam overigens elders terecht, bijvoorbeeld in Rome.

Hertogen van Modena

Aldus werd Cesare d’Este feitelijk de eerste hertog van Modena. Na zijn dood in 1628 werd hij opgevolgd door zijn zoon Alfonso III. Die hield het slechts een jaar vol. In 1629 trad hij af en sloot hij zich aan bij de minderbroeders kapucijnen. Voortaan ging hij als broeder Giovan Battista van Modena door het leven. Omstreeks 1635 liet Giovan Battista zich portretteren door Matteo Loves, een van oorsprong Engelse schilder die werkzaam was in Italië, maar over wie zeer weinig bekend is. Het portret bevindt zich thans in de Galleria Estense. De voormalige hertog draagt de habijt van een kapucijner en wijst naar het crucifix dat hij in handen houdt. Het is een portret dat vol symboliek zit. Op tafel zien we een schedel en een zandloper, symbolen van de eindigheid van het leven. Broeder Giovan Battista staat met zijn linker voet op een scepter en een kroon, symbolen van de wereldlijke macht. Om hem heen zien we allerhande voorwerpen die bij die wereldlijke macht horen. Dat alles heeft de monnik duidelijk afgezworen: hij is thans uitsluitend in dienst van God.

Francesco I d’Este – Diego Velázquez.

Als hertog werd Alfonso III opgevolgd door zijn achttienjarige zoon Francesco I. Diens lange regering – Francesco stierf in 1658 – was niet in alle opzichten geslaagd. In 1630-1631 werd de bevolking van Modena gedecimeerd door een pestepidemie en het lukte de hertog niet om Ferrara weer in handen te krijgen. Francesco I was niettemin zeer belangrijk voor de kunsten. In 1638 bezocht hij Spanje als onderdeel van een diplomatieke missie naar het hof van koning Filips IV. Bij die gelegenheid liet hij zich schilderen door de beroemde Spaanse kunstenaar Diego Velázquez (1599-1660). Het fraaie portret mag zeker tot de hoogtepunten van de Galleria Estense worden gerekend. Dat geldt misschien nog wel veel meer voor het enorme borstbeeld dat de hertog in 1650-1651 van zichzelf liet maken door een van de grootste beeldhouwers aller tijden, Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). Het beeld (zie de eerste afbeelding in deze bijdrage) is bijna een meter hoog en ruim een meter breed. Voor het portret en het borstbeeld betaalde Francesco netjes de rekening, maar hij stond er ook om bekend dat hij kunstwerken gewoon uit kerken in Modena en omstreken roofde als hij zijn collectie wilde uitbreiden. Een voorbeeld is het paneel van Cima da Conegliano van de Bewening van Christus, waarvan een afbeelding in deze bijdrage is opgenomen. Dit werk komt uit een kerk in Carpi.

Alfonso IV d’Este – Justus Sustermans.

Francesco I werd opgevolgd door zijn zoon Alfonso IV. De nieuwe hertog was nog jong, maar leed aan jicht en tuberculose. In 1662 stierf hij, slechts 27 jaar oud. Zonder het te weten was hij echter postuum voor zowel de Engelse als de Nederlandse geschiedenis van groot belang. Zijn dochter Maria van Modena (1658-1718) trouwde namelijk in 1673 met Jacobus, de hertog van York. Toen diens broer koning Karel II in 1685 stierf, werd Jacobus de nieuwe koning van Engeland. Jacobus was net als zijn Italiaanse vrouw vroom katholiek, maar zijn dochters Maria en Anna behoorden tot de Anglicaanse kerk. Zonen had de koning niet. Daardoor leek het erop dat Engeland voor de protestanten behouden zou blijven. In 1688 schonk de koningin echter alsnog het leven aan een jongen (een eerdere zoon was in 1677 al na een maand overleden). Die zou natuurlijk katholiek worden opgevoed. Dit was een van de redenen voor de zogenaamde Glorious Revolution. De echtgenoot van Maria, de Nederlandse Prins van Oranje Willem III, viel Engeland binnen en zette zijn schoonvader af. Willem en Maria, beter bekend als ‘William and Mary’, deelden daarna de Engelse troon. Alfonso IV was toen al ruim een kwart eeuw dood. De Galleria heeft een mooi portret van hem van de hand van de Vlaamse meester Justus Sustermans (1597-1681). Het doek wordt gedateerd op 1653-1659 en werd pas in 1899 door het museum verworven.

De collectie van de Galleria Estense

De collectie van het kunstmuseum is groot en indrukwekkend, maar had nog veel groter en indrukwekkender kunnen zijn als er niet in de achttiende eeuw twee betreurenswaardige voorvallen waren geweest. Allereerst was het hertogdom tijdens de lange regering (1737-1780) van Francesco III feitelijk bankroet geworden. De hertog zag zich daarom genoodzaakt om een flink aantal werken uit zijn verzameling te verkopen aan Frederik August II, de keurvorst van Saksen (en tevens bekend als August III van Polen). Deze vorst kocht wel meer waardevolle kunst op in Italië (zie Piacenza: San Sisto). De aangekochte werken zijn thans te bewonderen in de Gemäldegalerie in Dresden. Je kunt veel van de actie van Frederik August zeggen, maar hij betaalde tenminste. Napoleon Bonaparte deed dat eind achttiende eeuw niet. Door zijn toedoen verdween er veel kunst naar het Louvre en lang niet alles kwam na de val van Napoleon weer terug in Modena. De collectie van de Estensi was dus enigszins uitgedund, maar werd in de decennia na 1854 weer aangevuld met aankopen op antiekmarkten.

Antonius van Padova – Cosmè Tura / Lucretia – Ercole de’ Roberti.

Aangezien de Estensi als gezegd veel kunst meenamen toen ze in 1598 Ferrara moesten verlaten, behoeft het geen verbazing te wekken dat de Galleria Estense het nodige werk van Ferrarese meesters bezit. Cosmè Tura (ca. 1430-1495) schilderde bijvoorbeeld een vreemd, bijna surrealistisch portret van de heilige Antonius van Padova (1195-1231). Het schilderij heeft opvallende achtergronddetails, zoals een rotspartij, een gebouw en boten op het water. Van stadgenoot Ercole de’ Roberti (ca. 1451-1496) is een schilderij uit ca. 1490 waarop de Romeinse heldin en symbool van kuisheid Lucretia te zien is. Ze is verkracht door de zoon van de laatste Romeinse koning en staat op het punt een dolk in haar hart te steken om zo haar eer te redden. Kunsthistorici zien in het portret van Lucretia Leonora van Napels, de vrouw van Ercole I d’Este. Naast Lucretia staan haar man Collatinus en Lucius Junius Brutus, traditioneel de eerste consul van de Romeinse republiek na de afschaffing van de monarchie. Andere Ferrarese schilders waarvan de Galleria Estense werk bezit, zijn Benvenuto Tisi (ca. 1481-1559), beter bekend als Il Garofalo, en Dosso Dossi (ca. 1489-1542).

Uiteraard zijn niet alle schilderijen in het museum gemaakt door kunstenaars uit Ferrara. Wel gaat het hoofdzakelijk om werken van Italianen. Een uitzondering is een Madonna met Kind en Sint Anna van de Zuid-Nederlandse schilder Joos van Cleve (ca. 1485-1540) uit ca. 1516. Veel schilderijen in de Galleria dateren van de zestiende eeuw. Dat geldt bijvoorbeeld voor een bewening van Christus met Franciscus van Assisi en Bernardinus van Siena van de hand van Cima da Conegliano (ca. 1460-1518), en tevens voor werken van Correggio (1489-1534), Veronese (1528-1588), Jacopo Bassano (ca. 1515-1592) en Tintoretto (1518-1594). Een tocht door het museum vervolgt met werk van Barokschilders als Guido Reni (1575-1642), Elisabetta Sirani (1638-1665) en Guercino (1591-1666). De kruisiging van Reni uit 1639 deed me sterk denken aan een gelijksoortig werk van dezelfde kunstenaar dat thans in de kerk van San Lorenzo in Lucina in Rome hangt. Het schilderij behoorde tot de favoriete werken van hertog Ercole III (1780-1796). Zeer fraai is ten slotte een schilderij van de Romeinse godin Flora van de hand van Carlo Cignani (1628-1719).

Meer lezen? Bezoek de website van de Galleria Estense.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.